Vrijdag 22/11/2019

'Zijn beste periode? Toen hij gek was'

Eindelijk is er onomstotelijk bewijs: Vincent van Gogh sneed (bijna) zijn hele oor af. De Britse Bernadette Murphy schreef er een meeslepend boek over. 'Van Gogh maakte zijn beste werk toen hij gek was.'

"Ík ben niet gek hoor." Bernadette Murphy lacht bij de gedachte. Zeven jaar deed ze onderzoek naar Van Goghs tijd in de Provence, een periode waarin ze niet enkel de schilder leerde kennen, maar ook zijn kennissen, en de kennissen van die kennissen, en de medische rapporten over die kennissen, en hun handtekeningen, een mateloosheid die, beseft ze op vandaag, een best zonderlinge indruk maakt. Met gekte echter heeft haar eindeloze speurwerk niets van doen: 'Vasthoudendheid, dat wel.'

Het was niet voor niks. Vandaag is de wereldwijde publicatie van Van Goghs Oor (het ware verhaal), een grondig gedocumenteerde vertelling over de jaren 1888 en 1890 die Van Gogh doorbracht in Arles en St. Rémy, een periode die begon met de hoop op een te vormen kunst-broederschap, en die eindigde in een gesticht. De motor van dit persoonlijk boek - Murphy doet haar onderzoek uitgebreid uit de doeken, intieme ontboezemingen incluis - is de opklaring van het mysterie rond het drama van het afgesneden oor. Die onthulling is een selling-point van jewelste, en dat voel je aan de strak georkestreerde promotionele tamtam rond het boek. De journalist moest een embargocontract tekenen (met een boete van 50.000 euro bij overschrijding) en de auteur krijgt mediatraining. Deze ochtend spreekt ze nog vrijuit, goddank.

De keuze voor juist deze cold case, vertelt de in Engeland geboren en getogen, maar al sinds de jaren 80 in de Provence wonende Murphy, was niet in de eerste plaats ingegeven door liefde voor Van Goghs schilderijen, die ze vooral kende van de reproducties, en die ze eerlijk gezegd altijd beschouwd had als oubollig. Nee, het was specifiek het mysterie rond het oor-verhaal dat prikkelde, een zaak die tegelijk bekend en schimmig aandeed: "Van Goghs oor is een van de beroemdste incidenten uit de moderne kunst. Iedereen heeft ervan gehoord. Tegelijk weet niemand echt wat er precies gebeurd is. Ik wilde daar proberen achter te komen."

Dat ze een verwantschap met de Nederlander voelde, die door de hechte Provençaalse gemeenschap net als zij lang werd beschouwd als een vreemde, was mooi meegenomen.

Nauwelijks absint

Ze ging aan het werk met de mentaliteit van een forensisch onderzoeker. Ze bracht honderden bezoeken aan het gemeentearchief van Arles (en archieven elders), en wist met dank aan de Franse bureaucratie een overstelpende hoeveelheid documenten op te vissen: negentiende-eeuwse stadskaarten - Arles werd in 1944 door de geallieerden gebombardeerd-, ziekenhuis-plattegronden, personenregisters, alsook medische rapporten van patiënten met venerische ziekten; ook legde ze een database aan met Arlesianen uit Van Goghs sociale omgeving.

Toen ze begon, verwachtte ze dat die uiteindelijk zo'n 700 à 1.000 namen zou bevatten. Inmiddels staat de teller op 10.000. Onder hen enkele bekende gezichten, zoals Van Goghs vrienden, postbode Joseph Roulin en de beminnelijke Marie Ginoux ("Van Gogh was minder eenzaam dan vaak wordt aangenomen"), tot minder bekende zoals Joseph d'Ornarno, de hoofdcommissaris van Arles politiekorps. Een hele gemeenschap, vertelt Murphy, kwam tijdens haar onderzoek tot leven. "Toen ik begon, waren de inwoners van de stad slechts namen op papier, met als uitzondering die enkeling op een portret. Inmiddels ken ik die mensen als mijn eigen vrienden."

Het wierp vruchten af. Ze deed veel kleine vondsten - van de identificatie van een jong model tot een correctie van het beeld van Van Gogh als absintverslaafde (werd nauwelijks geschonken in Arles) tot een mildere manier van denken over de rol van Paul Gauguin in de vriendschap ("Hij had in Vincent een heel lastige huisgenoot; een slappere man had al lang de benen genomen") - en wat grotere vondsten.

Zo ontdekte Murphy door het eindeloos vergelijken van signaturen dat de petitie die Van Gogh na het afsnijden van zijn oor uit Arles had moeten verbannen niet door een 'aanzienlijk deel van de gemeenschap werd gesteund, zoals vaak wordt aangenomen, maar door slechts een dertigtal mensen, de meeste niet uit Arles afkomstig. En daar stopte de intrige niet. Het clubje bleek ook nog eens opgetrommeld door de eigenaar van Van Goghs huurhuis en de uitbater van de aanpalende kruidenierszaak, mannen die handel zagen in het pand: "Economische belangen speelden mee."

En dan was er nog het incident met Het Oor.

Het had plaats op 23 december 1888, even voor middernacht, aan de rue Bout d'Arles, de rose buurt van Arles waar bijna elk van de twaalf huizen dienst deed als bordeel. Het had geregend die avond, zoals het al dagen regende, en Van Gogh, die sinds enkele maanden in het Gele Huis aan de Place Lamartine samenhokte met Gauguin, een man met wie hij welbeschouwd weinig anders gemeen had dan het kunstenaarschap, maakte een zeer creatieve, maar ook een zeer instabiele periode door.

Hij was geagiteerd, en daar was alle reden toe. Broer Theo had aangekondigd te gaan trouwen (wat Vincents financiële basis nog meer precair maakte), Gauguin, tegen wie Van Gogh enorm opkeek, bleek niet de gedroomde kunstbroeder om het Gele Huis mee te bestieren, zijn buurtgenoten zagen hem als een idioot en nare dromen maakten zijn nachten tot een hel. Hij was, kortom, een bom die steeds harder tikte.

Wat er die nacht precies voorviel, was lang schimmig. Het Van Gogh Museum, dat kan bogen op de grootste expertise op het gebied van de schilder, omschreef de gebeurtenis als volgt: "Op de avond van 23 december 1888 werd Van Gogh getroffen door een zenuwinzinking. Als gevolg daarvan sneed hij een stuk van zijn linkeroor af, dat hij naar een prostituee bracht. De politie vond hem de volgende ochtend in zijn huis en liet hem in het ziekenhuis opnemen."

Wel of geen prostituee?

Hierover wordt al sinds Van Goghs dood gespeculeerd. Waarom bood de schilder zijn oor aan aan een prostituee? Wie was zij? En vooral: wat betekende 'een stuk van het oor' in deze context? Had van Gogh de hele schelp met behulp van een scheermes weggenomen, zoals Gauguin in zijn memoires had beschreven? Of was het slechts een lel, zoals werd opgemerkt in de correspondentie van de schilder Signac en van Jo van Gogh-Bonger, de weduwe van Vincents broer Theo?

Welnu, die laatste vraag heeft Bernadette Murphy eens en voor altijd beantwoord.

En het ironische is: de oplossing was er altijd. Het diende als research voor de grootste Van Gogh mythemaker ooit: Lust for Life, Irving Stones bestseller uit 1934, later verfilmd met Kirk Douglas in de hoofdrol. Voor dat boek had Stone research gedaan op locatie, en een van zijn bronnen was Félix Rey, de arts die 40 jaar eerder, als stagiair, Van Gogh had behandeld aan zijn wond, en die voor Stone desgevraagd een schematisch tekeningetje van de wond op een vel papier maakte. Dat document bevond zich in de schrijvers nalatenschap in de bibliotheek van Berkeley, Universiteit van Californië in San Francisco en Murphy wist er na enig geschrijf haar hand op te leggen.

Het toont de handtekening van de dokter plus twee tekeningetjes, één voor en één na de geweldsdaad, een stippellijn markeert hoe het scheermes het vermaledijde oor doorkliefde. Louis van Tilborgh, conservator van het Van Gogh Museum en raadspersoon van Murphy, noemt het een "mooie vondst, een afbeelding die voortaan een plekje zal krijgen in iedere biografie". Murphy op haar beurt meent dat het twee dingen impliceert: Eén: "Het afsnijden van het oor was, zoals gedacht is, geen ongeluk." En twee: "Van Gogh maakte zijn beste werk terwijl hij gek was."

Daar stopt de onthulling niet. Er was immers nog de ontvanger van het oor, die in politieverslagen en krantenberichten opduikt onder de uit de toon vallende naam Rachel (de joodse populatie in Arles was klein tot non-existent) en met wier kleinzoon Murphy door een mengeling van speurzin en toeval in contact kwam. Zij heette in werkelijkheid geen Rachel maar Gabriëlle, en zou voor haar stadsgenoten te herkennen zijn geweest aan een groot litteken op haar arm - een aandenken aan een hondenbeet opgelopen als kind.

Saillanter: zij zou geen prostituee, maar een schoonmaakster zijn geweest, die ook de kantoren reinigde op de Place Lamartine - Van Gogh zag haar daar blijkbaar elke dag. Tenminste, zo wil het verhaal van de familie, wier naam Murphy niet bekendmaakt, een geschiedenis met sociaal wenselijke trekken. Louis van Tilborgh: "Een theorie als deze moet je als historicus kritisch tegen het licht houden. Ik bedoel: als Gabriëlle schoonmaakster was, waarom hing ze dan nog zo laat rond in het bordeel?"

Als een Christus

Hoe het ook zij, hetgeen echt nieuwsgierig maakt - wat de gift van het oor nu precies te betekenen had -, daarover doen al decennia allerlei theorieën de ronde. Die variëren van Van Gogh als imitator van Jack the Ripper (over wie in Franse kranten druk geschreven werd; en die prostituees de oren afsneed) tot Provençaalse toreadors (die hadden traditiegetrouw de gewoonte om na het doden van de stier diens oren aan het mooiste meisje in het publiek te geven), tot het doldwaze idee dat Gauguin, die aardig kon schermen Vincents oor zou hebben afgehakt; allemaal theorieën die om een of andere reden niet opgaan.

Wat nog het best overeind blijft: het idee van opoffering. Als een Christus aan het laatste avondmaal wilde Van Gogh zijn lichaam geven aan iemand die in zijn ogen behoeftig was. Murphy: "Laten we wel wezen, deze man was een religieuze gek, en had de neiging tot extreme zelfopoffering. Maar dat blijft speculatie."

Nu is het boek uit. Het betekent niet dat ze klaar is met Van Goghs stadsgenoten. Graag zou ze een project doen over de mannen en vrouwen op Van Goghs doeken ("Over die lieve postbode Roulin heb ik nog bergen aan informatie"), maar een andere onderzoeksklus lijkt haar ook wel wat. Munchs vinger, wellicht? "Alsjeblieft, darling, even niks anatomisch meer voor mij."

Nederlandse vertaling: Van Goghs Oor (het ware verhaal), Bernadette Murphy, verschijnt bij Hollands Diep, 344 pagina's

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234