Zaterdag 05/12/2020

Jorisgate

Zijn de aanslagen in Brussel echt de schuld van één man?

Sebastien Joris.Beeld BELGA

Onmiddellijk na de aanslagen in Brussel wees minister Jan Jambon (N-VA) naar één man: verbindingsofficier Sébastien Joris. Hij reageerde in de zomer van 2015 veel te sloom op Turkse info over zelfmoordterrorist Ibrahim El Bakraoui. Maar is dat wel zo?

Ze drinken een laatste koffietje bij Délifrance, helemaal achteraan in de vertrekhal. Daarna zet het trio zich in beweging, elk met zijn eigen bagagekar. Rechts Najim Laachraoui, links de man met het hoedje, Mohamed Abrini. In het midden stapt Ibrahim El Bakraoui. Een fractie van een seconde later is de luchthaven van Zaventem een orkaan van rondvliegend glas, bagage en brokstukken. Khalid El Bakraoui, de broer van Ibrahim, laat zich een uur later ontploffen in metrostation Maalbeek. Daarmee stort hij Brussel in chaos, en het land in rouw. Er sterven 35 mensen.

Meteen start de zoektocht die ons tot vandaag bezighoudt: hoe is het zover kunnen komen? De politie en de inlichtingendiensten maken jacht op de voortvluchtige terroristen en hun handlangers. Ze komen uit bij de broers El Bakraoui. Een naam die ook in Turkije bekend voorkomt. Een dag na de aanslagen schraapt president Recep Erdogan zijn keel op een persconferentie: Ibrahim El Bakraoui is negen maanden eerder gearresteerd op verdenking van terrorisme aan de Syrische grens, maar ondanks de Turkse waarschuwing, heeft ons land hem vrij naar Europa laten afreizen.

Het nieuws domineert meteen de internationale nieuwswebsites. België is een failed state.

Minister Jan Jambon trekt die avond nog naar zijn premier Charles Michel. In de Lambermont, op een kilometer van de ravage in Maalbeek, zitten de twee tegenover elkaar. Jambon wil ontslag nemen, omdat hem net ter ore is gekomen dat 'zijn' verbindingsofficier in Turkije, een politieman, wellicht El Bakraoui heeft laten glippen. Met alle gevolgen van dien. Jambon ziet geen andere weg dan ontslag. Collega Koen Geens zal hem volgen. Michel weigert.

Op Goede Vrijdag, twee dagen later, verschijnen Jambon en Geens in het parlement. De eerste neemt het woord en voltrekt wat op krantenredacties ondertussen 'de tweede kruisiging' heet: hij wijst naar één man, zijn verbindingsofficier in Turkije. "Hier heeft geen dienst, geen directie, geen politieapparaat, maar wel één persoon uit het politieapparaat geblunderd", benadrukt hij met loden stem. "Als ik naar de tijdlijn van de gebeurtenissen kijk, dan kan ik niet anders dan vaststellen dat hij nalatig en niet-pro-actief was."

Even later krijgt de man ook een gezicht: Sébastien Joris. Hij is de zondebok. Het lijkt alsof hij verantwoordelijk is voor de 35 dodelijke slachtoffers in Zaventem en Maalbeek.

Turkse gevangenis

Maar is dit zo? Terug naar de zomer van 2015. Ibrahim El Bakraoui stapt het vliegtuig af in Turkije. Zoals de meeste Europese strijders wil hij maar één ding: zo snel mogelijk de grens oversteken en zich aansluiten bij IS. In Gaziantep, een stad amper 100 kilometer ten noorden van Aleppo, zoekt hij daarom hulp bij een 'passeur', een man die hij een smak geld betaalt om hem de grens over te zetten. Hij doet dit meer dan waarschijnlijk samen met Samir Alamir, een Duitser die hij heeft leren kennen op Facebook.

De oversteek mislukt compleet. Hun smokkelaar speelt dubbel spel en in plaats van in Syrië belanden de twee in een Turkse cel. Bij zijn arrestatie probeert El Bakraoui zich er nog uit te praten. Hij beweert een toerist te zijn, maar in zijn reistassen vinden de agenten camouflagekledij.

Ibrahim en Khalid El Bakraoui.Beeld belga

"Hij belde met een mobiele telefoon die daar in die gevangenis circuleerde", vertelt zijn oom Moustapha Benhattal, zelf een tijdlang terreurverdachte, maar sinds een maand weer vrij. "Ibrahim zat in zak en as, hij was ervan overtuigd dat hij was verraden. Er waren meerdere gevangenen daar die op dezelfde manier waren verklikt. Ze gingen er allemaal vanuit dat de passeur samenwerkte met de Turkse politie. Ibrahim was dus z'n geld en z'n vrijheid kwijt."

Twee weken na de arrestatie komt er in Ankara, op de werkplek van de verbindingsofficier Joris, een bericht binnen van de Turkse anti-terreurpolitie. Die start met de droge mededeling: 'In het kader van de strijd tegen terrorisme melden wij u de volgende gegevens: de arrestatie van de Belg Ibrahim El Bakraoui in Gaziantep.'

Met vakantie

Wanneer het bericht binnenloopt, vrijdag 26 juni, zit Joris niet achter zijn bureau. Hij is een paar weken met vakantie in België. Hij heeft de afspraak gemaakt met zijn secretaresse, een Belgische met Turkse wortels, dat alle inkomende berichten naar hem doorgestuurd moeten worden, en dat hij haar elke ochtend even zal opbellen.

Joris is anderhalf jaar aan de slag in Ankara. Voor de hoofdcommissaris, dan 55, is deze baan een bekroning van zijn carrière bij de gerechtelijke politie. Want verbindingsofficiers zijn niet de eerste de beste agenten met een geel fluohesje aan. Voor elke vacature melden zich tientallen kandidaten, allemaal aangetrokken door het vooruitzicht op een baan in het (zonovergoten) buitenland, met een bovengemiddeld salaris, een huis en gratis onderhoud voor het gezin.

Na een reeks testen beslist een zevenkoppige jury wie de uitverkorene is. Joris - iemand die getypeerd wordt als iemand die je eerder op een sportveld dan achter een pc ziet - blijkt de juiste man voor Turkije. Hij moet er zes jaar blijven.

België heeft over de hele wereld maar elf verbindingsofficieren, en die van Turkije staat hoog in aanzien. Het land is al decennia belangrijk als een verdeelpunt voor drugs en vluchtelingen. Sinds kort zijn daar ook Syriëstrijders bijgekomen. Om de uitwisseling van informatie zo vlot mogelijk te laten verlopen, heeft België er een verbindingsofficier geplaatst. Het is een jaar voor de aanval op Charlie Hebdo, de eerste aanslag door teruggekeerde jihadisten in Europa. Niets mag nu nog aan het toeval overgelaten geworden, wordt Joris bij zijn vertrek op het hart gedrukt.

En toch. Wanneer het bericht over El Bakraoui op vrijdag 26 juni op zijn smartphone binnenloopt, heeft hij niet meteen door dat die is gearresteerd op verdenking van terrorisme. Hij vermoedt wel iets aangezien de mail via de Turkse anti-terreurbrigade komt, maar zeker is hij niet.

Omdat Joris nog geen Turks verstaat en hij vertrouwt op de vertaling van zijn secretaresse, merkt hij ook het woord 'terörizm' niet op in de hoofding van het bericht. Wat Joris wel doet, is de informatieketen in gang zetten. Met enige vertraging weliswaar. Na het weekend, om 8 u 's ochtends, informeert hij 'DJSOC terro', de anti-terreurdienst van de Belgische federale politie, over de arrestatie van El Bakraoui in Gaziantep.

Geen kruimeldief

Bij DJSOC wordt die naam door de databank gehaald. Wat ze vinden, kan tellen: El Bakraoui is veroordeeld voor zwaar banditisme. Hij heeft in 2010, samen met twee kompanen, een wisselkantoor in hartje Brussel overvallen. Wanneer ze er botsen op een politiepatrouille, slaan ze op de vlucht. Eerst vuurt El Bakraoui drie keer op het motorblok van de politiecombi, daarna schiet hij achttien keer op een politieman, die vijf kogels in zijn bovenbeen krijgt. Hij wordt veroordeeld tot tien jaar cel, maar mag na de helft daarvan vrijkomen. Sinds oktober 2014 is hij weer voorwaardelijk vrij.

Voor DJSOC is het duidelijk dat het niet om een kruimeldief gaat, maar over terrorisme zelf maakt zijn dossier geen enkele melding. De aanwijzingen dat hij is opgepakt in grensstad Gaziantep en goed met zware wapens overweg kan (gericht schieten vanuit een auto is aartsmoeilijk volgens specialisten), wegen voor de dienst niet zwaar genoeg door om meteen in actie te komen. Er wordt beslist om Joris bijkomende info te laten opvragen in Turkije.

Maar Joris, die nog twee weken in België verblijft, maakt niet meteen contact. Hij kan namelijk weinig van thuis. Hij heeft nauwelijks informele aanspreekpunten om op te bellen. Net na zijn start in Ankara voerde Erdogan een zuivering door in de politietop. Het netwerk dat de vorige verbindingsofficier zo zorgvuldig had opgebouwd, was in één klap verdwenen. En een nieuw adressenboekje kost tijd.

Onmiddellijk terugkeren dan maar? Dat ziet Joris niet zitten. Zijn ervaring leert dat dit er bij dit soort dossiers sowieso enkele maanden over gaan. Hij heeft dus wel genoeg tijd. Uiteindelijk beslist hij om een afspraak te maken voor een vergadering met de Turken op zijn eerste dag terug: 15 juli.

Eén dag te laat, zo blijkt.

Stomverbaasd

De ochtend voordien heeft Turkije El Bakraoui en zijn Duitse kompaan Alamir op een lijnvlucht richting Schiphol, Amsterdam gezet. Een halfuur voor hun vertrek wordt Nederland hiervan verwittigd via een zogenoemde 'elektronische nota', zonder vermelding van de reden voor die beslissing. Ook België en Duitsland krijgen zo'n nota binnen.

In geen van de drie landen wordt die opgemerkt. Deze werkwijze wijkt dan ook af van de normale gang van zaken. Doorgaans telefoneren de Turken nog naar de betrokken ambassades of verbindingsofficieren om hen te verwittigen. In het geval van El Bakraoui wordt de Belgische ambassade pas in de late namiddag gewaarschuwd, als hij al uren gearriveerd is. "Ik heb Ibrahim na dat telefoontje vanuit Turkije niet meer gezien of gehoord", vertelt zijn oom Benhattal. "Maar ik heb wel van zijn broer Khalid gehoord dat Ibrahim stomverbaasd was toen hij op Schiphol landde en gewoon de luchthaven uit kon wandelen zonder politie. Hij zal dan wel hebben beseft dat hij moest onderduiken."

Het Belgisch gerecht houdt er vandaag rekening mee dat El Bakraoui zijn vrijheid heeft afgekocht. In een van de vele verhoren na 22 maart zegt een verdachte dat El Bakraoui in Turkije 7.000 euro is verloren, wat volgens de ondervrager "het bedrag zou kunnen zijn van de omkoping die hij lijkt te hebben gedaan om niet naar België te worden uitgewezen".

De oom van El Bakraoui vindt dit een onwaarschijnlijke hypothese. "Ibrahim zei me tijdens een telefoontje dat hij op een vliegtuig naar België of de Benelux zou worden gezet.

Hij was ervan overtuigd dat hij bij de landing zou worden opgepakt en weer twee of drie jaar in de gevangenis zou moeten. Wij, de familie, vonden dat heuglijk nieuws. Als hij zou vastzitten, zou hij niemand kunnen doden en zelf niet gedood worden. Het was een opluchting."

Het geld waarvan sprake in het verhoor zou evengoed dat voor de passeur kunnen zijn.

Hoe dan ook, wanneer Joris op 15 juli met de Turkse autoriteiten samenzit, is El Bakraoui spoorloos. En hij belandt helemaal van de greppel in de gracht wanneer hij verneemt dat de Belg inderdaad werd opgepakt als terreurverdachte. Veel meer kunnen ze hem daar niet zeggen. Als hij een concrete uitleg wil, moet hij eerst een officiële schriftelijke vraag indienen.

Opnieuw wordt de diplomatieke tamtam in gang gezet: na een telefoontje met DJSOC in Brussel wordt beslist om achter de hele waarheid te gaan. Met alweer vertraging, weliswaar. De twee dagen daarop viert Turkije het einde van de ramadan, met twee officiële feestdagen, en daarna is het weekend. Uiteindelijk verstuurt Joris de vraag op 20 juli.

Wantrouwen

In de kantoren van DJSOC beweegt er die dagen weinig, en dat zal de komende maanden zo blijven. Men wacht op een Turks antwoord. De dienst wil niet in actie schieten voordat ze meer weet over de verdenkingen rond El Bakraoui.

Bijgevolg blijft ook de verkregen info over de arrestatie in Gaziantep en zijn gedwongen uitwijzing naar Nederland liggen. Er wordt geen samenwerking opgezet met Nederland om hem op te sporen. Er wordt geen verslag opgemaakt voor de andere diensten van de federale politie. En er wordt ook aan de lokale korpsen in Brussel, die El Bakraoui al te goed kennen sinds zijn raid, niet gevraagd om een oogje in het zeil te houden.

Een van de belangrijkste redenen blijkt wantrouwen tussen de verschillende departementen. DJSOC terro, waarvan de zowat vijftig politiemensen speciaal getraind zijn en bijgestaan worden door islamologen, vindt dat alleen zij overweg kunnen met zo'n dossier.

El Bakraoui blijft zo na zijn 'ontsnapping' ongestoord. Pas in augustus wordt hij geseind omdat hij niet meer komt opdagen bij de justitie-assisent die zijn voorwaardelijke invrijheidstelling opvolgt. Maar op een terreurlijst verschijnt zijn naam nog niet. Op een vergadering op 9 december tussen DJSOC, de Staatsveiligheid en het gerecht over jihadisten wordt het brokkenparcours van de broers El Bakraoui besproken, zonder gevolg.

Ondertussen huurt Ibrahim, zij het onder de naam Miguel Dos Santos, een appartement in de Max Roosstraat in Schaarbeek. Het is vanop dit appartement dat El Bakraoui later een taxi zal bestellen om hem en zijn handlangers naar Zaventem te voeren.

Kloek en ei

Of de aanslagen voorkomen konden worden, blijft een open vraag. Maar het staat wel vast dat niet alleen de verbindingsofficier Joris fouten heeft gemaakt, misschien zijn de grootste wel door DJSOC gemaakt. De anti-terreurdienst is maandenlang op belangrijke informatie blijven zitten, als een kloek op haar ei, terwijl die allicht een verschil kon maken.

De dagen die Joris heeft verspeeld in de zomer van 2015 na de arrestatie van El Bakraoui, staan tegenover de weken en maanden die de anti-terreurspecialisten van de politie hebben laten verglijden. Pas op 11 januari, als Turkije eindelijk officieel antwoordt dat El Bakraoui opgepakt werd als IS-aanhanger en dat er camouflagekledij in zijn tas werd gevonden, wordt zijn naam toegevoegd aan de terreurlijst. Dat is een half jaar nadat DJSOC weet heeft van 'het Turkse debacle'.

Naajim Laachraoui, Ibrahim El Bakraoui en Mohamed Abrini op beelden van de beveiligingscamera van de luchthaven van Zaventem, vlak voordat ze de aanslag plegen.Beeld © Photo News

Ook in de onderzoekscommissie in het parlement kijken veel politici nu naar de onderbelichte rol van DJSOC. Tijdens hun verhoren namen

Patrick Ludinant en Eddy Greip, de oversten van de brigade, de twijfels niet echt weg. Integendeel. Vandaar ook de opgewonden reacties afgelopen maandag, nadat Joris wel een samenhangende verdediging neerzette. De oppositiepartijen eisen nu verontschuldigingen van Jambon, maar die denkt er niet aan. Hij blijft bij zijn oorspronkelijke punt. Iemand op een belangrijke post als Joris moest gevatter reageren na de arrestatie van El Bakraoui.

De ironie van het lot wil dat Joris en Jambon elkaar vlak voor de aanslagen in Brussel nog ontmoeten. Begin maart van dit jaar reist de minister, in een volgepropt regeringsvliegtuig met de ministers Geens, Reynders en Francken naar Ankara. Ze komen er met Erdogan spreken over betere informatiedelig over jihadisten.

Op het tarmac wacht Joris hen op. Het is mooi weer en een van de delegatieleden grapt dat de verbindingsofficier nog een stevig karuur heeft voor een vijftiger.

De ontmoeting zelf loopt af op een sisser. De delegaties raken het niet eens over de bescherming van de mensenrechten en de Koerdische kwestie. Erdogan wil geen kennis delen met een land dat de 'terroristische' Koerden welkom heet. Onmiddellijk is ook duidelijk waarom hij een paar weken later, amper een dag na de aanslagen, plots een persconferentie houdt om België en Jambon in zijn hemd te zetten.

De wraak van de Sultan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234