Dinsdag 12/11/2019

Ongevallen Schaarbeek

Zij racen door Schaarbeek: ‘100 per uur in de bebouwde kom, ík kan dat’

Beeld Wouter Maeckelberghe

Het is adrenaline, frustratie en nervositeit. Het zijn straffen die niet afschrikken en ouders die boetes betalen. Ze weten het wel, de jonge mannen die als snelheidsduivels door de stad scheuren. ‘Pas als ik zelf kinderen heb, ga ik kalmeren.’

“Het lijkt zo plezant, zooo snel gaan. Wij kijken ernaar uit om te racen in onze eerste auto.” Enis doopt twee frieten tegelijk in zijn ketchup en lacht breed. Hij is 15 en woont in Schaarbeek. Vlak bij waar vorige week een hardrijder een meisje omver maaide, smult hij vanavond met twee vrienden van fastfood op het terras van een snackbar.

We bevinden ons op het kruispunt van de Helmetsesteenweg en de Nestor De Tièrestraat. Een kleine maand geleden werd hier een driejarig meisje gegrepen door een wagen. Begin juni werd vlakbij een jongetje aangereden door iemand die vluchtmisdrijf pleegde. En afgelopen week werd een kruispunt verderop een 14-jarig meisje aangereden door een automobilist met rijverbod die ook op de vlucht sloeg.

Heel af en toe vlamt er inderdaad een ‘patserbak’ in glimmend wit langs Enis en zijn smikkelende vrienden. Zoals de bestuurder van de enorme Cadillac die plots uit een zijstraat schiet zonder te checken of hij iemand kruist. De chauffeur leunt met één arm uit het open raam, de stomende rap galmt naar buiten.

Een SUV van het merk ‘RAM’, een tanker met veel blinkend chroom, hangt tegen de bumper van een voorligger die zich aan de zone-dertig-regel probeert te houden. Om dan op het nippertje te stoppen wanneer een voetganger aan het voetpad verschijnt.“Je weet het nooit zeker”, zegt Enis. “Je kunt hier pas oversteken als ze enkele seconden echt helemaal stilstaan.”

In Schaarbeek is het vaak oppassen geblazen bij het oversteken. Beeld Wouter Van Vooren

Na de dood van De Standaard-journaliste Stephanie Verbraekel in november 2017 vroeg het burgercollectief 1030/0 meer controles. Die kwamen er en de resultaten zijn volgens oprichter Pieter Fannes angstaanjagend. “Sommigen rijden hier honderd per uur. En dan zijn het inderdaad soms buitenlandse nummerplaten van gehuurde auto’s. Vanaf een uur of negen ’s avonds hoor je de gierende banden van de wegpiraten die racen.”

Rodeo drivers noemt de politie ze. Vaak rijden ze in gehuurde auto’s die ze delen met ‘gelijkgestemden’. “Ze zijn lastig te vatten omdat het niet per se alleen om te snel rijden gaat”, zegt politiewoordvoerster Audrey Dereymaecker. “Ze trekken bijvoorbeeld heel snel op over een kleine afstand, geven hun voorrang niet waar dat moet, weigeren te vertragen vlak voor een zebrapad, rijden op het voetpad en snijden bochten af.”

Al zijn zij zeker niet de enigen die ongelukken veroorzaken.

“Bij de vier recentste ongevallen voldoet maar één chauffeur aan het typische profiel van de allochtone jongeman die helemaal loos gaat in een huurwagen”, zegt Fannes. “De andere keren waren het onoplettende chauffeurs in hun eigen wagen, onder wie twee vrouwen. In de cijfers zie je ook dat 80 procent hier flink sneller rijdt dan dertig. Er heerst een uitgesproken autocultuur bij veel meer mensen.”

Beeld Wouter Maeckelberghe

Gefrustreerd

Met hun agressieve stijl zijn het wel de rodeo drivers die het onveiligheidsgevoel het meest aanwakkeren. Zoals bijvoorbeeld de uitgebouwde witte Audi die met luide beats aan komt vlammen maar wel net op tijd stopt voor een oudere dame die oversteekt. Ze zet het terstond op een drafje.

“Dat zie je hier de hele tijd”, zegt Ismael, vijftiger en buurtbewoner. “Het is een psychologisch spel. Ze maken voetgangers bang. Ze zijn gefrustreerd, willen dat iedereen naar hen kijkt en denken dat ze zo respect afdwingen. Het zijn met andere woorden totale idioten. Soms denk ik dat ze psychisch ziek zijn. Of dat hun vaders hen niet opgevoed hebben.”

Ismael is ‘fort dégoûté’. “Ik heb in San Sebastian gewoond en daar heb ik dit nooit gezien”, zegt hij. “Waarom controleert de politie hier niet geregeld straat per straat paperassen en snelheid?”

Ahmed kijkt vanuit zijn krantenwinkel de hele tijd uit op dit kruispunt. “Het is een catastrofe”, zegt hij. “Telkens als ik die gierende banden hoor, hou ik mijn hart vast. Onze kinderen mogen niet alleen op straat.”

Beeld Wouter Maeckelberghe

Net zoals veel anderen hier wijst hij naar de arm der wet die ‘veel te slap’ is. Uitgerekend vrijdag raakte bekend dat de twintigjarige doodrijder van Verbraekel veroordeeld wordt tot een werkstraf van 250 uur en een rijverbod van vier jaar. De door het parket gevorderde celstraf, krijgt hij niet. “Wij zijn erg pessimistisch. Zonder straffen die naam waardig zullen er altijd weer doden vallen”, zegt Ahmed.

Bestaat er zoiets als een ‘Maghrebijnse autocultuur’? Volgens Mohammed, zeventiger en imam, zijn verloren gelopen jonge mannen het probleem. “Wat ze doen is verboden in de islam. In de moskee kan ik het er wel over hebben, maar dit zijn geen types die naar de moskee gaan. Als mensen vinden dat het een typisch fenomeen is van bepaalde moslimmannen, dan hebben ze gelijk. Alleen met veel strengere straffen krijgen we dit opgelost. Nu voelen ze zich zo vrij als een vogel.”

Vrijdagnamiddag spreken we Y. aan, een twintiger van Marokkaanse komaf, die in z’n witte Audi geparkeerd staat in de Van Ysendijcklaan, vlakbij de ingang van basisschool de Mozaïek. Hij wil zeker meewerken aan de reportage. Hij gaat zelfs herkenbaar op de foto. 

Beeld Wouter Maeckelberghe

Mensen die zonder rijbewijs hardrijden moeten aangepakt worden, vindt hij, en slechte chauffeurs die 50 halen waar ze maar 30 per uur mogen, ook. “Ik kan me wél veroorloven om 100 per uur in de bebouwde kom te rijden, want ik kan goed rijden, ik kan het overzicht bewaren en ik rij enkel snel als er geen mensen in de buurt zijn. Ik heb nog nooit iemand aangereden.” Boetes stoppen hem niet. Hij kreeg al drie pv’s van 200 euro. “Die heb ik betaald, maar mijn gedrag verandert niet. Wat wel helpt, zijn die borden met ‘U rijdt te snel’. Als ik die zie, dan vertraag ik meteen.” 

Woede en opgekropte emoties hangen samen met zijn zware voet. “Ik voel me soms niet goed, inderdaad. Vandaag heb ik uit frustratie mijn vuist tegen de muur geslagen (toont zijn bebloede knokkel). Dan helpt hardrijden om m’n gedachten te verzetten.” De waarschuwingen van zijn vader relativeert hij. “Hij maakt wel opmerkingen, ja. Maar toen hij zelf jong was, deed hij dit ook. Ik kan gewoon niet traag rijden. Het moet vooruit gaan in het leven. Maar ik rijd bewust. Later wil ik trouwens politieagent worden. Dus mijn rijkunsten zullen nog van pas komen.”

 Y. neemt afscheid. Zijn banden maken piepgeluiden als hij vertrekt.

Drank en ruzie

Dat de rodeo drivers alleen maar mannen met Marokkaanse roots zijn, klopt niet. De politie benadrukt dat het fenomeen onder zowat alle van de erg veel nationaliteiten in Brussel voorkomt. Ook bij de Albanezen, Polen, Italianen en Fransen zitten snelheidsduivels. Een jonge Brazilaanse hardrijder: “Bij mij speelt muziek een grote rol. Hoe luider de beats, hoe harder ik rij. Idem met drank en ruzie. Vluchten wil ik dan. Ik beland in een soort roes.”

Ook Vlamingen zijn verslingerd aan racen. Vier blonde vrienden uit Groot-Bijgaarden, Dilbeek en Grimbergen willen vertellen wat hardrijden voor hen betekent. We ontmoeten hen op een terras aan de Beurs. Opvallende dure auto’s zeggen hen niet meteen iets. “Ik rij in een bescheiden Citroën DS”, zegt Michel. Ken, de meest ‘nerveuze’ chauffeur hier, rijdt zelfs in een Peugeot Partner Tipi, een beetje de bakfiets onder auto’s want compact en erg gezinsvriendelijk. Rodeo drivers zouden je ermee uitlachen.

“Ik begrijp de Marokkaanse jongens in hun BMW’s en Mercedessen”, zegt Ken. “Zeker nu het Vlaams Belang goed scoort, ontploffen zij wellicht van frustratie. Ze willen de Vlamingen overklassen met hét symbool bij uitstek van een geslaagd leven hier bij ons: de luxeauto. Je kunt niet zeggen dat die typisch Marokkaans is. Veel oer-Vlaamse CEO’s zijn ook helemaal tuk op dikke, snelle bakken. En ook Vlaamse jonge mannen gaan naar tuningbeurzen.”

Maar deze jongens is het in de eerste plaats om de snelheid te doen. Gilles rijdt op de pechstrook als ‘de anderen weer te traag zijn’. Edouard weet na drie jaar van talloze boetes dat hij veel minder riskeert als hij zijn snelheidslimiet op 150 vastklikt. Michel is sinds hij geflitst is aan 94 kilometer per uur waar je 50 mag ‘kalmer maar wel nog heel snel.’ Zijn moeder betaalde en nam de straf van zestien maand rijverbod op zich.

Racen in de stad is eigenlijk niet de bedoeling. “Maar soms kun je het niet laten”, zegt Michel. “Bijvoorbeeld als je met vrienden uitgaat en je staat samen met drie in een rij voor een rood licht. Dan wil je de snelste zijn natuurlijk. Maar als ik denk aan die verongelukte kinderen, ga ik me beheersen in de stad. Op de snelweg ga ik wel hard, zeker tot 150. Ik begrijp de straatracers in hun drang naar de adrenaline, maar ik zou hen willen zeggen dat je dat op zoveel andere plekken veel beter kunt doen dan in Brussel.”

In Grez Doiceau bijvoorbeeld, zegt Ken. “Dat is in Waals-Brabant. Er is een rechte strook van twaalf kilometer. Ik heb daar eens 297 kilometer per uur gehaald.” Hij grijnst. De anderen reageren ontzet. “Dat is dan weer gestoord”, reageert Michel. “Ik vind dat wij ridders zijn. Ridders in een doodskist op vier wielen. In de bebouwde ben je best hoffelijk. Ik rits als het moet. Ik rij vinnig maar met respect voor anderen. Maar als en waar het kan, trap ik door.”

Niet iedereen heeft die discipline, zo blijkt. “Als je hard rijdt, dan sta je er ook in de stad niet meer bij stil dat je dat doet”, zegt Edouard. “De snelheid bedwelmt. Ik heb eens bijna een kind geraakt en toen was ik in shock. Maar ik ben niet trager gaan rijden. Ik zal dat pas doen als ik zelf kinderen heb, denk ik.”

‘Knetter van traagheid’

Op de vraag waarom ze zo snakken naar snelheid op de weg verwijzen ze vooral naar hun lichaam en naar de cultuur waarin ze zijn opgegroeid. “Het is echt een zowat fysieke verslaving”, zegt Gilles bijvoorbeeld. “Ik besef rationeel hoe riskant en egoïstisch het is en toch stop ik niet. Ik heb nu zelfs een motor omdat ik de auto niet meer spannend genoeg vind. Het moet vlammen.”

Ken is altijd nerveus. “Bij mij moet alles snel gaan. Al in mijn kindertijd werd ik knetter van traagheid.” Michel noemt het ‘je m’en foutisme’. “We moeten daar niet hypocriet over doen. Als je zo doorraast, ga je in je onverschilligheid hangen. Waar dat vandaan komt, weet ik niet goed. Ik kan alleen maar zeggen dat het niet eenvoudig is om jong te zijn. Weet je hoe wij een meisje moeten versieren? Via Instagram. Ik word daar zot van.”

En auto’s spelen ook rol bij daten, zeggen ze. Je wil tegen je date toch niet moeten zeggen dat je met de bus bent? Je wil toch indruk maken. En dat doe je met een auto, liefst een snelle. “Met dat idee zijn wij opgegroeid”, zegt Michel. “Met films als The Fast & The Furious, met computergames als Need for Speed. Wij gingen ook karten als kind. En als er in onze familie spanning of stress is, dan gaan de mannen met de auto rijden om zich af te reageren. Dat heb ik altijd gezien, zowel in films als in het echt.”

De anderen beamen. “De snelle-autocultuur is iets waar alle jongen mannen mee opgroeien”, zegt Gilles. En sommigen zoals wij raken er verslaafd aan. Veel jonge mannen in Brussel zijn toevallig allochtonen. Het is dus vooral statistiek.”

De namen van de getuigen zijn op hun vraag gefingeerd. Alleen Y. wilde herkenbaar op foto.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234