Woensdag 17/07/2019

Ouderschap

Ziek is ziek, behalve als je zwanger bent

Beeld thinkstock

Zwangere vrouwen die ziekteverlof opnemen in de zes weken voor de bevallingsdatum verliezen daardoor een deel van hun moederschapsrust na de geboorte. Tenzij ze als ambtenaar werken. ‘Een onrechtvaardige regel die dringend moet veranderen.’

Complicaties aan het eind van de zwangerschap? Een simpele verkoudheid? Wie aan het einde van de zwangerschap ziek wordt en thuis moet blijven, krijgt die verlofdagen niet als ziektedagen uitbetaald. Tijdens de laatste zes weken voor de bevalling geldt het ziekteverlof hoe dan ook als moederschapsverlof. Maar dat betekent dat die dagen niet meer gebruikt kunnen worden na de bevalling.

Een absoluut onrecht, vindt de Vrouwenraad, die van veel jonge en aanstaande moeders frustraties of klachten hoort. 

“Moederschapsrust is bedoeld om zoveel mogelijk tijd met je baby door te brengen, zodat de band tussen moeder en kind kan groeien. Een basisvoorwaarde voor de ontwikkeling van het kind”, zegt Magda De Meyer, voorzitster van de Vrouwenraad. “Met vijftien weken bengelen we sowieso al aan de staart in Europa. Als daar nog eens ziekte tussen komt gefietst, verliezen vrouwen kostbare weken van hun moederschapsrust.”

Kwestie van centen

In ons land hebben zwangere vrouwen recht op vijftien weken moederschapsverlof, waarvan minstens negen weken na de bevalling moeten worden opgenomen. Eén week moet verplicht net voor de uitgerekende bevallingsdatum worden opgenomen. Zo blijven er nog veertien weken postnatale rust over. 

Als vrouwen ziek worden in de laatste zes weken voor hun bevalling, tellen die ziektedagen automatisch als prenataal verlof. Dat betekent dat het postnataal verlof ingekort wordt met datzelfde aantal dagen. Met als gevolg dat sommige vrouwen al negen weken na hun bevalling opnieuw aan het werk moeten.

“We klagen dit al jaren aan”, zegt Johan Van Wiemeersch, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (VVOG). Hij noemt het een kwestie van centen. “De overheid is volgens mij bang dat het ziekteverlof misbruikt zal worden voor allerlei zwangerschapsgebonden klachten, zoals rugpijn, buikpijn of slechte slaap. Alsof we dan een lawine gaan krijgen van korte arbeidsonderbrekingen.”

Van Wiemeersch steunt de oproep van de Vrouwenraad “voor 150 procent”, want de huidige regelgeving maakt het onrechtvaardig én medisch ingewikkeld. “Zodra ik ziektedagen voorschrijf, begint het prenataal verlof te lopen. Dus voor kleinere klachten, zoals rugpijn, leg ik vrouwen de keuze duidelijk uit.” 

Twee maten, twee gewichten

De Gezinsbond ziet hoe sommige vrouwen zichzelf in de problemen brengen door koste wat het kost geen ziekteverlof te willen opnemen, uit angst dat er aan de veertien weken na de bevalling wordt geraakt. “Als het bijvoorbeeld gaat om bekkenproblemen of vermoeidheid, blijven ze soms werken. Dat is niet goed voor de gezondheid van de moeder en het kind, maar we horen het vaak terugkomen”, zegt Lutgard Vrints van de studiedienst.

Bovendien geldt de regel ook voor klachten die niets met de zwangerschap te maken hebben. Krijgt een vrouw griep, een oorontsteking of een gebroken been tijdens de laatste zes weken voor de bevalling, dan slinkt haar moederschapsverlof net zo goed. 

Bij ambtenaren van de federale overheid is dat niet het geval. Daar worden ziektedagen wel als gewoon ziekteverlof gerekend. “Dat mag je op zijn zachtst gezegd twee maten, twee gewichten noemen”, vindt Van Wiemeersch. 

Federaal minister van Werk Kris Peeters (CD&V) beloofde vorige zomer nog advies te vragen aan de Nationale Arbeidsraad – dat zijn de sociale partners – om de ongelijke behandeling op de regeringstafel te leggen.

Nederland

Nochtans kan het in andere landen wel. In Nederland geldt een verzekerd moederschapsverlof na de bevalling. “Dat is ook het meest logische: koppel de veertien weken moederschapsrust los van de weken op voorhand. Dan behoudt de moeder haar verlof, ongeacht wat er op voorhand gebeurt”, zegt De Meyer van de Vrouwenraad.

De Gezinsbond hamert vooral op langer moederschapsverlof in het algemeen. “Internationale experts raden twintig weken rust aan na de bevalling, en indien mogelijk zes maanden borstvoeding. Onze wettelijke veertien weken zijn dus al erg kort. Als je dan nog eens door brute pech je verlof ziet slinken tot negen of tien weken, dan loopt de mama vaak tegen grote vermoeidheid aan. Meteen na het zwangerschapsverlof moeten moeders weer voluit presteren op het werk, vaak met slapeloze nachten thuis erbovenop. Jonge ouders ervaren die regel als een enorm onrecht.”

De bevoegde ministers waren niet bereikbaar voor commentaar.

Luisa Bloemen (36): ‘Jammer dat ik minder lang bij mijn baby zal kunnen zijn’

Lusia Bloemen. Beeld Tine Schoemaker

Lusia Bloemen (36) loopt risico op zwangerschapsvergiftiging en is drie weken moederschapsverlof kwijt.

“Normaal gezien zou ik nog drie weken moeten werken, maar de dokter heeft ziekteverlof voorgeschreven om te rusten. Dat wil zeggen dat mijn vijftien weken zwangerschapsrust nu al beginnen, waardoor ik sneller opnieuw aan het werk zal moeten.”

Lusia Bloemen werkt als bediende op de communicatieafdeling van een internationaal bedrijf, op een uur rijden van haar huis. “Ik sta vaak in de file. De dokter zei dat ik die stress beter kon vermijden.”

Dat was nodig, want Bloemen kreeg de voorbije weken last van een hoge bloeddruk. Ze is zwanger van haar eerste kindje, na twee eerdere miskramen. Door de hoge bloeddruk loopt ze risico op zwangerschapsvergiftiging. Haar nieren kunnen niet meer goed filteren, dus zaten er eiwitten in haar urine.

Maar ook de baby heeft goede bloedtoevoer nodig om te groeien. Bloemen moet daarom twee keer per week op controle bij de gynaecoloog. “Natuurlijk blijf je thuis als de dokter dat zegt: voor je eigen gezondheid en voor de gezondheid van je kind. Maar stel dat ik een griepje had of mijn been had gebroken, dan was ik het verlof ook kwijt. Dat is toch raar? Ik vind het gewoon jammer dat ik daardoor minder lang bij mijn baby zal kunnen zijn na de bevalling.”

Crèche

Dus neemt Bloemen na haar moederschapsrust een extra maand verlof. “Dat blijven vakantiedagen, want ik wil mijn ouderschapsverlof en tijdskrediet nog opsparen voor later. Dat zal ik nog nodig hebben wanneer mijn kindje naar school gaat of in de zomermaanden. Dat je in ons land als moeder al na vijftien weken weer aan het werk gaat, is sowieso snel. Die periode mag van mij zeker langer duren.”

Praktisch kon ze eigenlijk niet anders dan extra vakantie opnemen. Er is pas een crèche beschikbaar vanaf november. Waar ze woont is kinderopvang een schaars goed. “Onze crèche wist nochtans eerder dat ik zwanger was dan mijn ouders. Je moet er tegenwoordig ongelooflijk snel bij zijn. We hadden gepland om na de herfstvakantie voltijdse opvang te hebben, nu moeten we plots drie weken eerder een plek in de crèche hebben. Dat is het probleem: een baby kun je sowieso niet plannen, maar als je vroeger thuis zit door ziekte, wordt het wel heel kort dag om dingen te regelen.”

Wendy De Petter (32): ‘Ik moest na negen weken weer werken’

Wendy De Petter en Arnout. Beeld Wouter Van Vooren

Wendy De Petter (32) moest 9 weken na haar bevalling opnieuw aan het werk.

“Natuurlijk had ik meer rust nodig na mijn bevalling. Niet om fysiek te herstellen, maar emotioneel. Je bent zo overdonderd en zoekende in je rol als moeder, dat je pas na twee maanden weer je draai vindt. Zo was het toch in mijn geval. Ik was na negen weken helemaal niet klaar om te gaan werken.”

Wendy De Petter beviel twee jaar geleden na een moeilijke zwangerschap van haar eerste kind. Na een jaar van vruchtbaarheidsbehandelingen in de fertiliteitskliniek moest ze de eerste weken nog medicatie nemen om bloedingen te voorkomen. “En toen ik eindelijk zorgenvrij was, kreeg ik te horen dat ik alweer thuis moest blijven. Net over de helft van haar zwangerschap bleek mijn baarmoederhals verkort. Dat houdt risico’s in voor vroeggeboorte.”

De Petter werkte op het secretariaat van een middelbare school, maar had rust nodig, zei haar gynaecoloog. “Ik zat eerst vooral in de zetel, maar ging nog weleens door het huis met een stofblik, of ik laadde de vaatwasmachine weleens in en uit. Dat bleek uiteindelijk ook te veel, want mijn baarmoederhals bleef verkorten.”

Platte rust werd het nieuwe voorschrift. De laatste zes weken van dat ziekteverlof werden dus afgetrokken van haar moederschapsverlof. “Ik had weinig andere opties. In het onderwijs kon ik halftijds gaan werken, maar dat zou loonverlies betekenen. Midden in een zwangerschap terugvallen op een halftijds inkomen is geen cadeau. De beste keuze was om via ziekteverlof thuis te zitten, zodat ik volledig werd uitbetaald. Het nadeel was dat ik na negen weken al opnieuw aan het werk moest.”

Echt genieten

Dat deed ze niet, omdat het hobbelige parcours haar had uitgeput. Haar zoontje Arnout werd geboren in januari 2017, maar terug thuis was het erg wennen. “Ik zat er een beetje door: moeilijk zwanger geworden, daarna die moeilijke zwangerschap. Nu wilde ik alles zelf in handen hebben. Ik ben pas na een tiental weken weer op mijn positieven gekomen. Ik voelde me weer goed, ik wist hoe het allemaal draaide. Ik kon eens gaan wandelen met mijn gezin, echt genieten van het baby’tje door leuke dingen te doen.” Via zorgkrediet kon ze nog drie extra maanden thuis blijven tot aan de zomermaanden.

Intussen werkt De Petter als personeelsverantwoordelijke in dezelfde school en ziet ze de verlofaanvragen van collega’s passeren. “Heel weinig vrouwen nemen enkel hun drie maanden moederschapsverlof. Dat is volgens mij ook veel te kort, want het is een zware periode. Alles wat voor een bevalling gebeurt waardoor je niet kunt gaan werken, zou geen invloed mogen hebben op de rust achteraf.”

Fran Deconinck (30): ‘Ik had die tijd echt nodig’

Fran Deconinck en Warre. Beeld Alex Vanhee

Fran Deconinck (30) kreeg door bekkeninstabiliteit maar 9 weken moederschapsverlof.

Vijf maanden lang leken de zwangerschapskwaaltjes van Fran Deconinck beperkt te blijven tot wat periodes van vermoeidheid en een zeurende lage rug. Maar tijdens een avondstudie in het internaat voelde de opvoedster plots een stekende pijn door haar heup schieten. “Ik ben toen weggestrompeld.”

De huisarts schreef haar de dag erna een tijd rust en kinesitherapie voor. “Bekkeninstabiliteit was het verdict. Maar de oplossingen die hij voorstelde, hielpen niet. Het ging net van kwaad naar erger. Zitten, wandelen, liggen: het deed allemaal pijn. In de weken voor mijn bevalling was mijn grootmoeder met een rollator mobieler dan ik.”

Frans bevalling was uitgerekend voor januari, maar ze bleef noodgedwongen vanaf september thuis. Geen vakantie, benadrukt ze. “Die periode was allesbehalve aangenaam. De meeste dagen kon ik amper iets doen. Ik heb mij heel opgesloten gevoeld. En op de weinige dagen dat de pijn iets minder was, voelde ik me telkens schuldig omdat ik niet aan het werk was.”

Ze was zich ervan bewust dat ze na haar bevalling geen veertien weken rust zou krijgen, maar slechts negen. “In eerste instantie dacht ik: dat gaat me wel lukken. Er zijn ook andere vrouwen die in zo’n situatie belanden. Ik ken een zelfstandige die al na een paar weken weer aan het werk ging.”

Maar in de praktijk liep het anders. Frans bevalling was met dertig uur behoorlijk pittig. “Mijn bekken bleef ook daarna pijn doen. Tot op vandaag zelfs.”

Ze noemt het een geluk dat haar man vier weken thuis kon blijven. “Ik weet niet hoe ik die eerste maand anders was doorgekomen. Maar toen mijn man weer aan het werk ging, besefte ik ook: over een dikke maand moet ik ook aan de slag. Daar was ik absoluut niet klaar voor.”

‘Straf boven op straf’

Fran kon na haar negen weken ouderschapsverlof inzetten, maar besliste dat niet te doen. “Wie in het onderwijs werkt, moet meteen vier maanden voltijds opnemen en dat was financieel niet interessant voor ons.”

De jonge moeder besloot uiteindelijk twee maanden onbetaald borstvoedingsverlof op te nemen, zodat haar zoon Warre iets meer dan vier maanden oud was toen ze weer aan de slag ging. “Ook dat was financieel niet vanzelfsprekend, maar het voelde voor ons wel juist. Ik had die tijd echt nodig.”

Fran vindt dat elke moeder, ziek of niet ziek, op zijn minst vijftien weken moet krijgen bij haar pasgeboren kind. “Die periode heb je toch nodig om een band te krijgen. De regeling die er nu is, is absurd. Ik snap niet waarom je weken moet inleveren louter en alleen omdat je ziek bent. Voor mij voelde dat als een straf boven op een straf.”

Mihaela Banuta (32): ‘Ik voelde me vreselijk’

Mihaela Banuta en haar zoontje Leon. Beeld Tine Schoemaker

Mihaela Banuta (32) had niet door dat haar zwangerschapsrust al was ingegaan.

Mihaela Banuta was acht maanden zwanger toen ze aan haar examens verpleegkunde bij de VDAB begon. Uitgerekend in die periode kreeg ze een oorontsteking. “Ik wilde op mijn tanden bijten en mijn examens ziek afleggen, maar dat lukte echt niet.”

Banuta stapte naar haar huisarts, die haar een ziektebriefje meegaf. “Dat briefje wilde ik vooral op mijn school voorleggen, zodat ik gewettigd afwezig was en mijn examen naar een ander moment kon verplaatsen.” Maar het briefje had, zonder dat Banuta het besefte, ook een ander gevolg. “Het was pas toen ik al bevallen was en de brieven van het ziekenfonds nakeek, dat ik merkte dat mijn moederschapsrust op de dag van mijn oorontsteking al was ingegaan.”

Niemand had haar daarover ingelicht, zegt ze.“Ik ben toen ik genezen was gewoon weer naar school gegaan, om de andere examens af te leggen en ook nog lessen te volgen. Ik wist niet dat ik al die tijd rust had moeten nemen.” Ze heeft spijt dat ze daar zo laat achter kwam. “Ik heb me door die laatste weken moeten slepen. Ik voelde me vreselijk, ik was op.”

Banuta belde achteraf nog naar het ziekenfonds, om een en ander uit te klaren. “Maar ik kreeg te horen dat er niets meer aan te doen was. Ik kon die weken niet meer terugvorderen.”

‘Die verloren tijd krijg ik niet terug’

Banuta’s zoontje Leon werd op 16 juli geboren. Drie maanden was hij dag en nacht samen met haar. Daarna moest ze hem noodgedwongen naar een crèche brengen, omdat ze haar opleiding moest hervatten. “Het is intussen vijf jaar geleden, maar ik word er nog altijd woedend om. Die verloren tijd met mijn kind, die krijg ik nooit meer terug. Ik denk nog altijd: had ik destijds maar nog beter op mijn tanden gebeten en dat huisartsbezoek gelaten.” Iemand had haar op zijn minst de regels rond ziekte en zwangerschap beter kunnen uitleggen, vindt ze.

De Gentse noemt het zelf onverantwoord dat ze als jonge alleenstaande moeder na drie maanden een stage moest doen in een woon-zorgcentrum. “Ik sliep in die periode hoogstens enkele uren per nacht, waardoor ik niet altijd helder kon nadenken. En ik had ook nog eens veel last van mijn bekken. Ik heb tijdens mijn stage angst gehad dat ik een fout zou maken of een oudere zou laten vallen.”

Als het van Banuta afhangt, dan worden niet alleen de regels over ziekte tijdens de zwangerschap aangepast. Ook de volledige duur van de moederschapsrust moet volgens haar worden opgetrokken, idealiter tot een jaar. “Dat is toch de tijd die ik nodig heb gehad om fysiek en mentaal weer op mijn positieven te komen. Alle maanden daarvoor zat ik in een overlevingsmodus.”  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden