Woensdag 29/01/2020

Zich verliezen in taal

Gestameld liedboek, zo heet het nieuwe werk van Erwin Mortier. En dat is precies wat hij doet: liederen stamelen over zijn moeder.

In persoonlijke prozaminiaturen, met lianen van metaforen en op poëzie lijkende intermezzo's en veel witregels, vertelt Mortier hoe zijn moeder op 57-jarige leeftijd Alzheimer kreeg. Hoe zij eerst langzaam, maar uiteindelijk toch nog razendsnel, haar identiteit verloor. Herinneringen, dromen, gebeurtenissen en kleine dialogen tonen hoe de vrolijke, sociale en impulsieve vrouw verandert in een kasplantje dat nog steeds leeft.

Mortier wil zich duidelijk niet beperken tot de Alzheimer alleen, zijn onderwerp is groter dan dat. Het draait Mortier om het verlies van taal. En hoe taal de ziel van een mens bepaalt, hoe het verhaal van een mens aan woorden gebakken zit. Niet alleen zijn moeder verliest haar taal en zo zichzelf, maar parallel daaraan krijgt ook hijzelf problemen met woorden en zijn identiteit. De lust tot schrijven verdwijnt, hij braakt nog slechts brokstukken uit. Woorden zijn hem als een granenontbijt: gezond, maar smakeloos.

Autobiografisch leed

Het lezen van Gestameld liedboek plaatst de lezer direct voor een dilemma. Het is hetzelfde als bij andere rouwliteratuur. Neem Schaduwkind van P.F. Thomése, Contrapunt van Anna Enquist of Tonio van Adri van der Heijden, drie romans over het verlies van een kind; je zit als lezer zo dicht op dit rauwe verlies, dat ieder woord over het boek oneerbiedig zou zijn. Het doorstane, autobiografische leed staat een oordeel in de weg: het is te echt, te pijnlijk. Lezen lijkt bovendien al gauw op voyeurisme: alsof er te smullen valt van het tragische lot van een groot auteur. Maar toch, de schrijver brengt het zelf naar buiten, dus er mag geoordeeld worden.

In eerste instantie kun je als recensent door dit dilemma bijna niet anders dan vol lof zijn over Gestameld liedboek. Zo noemde de criticus van De Standaard het een essentieel boek, omdat het de achtbaan van emoties beschrijft waarin je belandt zodra je moeder dement raakt. De emoties maken het boek integer en indrukwekkend, zo oordeelt weer een andere recensent. De schrijver doet verwoede pogingen om zich de vrouw van voor de aftakeling te herinneren, meent een ander. Hij probeert de poëzie te herwinnen op het zinloze stamelen van zijn moeder en van zichzelf. En tegelijk is het liedboek een zoektocht naar liefde, die danig op de proef wordt gesteld door de fysieke en mentale teloorgang van de moeder. De critica van de Volkskrant waardeert juist de trieste passages, omdat die heimwee oproepen. Hij zou sober en kaal het verloop van de ziekte beschrijven, vindt de een, terwijl de ander de barokke stijl zo waardeert.

Een van de eerlijkste recensenten die ons taalgebied rijk is, Marja Pruis van De Groene Amsterdammer, stelt echter dat het juist de taal is die haar stoort: "We leren de moeder niet kennen", zo oordeelt Pruis, "de vader al evenmin, en de schrijver blijft in zijn verdrietige-zoon-stand op een veilige afstand. Mochten we het niet onmiddellijk begrijpen, de zoon huilt en komt al huilend op de diepste gedachten en de mooiste zinnen, die ook nog eens voortdurend bij zijn eigen bestaan uitkomen."

Mortier zegt in de interviews die hij over het boek heeft gegeven, dat hij de vrouw die zijn moeder was wilde terughalen. Maar het boek is geen biografie. Het gaat over de dagelijkse dilemma's en emoties die bij het proces van aftakeling horen. Daardoor lijkt het op Elegie voor Iris van John Bayley, die zijn echtgenote Iris Murdoch van Tolstoj naar Teletubbies zag afglijden. Sommige gebeurtenissen zouden rechtstreeks uit Bayley's boek kunnen komen: dat de moeder als een hondje achter de vader aanloopt, zodanig dat de vader er gek van wordt, bijvoorbeeld. Het zijn blijkbaar universele symptomen die bij de ziekte horen. Maar van een moeder terughalen is bij Mortier beslist geen sprake. Mortier diept maar enkele herinneringen over zijn moeder op. Hij heeft eerder vragen over het verleden dan afgeronde beelden. Nee, hij zit in het nu, in het proces dat plaatsvindt en dat hem verbijstert. Hij is inderdaad, zoals Pruis stelt, met zichzelf als zoon bezig: híj is de centrale figuur, en de aanleiding om het over zichzelf te hebben is zijn moeder en het gezin daaromheen. Wanneer Mortier zich afvraagt hoeveel keren zijn moeder niet suiker op de biefstuk strooide in plaats van zout, spiegelt hij dat later in paniek wanneer hij zelf het zout niet kan vinden, dat in de koelkast blijkt te staan. Het is maar een kleine stap van zijn moeder naar zichzelf. Arjen Fortuin bekent in NRC Handelsblad dat ook hij daarom moeite heeft met het boek: "Dat Erwin Mortier de troosteloosheid van zijn eigen ervaring verkiest boven de mogelijkheid om de moeder in het zonnetje te zetten, geeft een ongemakkelijk gevoel."

Natuurlijk, Mortiers moeder leeft nog, in tegenstelling tot bijvoorbeeld die van Tom Lanoye, die in Sprakeloos probeerde zijn dementerende moeder te vangen. Dus van een echt afgerond portret kan bij Mortier nog geen sprake zijn. Toch zou je zeggen dat er wel degelijk iets is afgesloten: hoe treurig ook, degene die nog leeft is zijn moeder niet meer.

Gladgepolijste zinnen

Maar volgens mij schuilt het echte probleem van dit rouwboek in de paradox dat Mortier wil stamelen en dat doet in gladgepolijste zinnen die glimmen van genot. Mortier verliest zich in de taal, hij ontsnapt aan de werkelijkheid door krullen te draaien en plechtstatige woorden te gebruiken, waarvoor je naar het woordenboek moet grijpen. Ik althans weet niet wat crepusculaire wezens zijn, of olfactische spoken. De hoogdravende stijl botst met de opgeroepen emoties, het riekt naar aanstellerigheid. Mortier toont zijn breekbaarheid en onvermogen niet zoals Lanoye door om de hete brei heen te draaien en zichzelf uiteindelijk met zijn snufferd in de angst en paniek te dopen, maar door opeens linguïstische termen te gebruiken. Hij zoekt tussen de beklemmende emoties het metaniveau op. Wanneer hij geen contact meer met zijn moeder kan krijgen, verwoordt hij dat zo: "Ik hoor de muziek van haar ziel niet meer; de existentiële aura om haar heen, dat hele vibrerende laken van narratieven en symbolieken waarmee ze zichzelf in de wereld heeft geweven - of omgekeerd, de wereld in haar."

Uiteraard is taal Mortier z'n onderwerp en juist die taal desintegreert. Maar gladgepolijste metaforen brokkelen niet. De taal doet niet mee in dit proces. Wel de structuur van het boek. Het besef dat herinneringen nooit helemaal gevangen en gedeeld kunnen worden, dat het willekeurige scherven blijven, weerspiegelt zich in het fragmentarische. Opmerkelijk is uiteindelijk dat de meeste recensenten toch de eenvoudigste verwoordingen van Mortier het meeste prijzen. Daarin schitteren zijn pijn en onmacht, die momenten blijven pas echt haken. Die doen stamelen.

Het Betere Boek

Erwin Mortier wordt geïnterviewd door Yves Desmet (17 uur, Blauwe Zaal).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234