Donderdag 12/12/2019

Zijn sommige kiezers TE DOM?

Niemand durft het hardop te zeggen, maar stiekem vinden heel wat intellectuelen al die supporters van Donald Trump en de andere populisten maar een stelletje dommeriken. Sommige kiezers, zo luidt de bijbehorende overtuiging, weten niet waarover het gaat of wat er op het spel staat, en ze stemmen bovendien tegen hun eigenbelang in. Zou het?

"Het gebeurde vlak na het referendum", vertelt de Britse socioloog Frank Furedi, een van de experts die op deze pagina's een hele week lang mee nadenken over onze democratie. "Twee dagen na de brexit gingen mijn vrouw en ik naar de slager bij ons wat verderop in het dorp. Uiteraard gingen alle gesprekken over de uitslag van het referendum. Ook van ons wilden mensen weten wat we daarvan vonden. 'Heel goed', zei ik. 'Wij zijn blij, die brexit is een goede zaak voor iedereen.' Waarop de andere klanten begonnen te lachen. 'Waarom lachen jullie?' vroeg mijn vrouw. 'Omdat we nooit hadden gedacht dat mensen zoals jullie zouden stemmen zoals wij', antwoordde de man naast haar."

Dat antwoord zegt alles, vindt Furedi. "Blijkbaar kunnen gewone mensen zich niet meer voorstellen dat universiteitsprofessoren hen begrijpen. Dat komt doordat intellectuelen niet meer met gewone mensen praten. Daarom dachten de meeste commentatoren ook dat de tegenstanders van de brexit glansrijk zouden winnen, omdat ze geen idee hebben van wat er bij gewone mensen leeft. De intellectuelen in Londen denken namelijk toch dat gewone mensen idioten zijn. En dat je met idioten niet hoeft te praten."

Het wordt zelden zo expliciet geformuleerd, maar dat een deel van de intellectuele elite neerkijkt op sommige kiezers, lijdt weinig twijfel. Er schuilt vaak behoorlijk wat dedain in het oordeel dat wordt geveld over de opmars van het populisme. Bij de brexit was dat overduidelijk: die simpele duiven van kiezers weten niet eens wat de Europese Unie precies doet, ze hadden zich om de tuin laten leiden, en waren in het beste geval slecht geïnformeerd, in het slechtste geval gewoon dom.

"Buitengewoon verontrustend", vindt politoloog Cas Mudde dat. "De reactie op de brexit toont aan hoe flinterdun de steun van de elite voor de democratie is. Het idee dat er juiste en foute meningen bestaan, is volstrekt ondemocratisch. Het staat ook nergens in de grondwet dat ik in het stemhokje alleen maar op basis van rationele argumenten mag beslissen. Als ik emotioneel heel erg gehecht ben aan mijn Britse identiteit en bereid ben om daar een paar honderd pond per jaar voor in te leveren, waarom zou dat dan geen goede keuze zijn? Het idee dat je aan de ene kant rationele kiezers hebt die stemmen in het algemeen belang, en aan de andere kant domme en irrationele kiezers die zich met leugens laten verleiden, is fundamenteel ondemocratisch. Als je daar echt van overtuigd bent, moet je pleiten voor een verlichte dictatuur, want dan is dat wat je wilt."

Slimmer dan ooit

Wat met het argument dat het Britse referendum te ingewikkeld was voor de kiezer? "Ook dat vind ik totaal onlogisch", zegt Mudde. "Hoe kan de bevolking nu te dom zijn voor een referendum, maar slim genoeg voor gewone verkiezingen? Bij een referendum gaat het over één vraag, bij verkiezingen gaat het over álles. Als mensen te dom zijn voor een referendum, zijn ze zeker te dom voor de verkiezingen."

En alles wijst op het tegendeel, gelooft Mudde. "We bevinden ons in wat de Amerikaanse politicoloog Ronald Inglehart het tijdperk van de cognitieve mobilisatie heeft genoemd. Mensen zijn beter opgeleid dan ooit, ze weten veel meer over meer onderwerpen. Ook laag opgeleide mensen zijn beter geïnformeerd dan vroeger. En dus laten ze zich niet meer sturen door de vakbondsleider, de pastoor of de politicus, maar vinden ze dat ze zelf wel kunnen uitmaken hoe het zit. En dat is prima, dat is de essentie van de democratie. Ik vind weliswaar dat mensen tegenwoordig iets bescheidener mogen zijn, ze denken te snel dat ze alles weten, maar een fundamenteel probleem is dat niet."

Mensen zijn niet alleen beter geïnformeerd dan vroeger, ze nemen ook vaker deel aan de politieke debatten, aldus Frank Furedi. "Ik heb in mijn volwassen leven nog nooit een periode meegemaakt met zoveel debat als voor het referendum over de brexit", zegt hij. "Ook gewone mensen namen deel aan dat debat. Voor het eerst. Mensen die normaal gesproken niet gaan stemmen, wisten dat hun stem er écht toe deed. Het is tamelijk paternalistisch om te beweren dat ze te dom of te slecht geïnformeerd waren om een oordeel te vellen. Een beetje ontmenselijkend vind ik dat zelfs."

Uiteraard is niet iedere stem even rationeel of beredeneerd, geeft Furedi toe. "Mensen stemmen soms voor een kandidaat omdat hij er goed uitziet. Of omdat ze het een andere kandidaat niet gunnen. Of omdat ze immigranten haten. De motieven om te stemmen zijn altijd erg gecompliceerd. Maar elke stem is even legitiem."

Wat met het argument dat de wereld vandaag zo complex is dat een politiek oordeel veel voorkennis vergt? "Dat is een mythe", antwoordt Furedi. "Je hoort inderdaad vaak dat de wereld sneller verandert dan ooit. Als je al die experts over onze complexe wereld hoort, zou je bijna beginnen te denken dat we nooit nog een probleem zullen kunnen oplossen. Maar is dat wel zo? Onderschatten we dan niet hoe snel en hoe hard de wereld honderd jaar geleden veranderde? Wij lijden aan geheugenverlies. Ook onze grootouders leefden in een zeer complexe wereld, en ze hadden even grote problemen. Dat er vandaag zoveel nadruk wordt gelegd op complexiteit, is een vorm van technocratie. De onderliggende boodschap is dat we de toekomst beter overlaten aan experts. En dat is een intellectueel zwaktebod. Het probleem is niet dat de laag opgeleide burgers te dom zijn, maar dat de hoog opgeleide intellectuelen zich hebben teruggetrokken uit het publieke debat."

Ook voor politologe Chantal Mouffe is de technocratie een groot probleem. "Mensen zijn helemaal niet dom. Het is ongepast om neerbuigend te doen over sommige kiezers. Als je als kiezer voortdurend te horen krijgt dat je het niet goed hebt begrepen, en dat er geen alternatief is voor het huidige beleid, dan kom je in opstand. Politiek behoort niet toe aan de experts. Dat is wat de populisten aanklagen. Eigenlijk roepen zij constant: 'Weg met de experts!' Als experts toch alles beslissen, heb je geen kiezers nodig."

Liever dom dan moe

In het debat over de Europese Unie valt dat enorm op. Fundamentele twijfel over het nut van een verdere eenmaking valt volledig buiten de elitaire consensus. Denkers zoals de Nederlander Thierry Baudet, de bezieler van het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne, worden nogal gemakkelijk weggezet als gevaarlijke nationalisten. Terwijl het niet kan worden uitgesloten dat de geschiedenis straks zal uitwijzen dat de Britten groot gelijk hadden om voor een brexit te stemmen.

"Maar is dat wel zo?" vraagt Luc Huyse. "Heeft de meerderheid van de Britten inderdaad voor een brexit gekozen? Ik weet dat niet. Ik vind dat referendum geen toonbeeld van democratie. Men heeft campagne gevoerd met kreten, met leugens, niet met feiten. Drie dagen na het referendum gaf Nigel Farage dat zelfs al toe. Nooit heeft iemand de mensen uitgelegd wat er op het spel stond. Ook premier David Cameron en de tegenstanders van de brexit hadden geen duidelijke visie, geen plan. Ik zal nooit beweren dat kiezers dom zijn. Maar ik beweer wel dat men de mensen onwetend kan houden. Door hen niet of slecht te informeren. Een oude prof van mij beweerde altijd: als je op het einde van de maand een referendum houdt over de welvaartsstaat, dan haal je vlot een meerderheid om die af te schaffen. Het geld is op en dus denken mensen: de staat werkt niet, schaf maar af."

Een zeer interessante invalshoek bij dit thema dook onlangs op in een blog van Andreas Tirez, kernlid van de denktank Liberales. Volgens hem bestaat er zoiets als 'rationele onwetendheid' en is het soms slim om je niet te informeren. "Dat leert de public choice theory", legt hij uit. "Kiezers zijn helemaal niet dom. Ons maatschappijmodel steunt op het inzicht dat mensen slim genoeg zijn om zelf in alle vrijheid beslissingen te nemen over hun leven. Als iemand bijvoorbeeld een auto koopt, zal hij zich goed informeren en opletten dat hij niet wordt bedrogen. Als mensen gaan stemmen, werkt het anders. Ze weten namelijk, bewust of onbewust, dat hun stem geen enkele impact heeft. Eén stem zal nooit het verschil maken, dat staat als een paal boven water."

En dus is het rationeel dat mensen zich niet terdege informeren voor ze gaan stemmen, aldus Tirez. "Het verbaast mij zelfs dat mensen in landen zonder stemplicht überhaupt goed geïnformeerd gaan stemmen", zegt hij. "Als politiek je interesseert of als je vindt dat het je burgerplicht is, begrijp ik dat je gaat stemmen. Maar dan moet je het doen omdat het je interesseert of uit plichtsbesef, niet omdat je denkt dat je stem een verschil maakt. Het hoeft ook niet irrationeel te zijn dat mensen tegen hun eigenbelang stemmen: als je stem er toch niet toe doet, kun je beter je gevoel volgen, zonder rekening te houden met de sociaaleconomische impact, want die impact is er toch niet. En als je je gevoel volgt, hou je er tenminste nog iets positiefs aan over."

De gewonde jager

Over het mysterie van de kiezer die tegen zijn sociaaleconomische eigenbelang stemt, zoals Amerikaanse arbeiders die voor de Republikeinen kiezen, heeft ook psycholoog Jonathan Haidt veel nagedacht en geschreven. Van hem is de theorie dat we allemaal een soort morele smaakpapillen hebben. Voor de ene kiezer is gelijkheid het belangrijkste, of rechtvaardigheid, voor de andere sterk leiderschap of nationale identiteit. De sociaal zwakkere kiezer die voor een partij kiest die de welvaartsstaat dreigt af te breken, vindt bij die partij wellicht andere morele waarden, die hem nauwer aan het hart liggen.

In de wetenschappelijke speurtocht naar de ware motieven van de kiezer is een studie uit 1960, van de Amerikaan Philip Converse, nog altijd het referentiepunt. Na onderzoek kwam Converse tot de conclusie dat 20 procent van de kiezers ideologisch stemt, 30 procent op basis van de groep waartoe ze behoren, nog eens 30 procent in functie van de thema's uit de actualiteit - de laatste 20 procent van de kiezers is volgens Converse totaal onwetend, en ongeïnteresseerd. Die stelling wordt tegenwoordig fel bestreden door politieke wetenschappers zoals de Deen Michael Bang Petersen, die door een evolutionaire bril naar ons stemgedrag kijkt - nóg een andere invalshoek.

"De kiezer denkt dat hij een rationele keuze maakt, maar de motivering van zijn stemgedrag is in hoge mate een rationalisering achteraf", zei Bang Petersen vorig jaar in Knack. "Politici die de meeste stemmen halen, zijn er het best in geslaagd om in te spelen op onbewuste mechanismen die zijn geëvolueerd in onze voorouderlijke omgeving. In fundamenteel andere omstandigheden, dus. Onze voorouders wisten of de jager die thuisbleef echt gewond was of gewoon lui. Zo konden ze gemakkelijk zelf oordelen welk aandeel in de buit hij verdiende. Vandaag is het veel moeilijker om te oordelen over uitkeringen voor werklozen, omdat ik die mensen niet persoonlijk ken. Net zoals ik geen gedetineerde of vluchteling persoonlijk ken, maar toch moet stemmen voor politici die het gevangenis- en migratiebeleid zullen vormgeven. En aangezien ik niet meer zelf aan factchecking kan doen, moet ik mij baseren op informatie die ik krijg uit de media en van politici zelf. Hun verhalen voeden mijn opinies."

De vraag is dan: voor welk verhaal gaan we overstag? Voor dat van de traditionele politicus, die met rationele argumenten de kiezer probeert overtuigen, of voor dat van de populist, die de kiezer op een gevoelsmatig niveau probeert te verleiden? Luc Huyse ziet de verschuiving van de ene naar de andere strategie met lede ogen aan. "Onder invloed van politieke spindoctors en de vermarkting van de campagnes probeert men mensen inderdaad te verleiden in plaats van te overtuigen", zegt hij. "Helaas leidt dat uiteraard niet tot een meer gefundeerde keuze."

Voor Michael Bang Petersen kunnen politici toch maar beter rekening houden met die evolutionaire inzichten. Verleiden is voor hem geen lelijk woord. "Oermechanismen zijn niet uitsluitend negatief", zegt hij. "Onze voorouders hadden een even gesofisticeerd brein als wij. Politici en media kunnen het slechtste, maar ook het beste in ons naar boven halen. Het enige wat je kunt hopen, is dat de verhalen die politici en media vertellen een min of meer correct beeld geven van de werkelijkheid."

De vraag is nu: doen politici en media dat? Daarover morgen meer.

MORGEN

De antwoorden op vraag 3: Liegen politici meer dan vroeger?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234