Dinsdag 16/08/2022

Zielendokter en cultfiguur

De vermaarde biografe Deirdre Bair verdiepte zich eerder in het leven van Samuel Beckett, Anaïs Nin en Simone de Beauvoir. Nu pakt ze uit met een boeiend boek over de Zwitserse psycholoog Carl Gustav Jung. Zijn gedachtegoed

is al geruime tijd aan een herwaardering toe.

Deirdre Bair

Jung. Een biografie

Oorspronkelijke titel:

Jung. A Biography

Vertaald door Bep Fontijn, Peter Nieuwkoop en

Willem Visser

De Bezige Bij, Amsterdam, 943 p., 49,50 euro.

Jungs grootvader van moederszijde, de predikant Samuel Preiswerk, leerde Hebreeuws omdat hij geloofde dat Hebreeuws de voertaal was in de hemel en hij wilde de hemelse kranten kunnen lezen, als hij daar aankwam. Als Samuel Preiswerk studeerde of preken schreef, zette hij een van zijn dochters op een stoel achter zich. Die moest met haar handen zwaaien om de geesten te verdrijven die grootvader Preiswerk zijn gedachten verstoorden. Emilie Preiswerk, Jungs moeder zat een groot aantal jaren achter haar vader en haatte elke minuut daarvan. Carl Gustav II, geboren op 26 juli 1875 was haar vierde kind, maar het eerste dat bleef leven. De drie voorgaande miskramen hadden een zware hypotheek gelegd op haar huwelijk met de predikant Paul Jung. Emilie probeerde een goede moeder te zijn, maar trok zich toch voor almaar langere perioden in haar kamer terug. Ze leek alleen echt gelukkig als ze een paar vrouwen uit de gemeente over de verschijningen en geesten kon vertellen die 's nachts door de pastorie waarden of als ze naar hun verhalen luisterde over de spoken die op de paden tussen het dorp en het meer ronddoolden. Als Jung later over zijn moeder schreef, had hij het over haar Stem nr. 1, de normale stem, en Stem nr. 2, de duistere. Het occulte was nooit ver weg in Jungs jeugd. In juni 1895, de zomer tussen het gymnasium en de universiteit, bestudeerde Carl experimenten met de 'tafeldans', het Ouijabord, om geesten op te roepen. Zijn nichtje van vijftien, Helly Preiswerk, leek uitzonderlijk begaafd voor het occulte. Zij zou het voorwerp uitmaken van zijn proefschrift Zur Psychologie und Pathologie sogenannter occulter Phänomene, dat in 1902 gepubliceerd werd. Helly woonde toen al in Parijs, ze was een succesvolle couturière. Maar in Bazel werd de voorname familie Preiswerk voorwerp van spot in het roddelcircuit en latere generaties Preiswerk hielden Jungs proefschrift direct verantwoordelijk voor het feit dat veel van de jongere dochters van Helly's generatie ongehuwd bleven.

Jung werkte ondertussen in het Burghölzli Psychiatrisch Ziekenhuis onder professor Eugen Bleuler. Professor Bleuler geloofde in een nauwe omgang tussen artsen en patiënten. Waar mogelijk betrok hij patiënten niet alleen bij het opzetten van hun eigen behandelingsplan, maar ook bij de dagelijkse activiteiten in het ziekenhuis. Tijdens de maaltijden zaten personeel en patiënten aan dezelfde tafel. Bleuler was een geheelonthouder en verwachtte van zijn medewerkers hetzelfde. Het werk was zwaar en het salaris zeer laag. Bovendien moest Carl Gustav, na de dood van zijn vader, ook zijn moeder en zuster onderhouden. Geld was echter niet langer een probleem toen hij trouwde met Emma Rauschenbach, erfgename van het enorme Rauschenbach-fortuin.

Boze tongen beweerden dat Emma's moeder, Bertha Rauschenbach-Schenk, haar dochter in de richting van dit huwelijk had gestuurd omdat haar man, Johannes Rauschenbach, aan syfilis leed. Met een arts als schoonzoon kon Bertha in alle discretie laten onderzoeken of Johannes haar ook had besmet.

Toch was er liefde tussen de echtelieden. Aan het begin van de twintigste eeuw werd van een jonge vrouw uit de hogere kringen niet méér verwacht dan dat ze zich voorbereidde op het huwelijk en het moederschap. Aan Carls zijde zag Emma kans om zich, binnen de beperkingen van haar tijd, intellectueel te ontplooien. Ze volgde Jung naar het Burghölzli Psychiatrisch Ziekenhuis en oefende haar handschrift om de dagelijkse (uitgebreide) patiëntenverslagen uit te schrijven.

In Burghölzli verfijnde Jung, met groot succes, de techniek om mentale stoornissen te diagnosticeren door middel van associatieproeven. Hij ontdekte dat patiënten op sommige stimuluswoorden vreemd en onlogisch reageerden omdat ze de woorden onbewust associeerden met onaangename, immorele of seksueel geladen betekenissen. Aan zo'n emotionele cluster van associaties gaf hij de naam 'complex'.

Door zijn onderzoeken vestigde Jung een internationale reputatie. Zijn bevindingen leken de ideeën van de beroemde Sigmund Freud te bevestigen. Tussen 1907 en 1912 werkten Jung en Freud dan ook nauw samen. Jung bekleedde belangrijke functies binnen de psychoanalytische beweging en Freud zelf noemde hem "mijn intellectuele zoon en opvolger".

Maar hun temperamenten verschilden en hun inzichten in de psychoanalyse liepen niet altijd gelijk. Freud, een kind van de Verlichting, wou via de seksuele theorie de mens bewust maken en zo bevrijden van zijn remmingen. Jung, telg van de Duitse romantische stroming, klaagde dat Freuds "biologische theorieën" de mens afhielden van een "volledig gerealiseerde Dionysische en polygame spiritualiteit". Al in 1910 zou Freud Jung gevraagd hebben om hem te beloven de seksuele theorie nooit te verlaten. De seksuele theorie moest een dogma blijven, een dam tegen de "vloedgolf van duister occultisme". Maar Jung was juist opgegroeid met occultisme. In 1912 publiceerde Jung het werk Wandlungen und Symbole der Libido, waarin hij Freuds theorie op verschillende vlakken tegensprak. Daarna kwam het nooit meer goed tussen hen. In 1911 was Jung nog verkozen tot voorzitter van de Internationale Psychoanalytische Vereniging. In 1914 moest hij aftreden.

In de ban geslagen door de psychoanalytische beweging stortte Jung psychologisch in elkaar. Voor de academische wereld hield hij zich groot maar innerlijk worstelde hij met een gevoel van verlies en hij was bezorgd voor zijn professionele toekomst op korte termijn. "Ik wist tenslotte niet wat er buiten Freud was." Paradoxaal genoeg begon zijn praktijk net toen goed te lopen. Rijke patiënten reisden van de Verenigde Staten naar Zwitserland om zich door hem te laten analyseren. Emma betaalde nog steeds alle rekeningen maar voor het eerst kwam er een soort financieel evenwicht in het gezin Jung.

Door zich buiten de psychoanalytische theorie te plaatsen, verloor Jung wel de conceptuele basis waarop hij zijn theorieën tot dan toe ontwikkeld had. Later beweerde hij dat hij na de publicatie van Wandlungen und Symbole niet meer kon lezen. Telkens als hij zich probeerde te concentreren op de groeiende hoeveelheid boeken over de psychoanalyse of andere wetenschappelijke publicaties, begreep hij er niets van. Hij voelde zich volkomen vastgelopen en nam ontslag als docent aan de universiteit van Zürich.

Om zich door het moeras te worstelen waarin hij zich bevond, nam de gerenommeerde dr. Jung dagelijks goed doordacht en welbewust de tijd voor kinderspel. Als kind van tien bouwde hij graag met blokken, nu met stokjes, stenen en andere voorwerpen die op de oever van het meer bij zijn huis waren aangespoeld. Hij had wel de discipline om zijn spel in te passen in een geordende dagindeling en speelde alleen, elke dag, na de lunch. 's Morgens, als hij niet kon spelen, schreef hij zijn dromen op. Dit was de eerste aanzet voor zijn Zwarte Boek. Ondertussen werkte hij ook aan Psychologische Typen, volgens sommigen zijn belangrijkste werk.

In juni 1913 raakte Emma zwanger van hun vijfde en laatste kind, Emma Helene. Kort voor of tijdens Emma's zwangerschap kwamen Jung en Toni Wolf erachter hoezeer ze zich tot elkaar aangetrokken voelden en er ontstond een onconventionele, emotionele driehoeksverhouding. Jung had Toni Wolf leren kennen als patiënte. Tijdens haar genezingsproces had Toni besloten om zelf ook psychoanalyse te studeren en zo evolueerde ze tot Jungs assistente. Zij was de enige die in zijn Zwarte Boek mocht lezen en ze was, behalve zijn zesjarige zoontje Franz, ook de enige die bij hem mocht zitten als hij aan de oever van het meer met stenen en stokjes speelde. Emma was uiteraard niet gelukkig met deze verhouding. Haar eenzaamheid werd nog versterkt door haar dubbelzinnige maatschappelijke positie. Als erfgename van een van de grootste fortuinen van Zwitserland behoorde ze tot de hoogste kringen. Maar haar man was een 'gekkendokter', sociaal de laagst mogelijke specialisatie. De goegemeente had ook weinig lof voor Jungs, nochtans rijke, patiënten, "al die buitenlanders, die vreemde Amerikaanse zombies die in het Hotel Sonne logeerden en langs het meer wandelden". Jung was een vreemde snuiter in een gemeenschap die zwoer bij normaliteit en fatsoen. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw overkwam het een kleinzoon van Jung dat hij geweerd werd in bepaalde kringen. Een jonge vrouw van goede afkomst mocht hem van haar ouders niet thuis uitnodigen voor de lunch op zondag en dit vanwege de 'reputatie' van zijn pas overleden grootvader.

Zijn plek in de academische wereld veroverde hij terug met de publicatie van Psychologische Typen in 1921 en 1923. Velen vinden zijn belangrijkste bijdrage aan de psychologie zijn indeling van de mensen in extroverte en introverte typen. Jung had zich nu volledig 'bevrijd' van Freuds erfgoed en de rest van zijn leven werkte hij verder op het ingeslagen pad van de analytische psychologie. Hij zocht vooral naar de relatie tussen psychologie en godsdienst, mythologie en collectief onderbewustzijn.

In 1933 werd hij professor in de psychologie aan de Federale Polytechnische Universiteit van Zürich. Hij accepteerde ook het voorzitterschap van het Internationaal Algemeen Medische Genootschap voor Psychotherapie. Op die wijze kon hij 'zijn' analytische psychologie verdedigen tegenover de meer bekende psychoanalytische theorie van Freud. Maar in het genootschap moest hij wel samenwerken met Matthias Heinrich Göring, neef van de nazi-leider Hermann Göring. De nazi's kenden Jungs analytische theorie. Göring pakte er graag mee uit, als hem dat van pas kwam. Het is niet Jungs schuld dat de nazi's zijn visie op de psychologie als een alternatief zagen voor de 'joodse' theorie van Freud en als hij later beschuldigd werd van sympathie voor het fascisme, werd hij steevast woedend. Maar een aantal van zijn uitspraken hielpen niet echt om de beschuldigingen de kop in te drukken. Zo stelde hij dat Hitler en Mussolini in Duitsland en Italië geen ideeën, maar archetypen vertegenwoordigden: "Geef het volk een archetype en de hele massa zal als één man in beweging komen; verzet is nutteloos." Wie zo'n uitspraak verkeerd wou begrijpen, begreep die ook verkeerd. Net als Heidegger, wiens collaboratie trouwens veel verder ging, onderschatte Jung de nazi's. Hij geloofde, naïef, dat hij via het genootschap de nazi's gebruikte om de analytische psychologie te promoten maar werd, net als Heidegger, in zijn machinaties door de nazi's op een verpletterende manier overspeeld.

In 1942 probeerden tegenstanders van Hitler in het Duitse leger hem trouwens te betrekken bij een samenzwering om Hitler af te zetten na een psychiatrisch onderzoek. Jung wees het plan niet onmiddellijk af, al stond hij niet te popelen om het neutrale Zwitserland te verlaten voor een onderzoek van de Duitse dictator. De FBI gaf hem de codenaam agent 488 maar het plan lekte voortijdig uit en werd afgeblazen. In 1943 werd Jung professor in de medische psychologie aan de universiteit van Bazel, hij was toen 68 jaar oud.

De laatste vijftien jaar van zijn leven stonden in het teken van de publicatie van zijn Verzameld Werk. Jung, de onbetwiste goeroe van de analytische psychologie, was een gewiekste onderhandelaar en vroeg en verkreeg hogere royalty's dan gebruikelijk. Geld werd nog meer een obsessie toen Emma in 1953 stierf, een half jaar na zijn andere liefde, Toni Wolf. Emma sloeg Jung over in haar testament en gaf alles rechtstreeks aan haar kinderen, waarschijnlijk omdat ze wist dat hij niet met geld kon omgaan. Jung, zelf rijk genoeg om in luxe verder te leven, raakte in paniek. Hij ontsloeg een aantal bedienden, maakte plannen om zijn huis in appartementen op te delen die hij kon verhuren en verstopte geld tussen de boeken in zijn bibliotheek en in porseleinen potten onder de grond. Hij verzon een code waarmee hij dat geld kon terugvinden en vergat toen de code. Hij verkocht de rechten voor zijn biografie en schreef ze uiteindelijk zelf: het prachtige Erinnerungen, Träume, Gedanken. Op 5 juni 1960 stierf Carl Gustav Jung. Het duurde nog twee jaar eer de erfgenamen, de verschillende redacteuren en uitgevers het eens werden over de uitgave waarvan Adler zou schrijven: "Strikt genomen is het geen autobiografie maar een verslag van zijn ontmoetingen met de innerlijke wereld van de psyche." Of zoals Jung het zelf stelde: "Ik ben nou eenmaal iemand die zich niet in een gewoon schema laat inpassen, en daarin schuilt de betekenis van mijn leven. Wat ik beschrijf is een feit: ik ben het zelf."

Willem Beelen

Freud wou via de seksuele theorie de mens bewust maken en zo bevrijden van zijn remmingen. Jung was een adept van het occultisme en sprak Freuds theorie tegen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234