Maandag 21/10/2019

Joegoslavië-tribunaal

Zo bereidde Slobodan Praljak zijn theatrale zelfmoord bij het Joegoslavië-Tribunaal voor

Slobodan Praljak (r.) in het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, 27 november 2017. Beeld EPA

Dat Slobodan Praljak op 29 november 2017 zelfmoord zou plegen, daarvoor bestonden genoeg signalen. De Bosnisch-Kroatische oorlogsmisdadiger was er al maanden mee bezig, blijkt uit onderzoek van onder meer het Openbaar Ministerie dat nu is afgerond. Een reconstructie van de laatste dag.

Slobodan Praljak (72) zat om even voor zeven uur ’s ochtends op 29 november 2017 aan een tafeltje in zijn werkcel in alle stilte te roken, en wist dat hij op deze dag een eind ging maken aan zijn leven – een beeld dat wereldnieuws werd, rechtstreeks uitgezonden vanuit het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.

De twee afscheidsbrieven die hij twee dagen eerder had geschreven, waren apart in witte enveloppen gedaan, en daarna bij elkaar geplaatst in een grote bruine envelop, met de naam erop van zijn advocaat, Nika Pinter. Eén briefje was voor zijn familie bestemd, het andere voor zijn vrouw Kaca Babic, met wie hij twee stiefkinderen had, Natasa en Nikola, en hun kleinkinderen. Een maand eerder, op 21 oktober, had hij zijn familie voor het laatst gezien.

Het waren korte mededelingen, drie regels lang, in het Kroatisch geschreven, gespeend van elke emotie. De bruine envelop had hij in zijn slaapcel gelegd. “Ik heb deze beslissing al een tijd geleden gemaakt”, schreef Praljak aan zijn ‘familie!’. “De beslissing om mijn leven te beëindigen als ik schuldig word bevonden, heb ik een lange tijd geleden genomen, kalm, weloverwogen, zelfbewust.” Zijn vrouw Kaca vroeg hij de brief vooral onder de aandacht te brengen van zijn familie, “om leugens, roddels en onnodig gepsychologiseer voor te zijn”.

“Ben je nerveus?”, vroeg een bewaker hem in het Duits in Gebouw 4, de United Nations Detention Unit (UNDU) van de Penitentiaire Inrichting in Scheveningen. Praljak zei zich goed te voelen. Even daarvoor was hij zijn werkcel uitgelopen en had om zijn strip met medicijnen gevraagd, pillen vanwege een trombo-embolische aandoening waaraan hij leed. De bewaker, die de generaal al jaren kende, schudde hem de hand, “Veel geluk”, zei hij nog.

Rond het middaguur zou de president van het Joegoslavië-Tribunaal, Carmel Agius, zijn oordeel in hoger beroep uitspreken. In 2013 was Praljak tot twintig jaar celstraf veroordeeld. Hij werd verantwoordelijk gehouden voor de etnische zuiveringen op Bosnische Moslims tussen 1992 en 1995. Behalve Praljak zou er op deze dag nog tegen vier andere Bosnisch-Kroatische militaire en politieke kopstukken, zoals ex-premier Prlic, definitief uitspraak worden gedaan.

Signalen

Achteraf gezien waren er legio aanwijzingen waaruit bleek dat Slobodan Praljak er deze dag een eind aan ging maken, tijdens de finale van zijn sinds 2004 lopende zaak. Niet dat hij zich daarover uitliet, in expliciete zin. Dat hij met de Servische psychiater van de UNDU zijn voornemen had gedeeld, of tegenover de huisarts, of zijn medegedetineerden of bewakers.

In retrospectief waren er “veranderingen in zijn gedrag”, zo stelde Hassan Jallow, de Gambiaanse opperrechter, vast in een onderzoek naar Praljaks dood in opdracht van de Verenigde Naties. Ook het Openbaar Ministerie (OM) in Den Haag dat strafrechtelijk onderzoek deed naar zijn zelfmoord, stuitte op een reeks van ‘signalen’, stellen de officieren van justitie Simon Minks en Boudewijn de Jonge.

Het flesje waarin het kaliumcyanide zat waarmee Praljak zichzelf vergiftigde.

Zo viel het bewakers op dat hij uitgebreid afscheid had genomen van de mannen met wie hij wekelijks in de gymzaal voetbalde. Dat hij opeens zijn cel was gaan opruimen, werd eveneens gemeld bij de leiding van de UNDU en bij de griffier van het Joegoslavië-Tribunaal. Zijn koffers stonden gepakt en werden samen met talloze dozen vol persoonlijke spullen op twee pallets klaargezet voor verscheping naar Kroatië.

Het was niet ongebruikelijk dat een gedetineerde op het einde van zijn zaak zijn cel ordende. Mocht de straf niet worden herroepen, dan zit de oorlogsmisdadiger zijn straf niet in Scheveningen uit. Maar in het geval van Praljak was er blijkbaar reden tot ongerustheid - wat voerde hij in zijn schild? Als hij op 29 november na zijn bezoek aan het tribunaal zou terugkeren, zo luidden de plannen, diende hij nadrukkelijk te worden gemonitord op deze wel zeer effectieve aandrang tot schoon schip maken.

Dan was er ook nog de haperende gezondheid geweest, waardoor Praljak toch al nauwlettend in de gaten werd gehouden door de medische afdeling van de UNDU. In 2014 had hij heftige gezondheidsproblemen gekregen en de vrees was dat die zich zouden kunnen herhalen. De voorgeschreven behandeling weigerde hij, hoewel hij wist wat de gevolgen konden zijn. Het aanhoren van de uitspraak in hoger beroep werd dan ook gezien als ‘een risicovolle aangelegenheid’, daarom stonden twee artsen en een verpleegkundige speciaal paraat, mocht Praljaks gezondheid hem parten spelen.

‘Vooringenomen rechters’

Wat de rechtbank ging beslissen, dat wist Praljak precies, daar was hij realist genoeg voor. “Hij was geen romantische gek”, zegt Michael Karnavas, de Amerikaanse advocaat van ex-premier Prlic, die Praljak veelvuldig ontmoette. “Hij zag zichzelf niet als onschuldig”, zegt Karnavas. “Maar hij zag dat hij werd veroordeeld door vooringenomen rechters. Zijn vragen werden afgekapt, zijn voorstellen werden verworpen en de tegenwerpingen van de verdediging werden genegeerd. Dan weet je dat het hoger beroep uitdraait op hetzelfde. Wat heb ik dan nog om voor te leven, dat is wat hij dacht.”

Ook Karnavas zag, terugkijkend, tal van afwijkingen in Praljaks routine. “Normaliter zou zijn familie zijn overgekomen voor de uitspraak in het hoger beroep”, vertelt hij. “Maar nu had hij iedereen op afstand gehouden, zodat ze niet achteraf werden verdacht van betrokkenheid bij zijn dood. Ook advocaat Nika Pinter had hij niet gesproken. Hij had haar gezegd dat hij haar nu niet wilde zien. Zo kon hij haar, denk ik achteraf, niet compromitteren.”

Om negen uur was hij klaar voor het transport van de gevangenis naar het Joegoslavië-Tribunaal, een ritje van zes minuten. Hij had nog een praatje gemaakt in de cafetaria van de UNDU, met een paar andere gedetineerden. Op deze afdeling van de Scheveningse gevangenis zitten hoge militairen en politici die elkaar ooit tijdens de Balkanoorlog bestreden. In de 24 jaar dat het tribunaal bestaat, zijn er 89 oorlogsmisdadigers veroordeeld. Twee misdadigers pleegden zelfmoord in detentie. Er zijn nu nog negen gevangenen over.

Praljak droeg een donker pak, een wit overhemd met een rode stropdas. In zijn jaszak had hij een pakje sigaretten en een aansteker – meer werd er niet gevonden bij Praljak, na uitgebreid te zijn gefouilleerd, bij het verlaten van de Scheveningse gevangenis.

Wie was Slobodan Praljak?

“Wie ben ik en wat ben ik?” Zo begon zijn ‘handboek’, How to become a Joint Criminal, dat acht maanden voor zijn dood bij het Balkan Investigative Reporting Network op de mat viel. Na het einde van de oorlog in Joegoslavië zette Praljak het als een dolle op een schrijven, om zijn versie van de waarheid over het zeer bloedige conflict op de Balkan uiteen te zetten, met dezelfde intensiteit als waarmee hij in het tribunaal zichzelf verdedigde. Deze schrijverij leidde tot 24 publicaties.

Wat hij in ieder geval was, was ‘a larger than life-personality’, zegt Michael Karnavas: “Als hij een ruimte binnenkwam, was die gelijk gevuld. Hij zou net zo lang gillen en schreeuwen tot hij je van zijn gelijk had overtuigd.” De Amerikaan bezocht herhaaldelijk Praljaks met boeken gevulde landhuis buiten Zagreb. Nadat hij zich in 2004 had overgegeven, mocht Praljak, net als de andere Bosnisch-Kroatische verdachten, geregeld naar huis, in afwachting van het proces, in 2004, 2011 en 2012.

De afscheidsbrief aan zijn familie (‘Ik heb deze beslissing al een tijd geleden gemaakt’).

Praljak werd een zeer belezen man genoemd, die was afgestudeerd als ingenieur, filosoof, socioloog en toneelmaker. Nadien werkte hij als docent, leidde hij theaters en maakte hij televisieseries, documentaires en films, als De terugkeer van Katarina Kozul, in 1989. In dit ‘gastarbeidersdrama’ pleegt een van de hoofdfiguren uiteindelijk zelfmoord. Ook bracht hij als regisseur werken van Shakespeare op de planken, zoals Hamlet, die overweegt zich van het leven te beroven om zo uit een onmogelijke situatie te ontsnappen.

Tegen Karnavas vertelde hij zich als vrijwilliger te hebben aangesloten bij het leger van de Kroatische Republiek Herceg-Bosna, nu een provincie in Bosnië. Ervaring als militair had hij niet, net zomin als politicus, maar hij wist hoe de Amerikaanse generaal George Patton strijd had gevoerd, en had Vom Kriege van Carl von Clausewitz secuur gelezen, over strategische oorlogvoering. Dat zijn vader een gevreesd lid van de geheime dienst van president Tito was geweest, liet hij buiten beschouwing. Als commandant van de Kroatische Verdedigingsraad was Praljak verantwoordelijk geweest voor het vermoorden, onmenselijk behandelen en verdrijven van Bosnische Moslims. De verwoesting van de beroemde oude brug in Mostar werd als symbool van de oorlog gezien. Gesuggereerd is dat Praljak daarin een belangrijke hand heeft gehad.

De laatste sigaret

Bij het verlaten van de gevangenis was Praljak gecontroleerd, en na het busritje werd hij bij het Joegoslavië-Tribunaal opnieuw doorzocht. Ook zijn lunchzak werd bekeken, en zijn mond en schoenen. Hij had het zo vaak ondergaan, in al die jaren, hij kende de procedures, hij onderging het in kalmte. Zijn intieme delen, alsmede de anus, werden in die dertien jaar detentie nooit gecontroleerd. Dat zou alleen gebeuren als er sterke vermoedens bestonden dat Praljak ‘iets’ zou verbergen. Nooit gaf hij daartoe aanleiding.

Praljak rookte een sigaret in de ‘ophoudkamer’, en dronk koffie. Voordat hij ‘Rechtszaal 1’ betrad, ging hij dertig seconden naar het toilet, met de ophoudkamer de enige plekken in de ‘bewakingsketen’ waar hij zich even onbespied mocht voelen. Bij het verlaten kwam hij Michael Karnavas tegen, ze schudden elkaar de hand. “Bedankt voor wat je voor me hebt gedaan”, zei Praljak. Ook zocht hij even contact met Nika Pinter.

Hij ging rustig zitten tussen de andere vier Bosnisch-Kroatische oorlogsmisdadigers. Even bukte hij naar voren, voordat zijn uitspraak zou komen. Het was alsof hij onder de tafel voorbereidingen aan het treffen was voor zijn daad, althans, zo werd achteraf vermoed, aan de hand van beelden van beveiligingscamera’s. Bij het staand luisteren naar de uitspraak had hij in zijn rechterhand een bruin flesje klaar, zonder dop, een flesje voor neus- en oordruppels, voorradig op de medische afdeling in de UNDU. Zo’n flesje had hij acht maanden eerder gekregen en in zijn cel bewaard. Daarin was nu een ‘mespuntje’ kaliumcyanide opgelost in water, in de verhouding 96 procent vocht en 4 procent dodelijk vergif, doeltreffend, en vooral onomkeerbaar.

Om 11.39 uur opende Praljak zijn mond en sprak luid en duidelijk, in het Kroatisch: “Slobodan Praljak is geen oorlogsmisdadiger. Ik verwerp dit oordeel met minachting.” Ook zei hij dat hij vergif had ingenomen. Binnen een paar seconden zag hij lijkbleek, hapte hij naar lucht en verloor hij het bewustzijn. Het gordijn voor de publieke tribune werd gesloten.

Dit beeld, in al zijn theatrale kracht, ging razendsnel de wereld rond. Een veroordeelde oorlogsmisdadiger ontnam zich publiekelijk, en voor het oog van de televisiecamera, het leven. Alsof hij daarmee een middelvinger opstak naar het Joegoslavië-Tribunaal. “Hij wilde duidelijk nog een punt zetten”, zegt officier van justitie Boudewijn de Jonge.

Slobodan Praljak drinkt het gif uit een flesje. Beeld AP

De artsen en verpleegkundige van de UNDU spoedden zich naar de plek waar Praljak op de grond lag en probeerden hem tot leven te wekken. Advocaat Nika Pinter verschool haar gezicht achter haar handen, ze zou later verklaren in shock te zijn geweest. What de fuck gebeurt hier, dacht Michael Karnavas. En hij zag hoe het medisch personeel bezig was. Een nutteloze exercitie, dat wist hij al, als Praljak zelfmoord pleegt, dan zorgt hij dat er geen weg meer terug is. Met een ambulance werd hij naar het Haagse Westeinde-ziekenhuis gebracht. Twee uur nadat hij het flesje had geleegd, werd hij officieel dood verklaard, overleden aan hartfalen als gevolg van het ingenomen gif.

Alle relevante beveilingscamerabeelden werden nadien teruggekeken, in opdracht van het OM in Den Haag, het afgelopen jaar, en al eerder door onderzoekers van de Verenigde Naties. Oude telefoongesprekken werden opnieuw afgeluisterd, bewakers en betrokkenen gehoord, alle denkbare ruimten waar hij was geweest doorzocht, evenals zijn persoonlijke spullen, computer, zegelring en kostuum. Zijn hele lichaam werd nageplozen door onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut; radiologisch, toxicologisch, zijn hoofd opengemaakt, en alle openingen nagelopen. Nergens werden sporen teruggevonden van ‘het mespuntje’ gif. Of hoe hij eraan gekomen was, of hij het zelf al lang geleden had aangeschaft, of dat andere mensen hem het hadden aangereikt.

Dat er niets is gevonden, voorspelde Karnavas al op voorhand. “Praljak wilde niemand in verlegenheid brengen”, zegt hij. “Nooit gaf hij anderen de schuld. Hij zei verantwoordelijk te zijn voor the good, the bad and the ugly. Zijn resterende straf was nog maar drie jaar, maar daar ging het hem niet om, die zou hij moeiteloos ondergaan. Dit was zijn beslissing, dit was zijn zwanenzang.”

Etnische zuivering

Ruim een jaar geleden leidde de zelfgekozen dood van de Bosnisch-Kroatische oorlogsmisdadiger Slobodan Praljak (72) tot veel beroering en stond het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag in het centrum van het wereldnieuws. Praljak was veroordeeld tot twintig jaar cel vanwege etnische zuiveringen op Bosnische Moslims tussen 1992 en 1995. Hij was commandant geweest van de Kroatische Verdedigingsraad en generaal in het leger van de Kroatische republiek Herceg-Bosna.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234