Vrijdag 19/08/2022

Zingende spoken op het toneel

Hoe zet je spoken op het toneel zonder je belachelijk te maken, zingende spoken dan nog wel? Je moet Benjamin Britten heten om de uitdaging aan te nemen; wellicht kijkt hij gniffelend uit de hemel toe als iemand zijn 'Turn of the Screw' tracht te ensceneren. Als zijn geest dinsdagavond observerend door de Munt waarde, heeft hij wellicht aan het einde van de voorstelling gehuiverd. Zelfs een geest heeft emoties.

Ontreddering is het gevoel waarmee je de zaal verlaat, omdat deze productie zo scherp de dubbelzinnigheid van het stuk weergeeft en je niet opzadelt met één interpretatie. Gaat dit eenvoudigweg over de strijd tussen Goed (de gouvernante) en Kwaad (de geesten) om de Ziel van het Kind? Of zit het allemaal maar in het hoofd van de ietwat hysterische gouvernante, die haar taak emotioneel niet aankan? Hoe seksueel is/was de relatie tussen Quint en de jongen Miles? En in hoever wil de gouvernante in diens plaats treden en zelf het kind veroveren?

Decorbouwer Stefanos Lazaridis heeft die dubbelzinnigheid en in één trek ook de initiële vraag 'hoe zet ik spoken op het toneel?' met twee eenvoudige trucs gestalte gegeven: een tegelijk doorschijnend en spiegelend doek loopt diagonaal door de bühne en grenst in zekere mate de reële wereld af van de gehallucineerde; en na de pauze bekijken we het beeld uit het eerste bedrijf van achteren en beginnen we dus (net als de gouvernante) de zaken vanuit een gevaarlijk standpunt (dat van de geesten, meer bepaald van Quint) te zien. Die kijk op het werk, waarin het kwaad zijn loop neemt omdat de gouvernante steeds meer de bezitterige liefde en de duistere kanten van het volwassen worden - die oorspronkelijk door Quint worden gepersonifieerd - overneemt, is zeker evenmin als elke andere volledig maar voegt een perspectief toe dat ons ook de dubbelzinnigheid van ons eigen (opvoedend en ander) handelen kan tonen. Het is overigens geen arbitraire interpretatie, want naargelang het stuk vordert, groeien de muzikale thema's van Quint en de gouvernante steeds meer naar elkaar toe. Dat deze veelvuldige thematische kruisverwijzingen ook glashelder hoorbaar zijn, is een niet geringe verdienste van het kamerensemble van de Munt en Antonio Pappano. Die laatste vindt daarenboven het juiste evenwicht tussen helderheid, klankschoonheid en stemmingsschildering.

Afgezien van de spiegeltruc lijkt de enscenering van Keith Warner op het eerste gezicht eerder traditioneel: Victoriaanse kostuums van Marie-Jeanne Lecca (sobere, donkere jurken voor de vrouwen, een ietwat groteske pandjesjas voor Quint, Alice-in-Wonderland-kleren voor de kinderen); een donker, dreigend en muf decorbeeld zonder kleur, dat ons samen met de akelige proloog al meteen in de beklemmende stemming brengt die ons heel de avond niet meer zal loslaten; een acteerstijl tussen realisme en dromerigheid. Warner blijkt een regisseur die heel goed de vereisten van een zanger in een overtuigende beweging kan incorporeren; hij bewijst dat ook een bij het realisme aanleunende stijl operatoneel perfect mogelijk is en dat net in een stuk als dit, waar de werkelijkheid en het bovennatuurlijke zo nauw verweven zijn, het realisme een betere want akeliger oplossing kan bieden dan abstractie of overdreven symboliek (die zich hier beperkt tot enkele elementen: de alomtegenwoordige witte lelies van de verloren onschuld, de appelboom die wellicht die van de Kennis van Goed en Kwaad is, de "dichtgroeiende" en in pikzwarte nacht verdwijnende hemel).

Het is een bijzonder geluk dat hij daarbij kan steunen op een aantal acteurs die hun personage net die mengeling van echtheid en mysterie kunnen meegeven die deze opvatting vereist. Al voordat hij de proloog begint te declameren is Anthony Rolfe Johnson een beklemmende figuur. Zijn tussen sensualiteit, griezel en gewelddadigheid zwevende tenor zal aan Quint net de mix van eigenschappen meegeven die ons ongemakkelijk stemt. Tegenover hem staat een weer maar eens fenomenale Susan Chilcott als een gouvernante voor wie idealisme, kinderliefde en bezitterigheid één zijn en rechtstreeks naar de afgrond leiden. Het mooie is dat dit zowel aan haar gelaatsexpressie als aan haar stemkleur afleesbaar is. Anne Evans is een hopeloze Mrs. Grose met een krachtige, ook in het lage register glanzende stem, en Anne Bolstad een ijzige, spookachtige Miss Jessel. Lyndy Simons (Flora) is geen kind meer maar kan het ons wel doen geloven; Leo Van Cleynenbreugel (Miles) is een ronduit verbluffende jongenssopraan, die er in slaagt zijn personage te laten evolueren van een kwajongen naar een gecorrumpeerde puber.

Zijn deze kinderen eigenlijk slecht en gecorrumpeerd? En zo ja, door wie of wat? Deze vragen tillen het stuk ver boven het niveau van het spookverhaal uit en geven ruimte voor interpretaties van dieptepsychologische of ethische aard. Dat laatste, de vraag naar goed en kwaad en naar onze eigen verantwoordelijkheid en fataliteit was zeker een hoofdbekommernis van Britten. Warner en Pappano hebben dit perfect begrepen; het resultaat is een angstaanjagende avond die je getroubleerd achterlaat. Stephan Moens

Voorstellingen in de Munt op 19, 23, 25, 26 en 30 juni en op 2 en 3 juli om 20 uur; op 21 en 28 juni om 15 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234