Woensdag 01/12/2021

Zijn naam was Fleming, Ian Fleming

literatuur

vijftig jaar geleden schreef ian fleming zijn eerste james bond-roman

In het jaar dat koningin Elizabeth II de Britse troon besteeg, kreeg het Britse Rijk een ridder die de troon met hand en tand zou verdedigen. Op 18 maart 1952 tikte Ian Lancaster Fleming (1908-1964) de laatste zin van een roman Casino Royale. De wereld van de populaire fictie zou nooit meer dezelfde zijn dankzij James Bond.

Londen / Eigen berichtgeving

Wilfried Eetezonne

'De luchtjes van parfum, rook en transpiratie van een casino om drie uur in de ochtend zijn misselijkmakend. De geestelijke afmatting van het gokken om hoge inzetten... ontstaan door een combinatie van hebzucht, vrees en nerveuze spanning... wordt dan onverdraaglijk, en de zinnen gaan zich verzetten."

Met de eerste zinnen van Casino Royale schiep Ian Fleming al onmiddellijk de wereld die twaalf romans en twee verhalenbundels moest dienen als het luxueuze decor voor zijn personage. Een gouden kooi vol briljante snoodaards en gewillige vrouwen met fantastische namen (Le Chiffre, Auric Goldfinger, Scaramanga, Mary Goodnight, Honeychille Ryder), explosies en borsten, aangevuld met minstens vier adjectieven.

In die kooi probeert James Bond te overleven. Een Brits geheim agent die is opgeklommen tot de rang van commandant en het beperkte rijtje topmensen in de 00-dienst. Een promotie met als bonus een vergunning om te doden en het codenummer 7. Op het moment dat de wereld hem leert kennen, is hij tussen de 37 en de 39 jaar. Een zoon van een Zwitserse moeder en een Schotse vader, een uitstekend schutter, zwemmer, skiër, die accentloos Frans en Duits spreekt en vooral altijd - hoewel nooit ongeschonden - wint.

Tegenwoordig wordt er nog altijd gediscussieerd over de literaire kwaliteiten van Flemings oeuvre, net zoals bij andere halfgoden uit de wereld van de populaire fictie als Chandler of Conan Doyle. Wel slaagde Fleming erin om het spionagegenre naar zijn hand te zetten en het te vernieuwen.

Fleming stelt het personage aan zijn lezers als volgt voor: "James Bond besefte plotseling dat hij moe was. Hij wist altijd precies wanneer zijn lichaam of zijn geest aan het eind was, en reageerde daar dan ook prompt op. Daardoor wist hij te voorkomen dat hij fouten ging maken."

In die eerste paragraaf over Bond ontneemt Fleming zijn personage vrijwel alle menselijkheid en stelt hij hem voor als een man die zijn lichaam beschouwt als een machine, die onderhouden moet worden om te doden. Een radertje in de grotere machine van de staatsbelangen.

Het fysiek van Bond is al even veelzeggend met zijn "sarcastische" gezicht met een litteken "als van een piraat", een "wrede" mond en "koele, blauwgrijze ogen", die hij haast masochistisch openspert in de harde stralen van zijn geliefde ijskoude douches. Alles aan het personage doet meer aan wreedheid denken dan aan de gesofisticeerde gentleman spy, de meester in dubbelzinnige conversaties uit de filmreeks, die eind dit jaar haar veertigste verjaardag viert.

De sleutel tot dat curieuze literaire personage met zijn onverzadigbare honger naar roereieren, zijn hang naar luxemerken en hoge inzetten tijdens baccarat ligt in het leven van Fleming zelf.

Je zou kunnen zeggen dat schrijven de dertiende stiel was die Fleming probeerde. Halfweg februari '52 schrijft Lady Ann Rothermere in haar dagboek: "Vanmorgen is Ian beginnen te schrijven aan een boek. Een zeer goed idee."

De 43-jarige Fleming had al jaren een relatie met Rothermere, die in 1952 zwanger werd. Een huwelijk en een inkomen om voor het kind te zorgen, konden niet langer uitgesteld worden. Bovendien had zijn broer Peter al een aantal min of meer succesvolle boeken geschreven en Fleming wilde hem naar de kroon steken.

De financiële noodzaak moet niet overdreven worden. Fleming werd geboren in een gezin waarvoor de wereld openlag. Zijn vader, Valentine Fleming, was parlementslid en oorlogsheld. Toen hij stierf - Ian was toen acht jaar - schreef Winston Churchill een in memoriam voor The Times.

Zijn scholing aan Eton en later aan de militaire academie van Sandhurst maakte hij nooit af en ook op een kostschool in Oostenrijk vond hij zijn levensdoel niet. Het werd dan maar de journalistiek. Bij het persbureau Reuters kende hij enige faam bij het verslaan van een proces tegen een Russische spion.

Fleming, die naast de erfenis van zijn grootvader greep, besefte dat de journalistiek hem niet rijk zou maken. Een volgende job bij een bank bleek te saai. Via zijn journalistieke contacten werd hij in 1939 gerekruteerd voor de Naval Intelligence. Daar zou hij later werken als assistent van admiraal John Godfrey, die later model zou staan voor Bonds baas M.

In die periode begint de fictie van zijn personage zich te vermengen met de realiteit. Er doen waanzinnige verhalen over Flemings geheimzinnige werk. Het staat vast dat hij een bureaujob had, acties tegen de nazi's hielp coördineren maar nooit "op het veld" werkte. Wel schreef hij ooit een memo voor de Amerikanen over hoe de ideale geheime dienst moest functioneren. Het werd de basis voor wat later de CIA zou worden. Als dank daarvoor kreeg hij een revolver met de inscriptie: 'Voor speciale diensten.' Bondiaanser kan nauwelijks.

Zijn boeken schreef hij steevast op zijn landgoed Goldeneye op Jamaica. Na de oorlog werkte hij nog even voor de krantengroep Kelsey, maar daarna vloog hij van januari tot maart naar zijn paradijs om te schrijven.

Alles gebeurde volgens een strak regime: opstaan, zwemmen, ontbijt (roereieren, Blue Mountain-koffie) in de tuin, 2.000 woorden schrijven op de draagbare Imperial, lunch, dutje, om vijf uur de geschreven tekst herlezen en aanpassen, schrijfmachine opbergen, cocktail... Alsof hij zelf de machine was die hij schiep.

Als naam voor zijn machine koos hij die van een ornitoloog James Bond (Bond betekent zoveel als 'boerenpummel'), want die had voor Fleming de juiste 'kleurloosheid' voor een spion.

Een machine die Fleming overigens niet goed zou onderhouden. Bond wordt meer dan eens gemarteld, heeft een lichte benzedrineverslaving, rookt zeventig sigaretten per dag, die hij laat maken uit een mengeling van Balkan- en Turkse tabak, drinkt als een tempelier, verliest zijn echtgenote, en noemt een menu van kaviaar, gegrilde rognons de veau met pommes soufflées, aardbeien met room en een fles Taitinger "gewoon voedzaam eten".

Aan de ene kant besefte Fleming de beperkingen van zijn talent en hij distantieerde zich van de angry young men die na de oorlog opkwamen. "Mijn boeken zijn niet geëngageerd", zei hij in een interview. "Ik heb geen boodschap voor de lijdende mens en - hoewel ik gepest werd op school en mijn maagdelijkheid verloor op dezelfde manier als zovelen van mijn generatie - heb ik nooit geprobeerd om het publiek op te zadelen met mijn gruwelijke ervaringen."

Hij gaf toe dat Bond zijn pillow fantasy was, bedoeld voor "heteroseksuele mannen die mijn boeken lezen op de trein, het vliegtuig of in bed." Het Walter Mitty-syndroom van de schrijver die droomt van wat hij zou kunnen zijn.

Aan de andere kant haatte hij kritiek en vooral van de groep literaire vrienden rond zijn vrouw: Noel Coward, Evelyn Waugh of Somerset Maugham.

Tegenover zijn vriend Raymond Chandler zei hij ooit: "Mijn fout is misschien dat ik mijn eigen werk niet serieus genoeg neem en liever aanvaardt dat mijn kop wordt afgebeten in familiekring. Maar als je een greintje intelligentie hebt, kun je moeilijk serieus zijn over een personage als James Bond."

Nochtans begon men Fleming na zijn dood in academische kringen stilaan ernstig te nemen. Umberto Eco heeft daaraan enorm bijgedragen en omschreef de boeken als een spelletje schaak: "De lezer kan zich onderdompelen in een spel waarvan hij de regels en de stukken - en misschien zelfs de uitkomst - kent en haalt plezier uit de variaties waarmee de winnaar het spel wint."

Fleming was in ieder geval een goede verteller, die regelmatig zijn eigen formule wilde veranderen. In From Russia With Love komt Bond pas voor in hoofdstuk 11, nadat Fleming de hele werking van de KGB uitlegde. In Goldfinger duurt een partijtje golf - zeer oncommercieel - vier bladzijden lang en in The Spy Who Loved Me - zijn ambitieuste maar minst geslaagde poging - laat hij het verhaal vertellen door een vrouw. De schrijver Fleming was grillig, onvoorspelbaar, klaar om risico's te nemen, kort in reflectie en lang in beschrijvingen van hoe 'zijn' machines werken. Het voldoet om de Bond-verhalen van zijn opvolgers John Gardner - die in de jaren tachtig de Fleming-stijl met wisselend succes zou voortzetten - en Raymond Benson - die zich louter baseert op de huidige films - om terug te grijpen naar Flemings universum. Geen wereld om op een shortlist te zetten, maar één die al vijftig jaar de hele wereld blijft boeien.

Ian Fleming schreef ooit een memo voor de Amerikanen over hoe de ideale geheime dienst moest functioneren. Het werd de basis voor wat later de CIA zou worden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234