Dinsdag 03/08/2021

Zeventig jaar na de nazirazzia: wie verklikte wie?

‹ In het voorjaar van 1943 werden in Sint-Truiden 73 verzetslui van hun bed gelicht door de nazi's.
‹ Een boek onthult nu wie in die kille meidagen wie heeft verklikt.
‹ 'Het waren mensen die daarvoor vrienden waren, dorpsgenoten.'

Zijn onderzoek vergde tweeënhalf jaar opzoekingswerk, en voerde Roger Rutten (71) tot de bedranden van hoogbejaarde mannetjes die het hebben meegemaakt. Jean Vanfrachem uit Hoepertingen, ver in de negentig, was zo iemand. Tijdens de oorlog smokkelde hij een Britse piloot naar Brussel. Hij is een van de tragische personages uit het boek De nazirazzia van 25 mei 1943. Zeventig jaar lang heeft hij erover gepiekerd wie hem had verklikt.

Roger Rutten: "Ik vroeg hem: 'Jean, wilt ge 't wel weten?' Ja, dat wou hij. Ik noemde de naam. Stilte. Hij zei: 'Na de oorlog is dat mijn beste kameraad geworden.' Men zegt nu dat ik bepaalde potjes misschien beter gedekt had gehouden."

Drie jaar geleden vroeg het schepencollege van Sint-Truiden aan de leraar en amateurhistoricus om "een historische bijdrage te schrijven over de dramatische gebeurtenissen van 25 mei 2013". Tijdens een razzia werden 73 verzetsmensen van hun bed gelicht: 32 zouden in concentratiekampen belanden, 13 zouden in Duitsland verplichte arbeid moeten doen. Twintig van de 73 mannen overleefden de oorlog niet. De razzia van Sint-Truiden wordt daarom gezien als de grootste Vlaamse oorlogstragedie na die van Meensel-Kiezegem. "Dorpsgenoten die elkaar hebben verklikt. Mensen die kort daarvoor vrienden waren. Buren."

Na de oorlog werden twee mannen tot levenslange dwangarbeid veroordeeld voor het klikken bij de Sicherheitsdienst (SD). De een was een half-Duitse wiskundeleraar, de andere een jongen van 27 die zelf bij de Witte Brigade had gezeten en had gehoord over plannen voor strafexecuties tegen collaborateurs. Daar wou hij niet aan meedoen, dus koos hij het andere kamp. In zijn boek toont Rutten aan dat de jongen niet meer dan veertien namen kan hebben doorgespeeld aan de Duitsers.

Hard tegen hard

Roger Rutten: "De Limburgse oorlogsgeschiedenis is vooral beschreven door degenen die tot het establishment behoorden. Men heeft het altijd voorgesteld alsof de Duitse bezetter tot 1943 algemeen werd ervaren als correct. Dat is onzin. Al in augustus 1941 worden het echtpaar Jos Koekelbergh en zijn zoon Willem samen met een Joodse persfotograaf gefusilleerd. Er zijn al represaille-acties, waarbij de Duitsers een willekeurig gekozen mijnwerker uit een groep pikken en voor de ogen van zijn collega's liquideren. Het was hard tegen hard. Hier in Limburg is vanaf 1942 massaal en systematisch verklikt. Door vooral Vlaams-nationalistische organisaties zoals het VNV. Die mensen konden perfect weten wat de gevolgen zouden zijn."

Sint-Truiden was tijdens de oorlog de enige Limburgse stad met een SS-burgemeester. Voor de nazi's was het een belangrijk stipje op de landkaart vanwege de luchthaven van Brustem. "Hier stegen de bommenwerpers op", zegt Rutten. "Verzetslui hebben hun leven gegeven om plannen van de luchthaven tot in Londen te krijgen. Men pleegde sabotageacties tegen elektriciteitspalen en telefoonlijnen. Het verzet, hier in Sint-Truiden, was heel actief."

Tot hij er zelf aan begon, is nooit echt aan oorlogsgeschiedschrijving gedaan, zo ontdekte Rutten. Hooguit aan etikettering: wij wit, jij zwart. "Men zwaaide na de bevrijding met lidkaarten en namenlijsten van de NKB, de Nationale Koninklijke Beweging. De echte verzetslui waren als de dood voor lidkaarten en lijsten. Gevolg: na de oorlog wisten enkele zwarten zich wit te maken en de echten zich liever buiten de discussie hielden."

Tijdens de oorlog kwamen 166 NKB'ers om bij verzetsacties, zo'n driehonderd belandden in concentratiekampen en nog eens een honderdtal kwam om bij bevrijdingsgevechten. De verklikten zijn geteld, de klikkers niet.

"Dossiers van verzetshelden zijn lang ontoegankelijk gebleven. In veel gezinnen besloot men het verleden te laten rusten. Vader had een heldendaad verricht, maar zijn gezin in de miserie gestort. Nu pas, na al die tijd, openen de dossiers zich. Ik denk dat ik de eerste was die ze ging inkijken. De meeste verklikkers waren Vlaams-nationalisten die dat deden uit volle overtuiging dat ze slechte elementen binnen hun volk hoorden te elimineren."

Bende van de Dameskous

Om hun acties tegen 'den Duits' te financieren, pleegden verzetsbendes overvallen met geld als enige motief. Een aantal partizanenleiders stak het geld in eigen zak. "Na de oorlog zijn die gevallen geweldig uitvergroot", zegt Rutten. "Het verzet is gecriminaliseerd. Verzetsbendes zijn achteraf vervolgd als 'oorlogsbendes'."

Het Belang van Limburg bericht in 1947 met pathos over het proces tegen de 'Bende van de Dameskous'. Helden tijdens de oorlog, boeven die achteraf hun wapens en expertise aanwendden voor minder vaderlandslievende acties. De bende vermomde zich met nylonkousen en schreef geschiedenis, maar liet in het diepgelovige Limburg weinig heel van het imago van het verzet.

"De hoofdredacteur van Het Belang was in die dagen Hubert Leynen", zucht Roger Rutten, geërgerd. "Die man was eind jaren dertig redactiesecretaris bij De Nieuwe Staat (de partijkrant van het fascistische en uitgesproken antisemitische Rex, DDC). Dat soort weet zich na de oorlog makkelijk te redden, de arme drommels die hun leven op het spel zetten veel minder."

De nazirazzia van 25 mei 1943, Roger Rutten, uitgeverij Epo, 392 p.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234