Zondag 16/05/2021

Zijn vrouw liet een scheet en Horatius kwam niet meer bij

Racistische, homohatende, misogyne en scabreuze moppen; voor sommige Grieken en Romeinen kon het niet beledigend genoeg zijn. Andere beten nog liever hun tong af dan te lachen, want humor was iets verfoeilijks, van het plebs. In Komt een Griek bij de dokter zijn honderden voorbeelden van humor in de oudheid verzameld.

door Marnix Verplancke

Een man die verschrikkelijk uit zijn bek stonk, ging naar de dokter en zei: "Kijk dokter, mijn huig is gezakt." "Doe je mond eens open", zei de dokter, waarop hij er even een blik in wierp en vol afschuw zijn hoofd afwendde. "Man, man", zei hij vervolgens, "jouw huig is helemaal niet gezakt, je gat is omhoog gekropen."

Het is niet meteen wat we ons voorstellen als we aan klassieke Griekse teksten denken en strikt genomen is het ook geen klassieke tekst, maar wel een mop opgenomen in een moppenboek uit de oudheid. Blijkbaar waren de grote filosofen, dichters en geschiedschrijvers van toen stukken minder gereserveerd dan we van hen denken. Ook zij wilden af en toe wel eens uit de band springen.

In Komt een Griek bij de dokter verzamelden Patrick De Rynck en Mark Pieters honderden voorbeelden van humor uit de oudheid, van de achtste eeuw voor Christus tot de vijfde eeuw erna. De eerlijkheid gebiedt ons er meteen op de wijzen dat niet alle humor van het scabreuze gehalte is als bovenstaande grap, maar het is wel duidelijk dat die ouwe Grieken en Romeinen er wel iets mee hadden.

Humor was toen veel platter dan we vandaag gewoon zijn en zelfs een grootheid als Homerus vond het maar normaal om op de man en niet op de bal te spelen. Men lachte graag mét iemand in plaats van erom. Nogal wat grappen hadden ook een expliciet racistisch, homohatend of vrouwonvriendelijk karakter, van het type: "Er zijn twee dagen dat een vrouw genietbaar is: die van haar huwelijk en haar begrafenis." Seks en scheten laten waren zowat de twee meest geliefde onderwerpen in dat genre.

Dat niet iedere Griek of Romein daarmee kon lachen ligt voor de hand. Plato verbande niet voor niets de komedie uit zijn ideale staat en Epictetus staat erom bekend een waarschuwende vinger opgestoken te hebben bij iedere gulle lach, omdat die onbeschaafd geweest zou zijn. Pythagoras, wellicht de grootste droogkloot van allemaal, ging er zelfs prat op nooit van zijn leven gelachen te hebben. Humor was voor die heren iets voor het gepeupel. Zij waren liever not amused.

Dat is niet zo goed te begrijpen aangezien de oudheid ook hoogstaande humor heeft voortgebracht. Een aantal komedies van Plautus werd in latere tijden door Shakespeare en Molière succesvol bewerkt en Lucianus wordt algemeen als het grote voorbeeld gezien voor Erasmus' Lof der zotheid en Jonathan Swifts Gullivers reizen. Plinius de Jongere vond dat de humor in de oudheid soms zo miskend werd dat hij er zelf een heuse apologie voor schreef.

En dat brengt ons bij het meer theoretische deel van het boek, want De Rynck en Pieters laten in hun bloemlezing ook een aantal schrijvers aan het woord die niet zozeer zelf grappen maken, als wel nadenken over de rol van de humor in de maatschappij. De eerste die daar zijn licht over liet schijnen was Aristoteles, de man die wereldberoemd werd met zijn definitie van de mens als een lachend dier. Hij klaagde onder meer het gebruik van op de persoon gerichte grappen aan. Zijn we daar zo stilaan niet overheen, schrijft hij in de Poëtica, en moeten we niet veeleer de mens in het algemeen als object van onze humor nemen? Bij Cicero stond de humorist duidelijk een trapje lager dan de redenaar. Terwijl de eerste er maar wat op los grapte, gebruikte de tweede de lach van zijn gehoor om iets hogers te bereiken: hen overtuigen van zijn gelijk.

Wie eens goed wil lachen zouden we veeleer Canvas dan Komt een Griek bij de dokter aanraden. Veel grappen uit de oudheid gaan immers al opvallend lang mee en beginnen slijtage te vertonen. Nogal wat humor is - misschien wel Aristofanes' platvloerse komedies op kop - gewoon heel flauw en bij de grove, ronduit beledigende poëzie van Horatius konden we alleen maar plaatsvervangende schaamte voelen. Nee, dit boek is veeleer een naslagwerkje dat een mooi beeld geeft van waar men vroeger mee lachte dan dat het zelf constant tot lachen aanzet.

Omdat het zo'n breed scala aan humor opvoert, is Komt een Griek bij de dokter ook een ken-jezelf-test. Door op te tekenen welk soort humor jij leuk vindt, kun je nagaan tot welke maatschappelijke klasse je in de oudheid behoord zou hebben. Was je een hoogstaande, en soms ook wel hoogdravende, Cicero, of veeleer een hoerenloper die in Pompeji iets over zijn enorme lul op de muur kalkte, waarna de lava het voor altijd bewaarde? We deden de test en we zijn niet trots op het resultaat. Voor ons waren de banken van de Romeinse senaat duidelijk niet weggelegd, dus daarom, als uitsmijter, nog eentje van Martialis om het af te leren, en omdat we morgen niet meer mogen zeggen dat we dit grappig vinden:

Penibele vraag

Dat jij je armen en je borst

en je onderlijf laat epileren,

waarbij je 't schaamhaar rond je pik

vrijwel volledig weg laat scheren,

dat komt omdat jij - 't is bekend -

je liefje daarmee wil charmeren.

Maar Labiénus, heel concreet:

voor wie scheer je eigenlijk je reet?

Patrick De Rynck en Mark Pieters (samenstellers)

Komt een Griek bij de dokter, humor in de oudheid

Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 207 p., 160 p., 14,95 euro

Humor was in de oudheid veel platter dan we vandaag gewoon zijn en zelfs een grootheid als Homerus lachte graag mét iemand in plaats van erom

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234