Vrijdag 19/08/2022

'Zij gelukkig, ik ook gelukkig. Zij verdrietig, ik ook verdrietig'

TOPIC. Maandag overleed de moeder van Arnon Grunberg, over wie hij ooit 'een definitief boek' hoopt te schrijven. Schrijvers als Tom Lanoye, Adriaan van Dis en nu ook Maarten 't Hart deden het hem voor. Maar kunnen schrijvende zonen voldoende afstand nemen om tot echte literatuur te komen?

Ontkomt een schrijvende zoon eraan om ooit een roman over de verhouding tot zijn moeder te publiceren? Wie een blik werpt op de recente Nederlandse literatuur moet concluderen dat het bijna een verplicht ritueel is. Van Leo Pleysier tot Jeroen Brouwers, van Tom Lanoye tot Adriaan van Dis: stuk voor stuk wijdden ze indrukwekkende pagina's aan hun vrouwelijke verwekker en zochten ze naar de juiste vorm voor hun onontkoombare relaas.

Een Muttersuche kan de kroon op een oeuvre zijn, een rite de passage of een pijnlijke afdaling in het rijk van koning Oedipus. En soms ook een bittere, genadeloze afrekening waarin liefde omslaat in haat. Maar zoals Lanoye het in Sprakeloos zijn moeder Josée zonder meel in de mond laat zeggen: 'Er is maar een slag volk verfoeilijker dan mensen die slecht schrijven over hun ouders. Dat zijn mensen die niet schrijven over hun ouders.'

Toch is lang niet iedereen ingenomen met het genre. "A book about a good son is interesting. A book by a good son is not", liet Philip Roth zich ooit ontvallen.

In de schaduw

Met moederromans kun je in ieder geval ettelijke boekenplanken vullen. "De mooiste romans worden niet geschreven over onbereikbare liefdes, maar over moeders", zo constateerde recensent Bart Temme onlangs op de website Tzum. "Odes aan de vrouw die jarenlang wasgoed heeft uitgespoeld, uitgewrongen en opgehangen, die kindermonden heeft gevoed, dag na dag, die eten heeft bereid, vlees gemarineerd, soep geroerd, groenten gesneden."

Het is een wat reductionistisch beeld van de mater familias. Toch klopt het dat literaire moeders vaak in een bescheiden huishoudelijke gezinsrol worden geduwd. Vanuit de schaduw eisen de mama's hun plaats op, om plots op een piedestal te belanden.

Dat is het geval in Maarten 't Harts langverwachte moederboek Magdalena, waarin hij 'de wonderlijke eigenaardigheden en de onwrikbare, rotsvaste zekerheid des geloofs' van zijn moeder onder de loep neemt. Dat gebeurt in een vaak vermakelijk maar nogal gedetailleerd exposé, dat maar moeizaam een roman wil worden.

Niet alleen de bewonderde Magdalena van der Giessen wordt tot leven gewekt, het is 't Hart ook te doen om een beter begrip van zijn eigen 'hebbelijkheden, eigenaardigheden en karakterzwaktes'. 't Hart moffelde zijn moeder lang onder het tapijt, bang om haar voor het hoofd te stoten. Magdalena kon immers niet zomaar tolereren dat er bij leven over haar werd geschreven. Dus kon 't Hart pas aan de slag na haar dood, twee jaar geleden op 92-jarige leeftijd.

Ondanks de heikele kwesties die 't Hart in haar karakter blootlegt, is Magdalena een breedvoerig maar liefdevol portret van een moeder met bizarre trekjes. Het leidt tot olijk beschreven scènes over haar ziekelijk onwrikbare vroomheid en het waanidee dat ze voortdurend in de gaten werd gehouden. Er is vooral de obsessie met het imaginaire vreemdgaan van 't Harts vader, de grafdelver die op tragische wijze het loodje legde.

Met gevoel voor pittige anekdotiek brengt hij het gedrag van een vrouw tot leven 'die zijn vader negenendertig jaar na zijn dood onophoudelijk heeft zwartgemaakt, belasterd en beschuldigd'. 't Harts vader was 'nochtans het tegendeel van een womanizer': 'Hij was verzot op paarden, niet op vrouwen.' Later hertrouwde Magdalena met haar jeugdliefde Jaap Lock, die 't Hart de toegang tot haar huis ontzegde, zodat ze plannen moesten smeden om elkaar stiekem te ontmoeten, als geheime geliefden.

Meninkjes

Wat vooral bijblijft van Magdalena is de 'verbijsterende vorm van paranoia' van de dame. Maar 't Hart - die graag de rol van ouderwetse brompot aanneemt - toont in dit boek zijn lak aan psychologisering. Hij verliest zich daardoor soms in babbelachtigheid. Het niveau van zijn dode-vaderboek De aansprekers (1979) haalt 't Hart hoegenaamd niet. De schrijver valt zichzelf vaak in de rede en ventileert meninkjes, die niet kunnen verhinderen dat er structureel wat rammelt aan deze roman.

De fikse afrekening met de cadans en de psalmodieën van het protestantse geloof, nota bene tijdens de begrafenis van zijn moeder, is een vreemd slot-akkoord. Alsof hij nogmaals een lesje antigodsdienstigheid afdreunt. Had u het anders verwacht bij 't Hart?

Heeft 't Hart voldoende afstand genomen van zijn moeder? Ja en neen. Hij schroomt de vileine trekjes niet, maar tegelijk is er een onderhuidse idolatrie, een besef van diepe geestverwantschap. Je ontkomt niet aan de vergelijking met een ander recent moederboek, uitbundig onthaald in de Nederlandse pers. Adriaan van Dis publiceerde nog maar luttele maanden geleden Ik kom terug, waarin hij de verwrongen verhouding met zijn moeder onderzoekt. De laatste vijftien jaar kreeg hij 'een geweldige hekel' aan haar, ook omdat ze zich verloor in esoterie en haar geheimen op de knip hield.

Van Dis moest haar stugheid afpellen. Toch weet hij: 'Een volwassen man die nog steeds hunkert naar de aanraking van een moeder die hem nooit op de schoot nam. Zielig, zeker. Aan de andere kant: ik heb nu pas ontdekt hoe mijn moeder me heeft gevormd, veel meer dan mijn vader.'

Pas wanneer ze over haar traumatiserende detentiejaren in een Jappenkamp praat, is er een dijkbreuk. Anders dan bij 't Hart maakt Van Dis er een volwaardige roman van, op basis van semi-journalistieke interviews.

Hommage en haat

Tragiek en tremolo liggen natuurlijk vaak op de loer bij de moederroman, zeker wanneer de aftakeling zich onherroepelijk heeft ingezet. Kees van Kooten, die zijn moeder eerde in Annie (2000), noteert dat oningewijden wel eens dachten dat zijn relatie tot haar 'de klefgrens moet hebben overschreden'.

Toch tilt precies de vorm van een moeder-ode het boek boven de emoties uit. Dat lukt bijvoorbeeld Nicolaas Matsier in Gesloten huis (1994), waarin hij zijn herinneringen opriep aan de hand van de voorwerpen in het ouderlijk huis. Kijk ook maar naar de hommages van Erwin Mortier aan zijn dementerende moeder in Gestameld liedboek (2011, ondertitel Moedergetijden), terwijl Tom Lanoye met Sprakeloos (2009) zijn moeder - na een beroerte tot afasie veroordeeld - in woordenbarok tot leven wekte.

De overtuigingskracht van deze hommages zit hem in het gehanteerde perspectief. Gestameld liedboek balanceert op de rand van poëzie, lyrisch proza en aforisme, en toont een gefragmenteerde wereld als evenbeeld van een in de mist verdwijnende geest. Bij Lanoye mag de taal zwelgen en Josée Verbeke, de amateuractrice, vrijuit spreken. Ook Leo Pleysier liet in zijn kleine klassieker Wit is altijd schoon (1989) zijn praatzieke moeder doorratelen tot op haar sterfbed.

Toch zijn er evenveel romans die getuigen van de immense spanning en splijtzwammen tussen moeder en zoon. Schoolvoorbeelden zijn Bezonken rood (1981) van Jeroen Brouwers, zijn ontluisterende 'monument voor een moeder': "De enige band die ik met mijn moeder heb, is dat ze mij heeft gebaard", zei Brouwers ooit in een interview.

Tijdens zijn vroege jeugd in een Jappenkamp ziet hij meermaals hoe zijn moeder door de Japanners wordt geslagen en mishandeld: "Ik zocht naar mijn moeder, naar de mooie vrouw uit de eerste jaren van mijn leven. Die moeder werd gemarteld, kaalgeschoren, gehavend, kapotgemaakt - en toen hield ik op van haar te houden." Na de kampperiode werd Brouwers een onhandelbaar kind. Hij begon zijn moeder te haten, zeker toen zij hem na de oorlog in een pensionaat stopte. Brouwers voelde verraad.

Ook Dimitri Verhulst heeft in De helaasheid der dingen de 'loeders van moeders' de mantel uitgeveegd. Zoals bekend smeerde zijn moeder hem ooit een rechterlijke klacht aan het been, toen hij haar als vette schraalhans opvoerde in zijn verhalenbundel De kamer hiernaast (1999). In de autobiografische roman De laatste liefde van mijn moeder schetst hij haar als een bange, zich wegcijferende wezel, steeds gebrand op voedselinname en vooral snakkend naar banaal conformisme.

Boos is ook Ischa Meijer, die Brief aan zijn moeder (1994) begint met de aanhef: 'Moeder, het kost moeite mij tot U te richten; ik kan mij niet herinneren dat er tussen ons een vertrouwelijke band bestaan heeft.' Meijer probeerde in het reine te komen met een immense berg schuld- en minderwaardigheidsgevoelens waarmee zijn moeder hem behepte.

Ezeltje en liefje

Je hoeft geen amateurpsycholoog te zijn om te merken hoe onontkoombaar veel zonen zich op hun moederroman storten. Het is vaak een kwestie van bittere noodzaak. Neem nu Arnon Grunberg, die zijn roman over de maandagavond overleden Hannelore Grünberg-Klein (zie kader) aankondigde voor 2016 en zelfs al sprak van 'een definitief boek'.

Grunberg had met zijn moeder een volkomen symbiotische band - 'ezeltje' en 'liefje' konden niet zonder elkaar - zeker toen ze ziek werd.

Grunberg verbleef sinds vorig jaar embedded bij haar in Amsterdam. Hij wijdde ettelijke 'Voetnoten' en zopas ook een toneelstuk aan haar: Pax Mama. "Het is goed dat ik mij aan iemand heb verbonden. (...) Ik denk dat het goed is voor mijn moeder dat iemand zich aan haar verbonden heeft. Eigenlijk heb je geen vrouw meer nodig als je een moeder hebt", vertelde Grunberg onlangs aan Mark Schaevers.

Is het steeds weer een symbiose die auteurs literair nastreven, nadat ze zich eerst bruusk hebben losgemaakt? Ook Maarten 't Hart herkent het: 'Ach, de gouden jaren van volledige symbiose. (...) En dan weende ik mee, want als mijn moeder in tranen was, was ik onveranderlijk ook in tranen. En in tranen was ze vaak genoeg, vooral op maandag als ze de was deed. Dan snikte ik altijd blijmoedig met haar mee. Zij gelukkig, ik ook gelukkig. Zij verdrietig, ik ook verdrietig.'

Maarten 't Hart, Magdalena, De Arbeiderspers, 224 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234