Zondag 09/08/2020

Terreur

Zo beraamden zes Nederlanders een aanslag op een festival – terwijl de politie meeluisterde

Rechtbanktekening van vijf van de zes 'Arnhemse' terreurverdachten. Van links naar rechts: Nadim S., Nabil B., Morat M., Waïl el A. en Shevan A.. Nadim (links) zegt dat hij grote bedenkingen had bij het plan, maar hij zweeg: ‘Hamza had nog een langere baard dan ik. Ik dacht: ik ga niet in discussie met hem.’Beeld ANP

Het zou één van de moorddadigste aanslagen van de 21ste eeuw geweest zijn: zes terroristen planden een bloedbad op een muziekfestival, met bomvesten en automatische vuurwapens. De aanslag kon op het nippertje verijdeld worden en de zes staan nu terecht in het grootste terrorismeproces in jaren. Ze hebben veel spijt, ze waren slechts meelopers of hebben zich net op tijd teruggetrokken, zeggen ze: ‘Hoe oprecht ik ook wil zijn, niemand gelooft me op mijn woord.’ Een reconstructie.

IN HET KORT

- Zes mannen uit Arnhem staan terecht voor het beramen van een aanslag en het vormen van een terroristische organisatie.

- Wat hen bindt is een radicaal-islamitisch gedachtengoed. Vrijdag horen zij welke straffen er tegen hen wordt geëist.

- Op basis van de verklaringen van de verdachten en het strafdossier is te reconstrueren hoe de ‘broeders’ in de zomer van 2018 een terrorismecel opzetten terwijl de politie meekijkt en -luistert. Eind september worden ze gearresteerd.

- Volgens de advocaat van een van de verdachten is zijn cliënt door AIVD-infiltranten op het spoor van radicalisering gezet.

Hij wil ‘schieten als een gek’ op een festival, vertelt Hardi N. (36) in de zomer van 2018 aan Hamza, een infiltrant van de Nederlandse politie. Hij heeft een groepje gelijkgestemde broeders om zich heen verzameld en kan niet wachten om toe te slaan. Hardi, een Iraakse Koerd die op zijn 14de in Nederland is terechtgekomen, is volgens afgetapte gesprekken de ‘onbetwiste leider’ van de groep terrorismeverdachten uit Arnhem. Zij staan terecht voor het beramen van een aanslag en de vorming van een terroristische organisatie. De officier van justitie in de rechtbank van Rotterdam eist straffen tot twintig jaar tegen het zestal, in het grootste terrorismeproces dat de afgelopen jaren in Nederland is gevoerd. De laatste pleidooien werden op 10 juli gehouden, de uitspraak valt later deze zomer.

Tijdens de zittingen rijst tot nu toe het beeld van een gemengd gezelschap, bestaand uit jongemannen die elkaar kennen uit de buurt, van school en uit de moskee. Eén van de verdachten beschrijft zichzelf als een drugs gebruikende kruimeldief tot zijn 19de, wanneer hij het geloof ontdekt. De deskundigen sluiten een verstandelijke beperking bij hem niet uit. Een andere werd eerder veroordeeld voor poging tot doodslag. Maar er is ook de keurig in maatpak zittende zwager van de hoofdverdachte, die als begeleider bij jeugdzorginstelling Hoenderloo Groep werkte. Wat hen bindt, is een radicaal-islamitisch gedachtegoed. Ze lijken deels te passen in het profiel van wat terrorismedeskundige Jelle van Buuren de ‘binnenlandse terugkeerder’ noemt: de achterblijvers die gefrustreerd zijn dat het niet is gelukt ten strijde te trekken in het Midden-Oosten, en die daarom extra gemotiveerd zijn om in West-Europa een daad te stellen.

Verdachte Morat M. (23) heeft een broer die op het Syrische slagveld is gesneuveld en in 2014 had opgeroepen tot een ‘stevige daad’ tegen de overheid. Waïl el A. (22) en Nadim S. (27) zijn eerder veroordeeld omdat ze hebben geprobeerd samen naar IS-gebied te reizen – hun poging strandde in Turkije. Waïl el A. is ook al veroordeeld wegens poging tot doodslag. Nadim S. kwam op zijn 14de voor het eerst in aanraking met justitie en werd op zijn 18de veroordeeld voor straatroof.

Nabil B. (23) is de beste vriend van Morat M. Hij heeft met hem en Waïl el A. een beroepsopleiding gevolgd in Utrecht en heeft enige tijd bij zorginstellingsgroep Pluryn gewerkt. Zijn vader stapte in 2018 naar de politie wegens de extreme denkbeelden van zijn zoon. B. is de enige vrijgezel van de groep.

Hoofdverdachte Hardi, die volgens het dossier steeds radicaler werd nadat hij rond 2011 cursussen had gevolgd bij de omstreden stichting Al Fitrah, kreeg een celstraf van twee jaar – grotendeels voorwaardelijk – voor zijn poging om in 2014 naar het kalifaat te vertrekken. Hoe kwamen die jongens tot hun plannen voor een aanslag en hoe werden ze gestopt?

BESMET GERAAKT

In het voorjaar van 2015 komt Hardi vrij. Hij is zijn baan als gevangenisbewaarder kwijt en heeft psychische klachten. In 2017 wordt hij veroordeeld voor mishandeling van zijn vrouw. Het stel gaat uit elkaar. De reclasseringsdienst begeleidt hem intensief op een pad dat moet leiden tot deradicalisering, met een behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg en gesprekken met een theoloog. Maar Hardi houdt er een dubbelleven op na. Op Facebook komt hij opnieuw in contact met belezen radicale types. Hij vindt bij hen een luisterend oor. Hij zit ook zwaar in de schulden. ‘Ze wisten héél goed dat ik zwak was.’

‘Dat waren geen gezonde gesprekken meer’, zegt Hardi in de rechtbank. ‘Het ging over het legitimeren van een aanslag in het Westen. Ik had daar veel vraagtekens bij.’ Hardi verbindt de jihad in eerste instantie aan de strijd in Syrië. Maar op Facebook krijgt hij te horen: ‘Zelfmoord plegen is ook niet verkeerd, je kunt ook jihad plegen in Nederland.’ Daar is volgens de hoofdverdachte een ‘zaadje geplant in mijn hart’. De online contactpersonen, van wie aannemelijk is dat er infiltranten van de AIVD, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, achter schuilgaan, hebben hem volgens Hardi zover gekregen dat hij bereid was tot een daad in Nederland. ‘Ik ben niet de bedenker van die ideologie. Maar ik ben er wel besmet mee geraakt.’

De advocaat van Hardi wil uitgezocht zien in hoeverre de inlichtingendienst heeft bijgedragen aan de radicalisering van de verdachte. Volgens hem was het nooit zover gekomen als de infiltranten Hardi niet hadden aangemoedigd. De rechtbank heeft dat onderzoek vooralsnog niet toegestaan.

Het zijn vervolgens ook de veronderstelde infiltranten die het contact leggen met de ‘Bosnische broeder’ die Hardi gaat helpen bij zijn plannen. ‘Ik ben door de broeders aangewezen om je te helpen’, schrijft ene Hamza op 11 juni in een Engelstalig bericht aan Hardi. In werkelijkheid is Hamza een politieinfiltrant, door justitie geworven bij een buitenlandse eenheid.

5 JULI 2018

‘Wat verwacht je van mij?’ vraagt Hamza. ‘Ik heb hulp en begeleiding nodig bij een aanslag die grote schade aanricht’, antwoordt Hardi. ‘Ik sta te popelen om iets te doen.’

Het is de eerste keer dat de infiltrant en de verdachte elkaar in het echt zien. Hardi legt uit dat zijn plan al is ontstaan in 2015, toen hij nog in de gevangenis zat. In één van zijn dromen is in die tijd de profeet Mohammed voor hem verschenen. Die stak een vinger uit en wees op de kufar, de ongelovigen. ‘Aanvallen!’ sprak de profeet. Sindsdien is hij ervan overtuigd dat het zijn opdracht is een aanslag te plegen. Hij heeft het idee opgevat om iets te doen op de Gay Pride, zegt Hardi, maar het is ook een mogelijkheid om soldaten van een nabijgelegen legerbasis neer te schieten tijdens het joggen. Of een aanslag tijdens een festival. Hij is er nog niet uit.

‘Ik zal jou nooit een plan geven’, zegt Hamza. ‘Jij moet zelf een plan bedenken. Ik kan wel helpen om gedeeltes uit dat plan te verbeteren.’

11 JULI 2018

Nadim S. kroelt door de zachte vacht van de kat die hij laatst via Marktplaats.nl in Diemen heeft opgehaald. ‘Ja, ik ga hem echt missen’, hoort de politie Nadim tegen zijn vrouw zeggen. ‘Je gaat dood, en dan ben ik degene die ze opvoedt’, zegt Nadims vrouw in een ander afgeluisterd gesprek tegen haar man.

Voor justitie zijn het signalen dat Nadim bewust betrokken is bij de aanslagplannen van Hardi: hij spreekt met zijn vrouw alsof hij er binnenkort niet meer is. Andere verdachten praten in afgetapte gesprekken in dezelfde sfeer. ‘Als moslim ben je sowieso veel bezig met de dood’, verklaart Nadim daarover. ‘Ik was niets van plan.’ En die kat die hij gaat missen? Die had vlooien.

De rechter: ‘Dat is toch geen reden om meteen die kat weg te doen?’

‘Mijn vrouw is de baas’, zegt Nadim. ‘Als mijn vrouw zegt: die kat gaat weg, dan gaat die kat weg.’

30 JULI 2018

Hardi stapt met Nabil B. en Morat M. het World Call Centre binnen, een belwinkel in Arnhem. Het is 11.12 uur. Een andere vriend wacht buiten in de auto. Om 11.36 komt het drietal de zaak weer uit. Drie minuten daarvoor heeft Hardi een e-mail verzonden aan één van de vermoedelijke infiltranten: ‘Vandaag hebben de broeders onze e-mails gelezen, en ze gaan akkoord’, schrijft hij. ‘Zes mensen doen mee.’

Het wekt de indruk dat Nabil en Morat tijdens het bezoek aan de belwinkel hebben ingestemd met Hardi’s aanslagplannen. Het is niet wat het lijkt, bezweert Morat daarover later. ‘Ik was daar om een simkaart te kopen.’ Van de e-mail wist hij niks. Hardi ‘heeft gelogen, en dingen achter onze rug om gedaan’.

12 AUGUSTUS 2018

Hardi heeft goed nieuws, vertelt hij infiltrant Hamza tijdens een gesprek vlak bij een Utrechtse moskee. Er is nu een plan, ze gaan een aanslag plegen op een festival. Het is alleen nog een kwestie van kiezen waar. De Gay Pride is al voorbij, maar het festivalseizoen is nog volop gaande.

Eerst moet er in een andere stad een auto ontploffen. Dan zullen ze op het festivalterrein op één lijn naast elkaar lopen en recht vooruit schieten, zodat ze elkaar niet raken. Ze willen handgranaten voor zich uit gooien. En wordt één van hen onverhoopt getroffen, dan zullen ze hun bomvest laten afgaan.

Wat hij nodig heeft? Zes kalasjnikovs met trommelmagazijn, zes handvuurwapens en vier handgranaten per persoon. ‘En een grote bom in een auto.’ Dat kan geregeld worden, zegt infiltrant Hamza. ‘Ik kan aan kunstmest komen. En ik kan explosieven en ontstekers maken.’ Daarvoor heeft hij aceton nodig, een ingrediënt van nagellakremover.

Zes broeders doen mee, benadrukt Hardi, en hij is hun leider. ‘Als ik zeg dat ze naar links of naar rechts moeten gaan, dan doen ze dat.’

30 AUGUSTUS 2018

Hardi laat twee flesjes nagellakremover aan Hamza zien. ‘Is dit het goede spul?’ De infiltrant knikt. Dan toont hij Hardi op zijn telefoon een foto van vier kalasjnikovs. Hardi maakt opgetogen een foto van het schermpje waarop de vuurwapens te zien zijn.

Ze zitten bij lunchroom Bidou in Utrecht en spreken over een mogelijke wapentraining in Bosnië. ‘Ik kan wel wachten tot ik tien jongens heb die willen meedoen’, zegt Hardi. ‘Maar dat duurt te lang. Ik heb liever vijf man die wilskrachtig zijn, dan vijfhonderd die onzeker zijn.’

7 SEPTEMBER 2018

Hardi stapt de vestiging van MediaMarkt in Breda binnen. Medeverdachte Shevan A., zijn zwager, kijkt toe hoe hij bij de ingang een kluisje opent en er een Albert Heijn-tas uit pakt. Ze zijn vandaag uit Arnhem komen rijden. ‘Hardi moest iets ophalen voor zijn broertje’, verklaart Shevan in de rechtbank. ‘Mest.’

Ja, Shevan heeft zich afgevraagd waarom je daarvoor helemaal naar Breda gaat. Maar hij is niet iemand die moeilijke vragen stelt. Zo weet hij dat Hardi deze zomer onder een valse naam aan de slag is geweest als jongerenbegeleider bij diverse jeugdzorginstellingen. De betalingen verliepen via Shevans bureautje Zorggarant.

Nu vist Hardi uit de Albert Heijn-tas de sleutel van een witte bestelbus op de parkeerplaats. Politiecamera’s registreren vervolgens hoe de twee mannen een aantal zakken kunstmest uit het busje overladen in hun kofferbak. Op de terugweg instrueert Hardi Shevan een berichtje te sturen aan Hamza. ‘Schrijf maar: het gaat heel goed. We zijn bij de volgende stap. Ons plan.’

18 SEPTEMBER 2018

In een zonnig Presikhaafpark in Arnhem stelt Hardi zijn vijf verzamelde broeders voor aan infiltrant Hamza. Ze maken voor het eerst kennis met ‘de student van kennis’, zoals ze hem noemen, iemand die zich grondig verdiept in de islam. ‘Je kunt bijna zeggen: hij is heilig’, zegt Nadim in de rechtbank om aan te geven hoezeer hij naar Hamza opkeek.

Maar waar Nadim naar eigen zeggen die dag in het park een theologische verhandeling verwachtte, komt het gesprek al gauw op de aanschaf van chemicaliën en de mogelijkheid om met wapens te trainen. ‘We hebben al geoefend met airsoftwapens’, vertelt Waïl aan de infiltrant. ‘Dat zijn apparaten die eruitzien als een vuurwapen, maar balletjes schieten in plaats van kogels.’

‘Ik weet wat Hardi van plan is’, zegt Hamza tegen de broeders. ‘Willen jullie hetzelfde?’ Volgens de infiltrant zeggen alle aanwezige mannen daarop ja.

Nadim zegt achteraf dat hij tijdens het gesprek grote bedenkingen heeft, maar hij spreekt zich niet uit. ‘Hij had nog een langere baard dan ik. Ik dacht: ik ga niet in discussie met Hamza.’

27 SEPTEMBER 2018

Hardi staat in de vakantiebungalow in Weert met twee kalasjnikovs onder zijn oksels. Hij glundert. Wat hij dan nog niet weet: vandaag zijn ze er gloeiend bij. Het huisje op het park van Roompot Vakanties is door de politie volgehangen met camera’s. Die registreren nu hoe vier jongens van de Arnhemse groep één voor één een bomvest proberen. Morat kust een automatisch wapen.

Als ze even later in een busje zitten met hun nieuw verworven wapentuig, is Hardi erop gebrand dat de training in Bosnië nu snel wordt geregeld. ‘Jullie moeten nu alles opgeven’, zegt hij opgewonden tegen Nabil en Morat. ‘Jullie twee gaan daarheen.’

Dan valt de politie het busje binnen. Het is voorbij.

HEEL VEEL SPIJT

De verdachten proberen nu hun aandeel in het terreurplan zoveel mogelijk te minimaliseren. Nadim S. had twijfels over de plannen van Hardi N. en besloot op het laatste moment niet mee te gaan naar het vakantiehuis in Weert. ‘De beste keuze uit mijn leven’, zegt hij. Shevan A., de zwager van Hardi N., zegt nooit van de aanslag te hebben geweten. Hij was er ook niet bij in het vakantiehuisje in Weert.

Waïl el A. zegt dat hij nooit echt van plan was om deel te nemen aan een aanslag, maar dat hij op zoek was naar een betrouwbare tussenpersoon die hem zou kunnen helpen naar strijdgebied te trekken. Morat M., de man die op de politiebeelden een kalasjnikov kust, stelt nu dat hij slechts ‘meepraatte’ over een aanslag om aan een wapen te komen. ‘Ik geil bijna op het hebben van een wapen.’

‘Ik heb heel veel spijt’, zegt hoofdverdachte Hardi in de rechtbank. ‘Omdat al datgene waarvan ik word verdacht, indruist tegen zowel mijn religie als tegen de menselijkheid.’ Hij heeft met de imam ‘keihard gewerkt om het gif ook uit mezelf te verwijderen’.

Maar hoe kan iemand met twee gezichten bewijzen dat hij echt is gederadicaliseerd? ‘Hoe hard ik ook schreeuw, hoe oprecht ik ook wil zijn, niemand gelooft me op mijn woord’, beseft Hardi, de tranen uit zijn ogen vegend. ‘Omdat het al een keer is misgegaan.’

De zes verdachten in de Arnhemse terreurzaak

Hardi N. (36) is de veronderstelde leider van de Arnhemse terroristengroep. Hij wilde in de zomer van 2018 een aanslag plegen nadat Mohammed in een droom aan hem zou zijn verschenen en wees richting de kufar, de ongelovigen. Eerder werd N. al veroordeeld wegens een poging tot uitreizen naar Syrië.

Morat M. (23) is op politiebeelden vastgelegd terwijl hij in Weert een kalasjnikov kust. M. stelt dat hij slechts ‘meepraatte’ over een aanslag om aan een wapen te komen. ‘Ik geil bijna op het hebben van een wapen.’ Hij is de halfbroer van een beruchte, inmiddels gestorven Syriëganger die in 2014 opriep tot ‘een stevige daad tegen de Nederlandse overheid’. 

Waïl el A. (22) werd eerder veroordeeld voor een poging tot doodslag. Hij zegt dat hij nooit echt van plan was om in Nederland deel te nemen aan een aanslag, maar dat hij op zoek was naar een betrouwbare tussenpersoon die hem naar strijd­gebied zou kunnen helpen. Hij werd eerder veroordeeld voor een uitreispoging met Nadim S..

Nadim S. (27) kwam op zijn 14de voor het eerst in aanraking met justitie en werd op zijn 18de veroordeeld voor straatroof. Zijn poging uit te reizen met El A. strandde in Turkije. Hij had twijfels over de plannen van Hardi N. en besloot op het laatste moment niet mee te gaan naar het vakantiehuis in Weert. ‘De beste keus uit mijn leven.’ 

Shevan A. (31) is de zwager van Hardi N.. Hij zegt nooit van de aanslag te hebben geweten. Hij was ook niet bij het vakantiehuisje in Weert. Wel staat vast dat hij N. hielp om onder een valse naam in de jeugdzorg te werken.

Nabil B. (23) is de beste vriend van Morat M.. Hij volgde met hem en Waïl el A. een mbo-opleiding in Utrecht. Hij werkte enige tijd bij zorginstelling Pluryn. Zijn vader stapte in 2018 naar de politie vanwege de extreme denkbeelden van zijn zoon. B. is de enige vrijgezel van de groep. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234