Vrijdag 22/11/2019

Zeventien jaar na zijn dood viert Parijs de Franse held met een expo in Cité de la Musique

Gainsbourg is internationaler dan ooit

In het jaar waarin hij tachtig zou zijn geworden eren de Fransen Serge Gainsbourg (1928-'91) met een tentoonstelling in de Cité de la Musique. Geen slecht idee, want zeventien jaar na zijn dood is de zanger invloedrijker dan ooit.

DOOR HAN CEELEN

'So fucking French!' heeft iemand met koeienletters op het trottoir voor het voormalige woonhuis van Gainsbourg gekalkt. De tekst valt niet eens bijzonder op, want Gainsbourgs woning, gelegen aan de rue de Verneuil in het tegenwoordig chique Saint-Germain-des-Prés, is al sinds zijn overlijden een bedevaartsoord voor fans en zit van boven tot onder vol met graffiti. Toch maakt de frase meer indruk dan alle andere versjes, liefdesverklaringen en variaties op 'Jantje was hier'. Want de schrijver mag zich dan weinig subtiel hebben uitgedrukt, hij brengt wel een voor de Fransen gevoelige waarheid in herinnering. In eigen land is Gainsbourg al een halve eeuw een held, maar elders wist hij bij leven nooit potten te breken.

In de landen die ertoe deden in de popmuziek - Engeland, Amerika - werd hooguit geamuseerd gereageerd op deze typisch Latijnse geilneef die de fysieke liefde expliciet bezong en er spannende liaisons op na hield met Brigitte Bardot en Jane Birkin. Maar muzikaal gesproken werd Gainsbourg nauwelijks serieus genomen. Wat moest men met zo'n zanger die ook nog eens een halve intellectueel was? Die het Franse chanson combineerde met reggae en flarden Amerikaanse popcultuur? Die de grens met de kitsch niet zelden overschreed? Goed, de Fransen vonden hem geniaal, maar die hielden ook van Johnny Hallyday.

Maar zie: zeventien jaar na Gainsbourgs dood leven we in een heel andere wereld. De barrières tussen hoge en lage cultuur zijn geslecht, het mixen van muzikale genres is de gewoonste zaak van de wereld, en de Franse popmuziek blaast internationaal een stevig partijtje mee. Met als gevolg dat de naam Gainsbourg plotseling overal valt. Franse artiesten als Air, Daft Punk en dochter Charlotte Gainsbourg roemen zijn invloed; hippe acts als Beck, Sonic Youth en Franz Ferdinand zijn fans; en door hem geïnspireerde zuchtmeisjes veroveren de wereld. Zelfs in de dancescene van Tokio schijnt sprake te zijn van een Gainsbourgrage.

Stampvol spullen

Het werd dan ook hoog tijd voor een grote Gainsbourgtentoonstelling, en die is er nu ook in het Cité de la Musique in Parijs. De sfeer in en rond het moderne complex is wat minder intiem dan in Saint-Germain-des-Prés, maar dat verandert gelukkig als je de tentoonstellingsruimte binnenloopt.

Die is klein en donker en staat stampvol met spullen, wellicht als hommage aan Gainsbourgs huiskamer, waarvoor hetzelfde gold. Toch is er er wel degelijk sprake van orde, want curator Frédéric Sanchez leidt ons door Gainsbourgs levensverhaal aan de hand van 24 informatiezuilen die verdeeld zijn over vier tijdvakken: La période bleue (1958-1965), Les Idoles (1965-1969), La Décadanse (1969-1979) en Ecce homo (1979-1989). Verder heeft hij vooral geprobeerd de veelzijdigheid van Gainsbourg te laten zien, die naast zanger ook schilder, dichter, acteur en filmmaker was. Tijdens de rondgang door de zaal hoort de bezoeker geen muziek, maar teksten die worden voorgelezen door Gainsbourgvertolksters als Juliette Gréco, Françoise Hardy, Catherine Deneuve, Jane Birkin, Isabelle Adjani, Vanessa Paradis en Charlotte Gainsbourg.

Op zich is die aanpak prima te verdedigen, en ze werkt vooral goed in het eerste gedeelte van het parcours, waarin Gainsbourgs jeugd en de beginjaren van zijn carrière worden belicht. Met behulp van teksten, foto's en filmfragmentjes worden Gainsbourgs culturele wortels kort blootgelegd. Die waren wijdvertakt , want zijn Russisch-Joodse ouders gaven hun zoon - op 2 april 1928 als Lucien Ginsburg in Parijs geboren - een karrenvracht aan artistieke bagage mee. Lucien studeerde Stravinsky en Chopin; las Flaubert, Rimbaud en Baudelaire, en volgde schilderlessen bij Fernand Léger.

Ook de blauwe periode (de naam komt van Gainsbourg zelf en is zowel een knipoog naar Picasso als een verwijzing naar de melancholie waaraan hij leed) wordt adequaat geschetst. Vooral 1958 was een sleuteljaar. Gainsbourg had zijn ambities om schilder te worden opgegeven en werkte als pianist in bars en cabarets op de muffe Rive Droite, toen hij onder invloed van Boris Vian besloot zijn naam te veranderen in Gainsbourg, en als zanger en liedjesschrijver aan de slag ging. Ditmaal op de hippe Rive Gauche en met aanmerkelijk meer succes. Zijn naam was direct gevestigd met nummers als 'Le poinçonneur des Lilas' en 'La Javanaise', dat hij schreef voor Juliette Gréco.

Veel meer hoef je over dat onschuldige begin niet te weten (al schijnt het in werkelijkheid iets minder makkelijk te zijn gegaan). Maar in de latere periodes krijgt de aanpak van Sanchez iets braafs en oppervlakkigs. Zeker, er wordt gewezen op het feit dat Gainsbourg in de jaren zestig willens en wetens zijn talent verkwistte door de ene na de andere fabrieksproductie af te leveren voor Franse sterretjes (zoals France Gall, die met 'Poupée de cire, Poupée de son' het Songfestival won). Maar over het cynisme dat aan die houding ten grondslag lag, krijgen we weinig te horen of te zien.

Marilyn Monroe in het lijkenhuis

Hetzelfde geldt voor de twee laatste fases in Gainsbourgs leven. Natuurlijk dient uitgebreid te worden getoond hoe hij in Frankrijk uitgroeide tot een beroemdheid door zijn samenwerking met Brigitte Bardot, de schandaalsong 'Je t'aime, moi non plus' (met partner Jane Birkin) en een viertal goede platen. Maar je had ook graag wat meer willen weten over de achtergronden van zijn alter ego Gainsbarre: de dirty old man die in een talkshow de piepjonge Whitney Houston toesprak: 'I want to fuck you.' Ook de aftakeling, toen Gainsbourg een karikatuur van zichzelf werd, ontbreekt in het parcours.

Iets dichter bij de persoon Gainsbourg komen we nog wel door de persoonlijke voorwerpen die aan een zijkant van de zaal in vitrines zijn uitgestald. Die zijn vrijwel allemaal afkomstig uit zijn huis aan de rue de Verneuil, waar Gainsbourg een waar rariteitenkabinet had ingericht à la Des Esseintes, de held uit het boek à rebours van de Franse schrijver Joris Karl Huysmans. Tussen alle kiekjes, briefjes en schetsen voor liedteksten, vallen vooral twee dingen op: een aangrijpende foto van het lichaam van Marilyn Monroe in het lijkenhuis, en een enorme verzameling politiepenningen die Gainsbourg de gezagsdragers wist af te troggelen tijdens zijn nachtelijke escapades in Parijs.

Maar het mooiste gedeelte van de tentoonstelling volgt pas op het eind. Vlak voor de uitgang is een tweede ruimte ingericht waar je op computers naar Gainsbourgs muziek kunt luisteren. Verdeeld over dezelfde vier tijdsblokken kun je kiezen uit een uitgebreid aanbod songs van hemzelf, tijdgenoten en artiesten die zijn nummers vertolkten. Pas hier, onder de koptelefoon, voel je iets van de magie die Gainsbourg bij tijd en wijle had. Door een ijzersterk nummer als 'Je suis venu te dire que je m'en vais', of een ironisch gezongen coupletje waarin je Beck herkent.

In de muziek lag de echte kracht van Serge Gainsbourg. Wat hijzelf of meneer Sanchez ook mochten beweren.

De tentoonstelling Gainsbourg 2008 loopt nog tot 1/3 in de Cité de la Musique in Parijs. Dinsdag-donderdag, 12-18 uur. Vrijdag en zaterdag 12-22 uur. Zondag 10-18 uur. Maandag gesloten.

n Op de expo Gainsbourg 2008 kom je het dichtst bij de man door de persoonlijke voorwerpen die aan een zijkant van de zaal in vitrines zijn uitgestald. Die zijn vrijwel allemaal afkomstig uit zijn huis aan de rue de Verneuil, waar Gainsbourg een waar rariteitenkabinet had ingericht.

Het mooiste van de expo komt pas op het einde: de muziek van Gainsbourg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234