Donderdag 16/09/2021

Analyse

Zijn onze politici bestand tegen crisis en complexiteit?

Minister Jan Jambon (N-VA) van Binnenlandse Zaken en minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Beeld Photo News
Minister Jan Jambon (N-VA) van Binnenlandse Zaken en minister van Justitie Koen Geens (CD&V).Beeld Photo News

Het is geen fraai schouwspel, politici die elkaar na een crisis met de vinger wijzen. Kan een leider die respect wil afdwingen, niet beter ineens opstappen? Of nemen ministers in ons land te snel ontslag, en moeten ze net aan het roer blijven staan, zoals de kapitein op zijn schip?

Mensen hebben behoefte aan een vaderfiguur", zegt Jesse Segers. "Iemand die hen altijd komt redden. Hoe groter de crisis, hoe luider men roept om een figuur met autoriteit die de oplossing kent. Maar dat is niet meer van deze tijd. Ook onze topministers weten het niet allemaal meer. Misschien moeten ze dat maar eens luidop zeggen."

Jesse Segers is professor aan de Antwerp Management School en expert in leiderschap. "Wij zitten nog altijd vast in het idee dat één persoon de leider moet zijn", legt hij uit. "De pater familias van vroeger, die alle beslissingen nam in het gezin. Maar zo zit de wereld niet meer in elkaar. Vergelijk het met een nieuw samengesteld gezin: daar heeft de pater familias het ook niet meer alleen voor het zeggen, maar moet er altijd overleg zijn met de nieuwe partner en vaak ook met de ex-partners. Als dat niet gebeurt, zijn de kinderen het slachtoffer. Vandaag moeten politieke leiders voortdurend overleggen, anders is de maatschappij het slachtoffer."

Maar overleg vergt mentale rust. Voor nieuw samengestelde gezinnen, maar evengoed voor ministers. "Als je doodmoe bent, en opgejaagd, dan heeft het niet veel zin om samen met je ex belangrijke beslissingen te nemen over de kinderen", zegt Segers. "De kans dat het ontploft, is dan veel te groot. Dat geldt ook voor politici. Ik heb mij laten vertellen dat Herman Van Rompuy zich vroeger regelmatig een weekend afzonderde in een klooster. Dat hadden ministers Jan Jambon en Koen Geens misschien beter ook af en toe gedaan de voorbije jaren, dan waren ze beter voorbereid geweest. Ik vraag mij af of zij een plek hebben waar ze de pauzeknop kunnen indrukken, om in balans te komen. Dat heb je nodig, om kalm en rationeel te reageren in een crisis, om je emoties de baas te kunnen. Bij de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur zag je bijvoorbeeld een heel sterke paniekreactie. Ik heb het gevoel dat politici onder druk van de omstandigheden de voeling met de realiteit soms kwijtspelen."

Ook Rik Van Cauwelaert, columnist bij De Tijd en doorgewinterd Wetstraat-watcher, is niet te spreken over de manier waarop Mayeur de voorbije dagen uithaalde naar onder meer minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, naar aanleiding van het incident met de hooligans op het Beursplein. "Mayeur is duidelijk niet tegen zijn taak opgewassen", zegt Van Cauwelaert. "En dan krijg je dit soort spektakel."

Het optreden van premier Charles Michel vond hij aanvankelijk wel prijzenswaardig. "Ik vond dat hij het goed aanpakte", zegt Van Cauwelaert. "Beter dan de Franse president François Hollande na de aanslagen in Parijs. Maar na een paar dagen zag je toch dat de zenuwachtigheid toesloeg in de regering. Het onvermijdelijke spelletje zwartepieten was snel begonnen. En toen kwamen die ontslagen die geen ontslagen bleken te zijn."

Hoe het precies is verlopen, is nog altijd niet duidelijk. Maar ministers Jambon en Geens zouden enkele dagen na de aanslagen hun ontslag hebben aangeboden bij de premier, die dat prompt weigerde. "En daar hadden ze niet mee naar buiten mogen komen", zegt Van Cauwelaert. "Ontslag is ontslag, punt. Let op, ik vind niet dat ze moeten opstappen. Ik vind dat we eerst grondig moeten onderzoeken wat er allemaal is misgelopen."

De Brusselse burgemeester Yvan Mayeur. Beeld AP
De Brusselse burgemeester Yvan Mayeur.Beeld AP

Terrorist met visum

Ministers die ontslag nemen: Van Cauwelaert heeft er in zijn journalistieke loopbaan heel wat zien passeren. Hij heeft er ooit eigenhandig eentje ten val gebracht. Toen Frank Vandenbroucke in 1995 minister van Buitenlandse Zaken was, brachten de onthullingen in Knack over het Agusta-schandaal hem zwaar in de problemen. De primeur was van Van Cauwelaert: toen Vandenbroucke als partijvoorzitter had gehoord dat de Italiaanse helikopterbouwer smeergeld had betaald aan de kameraden, had hij geroepen dat ze dat geld dan maar moesten verbranden. "Vandenbroucke had zelf niets te maken met dat smeergeld", zegt Van Cauwelaert. "Hij was er ook van overtuigd dat hij niets verkeerds had gedaan en dat hij gewoon kon aanblijven als minister."

Maar hij moest ontslag nemen. "Terecht", vindt Van Cauwelaert nog altijd. "Dat was een juiste beslissing. Niet omdat Vandenbroucke een fout had gemaakt als minister, maar omdat hij in opspraak was gekomen en daardoor niet meer kon functioneren. Dat is een goede reden om ontslag te nemen. Ook het ontslag van ministers Johan Vande Lanotte en Stefaan De Clerck in 1998, na de ontsnapping van Marc Dutroux, vond ik verstandig. Zij deden dat niet omdat ze in opspraak waren gekomen of omdat ze zelf een fout hadden gemaakt, maar omdat de sfeer in die dagen ronduit hysterisch was."

Een ontslag dat voor Van Cauwelaert niet nodig was geweest, was dat van Louis Tobback, ook in 1998. Tobback stapte op als minister van Binnenlandse Zaken na de dood van Semira Adamu, een asielzoekster die bij haar repatriëring door de politie was omgekomen. "Tobback was daar kapot van", herinnert Van Cauwelaert zich. "Hij vond dat de machine van de overheid had gefaald, en voelde zich verantwoordelijk. Dat was geen berekend ontslag, maar een daad van overtuiging. Dat heb ik altijd enorm aan hem geapprecieerd."

De voorbeelden tonen het aan: ontslag nemen hoeft voor een politieke leider niet het einde van zijn carrière te betekenen. Integendeel, misschien. Soms is vastklampen aan het eigen postje de snelste weg naar de ongeloofwaardigheid. In 1991 kwam aan het licht dat Mark Eyskens als minister van Buitenlandse Zaken op de hoogte was van het feit dat terreurverdachte Walid Khaled een Belgisch visum had gekregen. "Maar hij nam geen ontslag", zegt Van Cauwelaert. "Zijn collega-ministers Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy waren vragende partij, maar toenmalig premier Wilfried Martens vond dat Eyskens kon blijven. Later zei Eyskens in een interview met de Volkskrant dat hij overal ontslag had moeten nemen, behalve in een 'apenland' zoals België - een uitspraak die hij vervolgens weer ontkende. Maar voor zijn eigen imago was Eyskens beter opgestapt."

Maar hét voorbeeld van een minister die bleef zitten terwijl hij had moeten opstappen, is Charles-Ferdinand Nothomb, die op Binnenlandse Zaken zat in 1985, toen tijdens de wedstrijd Liverpool-Juventus rellen uitbraken in het Brusselse Heizelstadion, met 39 doden en 400 gewonden tot gevolg. "Toen faalde echt alles waar Nothomb als minister verantwoordelijk voor was", zegt Van Cauwelaert. "Je zou kunnen zeggen dat die ramp in zekere zin nog het beste lijkt op de huidige situatie. Maar bij Nothomb ging het om flagrante, duidelijke fouten. Hier weten we nog niet precies hoe het allemaal zover is kunnen komen, hoe het zat met die daders die voortijdig werden vrijgelaten, welke waarschuwingen niet werden gehoord. Voor definitieve conclusies over politieke verantwoordelijkheid is het te vroeg. De miserie waarin we ons vandaag bevinden, is ook niet plots ontstaan. We zijn er als het ware ingestrompeld, stapje voor stapje."

Louis Tobback (sp.a) stapte in 1998 op als minister. Beeld Photo News
Louis Tobback (sp.a) stapte in 1998 op als minister.Beeld Photo News

De pijn van het volk

"Nothomb had inderdaad moeten aftreden na het Heizeldrama", zegt Marc Buelens, die zijn hele loopbaan managementprof was aan de Vlerick Business School. "Hij was als minister rechtstreeks aansprakelijk voor alles wat er was misgelopen. Dat is nog iets anders dan alleen maar politiek verantwoordelijk zijn, zoals Vande Lanotte en De Clerck dat waren na de ontsnapping van Dutroux."

Ook voor Buelens was het ontslag van ministers Geens en Jambon niet aan de orde. En wat vindt hij ervan dat Jambon één persoon in de vuurlinie zette: de verbindingsofficier die in Turkije zou hebben geblunderd met informatie over Ibrahim el-Bakraoui? "Dat is het principe van name and shame", zegt Buelens. "Ik begrijp dat Jambon onder grote druk staat, en er zijn veel managers die het doen, medewerkers in het openbaar uitkafferen. Wat wij als managementprof doceren: als een medewerker een fout maakt, moet je als leider altijd eerst onderzoeken wat je zélf verkeerd hebt gedaan. En wat je kunt veranderen om zulke fouten in de toekomst te voorkomen. Helaas is dat voor ministers vaak onmogelijk, omdat het politieke zelfmoord kan zijn. Politici nemen zelden de verantwoordelijkheid voor het management van hun organisatie. Daar scoren ze niet mee."

Bovendien, vindt Buelens, is onze maatschappij te complex geworden voor het klassieke leiderschap. "De mens is gemaakt om te gehoorzamen", legt hij uit. "In ons evolutionaire verleden leefden we in kleine groepjes en deelde de leider het lot van de rest van de groep. Als de groep zonder eten viel, leed hij zelf ook honger. Hij was als de kapitein op het schip, die tot het einde de storm moet trotseren. Dat verwachten mensen vandaag nog altijd van een leider. We zijn geprogrammeerd om zulke leiders te volgen."

Maar in een moderne democratie werkt het zo niet meer. "De afstand tussen de leider en het volk is te groot", zegt Buelens. "De leider voelt als het ware de pijn van het volk niet meer. Wat ministers vandaag moeten doen, heeft dus nog maar weinig te maken met het klassieke leiderschap dat mensen verwachten. En toch snakken we naar klassieke leiders. Rechtse politici spelen daarop in. Mensen zoals Geert Wilders in Nederland of Filip Dewinter bij ons appelleren aan de behoefte aan leiders die oproepen om grenzen te sluiten, muren te bouwen, bommen te gooien. Vaderfiguren die veiligheid beloven."

Angela Mandela

Maar dat soort leiderschap is niet meer mogelijk in onze complexe wereld, laat staan in dit complexe land, weet Buelens. "België heeft een veel te complexe structuur", zegt hij. "Elke vorm van transparantie ontbreekt. En de pers, die normaal gesproken controle moet uitoefenen op de politiek, begrijpt zelf ook niet meer hoe alles hier in elkaar zit. We hebben eigenlijk een grote managementaudit van de overheid nodig."

En een nieuwe vorm van leiderschap hebben we ook nodig, vindt Jesse Segers. "Vandaag verdedigen politieke leiders hun eigen achterban", legt hij uit. "Dat is een tribale vorm van leiderschap, waarbij vooral de eigen stam telt. Maar dat werkt niet meer, want alle problemen overstijgen tegenwoordig de eigen stam en achterban. We hebben politici nodig die ons kunnen verbinden, die een missie kunnen formuleren die ons allemaal overstijgt. Ik vond ook dat premier Charles Michel goed reageerde na de aanslagen, ik vond het goed dat hij het ontslag van Geens en Jambon weigerde, maar een echte missie voor dit land en deze samenleving heb ik hem nog niet horen definiëren."

Op het Beursplein, waar de ingetogen rouw vorige zondag bruut werd verstoord door extreemrechtse relschoppers, had zo'n verbindende figuur zich kunnen manifesteren, zegt Segers. "Daar kwam alles mooi samen, het was een soort laboratorium, België in het klein: je zag er stille mensen die rustig hun respect wilden betuigen aan de slachtoffers, maar je zag er ook opgefokte hooligans die hun woede op de daders wilden ventileren. Eigenlijk hebben we iemand nodig die al die gevoelens kan vertolken en overstijgen."

Het mooiste voorbeeld daarvan was Nelson Mandela. "Hij begon in Zuid-Afrika aan de ene kant van het spectrum: bij het gewapend verzet tegen het apartheidsregime. Na een lange gevangenisstraf had hij ook begrip voor de andere kant van het spectrum: hij had de taal en de literatuur van de blanken bestudeerd. Dus toen hij uit de gevangenis kwam, was hij de énige die de tegenstellingen kon overstijgen. Hij had de mensen tegen elkaar kunnen opzetten, maar in plaats daarvan riep hij iedereen op om de wapens in de zee te gooien. Mandela was wat we in het jargon een transformationele leider noemen."

Volgens Segers zijn vrouwen over het algemeen iets beter geschikt om die verbinding tot stand te brengen dan mannen. "Over het algemeen zien we dat vrouwen daar iets beter in zijn", zegt hij. "Niet allemaal, natuurlijk. Wijlen Margaret Thatcher was een vrouw die vooral een mannelijke leiderschapsstijl had. Maar de Duitse bondskanselier Angela Merkel is voor mij een goed voorbeeld van een transformationele figuur. Zij is trouwens om nog een andere reden een goed leider. Zij durft de olifant in de kamer te benoemen. Toen ze bij het begin van de vluchtelingencrisis zei 'Wir schaffen das', ging ze tegen de publieke opinie in. Al te vaak lees je dat politici wel weten hoe ze een probleem moeten oplossen, maar dat ze het niet durven omdat ze dan niet meer verkozen zouden raken. Een goed leider doet wat nodig is, zonder aan het eigen hachje te denken. Daarom vond ik het terecht dat het weekblad Time Merkel uitriep tot mens van het jaar."

Mark Eyskens bleef aan na de affaire-Khaled in 1991. Beeld Photo News
Mark Eyskens bleef aan na de affaire-Khaled in 1991.Beeld Photo News

Niet wie, maar wat

Maar zelfs met een verbindende leider zitten we nog altijd vast in het oude schema, zegt Segers. "We blijven er dan van uitgaan dat één persoon aan het hoofd van de organisatie staat. En dat schema is stilaan voorbijgestreefd. Ook in het bedrijfsleven is dat zo. We kunnen niet meer verwachten dat één man of vrouw de hele verantwoordelijkheid op zich neemt. We moeten leren denken zoals in dat nieuw samengestelde gezin: collectief beslissingen nemen, waarbij iedereen zich kwetsbaar opstelt. We worden niet meer geleid door een persoon, maar door een proces."

"Klopt", zegt socioloog Luc Huyse, die zich al zijn hele leven verdiept in de mechanismen van de Belgische politiek. "De vraag is vandaag niet langer wie verantwoordelijk is, maar wat verantwoordelijk is. Neem nu de huidige crisis: ministers Geens en Jambon hebben weliswaar de politieke eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid in ons land, maar het terreurdossier wordt toch in hoge mate gekenmerkt door onvoorspelbaarheid en onbeheersbaarheid. Onze zintuigen laten ons in de steek bij de detectie van potentieel gevaar, we weten absoluut niet wat er op ons afkomt. De diagnose ontbreekt en we hebben nog geen zicht op een mogelijke medicatie."

Bestuurlijke pech: dat is volgens Huyse nog de beste omschrijving van wat Geens en Jambon dezer dagen overkomt. "Ik vind dat ze deze crisis tot dusver goed aanpakken", zegt hij. "Als ik examinator was, gaf ik hen allebei een 7 op 10. Jambon laat weliswaar steken vallen, maar die hebben meer te maken met communicatie dan met beleid. Als hij zegt dat hij Molenbeek gaat 'opkuisen', bijvoorbeeld, jaagt hij mensen nodeloos tegen zich in het harnas. Maar Jambon noch Geens beantwoordt aan het profiel van een minister die ontslag moet nemen: er is geen sprake van machtsmisbruik of corruptie en ze hebben geen flagrante fouten gemaakt."

In België is die bestuurlijke pech wel dubbel tragisch, vindt Huyse. "Er is ook sprake van nalatigheid. De bevoegdheden in ons land zijn dusdanig verhakseld door opeenvolgende staatshervormingen dat de kans op bestuurlijke pech nog groter is dan normaal. Dat is een gedeelde schuld van de voorbije generaties, van alle politici die aan die verhakseling hebben meegewerkt, aan de versnippering van bevoegdheden over te veel instellingen en beleidsniveaus. Ik ben het ermee eens dat één sterke leider vandaag niet meer aan de orde is, maar er zou in ons land toch één federaal zenuwcentrum moeten zijn dat onze ministers dwingt om een coherent en efficiënt beleid te voeren."

Elio Di Rupo doorstond in 1996 de beschuldigingen van een fantast. Beeld Stefaan Temmerman
Elio Di Rupo doorstond in 1996 de beschuldigingen van een fantast.Beeld Stefaan Temmerman

Hevige verkiezingskoorts

In vergelijking met onze buurlanden zit België ingewikkeld in elkaar, zoveel is duidelijk. Maar hoe brengen onze politici het ervan af? Wekt het leiderschap dat zij dezer dagen tentoonspreiden hoongelach op bij buitenlandse waarnemers? "Bij mij alvast niet", zegt Pieter Klok, plaatsvervangend hoofdredacteur van onze Nederlandse zusterkrant de Volkskrant. "Ik ben tot dusver eerlijk gezegd nogal enthousiast over jullie regering. Premier Michel sloeg na de aanslagen meteen de goede toon aan, hij vond de juiste woorden en sprak die uit met de juiste trilling in de stem. En het lijkt mij moeilijk leiding geven in zo'n versplinterd land. Ik vond het ook groots van ministers Jambon en Geens dat ze hun ontslag aanboden. Zoiets zul je in Nederland niet meer zo gauw zien. In 2006 traden hier twee ministers af na een brand in Schiphol. Maar verder wordt ministeriële verantwoordelijkheid hier niet meer zo serieus genomen. Het begrip lijkt uitgehold."

Ook Marc Buelens en Rik Van Cauwelaert vinden niet dat Belgische politici zich minder verantwoordelijk opstellen dan hun buitenlandse collega's. Soms blijven ministers hier terecht zitten, terwijl ze in het buitenland hadden moeten opstappen. "Neem nu die keer dat Elio Di Rupo in 1996 als minister in opspraak werd gebracht door de verklaringen van een fantast die hem beschuldigde van pedofilie. In het Verenigd Koninkrijk had hij meteen moeten opstappen, onder druk van de pers. Hier werd hij door Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy, zijn collega's in de regering, beschermd. Toen ze hem vroegen of de beschuldigingen klopten, zei Di Rupo van niet. 'Dan neem je ook geen ontslag', zegden Dehaene en Van Rompuy. Tussen haakjes: ik denk dat Di Rupo in het huidige Twitter-tijdperk zulke insinuaties niet zou overleven."

Is dat soort politieke moed nog van deze tijd? Of neemt de kwaliteit van het politiek personeel de laatste jaren af? Luc Huyse zucht. "Ik heb mijn hele leven geweigerd om te schimpen op politici, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik op dit moment toch een beetje twijfel. De huidige generatie politici lijdt te veel aan hevige verkiezingskoorts, die hen verkrampt. In tijden als deze lijkt dat wel vluchtmisdrijf. En in mijn colleges heb ik de voorbije decennia gaandeweg gemerkt dat het niet langer de beste studenten zijn die een politieke carrière ambiëren. Het is een twijfel die ik niet graag uitspreek, maar mijn voorraad achting voor politici raakt op."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234