Dinsdag 27/10/2020

Zij glijdt, hij raast

'Eigenlijk zijn we te gewoon, niet theatraal genoeg, we verkiezen de achterdeur om binnen te komen.' Die 'we'. Die ampersand. Gilda & Vic, zielsverwant, hand in hand op straat, zijn nu ook weer op de bühne bijeen. Het is naast passie een kwarteeuw van vechten en posities zoeken geweest, mild tegen ontvlambaar.

Door Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Een vreemd kapsel heeft hij, beetje 'Lambik meets Carry Goossens', maar het is Lenin naar het schijnt. Vic schaamt zich voor zijn half vollemaanhoofd en haarkrans om de oren, voor de tijdelijke metamorfose. Hij houdt van schoonheid en van zelf mooi zijn. "Ik vind hem sprekend op Anthony Hopkins lijken", sust Gilda. "Sean Connery vind je ook niet erg, hé schat."

Gilda De Bal en Vic De Wachter spelen vanaf volgende week samen Wolfkers, bij Toneelhuis, even als koppel zelfs. Vrij uitzonderlijk, want ze spelen zelden wat ze in het echt zijn: delers van bed, tafel, verleden en wezen. Ook zeldzaam is dat ze samen in een artikel, binnen het kader van een foto, staan en het over dat gekoppelde hebben. Maar als ze het doen, zijn ze open en ongeremd. Ze práten. Eerst elk op hun stoel, erna strekken ze zich uit op de bank, om op het einde bijna lepeltje te liggen. Omdat het gesprek almaar dieper, én triester én mooier en dus dichter wordt. In hun studio in Antwerpen praten we, waar in de inrichting de koele rechte lijn een jumelage aanging met gezelligheid. Waar een soort tevredenheid hangt. Zijn ze dat over zichzelf, en over hun carrière, tevreden?

Vic: "De vraag is wanneer je het bent en of het moet."

Gilda: "Met Oom Wanja was jij toch tevreden, Vic?"

Vic: "En met Ten oorlog. Tevredenheid gaat kennelijk over hoogtepunten."

Gilda: "Klopt. Bij mij was het All for Love."

Vanaf welk moment kijkt een mens op het leven terug?

Vic: "Rond je veertigste gebeurt het. Dan komt het besef dat de 'jongste tijd', het vitale deel, achter je ligt. Voor een man toch. Anderzijds, tevreden zijn of niet, daar gaat het een heel leven over, curve in de hand, met hoogtes en laagtes."

Die curve, tekent die zich ook privé?

Gilda: "Daarin verschillen we enorm. Mijn glas is snel halfvol, het glas van Vic is vooral halfleeg. Ik ben veel blijer."

Vic: "Tevreden, optimistisch zijn zoals jij Gilda, ik vind dat minder vanzelfsprekend. Ik kan het leven niet zo makkelijk vinden. Ik heb er last van."

En waar beïnvloedt dat elkaar binnen de relatie?

Gilda: "Ik probeer zijn halflege glas wat voller te doen. Maar ik moet soms heel hard vechten om mijn glas niet leger te laten lopen. Soms moet ik hem wegduwen: 'Nee, je gaat mij niet meetrekken in de donkerte. Ik voel me goed, dat zul jij me nu niet afnemen.' En dan ga ik even wandelen."

Vreemd, want jullie lijken wel symbiotisch. Als je de een ziet, is daar meestal ook de ander. In de straten van Gent, waar jullie wonen, en Antwerpen, waar jullie nu weer verblijven, ziet men jullie steeds dicht bijeen, hand in hand, vastgeklonken.

Vic: "We zijn in elk geval niet het tegenovergestelde van elkaar, het is geen 'water ontmoet vuur'. We voelen hetzelfde aan, denken veel hetzelfde. We verkleven inderdaad, maar niet op de kleffe manier. Een verschil is: ik heb rust en kalmte nodig."

Gilda: "Voor je het weet, ben jij asociaal. (lacht)"

Vic: "Ik moet daarmee oppassen. Stel dat Gilda er niet meer zou zijn, ik vrees dat ik helemaal zou vereenzamen. Ik heb ooit één jaar alleen gewoond. Was me wat een ramp zeg. Wat er dan gebeurt? Niet veel. Ik verveel me, ik drink, loop doelloos rond. Maar het ergste is: ik doe niets, ik kom niet tot actie."

Gilda: "Ik heb dat minder. Het enige waar ik me op betrap als ik even alleen ben, is dat ik stop met koken."

Jullie zijn 25 jaar samen dit jaar?

Gilda: "Duuzend jaar."

Vic: "(begint te tellen) Wacht eens. Saar (dochter van Gilda, ML) is er 28, ze was drie toen wij elkaar leerden kennen. Hé, tiens, dat klopt. Vijfentwintig."

Dat moet gevierd worden

Gilda: "Hou op. Trouwens (begint terug te tellen) de juiste datum weten we niet. Het ging nogal... moeizaam in het begin."

Vic: "Hectisch. Toestanden, kind, exen, af en aan."

Jullie zijn ooit in elkaars armen gevallen, op het podium van de KVS.

Gilda: "En we speelden broer en zuster."

Er zat ook nog een vleugje incest bij, fraai.

Vic: "Ik heb ze inderdaad in Brussel opgevist. Laatst, toen Nand Buyl gevierd werd, bracht ik een enorme doos mee. Ik zei: 'En zie eens wat ik ooit in de KVS vond.' Sprong Gilda uit die doos."

Het was een passioneel ontmoeten een kwarteeuw geleden.

Gilda: "En die passie laait af en toe hard op. Hoewel. Laat ik er maar over stoppen. De mensen hebben al zo'n raar beeld van ons."

Vic: "Een te mooi beeld"

Gilda: "Zo romantisch. En ook dat (kirrend) 'Oh, gewéldig en dan nog samen theater doen'. Terwijl dat niet gemakkelijk is. Laatst had ik een vriendin op bezoek. Ze had een man ontmoet die haar gezegd had: 'Zeg, ik heb daarnet dat koppel gezien op straat, die acteurs, Gilda De Bal en Vic De Wachter. Wat is me dat voor een komedie, zeg.' (lacht)"

Vic: "Ik vind samenleven niet vanzelfsprekend. Zéker niet als je elkaar doodgraag ziet. Samen spelen is ook niet simpel. Maar het kan ook bevrijdend zijn. Weet je nog, Gilda, de eerste keer dat we met Guy (Cassiers, ML) een productie deden? Onegin. Heel moeilijk. We hadden vijftien jaar met Luc Perceval gewerkt. Een totaal andere mens en regisseur, totaal ander theater. Ineens werden we geconfronteerd met iets wat we niet kenden of aanvoelden. Dat gaf problemen, technische vooral. We waren het gewoon te improviseren en bouwden zo de voorstelling op. Guy kwam binnen met een kader, een concept en een taal. Dat was helemaal anders werken."

Gilda: "Jij had het er moeilijker mee dan ik."

Vic: "Jij was een stuk soepeler. Zoals altijd."

Gilda: "Ik heb meer geduld."

Vic: "Veel meer. Toen was het zo fijn dat we elkaar hadden. Dat we klankbord waren. We hebben elkaar uit de moeilijkheden gepraat, gesteund. We hadden in Onegin ook veel tekst samen, we waren de vertellers. Thuis was het een broeinest van tekst, debiteren en schaven. Dat werkte goed."

Ik probeer het me praktisch voor te stellen: jullie komen met een pak papieren thuis en oefenen hier, aan tafel, tegenover elkaar, tekst prevelend.

Gilda: "Tot in bed, in mijn geval. Ik maal door en ik val in slaap terwijl ik mijn tekst debiteer. Niet luid, hé, stilletjes, in mezelf. Als ik 's morgens wakker word, weet ik ook perfect tot waar ik ben geraakt. Dan denk ik: 'Hé, ik heb niet lang wakker gelegen, ik ben maar tot pagina vijf geraakt.'"

Vic: "Ik doe dat niet. Ik ben, eerlijk gezegd, nogal lui."

Hebben jullie professioneel meningsverschillen? Zijn jullie naast de grote geliefden ook de grootste critici van elkaar?

Gilda: "Ik kan het niet verdragen als hij opmerkingen heeft. Iedereen mag iets zeggen, maar als hij er zich aan zet. Brr. Van hem kwetst het mij. Daar kunnen we dan ook echt ruzie over hebben. Ik zeg dan: 'Je móét mij met rust laten, dit is mijn proces, ik doe dat in mijn tempo en volgens mijn benadering.'"

Vic: "Jij benadert een rol ook zo anders. (tot ons) Gilda gaat van de buitenkant naar binnen. Ik probeer te beginnen bij mezelf en dat dan naar buiten te trekken."

Gilda: "Jij zegt dat altijd, maar dat klopt niet helemaal. Hoe dan ook, vroeger kon je heel fel zijn. Je kwam thuis en zei: 'Amai, wat stond jij daar slecht te repeteren, zeg."

Tja, dat is bepaald bruut, Vic.

Vic: "Ik weet het, niet omfloerst."

Gilda: "Ik ga dan door het lint."

Vic: "Ik heb al veel afgeleerd, maar af en toe..."

Gilda: "(lacht luid) ...steekt het nog de kop op. Ik weet het."

Zijn jullie andere mensen samen op de scène dan 'in de echt'

Vic: "Onvermijdelijk broedt er tussen ons iets, omdat we elkaar goed kennen. Dat heeft een voordeel bij het spelen. Maar het is tegelijk een nadeel. Je kent elkaar te goed, ook de kwetsbaarheden. Er is een periode geweest dat we elkaar professioneel gemeden hebben. Een tiental jaar hebben we niet met elkaar gespeeld."

Gilda: "Hij was één keer echt te ver gegaan. In de tijd van de Blauwe Maandag Compagnie. Zo kwetsend geweest, details ga ik niet geven, maar ik zei: 'Nu is het genoeg, gedaan.' In die periode ben ik Heterdaad gaan doen voor de VRT, was ik vier jaar 'bevrijd'. Ook laten hebben we elkaar in het werk gemeden."

Intussen zijn jullie professioneel herenigd.

Vic: "Ik let meer op mijn woorden. Ben een stuk milder."

Gilda: "Ach, komaan. Ik zie het aan je gezicht. We hebben ook iets gemeenschappelijks. We zijn meesters in het anticiperen."

Vic: "Dat kniezen, het zal wel zo en zo evolueren en zo zal het aflopen. Ik mag dan niet beginnen te drinken, anders gaat het deksel helemaal van het vat. Met een scheut alcohol erbij word ik negatief-assertief, lucide maar in de donkerte."

Gilda: "Ik drink allang geen alcohol meer, hooguit een half glas champagne. Ik vind het gevaarlijk. Toen ik vroeger nog iets meer dronk, konden discussies tussen ons in kletterende ruzies ontaarden."

Maar hoe gaat het spelen nu samen?

Vic: "Ik speel graag met haar, wegens dat begrip, je hebt al zoveel doorwroet. Lang zoeken en zitten mieren hoeft niet meer. Wat er misschien minder is, is dat intrigerende onbekende in de ander, wat een spanning kan geven, wat verrast."

Gilda: "Hoewel, die productie, Oom Wanja, daar had je toch niet van terug."

Vic: "Ge moogt gerust zijn, amai. Verrassend én spannend."

Jullie speelden moeder en zoon. Jij schold Vic verrot, Gilda.

Gilda: "In die mate dat hij soms echt heel kwaad werd."

Vic: "Ik was kwaad, omdat ik het niet kon halen op haar. Zo heftig ging het toe. We hadden gigantische ruzies op de scène en zij gaf niet op. Ik dacht: 'Zwijgt nu eens, hou uw bakkes.' Net dat moest ik ook spelen. Toen ik het uitsprak, méénde ik het."

Gilda: "Dat schelden luchtte geweldig op. (lacht)"

Vic: "(gniffelt) Je kunt op scène het echte leven meesleuren, het gebruiken als een hefboom."

Gilda: "We zouden toch totaal abnormaal zijn al we in die 25 jaar geen enkele keer goed ruzie hadden gemaakt. Dat zou pas gespeeld zijn, hé Vic."

Terug naar een kwarteeuw geleden en de passie, de chaos. Wanneer kwam de betrekkelijke rust?

Gilda: "Het is moeilijk om met Vic rust te hebben. Het is dat (twijfelt, kijkt hem aan) alles zo blijft malen bij jou, hé schat. Hoeveel keer zeg ik niet: 'Maar Vic, bedaar even.'"

Vic: "Ik kan zo moeilijk loslaten, er is altijd wel iets in mijn leven waar ik problemen mee heb."

Gilda: "Soms ook over zaken waarvan je denkt: die banaliteit? Dan moet je leven toch een hel zijn. Dat is echt de moeite niet. Maar voor hem kennelijk wel."

Relativeren leer je, zegt het cliché, na moeilijke periodes. Jij bent, lichamelijk gezien, niet gespaard gebleven Gilda.

Gilda: "Absoluut, mijn ziekte heeft het me geleerd. Ik kan geen drama meer uit kleine dingen halen. Ik ben niet meteen meer van de natuur gaan houden, zoals sommigen na zo'n klap. Geen esoterie of meer God aan mijn lijf. Wel dat relativeren kwam er ineens, onvermijdelijk."

En waarom niet bij jou, Vic? Jij ging toch mee door dezelfde hel?

Gilda: "Dat vind ik een goede vraag. Wij hebben samen die rand gezien, dat moment meegemaakt van: even kantelen en je valt."

Vic: "Ik weet het, ik ben intussen ook vrienden verloren door de dood. Ik zie daar geweldig van af, maar op de een of andere manier verandert dat zo weinig voor mezelf."

Gilda: "Spijtig hé. Ik heb soms zo'n zin om hard aan je te schudden. En te roepen: 'Komaan Vic, wat een tijdverlies, dat malen, je slecht voelen over banaliteiten, over niets.'"

Mensen die je niet kennen, geloven dat niet: je lijkt de vrolijke macho die wil imponeren, kwinkslag hier, knipoog daar.

Vic: "Weet ik. Ik lijk een enorme optimist."

Gilda: "Soms is hij hoogst onaangenaam gezelschap. Ik zeg dat dan ook: 'Vic, je bent geen fijn gezelschap.'"

Vic: "En dan gaat ze wandelen. Ik weet niet wat ik heb. Ik zou het geen manisch-depressiviteit noemen, maar het komt aardig in de buurt."

Stemmingen die wisselen

Vic: "Ik kan inderdaad ook heel euforisch zijn."

Gilda: "(roept uit) Oh, enorm! Dan wordt hij een jongske. Zo blij, vrij blij, op een kinderachtige manier. Dan kom je ergens en vindt hij het mooi, maar zo mooi, dat je denkt: zég."

Vic: "Of ik geef ineens geld uit, moet iets kopen."

Gilda: "Ik krijg ongelooflijk veel van Vic. Ik word verwend, met cadeautjes, attenties. Niet om iets goed te maken."

Vic: "Nee, echt niet, het komt voort uit een soort euforie, omdat ik me dan zo geweldig voel."

Gilda: "Die pieken van hem benijd ik, die dalen niet. No way."

Vic: "Je bent veel voorzichtiger geworden, ook fysiek, dat heeft met je ziekte te maken, denk ik. We gaan binnenkort samen skiën, we doen dat doodgraag. Dat is mijn piek, die bergtop. Pure euforie. Dan merk je ook het verschil. Zij glijdt naar beneden, bedachtzaam. Ik storm naar het dal."

Hoe doordrongen zijn jullie beiden van jullie roots, verleden?

Vic: "Wij komen uit totaal verschillende nesten, wat de manier van communiceren betreft. Niet het nest zelf: in beide gevallen ging het om arme mensen, die ooit eens zelfstandige waren geweest, maar simpel bleven. Mijn ouders waren nog het meest simpel. Bij haar thuis was er veel meer warmte, affectie."

Gilda: "En gesprek. Wij waren klappers thuis. Er was ook altijd bezoek, full house. Randje zigeunerachtig op het laatste. Mijn dochter is daar half gevormd, zij verbleef er veel omdat ik na haar geboorte alleen was, moest werken en er dus opvang nodig was. Mijn ouders hebben van Sarah een halve bohemien gemaakt. Zo leerde ze ongelooflijk haar plan te trekken."

Vic: "Bij mij thuis was er geen affectie en zeker geen gesprek. Het mooiste voorbeeld was het eten samen. Iedereen wou zo snel mogelijk van die tafel weg. Ik heb veel moeten leren, over communiceren of over een relatie beginnen. Op dat vlak was ik een beetje een neanderthaler. Een autist."

Gilda: "Inderdaad. Bijna contactgestoord. Vreemd hé, dat veel mensen dan denken dat Vic zo'n sociale man is."

En jou, Gilda, zien ze als een cerebraal type, dat meer afstand houdt.

Gilda: "Ze noemen me pretentieus. Of koel. Met dat imago ga ik al jaren door het leven. Ik vind het raar, begrijp het niet. Ik weet wel dat ik geen tafelspringer ben, ik gooi me niet in een groep. Op recepties zijn Vic en ik geen gangmakers, we vermijden rode lopers."

Vic: "We komen liever via de achterdeur naar binnen."

Gilda: "We houden er ook niet van voor de camera onze mening te geven. Ik herinner me hoe we op het vorige filmfestival met Jan Decleir in een hoekje stonden: 'Laat ons met rust'."

Vic: "Ik benijd mensen die daar minder last van hebben. Onze generatie is met die dienstbaarheid opgegroeid. Het product moest goed zijn, zelfs los van onszelf. Jongere mensen zijn assertiever en op de voorgrond. Men verlangt dat van hen, dat ze binnenkomen 'en vedette'. Wij hebben dat nooit gehad, hé Gilda, vedettestreken?"

Gilda: "(haalt schouders op) Ik zou niet weten hoe het moet."

Vic: "Weet je, Gilda, ik vind ons braaf. We zijn te gewoon, niet theatraal genoeg."

Hebben jullie 'to do's', samen of apart?

Gilda: "Ik zou misschien nog wat film willen doen."

Vic: "Tja 'ne film', of 'de filmrol', dat blijft voor een acteur toch een droom. We doen heel graag theater allebei, maar dat filmische, het verplaatsbare, die verschillende locaties, het reizen kortom, dat blijft aan ons trekken."

Gilda: "Mijn reisprogramma met Chris Dusauchoit, dat heb je wel benijd, geef toe."

Vic: "Gezonde jaloezie, klopt. Dat willen zien, er zijn op die plekken. Ik reis ook zo graag."

En die andere jaloezie binnen de relatie, kennen jullie die?

Vic: "Ik ben niet jaloers, ik kan wat hebben. Ben zelfs blij dat mannen laten merken dat ze Gilda een schoon madame vinden."

Gilda: "Ik ben anders, ik ga daar niet belachelijk over doen. Ik ga er snel met het mes in."

Vic heeft ook een, nou ja, flamboyant leven achter de rug.

Vic: "Voor ik Gilda had, heb ik veel mooie madammen gekend en boeiend gevonden. Dat machogedoe ook, het zal nooit weggaan. Maar elke macho wordt ouder en daar heeft ook deze macho last van. Vooral dat het lichaam ouder wordt. Maar het verandert mijn visie niet naar buiten. Ik bevind mij graag tussen die vrouwen, dat spel vind ik nog altijd leuk."

Tot Gilda met het mes opduikt. Wat doen jullie met trouw?

Gilda: "Ik ben een trouw mens, denk ik. Ik ben graag bij Vic. Ik zie hem graag. We hebben ook al zoveel meegemaakt samen, mooie en intrieste dingen. Alles overleefd, zelfs letterlijk te nemen in mijn geval. Ik laat niet toe dat iemand anders mij zou claimen. Waarom zou ik ook. (kijkt naar Vic) Dit klinkt melig, maar... dat is hem wel, hé, de man van mijn leven. Ik kan daarmee vechten; je móét ook vechten met de mens met wie je leeft. Maar waarom zou ik hem écht pijn gaan doen. (stilte)"

Vic: "Ik ben een man. Ik zal het juist proberen te zeggen. Ik kan verliefd worden, dat gebeurt. Ik probeer dat binnen de perken te houden. Want dat is maar verliefdheid, wat totaal anders is dan graag zien. Ik hou zo veel van Gilda en laat ik nu ook maar klef gaan doen (wijst): Dat is de vrouw van mijn leven. Zij is het. Toch sluit dat niet uit dat ik verliefd kan worden. Het klinkt misschien raar, maar ik wil eerlijk zijn. Er wordt door andere mannen veel over gelogen, flauwe zever over verteld."

Gilda: "(lachend) Hij komt het mij anders niet altijd vertellen hoor, als hij even verliefd is."

Vic: "Omdat het de moeite niet is, overwaait, vergankelijkheid inhoudt. En dat was totaal anders toen ik Gilda leerde kennen. Ik had toen een vrouw, wat zeg ik, op dat moment had ik er zelfs twee. Ineens komt iemand naar je toe en zie je iets flikkeren voor je ogen: 'Voor altijd'. Met Gilda moest ik niet doen zoals met anderen. Ik wist dat dit iets kostbaars was, wat ik niet kon uitvegen met 'we zien wel'. Ik ben blij dat ik die keuze toen kon maken."

Bang om elkaar te verliezen?

Vic: "Ik ben er meer mee bezig dan vroeger."

Terwijl je in de periode kort na Gilda's ziekte zei: afscheid nemen, nooit aan gedacht.

Vic: "Tuurlijk, wat wil je? In het heetst van de strijd denk je niet aan vertrekken maar aan blijven. Intussen heb ik al een paar keer afscheid moeten nemen van mensen die ik zo graag had. Dierbare mensen worden ziek en verdwijnen en intussen voelt je lijf ouder aan. Afscheid nemen is dan ook iets groters: van wie je was, het beeld dat je van jezelf had, afscheid van je mogelijkheden."

Gilda: "Ik heb ook moeite met afscheid nemen, maar aangezien ik door mijn ziekte zo'n klop heb gekregen, heb ik voor een stuk afscheid genomen van wie ik was. Ik ben al een deel van mezelf kwijt, vind ik. Een vitaal deel. De onbezonnenheid is weg."

Vic: "Afscheid nemen van jezelf is niet simpel. Wat heb ik betekend? Wat was mijn rol in het geheel? Heeft het zin gehad? En, ja, ik had daar het liefst een positief antwoord op gekregen. Nu weet ik het zo niet. Daar kan ik lang over piekeren. Om tot de conclusie te komen: eigenlijk is het nooit genoeg."

Gilda: "Hier ga ik weer meer relativeren. Ik heb een dochter rondlopen op wie ik trots ben. Een kleine triomf. Of ik heb mensen een fijne avond bezorgd, mijn kleine, persoonlijke zege. Dan word ik weer dat blije mens. Op het einde blijkt dat niemand onmisbaar is. Blij blijven lijkt me de boodschap."

Wolfskers. Triptiek van de macht (deel 2) van Guy Cassiers gaat op 11 oktober in première in de Bourla in Antwerpen. Info en tickets: www.toneelhuis.be

Gilda: Ik probeer zijn halflege glas wat voller te doen. Maar ik moet soms heel hard vechten om mijn glas niet leger te laten lopen. Soms moet ik hem wegduwenVic: Ik speel graag met haar, wegens dat begrip, je hebt al zoveel doorwroet. Lang zoeken en zitten mieren hoeft niet meer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234