Maandag 24/01/2022

Zhao Ziyang stond sinds studentenrevolte op Tian'anmenplein in 1989 als dissident onder huisarrest

Zhao Ziyang was pleitbezorger van gedurfde politieke en economische hervormingen

China's verliest laatste 'partijman met een geweten'

In een ziekenhuis in Peking is gisteren de gewezen partijsecretaris en premier Zhao Ziyang (85) overleden. Hij was een van China's belangrijkste leiders van de laatste decennia van de 20ste eeuw, zelfs al leefde hij ongeveer even lang onder huisarrest als dat hij belangrijke politieke functies uitoefende. 'Zhao was een partijman met een geweten', dixit Wang Dan, een van de studentenleiders van Tian'anmen.

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

De laatste keer dat de comateuze en gisteren overleden gewezen partijsecretaris Zhao Ziyang in het publiek werd gezien, was op 19 mei 1989, dik twee weken voordat de wereld toekeek hoe de tanks een einde maakten aan anderhalve maand studenprotesten op Tian'nanmen en daarbij duizend mensen van het leven beroofden. Sindsdien leefde Zhao onder huisarrest, terwijl zijn toenmalige secretaris Bao Tong zelfs zeven jaar cel kreeg en ook nu nog onder toezicht leeft. Die laatste reageerde gisteren toch op de dood van zijn vroegere baas. Dat het een 'schoolvoorbeeld van schande' was, zei hij, en dat 'het bewees dat de Chinese leiders nog steeds geen antwoorden hebben voor wat er in 1989 is gebeurd'.

Zhao Ziyang werd in 1919 geboren in de provincie Henan, als zoon van een rijke landheer. Hij sloot zich op amper dertienjarige leeftijd aan bij de Communistische Jeugdliga, was actief tijdens de hele periode van de burgeroorlog en kreeg twee jaar na Mao's victorie in 1949 zijn eerste belangrijke functie, in de zuidelijke provincie Guangdong.

Net zoals zovelen die pragmatiek boven ideologie verkiezen, kreeg hij het in de jaren zestig met Mao aan de stok. Hij werd tijdens de Culturele Revolutie (1966-'76) met een ezelskap op door de straten gevoerd, met om zijn hals een bord waarop stond dat hij tot de 'stinkende negende categorie' behoorde en van 'bourgeoisafkomst' was.

Zhou Enlai, destijds premier, slaagde erin hem in 1973 te recupereren - zoals ook met Deng Xiaoping gebeurde. Hij benoemde Zhou tot gouverneur van Sichuan, China's volkrijkste provincie, die op dat moment op de rand van de anarchie stond en die moeilijk de Grote Sprong Voorwaarts (waarbij 30 miljoen mensen stierven) te boven leek te komen.

Zhao was erg succesrijk. In drie jaar tijd verhoogde hij de industriële productie met 81 procent en de landbouwoutput met een kwart. Dat beviel Deng Xiaoping, die na Mao's dood in 1976 en na de verwijdering van de kliek van zijn acolieten een succesvolle comeback maakte en de Vier Moderniseringen lanceerde. Hij wist Zhao in 1979 te promoveren tot lid van het Politburo (het op een na hoogste orgaan van de Communistische Partij) en een jaar later ook tot premier. Samen met Hu Yaobang, die partijsecretaris wordt, is Zhao op dat moment de belangrijkste uitvoerder van Dengs Opendeurpolitiek.

Het nieuwe beleid staat zowel geleidelijke politieke als economische hervormingen voor. De Communistische Partij is na het turbulente Mao-tijdperk aan een herbronning toe en moet ook een nieuwe legitimiteit verwerven, die in eerste instantie in een verhoging van het welvaartspeil ligt, maar ook in grotere vrijheden op termijn.

De economische hervormingen gaan eind jaren tachtig moeizaam. De lichte industrie en de landbouw gaan er duidelijk op vooruit, maar de hervorming van de zware industrie (veel bedrijven moeten eigenlijk dicht, maar er is geen sociaal vangnet, dus worden ze gehandhaafd) verloopt uiterst moeizaam. Bovendien raakt de economie oververhit, de inflatie loopt boven de 30 procent en is de hoogste in vier decennia, de corruptie begint de spuigaten uit te lopen en de criminaliteit stijgt.

Hoewel de partijtop verwacht dat er protesten zullen komen met de zeventigste verjaardag van de 4 mei-beweging (verwijzend naar de beweging van 1919, waarbij de initiatiefnemers de studenten waren en onder meer werd gepleit voor grotere burgervrijheden), beginnen de problemen op 17 april, twee dagen nadat de eerder wegens zijn al te liberale standpunten aan de dijk gezette ex-partijleider Hu Yaobang plots overlijdt. De studenten komen massaal op straat en eisen grotere transparantie, een efficiënte strijd tegen de corruptie en meer vrijheden.

Aanvankelijk denkt de partijtop dat het protest met de begrafenis van Hu op 22 april zal ophouden, en tegelijk is Deng niet echt opgezet met de publieke demonstratie van onvrede. Uit onder meer de Tian'anmen Papers (Andrew Nathan) blijkt dat hij de manifestaties als een persoonlijke aanval op al zijn verwezenlijkingen ziet.

Zhao Ziyang is tussen 23 en 30 april naar Noord-Korea voor een staatsbezoek. Zijn afwezigheid op de vergaderingen van het Politburo zal verregaande gevolgen hebben. De partijtop beslist er om hard op te treden om een einde te maken aan de protesten. Politologen zullen later onder meer in de Tian'anmen Papers concluderen dat het gebrek aan verzoenende taal op dat moment de protesten zal versterken. Er komt immers steeds meer volk op straat en vooral het hoofdartikel in het Volksdagblad (de partijkrant bij uitstek) werkt provocerend. Daarin wordt onder meer gesteld dat sociale stabiliteit boven alles gaat.

Na zijn terugkeer probeert Zhao een sussender aanpak te forceren. Zijn enige medestander aan de top, Hu Qili, stelt de journalisten gerust dat ze 'eerlijk' mogen berichten over de protesten en de speech die Zhao zelf tijdens de vergadering van de Asian Development Bank zal presenteren, wordt vooraf al aan de studenten bezorgd en is veel gematigder dan de officiële stellingnames.

Zhao's duidelijk andere aanpak zorgt evenwel voor verwarring binnen de partijtop en daarbuiten en op 8 mei wordt de partijsecretaris dan ook bekritiseerd voor zijn afwijkende stellingname. Velen maken zich bezorgd over het nakende, historische bezoek van sovjetleider Gorbatsjov, die in zijn kielzog een batterij internationale journalisten meebrengt. In de vijf vergaderingen van het Politburo die tussen 13 en 19 mei plaatsvinden, probeert Zhao medestanders te vinden voor zijn visie. Hij wil dat het hoofdartikel van eind april wordt ingetrokken, dat er een speciaal bureau komt dat de corruptie van de zonen en dochters van hoge partijkaders zal onderzoeken en dat de lonen en andere inkomsten van de partijtop publiek worden gemaakt in een poging het volkse vertrouwen in de regering te herstellen. Zhao haalt evenwel bakzeil en besluit de druk daarop van buitenaf op te voeren. Tal van zijn medewerkers lopen mee in de demonstraties.

Dat blijkt, achteraf gezien, geen goede zet. De partijtop verhardt haar stellingname - op 19 mei besluit ze de krijgswet af te kondigen en desnoods het leger in te zetten - en Zhao wordt aan de kant geschoven. Zijn grote probleem is dat hij geen eigen machtsbasis heeft, noch over connecties binnen het leger beschikt. Hij dankt zijn positie aan Deng Xiaoping, die dermate is gaan twijfelen aan het voortbestaan van het partijbewind dat hij desnoods bereid is het op een akkoordje te gooien met zijn vroegere tegenstanders - de oude garde die vindt dat de hervormingen te snel gaan. Deng laat Zhao vallen en smeedt een coalitie met Yang Shangkun, die in het leger grote invloed heeft, en met de oude garde. En zo werd Zhao's politieke toekomst getorpedeerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234