Vrijdag 27/11/2020

Zien we onszelf op de selfie?

JUBILEUMNUMMER. 'Wat wij zien zijn wij zelf', lees je al vroeg in Het portret!, waarmee literair tijdschrift DW B zijn 160ste verjaardag viert. Met een uitroepteken als vraagteken. 'Hoe gevaarlijk zijn portretten ook?', schrijft samensteller Koen Peeters.

'But I am standing here in front of a photo and am raising the idea of 'truth'? Few notions are more dangerous when speaking about photography! The word simply doesn't belong in this context, and is only becoming more out of place.'

Filmmaker Wim Wenders keek naar een foto die Peter Lindbergh van Kate Moss maakte (die met de salopet, afhangend schouderbandje, en dan die ogen) en probeerde in woorden te vatten wat dat portret betekende. Ziet hij de waarheid? Is die anders dan die op een schilderij van Leonardo da Vinci of Johannes Vermeer? Wat zegt een beeld over de mens? En zien we dan onszelf?

Net dat laatste is de vraag die Arnoud van Adrichem en Elma van Haren zich stellen in een gedicht dat Rem heet en geschreven werd bij de foto die Stephan Vanfleteren maakte van de Nederlandse architect Rem Koolhaas. Het is een foto waarmee Vanfleteren in Nederland de Nationale Portretprijs 2013 won - ze is blikvanger op de nog even lopende tentoonstelling Faces Now & Faces Then en opent Het portret!. Je slaat de jubileumeditie van DW B open en je kijkt in de ogen van de architect. Ze schrijven: 'Het is onontkoombaar: oogbewegingen /verraden verlangens. Wie huist er in dit hoofd? / Kanunnik, nar of kluizenaar? Wat wij zien zijn wij zelf.'

Drie pagina's verder schrijft Jeroen Theunissen bij een foto van Hellen van Meene: 'Jouw ogen, zo fel naar mij gekeerd, zien mij niet. Die ogen zijn een streng beveiligd hek. Er is misschien niets achter je ogen. Je bent misschien alleen oppervlakkigheid. Je moet ermee zien te overleven.'

Dit ben ik niet

Kun je met 26 letters als gereedschap een portret beschrijven? Of gewoon schrijven? Bijna drie jaar terug vond de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco 'Mr Gwyn' uit, een auteur die zijn agent op een dag laat weten dat hij niet meer zal schrijven. Tot hij de handeling mist en, incognito, portretten van mensen gaat schrijven. Mensen die voor hem poseren. Zoals een schilder dus, maar niet met verf en penselen, enkel met woorden. Enkel met de 26 letters van het alfabet.

Dat levert een wonderbaarlijk verhaal op. Zelfs al lees je niet wat Mr Gwyn over zijn assistente Rebecca schrijft, je gaat wel meevoelen met de te dikke en blote vrouw die dagenlang voor het oog van de schrijver staat en loopt en lekker verlangt.

De oefening van Mr Gwyn is niet zo makkelijk. De 21 schrijvers uit Vlaanderen en Nederland schreven in Het portret! bijna allemaal bij een portret. Of minstens een foto. Twee dichters als uitzondering. Paul Bogaert waagt zich eraan, en Delphine Lecompte doet dat over een 'puitachtige ex-pianiste' die het liefst over haar vader spreekt en die haar wil kussen 'omdat ik even lelijk ben'. Raar mevrouwtje, die puitachtige ex-pianiste, die Patricia heet, die te oud is voor de ik-figuur en die haar scheidt met rang en incontinentiemateriaal.

Gisteren nog toonde iemand een portret van dertig jaar geleden. Een fotograaf in Salamanca maakte het, hij heette Enrique, verder verdween hij in de tijd. Enrique plukte haar van straat en gisteren zag ze zichzelf. Ze zag wie ze toen was en wie ze nu is. De kijker herkende haar meteen en misschien deed ze dat zelf ook (de korte haren, die geweldige blik, dezelfde wangen), maar ze zag vooral wat weg was. Wat je niet op de foto ziet: dromen van toen, de eindeloze toekomst als je achttien bent. Dat zag zij. Omdat zij het was.

Schrijft Eric de Kuyper als gedachte bij alle portretten die fotografen ooit van hem maakten: 'Bij een portretfoto heb ik de gemakkelijke reactie van: even een blik werpen en dan denken 'het zal wel', en daarna stop ik de foto in een map. De behoefte om naar 'gelijkenis' (ben ik dat?) te zoeken heb ik niet. Bij het werk van Schuiten (striptekenaar François Schuiten vroeg ooit of hij hem als hoofdfiguur mocht opvoeren in 'La Théorie du Grain de Sable', RVP) kwam bij mij de gedachte op dat de stripkunstenaar eigenlijk niet mij maar eerder mijn oudere broer Michel had afgebeeld. François kende hem echter niet, overigens was Michel al overleden. Ik was eigenlijk verbaasd dat ik, gezien door de ogen van Schuiten, op Michel kon lijken.'

Dat betekent dus dat we, zelfs in een portret van onszelf, niet zien wie we zelf zijn. Zoals zij, dertig jaar later, zichzelf wel herkende maar misschien niet wie ze nu is. Gesteld dat ze dat toen al zag. We maken zo graag selfies, maar tonen enkel die waarin we onze betere ik zien. Overtuiging van de ander helpt niet altijd. 'Kijk toch, hoe schoon.' Neen, of dat nu realiteitsgetrouw is of niet: je wilt er zelf zo uitzien. Zo, zoals je dénkt dat je eruit wilt zien.

Maar weinig fotografen worden zelf graag gefotografeerd. Het liefst verstoppen ze zich achter hun camera. Of kijken ze een beetje bedeesd weg. In december wilden de Nederlandse modefotografen Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin wel geïnterviewd worden, maar niet gefotografeerd. "Ik heb nog nooit een foto van onszelf gezien, door iemand anders gemaakt, waarin we onszelf herkennen. (...) Telkens als we 'ja' zeggen, denken we: het klopt niet met wie we zijn of hoe we denken dat we zijn."

Een beetje bedenkelijk, wel met een zachte glimlach, kijkt dan ook Edward Hopper in Het portret!. Hij was 81 toen Hans Namuth de foto maakte en Bernard Dewulf schrijft daarbij: 'Dat schreef zijn vrouw: hoe hij dagenlang tegen de muur van hun huis aan zee kon zitten turen. Wachten. En geen woord zeggen. Wat er intussen gebeurde: daarom kijk ik dus regelmatig naar zijn hoofd.' Een selfie schilderde hij nooit.

Moeder en kind

In oude foto's kun je de latere toekomst, die nu geschiedenis is, zien en een fijn verhaal in Het portret! is dat van Ester Naomi Perquin bij een foto van haar moeder als kind. Zij weet wie de vrouw werd en let op details: de openhangende mond, het weke kinnetje met dat kuiltje, het rechteroor dat vanonder het haar tevoorschijn piept. Zo kan het dan zijn: een verhaal reconstrueren met wat je weet. Of je eigen verhaal bedenken van wie dat kind, die latere moeder, had kunnen worden.

Je kunt ook, zoals bij Willem, zoon van zijn moeder en zoon van schrijver Peter Terrin, op de bank, raden naar wat komen zal. 'Dan heb je de Willem die slaapt', schrijft Terrin. 'Die doordat hij uit zichzelf verdwenen lijkt, voor de buitenwereld alleen maar blond is en vierenhalf. Mocht u iets langer kijken, dan zou u beter weten. U zou vergeten wat u ziet, en begrijpen: dit moet Willem zijn, de zoon van zijn moeder.'

Ter gelegenheid van de tentoonstelling FACES THEN/FACES NOW organiseren BOZAR en het tijdschrift DW B een literaire avond over het portret in de literatuur. Met o.a. Maud Vanhauwaert, Koen Peeters, Bernard Dewulf, Bart Meuleman en Leo Pleysier. Helmut Lotti zet alles op muziek.

Donderdag 7 mei om 20 uur in het Paleis voor Schone Kunsten. Reserveren kan op www.bozar.be. Tickets: 10 euro/8 euro. Bezoek ook de BOZAR-expo FACES NOW/FACES THEN. Het toegangsticket voor deze avond geeft recht op 4 euro korting.

Het Portret!, DW B, april 2015, 160ste jaargang, MER. Paper Kunsthalle, 15 euro, verkrijgbaar via www.dwb.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234