Donderdag 26/11/2020

'Zie jij Bush een diepgaande correspondentie aanknopen met Pinter? Ik niet'

Gesprek met de Britse schrijver Julian Barnes

Waarom kent iedere Fransman Alfred Dreyfus terwijl een Engelsman je met een mond vol tanden staat aan te staren wanneer je de naam George Edalji laat vallen? Beiden leefden nochtans in dezelfde periode, haalden met een gelijkaardige schandaalzaak de nationale pers en wisten in hun eentje het land te verdelen in believers en non-believers. We trokken naar Londen om het te vragen aan Julian Barnes, de man die over Edalji een boek schreef. 'Weet je', zo zal hij ons tijdens het interview toevertrouwen, 'in feite zijn wij Engelsen gewoon een stel filistijnen.' Door Marnix Verplancke

Vroeger liepen hier hele troepen luid pratende Chinezen en Koreanen voorbij," wijst hij naar de muisstille straat, "maar dat is allemaal voorbij. Marx trekt nog maar af en toe een bezoeker." We zitten in de werkkamer van Julian Barnes, in een van de mooiste huizen van een van de mooiste straten van Highgate, het stukje Londen waar Karl Marx zijn laatste rustplaats vond en waar hij met zijn reusachtige zwart-marmeren kop een beetje hautain zijn deel van het kerkhof overschouwt.

Marx mag dan al dood zijn, de geëngageerde roman is dat allerminst. Racisme, discriminatie en onrecht in het algemeen doen menig schrijver in de pen kruipen, ook Barnes. In zijn nieuwste roman, Arthur & George, reist hij een eeuw terug in de tijd, naar een klein plaatsje in Staffordshire waar Engeland toen zijn eigenste Dreyfuszaak meemaakte. Slachtoffer in die zaak was George Edalji, een jonge advocaat van Parsee-Schotse afkomst die in het boerendorp waar hij nog steeds bij zijn ouders woonde beschuldigd werd van het wreedaardig doden van dieren en het verspreiden van hatelijke dreigbrieven, waarvan de meeste gericht waren aan zichzelf om zo de politie op een dwaalspoor te brengen. Het kleinste kind merkte dat er iets niet klopte aan de beschuldigingen (de handschriftanalyse waarop de veroordeling berustte was geen fluit waard, het bewijsmateriaal was op zijn zachtst gezegd nogal gemanipuleerd en de politie was duidelijk vooringenomen) maar toch ging George voor drie jaar achter de tralies.

Na zijn vrijlating zocht hij genoegdoening. Hij was onschuldig, wou financiële compensatie voor deze gerechtelijke dwaling en eiste daarom - het hof van beroep werd pas door de Edaljizaak zelf in het leven geroepen, dus daar kon hij niet op terugvallen - een heropening van het onderzoek. Niemand besteedde achter veel aandacht aan zijn eis tot Sir Arthur Conan Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes, zich ermee ging bemoeien. De man trok op onderzoek uit, verzamelde zelf bewijsmateriaal en kwam zelfs met een heuse dader op de proppen. Toen hij ook nog eens zijn netwerk voor George in het gelid bracht, kon het ministerie van Binnenlandse Zaken er niet meer omheen. De zaak werd opnieuw bekeken door een speciaal daartoe opgerichte commissie die tot het merkwaardige besluit kwam dat George de dieren niet had gedood, maar dat hij wel de brieven had geschreven en zo de schuld op zichzelf had geschoven. Onschuldig, maar schuldig dus, en naar zijn financiële genoegdoening kon George fluiten.

Julian Barnes kwam de Edaljizaak op het spoor door het lezen van een boek over Dreyfus. De auteur was een Engelsman en hij vond het merkwaardig dat de hele wereld die Franse zaak kent terwijl ook in Engeland niemand van George Edalji heeft gehoord. Er zijn nochtans een paar opvallende parallellen aan te wijzen tussen die twee zaken. In beide is er sprake van racisme, een onterechte veroordeling tot dwangarbeid, een beroemd schrijver die te hulp snelt en belangrijk 'wetenschappelijk' bewijs dat achteraf gezien niets waard bleek te zijn. Barnes vond het fascinerend hoe een gelijkaardige zaak, gebeurd op praktisch hetzelfde moment zulke verschillende reacties kon uitlokken, dus besloot hij er meer over te gaan lezen. Alleen was er gewoon nooit iets over geschreven, zo bleek.

Waarom is er geen wereldberoemde Edaljizaak?

"Er is natuurlijk een verschil. Bij Dreyfus ging het om hoogverraad en bij Edalji om dierenmishandeling, maar op zich zegt dat natuurlijk niets, want de Britten staan erom bekend geshockeerder te zijn door dierenmishandeling dan door hoogverraad. (lacht) Maar er is natuurlijk wel iets van aan. Heel Frankrijk was verdeeld in twee kampen door Dreyfus, terwijl dat bij Edalji niet het geval was. Bovendien zal het Joodse element in Frankrijk meer gespeeld hebben dan het Parsee-element in Engeland. En toch was de Edaljizaak van groot belang voor het land, aangezien ze aanleiding gegeven heeft tot het instellen van het hof van beroep. Maar ook dat is vergeten geraakt. Ik heb het gevraagd aan een paar vrienden van me die advocaat zijn: wat zegt de Edaljizaak je? Geen van hen wist het."

Stel dat Edalji een Jood was geweest. Zou dat een verschil hebben gemaakt?

"Ik weet het eigenlijk niet. Brits antisemitisme is iets wat van tijd tot tijd de kop opsteekt. Eind negentiende, begin twintigste eeuw stond het bij mijn weten niet sterk en wellicht was een Joodse Edalji er dus veel beter van afgekomen. Benjamin Disraeli was Brits premier en Jood en daar kraaide geen haan naar. Maar de Edaljizaak ging niet alleen over ras. Ook verschil maakte er een groot deel van uit. Parsees zijn heel licht gekleurde Indiërs en George was maar voor de helft Parsee aangezien zijn moeder Schotse was. Ik heb een foto of vier gezien van George en hij zag er even blank uit als zijn Engelse compagnons. Er bestaat bijvoorbeeld een clandestiene foto die van hem gemaakt is tijdens zijn proces waarop hij te zien is met een politieman die achter hem staat. Je zou die twee best kunnen omwisselen zonder dat je het zou merken. Beiden zien er praktisch identiek uit: ze hebben allebei een snor en leunen voorover. Het ging dus niet over zijn huidskleur, maar wel over het feit dat hij anders was: een Parsee. Die namen een speciale plaats in in de rassenrelaties binnen het Britse Rijk. Van alle Indiase volkeren stonden zij het hoogst aangeschreven, waardoor ze wel eens de Indiase Joden werden genoemd."

Werd George gehaat door zijn omgeving omdat hij een Parsee was of omdat hij een Parsee was die zijn plaats niet kende?

"Dat is moeilijk uit te maken. Toen Georges vader predikant werd was er nogal wat tegenstand omdat men niet wou gezegd krijgen wat te doen en wat te laten door 'een zwarte'. Bovendien bleek hij ook nog eens een Liberal te zijn die zijn kerk openzette voor politieke meetings, wat door de Conservatives afgekeurd werd. George had dus zeker zijn afkomst al niet mee. Maar we moeten steeds een onderscheid maken tussen twee niveaus van haat tegen de man. Enerzijds was er natuurlijk die van de anonieme brievenschrijver en de ietwat achterlijke boerenbevolking die uitgaande van de gewone vooroordelen George als een zonderling zag. Maar dat zou hij ook geweest zijn omdat hij de zoon was van de lokale predikant en omdat hij intelligent was, of omdat hij een bril droeg. Niet alleen omdat hij een Parsee was dus. Men wantrouwde toen gewoon iedereen die men niet kende. Maar je moet dat onderscheiden van de haat die van de politie uitging. Die was zuiver gebaseerd op racisme.

"Ook al woonden er eind negentiende eeuw meer migranten in Engeland dan we nu vermoeden, in landelijk Staffordshire waren zij over het algemeen niet te vinden. Zij woonden in de steden. George was dus een ongewone verschijning en wanneer er vervolgens on-Engels gedrag voorkwam - zoals men toen dierenmishandeling zag, hoewel het hier natuurlijk even vaak voorkwam als ergens anders - was de schuldige snel gevonden."

En ook Arthur Conan Doyle was een Schot en dus, zoals hij het noemt, een 'unofficial Englisman'.

"Wat voor George natuurlijk complete nonsens was aangezien hij Arthur Conan Doyle zo Engels vond als de zondagse roastbeef. Hij had allemaal belangrijke Engelse vrienden, werd door de koning geëerd en verbleef in chique hotels. Bovendien vond hij het beledigend dat Arthur hem niet als Engels beschouwde. Hij was immers in Engeland geboren en opgegroeid. Hij wou zelfs zo'n voorbeeldige Engelsman zijn dat hij niet wou inzien dat hij het slachtoffer van racisme was. Iedereen was vriendelijk tegen hem, merkte hij meermaals op, ook op school en aan de universiteit. Hij had een eigen advocatenkantoor, hoe kon hij dan het slachtoffer worden van geïnstitutionaliseerd racisme?"

Had uw beslissing om dit boek te gaan schrijven iets te maken met de vluchtelingengolf die volgens sommigen Engeland overspoelt waardoor de Engelse identiteit opnieuw in vraag wordt gesteld?

"Ik loop al een jaar of tien met het plan rond om iets rond ras te schrijven. Er was toen een shockerende zaak die in Shropshire speelde, dat net naast Staffordshire ligt trouwens. Een zwarte Brit van middelbare leeftijd werd toen dood aangetroffen. Hij hing aan een hek van een park, opgeknoopt met zijn eigen broeksriem. De politie besloot dat hij zelfmoord had gepleegd, ook al was er volgens zijn familie geen enkel vermoeden dat hij daartoe plannen maakte. Een half jaar later werd de neef van het slachtoffer, die zich op de zaak geworpen had omdat hij niet in de zelfmoordhypothese geloofde, ook dood aangetroffen, opgeknoopt aan zijn broeksriem en op dezelfde plaats. 'Wat een toeval', merkte de politie op, 'zelfmoord zit er blijkbaar in de familie'. Dat was gewoon grotesk, maar ik wist niet precies hoe ik er iets over kon schrijven."

Dus werd het Arthur & George?

"Ja, en terwijl ik het boek schreef merkte ik dat dit net zo goed vandaag zou kunnen gebeuren. Handschriftanalyse wordt nu natuurlijk niet meer gezien als een zaligmakende wetenschappelijke methode om de schuld van iemand te bepalen, maar de expertise van wetenschappers wordt nog steeds vaak misbruikt in de rechtszaal. Zo was er bijvoorbeeld een tijdje geleden een schandaal over een psycholoog die op basis van statistiek beweerde dat één baby die sterft in een gezin op een ongeluk kan wijzen maar dat twee baby's die sterven moord betekent. Door zijn 'expertise' zijn heel wat onschuldige moeders veroordeeld voor kindermoord. Een rechtszaak is iets van overtuigen en meningen buigen, tot er een expert opduikt die beweert met wetenschappelijke zekerheid de feiten te kennen. Niet moeilijk dat zo'n man of vrouw meer invloed heeft op de jury dan een doodgewone getuige. Vergeet niet dat ik rechten heb gestudeerd, dus ik weet waarover ik spreek."

En wetenschappelijk bewijs was een eeuw geleden ook iets anders dan vandaag. Praktisch iedereen geloofde in spiritisme en klopgeesten. Zelfs Arthur Conan Doyle.

"Begin twintigste eeuw geloofde men daar heel sterk in en hoe meer fraudeurs er werden ontmaskerd, hoe sterker men erin leek te gaan geloven. Spiritisme werd zelfs gezien als een nieuwe wetenschappelijke discipline. Voor Conan Doyle was het bijvoorbeeld niet nodig te denken of te geloven dat er leven na de dood was, je kon dat gewoon wetenschappelijk bewijzen via spiritisme en het laten oproepen van geesten door een medium. En hij stond daar niet alleen mee. Heel wat vooraanstaande wetenschappers uit die tijd geloofden dat ook.

"Conan Doyle was dus geen zonderlinge gek. Hij begon als scepticus en fervent rationalist, benaderde de spiritismesessies met een zuiver wetenschappelijke ingesteldheid en moest concluderen dat telepathie soms werkte en dat mediums dingen wisten die niemand hen ooit had verteld. Dus werd spiritisme voor hem wetenschap. Het kreeg ook een flinke duw in de rug door de Eerste Wereldoorlog, toen er veel jongemannen stierven en hun familie maar al te graag geloofde dat de geest van de gesneuvelde contact met hen probeerde te zoeken. Voor Conan Doyle werd het pas problematisch op het moment dat hij zowat alles begon te geloven, tot en met dat er elfjes bestonden en dat ze in zijn tuin woonden. Toen hij met foto's van die elfjes begon te zwaaien werd het natuurlijk echt gênant."

De regeringscommissie die de zaak opnieuw bekeek kwam tot de conclusie dat George de dieren niet had mishandeld, maar naar eerherstel en een schadevergoeding kon hij fluiten. Hoe is zo'n halfslachtige uitspraak te verklaren?

"Dat is een typisch Britse het-zal-wel-koelen-zonder-blazen-oplossing: onschuldig maar toch ook weer schuldig. Dreyfus kreeg eerherstel, Edalji niet. En daardoor bleef natuurlijk iedereen ervan overtuigd dat hij schuldig was. Volgens mij is de essentie ervan terug te brengen tot de afwezigheid van een hof van beroep. Had dat toen bestaan en had Edalji een stel goede advocaten gehad, dan was hij zeker vrijgesproken in beroep. Maar bij gebrek daaraan stelde het ministerie van Binnenlandse Zaken een commissie aan die het eigen beleid niet in een slecht daglicht wou plaatsen. Het ene hof kan zonder enig probleem van het andere zeggen dat het fouten heeft gemaakt. Een regering daarentegen bekent niet graag dat ze mis was. Dus tot veel meer dan een soort sullig 'sorry about that' kwam het niet.

"De commissie was trouwens ook niet bevoegd om getuigen te horen. De argumenten van Conan Doyle mochten bijvoorbeeld niet in beschouwing genomen worden, want dat was tegen de regels. Het enige wat ze mocht doen was het dossier opnieuw inkijken en zo kwam ze tot het besluit dat er niet genoeg bewijs was om de handschriftanalyse te weerleggen en dat Edalji de dreigbrieven dus zelf geschreven moest hebben. En dat was voor de commissie een ideale uitweg. Zo moest ze niet toegeven dat er iets ongerijmds was gebeurd. Hoe onwillig die commissie wel was blijkt ook uit het moment waarop haar rapport werd gepubliceerd: op een vrijdagavond net voor de vakantie, zodat ze er zeker van was dat praktisch niemand het zou lezen."

Zou iets dergelijks vandaag nog kunnen gebeuren?

"Nu is er wel degelijk een hof van beroep, dus de Edaljizaak zou vandaag zeker anders verlopen, maar het principe van de zaak, de manier waarop de regering zich eruit wist te draaien, is nog niet veranderd. Denk maar aan de David Kellyzaak van een paar jaar geleden. De Britse regering stuurde troepen naar Irak op basis van volstrekt vals bewijsmateriaal: de beruchte uitspraak dat Saddam Groot-Brittannië ieder moment met raketten kon treffen. David Kelly wist dat, trok aan de alarmbel en getuigde in een BBC-programma, waarna de identiteit van de man openbaar werd gemaakt en hij zelfmoord pleegde. De onderzoekscommissie die daarna werd aangesteld, beaamde dat de regering het volk leugens had wijsgemaakt, maar daar ging het nu niet om. Er werd haar dus niets ten laste gelegd, terwijl David Kelly zich vanwege die zaak van kant had gemaakt en er twee BBC-directeurs die een grotendeels waar en heel relevant programma hadden vertoond ontslagen werden. En dat is niet alles: de man van de geheime dienst die verantwoordelijk was voor de valse informatie heeft inmiddels promotie gekregen.

"Als je dat vergelijkt met de Edaljizaak denk ik dat George niet mocht klagen: het had veel erger kunnen zijn. En zulke zaken gebeuren niet alleen in Engeland. Wat dat betreft zijn alle regeringen gelijk. Het is zoals in John Le Carrés spionageromans, waar de topspionnen van de Engelsen en de Russen zich veel verwanter voelen met elkaar dan met het politieke regime waar ze voor werken."

Uw positie tegenover Conan Doyle lijkt me nogal ambigu te zijn. U laat niet na te vermelden dat hij met zijn Sherlock Holmesmethodes een deel van zijn eigen bewijsmateriaal verprutste en dat de man die volgens hem de dader was er uiteindelijk niets mee te maken had.

"Ik geef toe dat ik niet echt stond te juichen toen bleek dat Conan Doyle het had opgenomen voor George. Ik ben niet echt een fan en hou niet van zijn stijl. Maar tijdens het werken aan mijn roman ben ik Conan Doyle toch gaan bewonderen. Welke schrijver zou vandaag de dag zoiets doen? Oké, schrijvers willen nog wel eens een open brief ondertekenen en deelnemen aan een protestmars, maar zich werkelijk inzetten voor iemand en opkomen tegen het onrecht dat hem is aangedaan komt niet meer voor. De laatste die dat deed was Norman Mailer, die zich inzette voor Jack Abbott, een naar zijn mening ten onrechte voor moord veroordeelde man. Het pijnlijke was dat hij de man uiteindelijk voorwaardelijk vrij kreeg en dat die daarop iemand neerstak, met nogal wat gezichtsverlies voor Mailer als gevolg natuurlijk.

"Nee, als er vandaag al iemand iets dergelijks zou doen, zou het wellicht een toneelschrijver zijn, iemand als Harold Pinter of David Hare. Maar de vraag is of er wel iemand nota van zou nemen. Schrijvers worden vandaag immers anders gezien dan vroeger. Mensen als Arthur Conan Doyle, George Bernard Shaw, Rudyard Kipling of H.G. Wells waren publieke figuren waar de politiek naar luisterde. Het waren immers belangrijke opiniemakers. Kipling was een goede vriend van president Roosevelt. Zie jij Bush een diepgaande correspondentie aanknopen met Pinter? Ik alvast niet. Vandaag liggen de kaarten helemaal anders. Plaats Tony Blair voor de keuze met wie hij op de foto wil, Bob Geldof of Ian McEwan, en je ziet zo wat de hedendaagse positie van de schrijver is in Engeland. En stel daar Frankrijk nu eens tegenover. Ik ben er zeker van dat Dominique De Villepin veel liever op de foto zou gaan met Bernard-Henri Lévy dan met een of andere F1-piloot."

Is dat de reden voor uw Frankrijkliefde?

"Het is verleidelijk om ja te zeggen, maar dat zou niet waar zijn. Frankrijk was gewoon het eerste land dat ik ooit bezocht. Meer zelfs, tot mijn achttiende of negentiende beperkte het buitenland zich voor mij gewoon tot Frankrijk. Dat was normaal voor mijn generatie. Ik begon er Franse literatuur door te lezen en naast de Russische werd ze mijn grote liefde. En die liefde blijkt wederzijds te zijn. Mijn boeken verkopen heel goed in Frankrijk. Meer zelfs, ze halen zelfs het middagnieuws: 'De bekende Engelse schrijver Julian Barnes heeft net een nieuw boek uit.' Dat is flatterend. De kans dat een Franse schrijver het BBC-middagnieuws haalt is belachelijk klein. Engelsen zijn filistijnen wat dat betreft. Wat kan een schrijver meer wensen dan dat hij de voorpagina van de krant haalt met de kop: 'Goed schrijver schrijft uitstekend boek'. Maar dat gebeurt hier dus nooit. Wil ik in dit land de voorpagina halen dan moet ik eerst mijn vrouw vermoorden."

Marnix Verplancke

Julian Barnes

Arthur & George

London, Jonathan Cape, 360 p., 17,99 pond. De Nederlandse vertaling verschijnt eind maart bij uitgeverij Atlas.

'Schrijvers die zich inzetten voor iemand en opkomen tegen het onrecht dat hem is aangedaan, dat komt vandaag niet meer voor. En als ze het zouden doen is het de vraag of er wel iemand nota van zou nemen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234