Donderdag 09/12/2021

Zeven bloeddorstige maanden in Vietnam

Ze gooiden granaten in bunkers met vrouwen en kinderen. Ze doodden tientallen burgers die smeekten om hun levens te redden. Ze folterden. Ze regen de oren van hun slachtoffers als trofeeën rond hun nek. Ze doorbraken in 1967 elke morele grens, het oorlogsrecht en de Conventie van Genève. Toch werd elk onderzoek naar de oorlogsmisdaden van de Amerikaanse elite-eenheid Tiger Force in Vietnam verticaal geklasseerd. Tot de krant The Blade uit Toledo, Ohio, door publicatie van de archieven deze week de horror een stem gaf. 'We trokken dorpen binnen en schoten iedereen neer.'

Maarten Rabaey

Voor de tien oude landbouwers in het zompige rijstveld was er geen ontsnappen meer aan. De rivier strekte zich uit langs één kant, bergen langs de andere kant. Langs de enige weg naderden de gecamoufleerde soldaten: een elite-eenheid van het Amerikaanse leger in Vietnam, de Tiger Force.

Het speelde geen rol dat de landbouwers geen wapens droegen. Het was 28 juli 1967 en het was oorlog. Niemand mocht ontsnappen. Eén voor één vielen de verbaasde boeren in een kogelregen neer. Vier stierven, anderen werden zwaargewond of overleefden door zich stil te houden in de modder. Vier GI's verhaalden het drama later zo. "We wisten dat de boeren niet gewapend waren maar we schoten ze toch maar dood."

De aanval op ongewapende burgers was een van de vele die de gedecoreerde eenheid tijdens de Vietnamoorlog uitvoerde, zo raakte vorige week bekend in de Verenigde Staten na acht maanden onderzoek van journalisten Michael D. Sallah en Mitch Weiss van de krant The Blade. Sallah en Weiss spraken met tientallen betrokkenen en doorploegden duizenden vrijgegeven gearchiveerde legerdocumenten. Hun bevindingen tarten elke verbeelding. Het Tiger Force-platoon, een kleine maar getrainde elite-eenheid van 45 paracommando's, liet tussen mei en november 1967 een systematisch spoor van dood en vernieling achter in tientallen Zuid-Vietnamese dorpen van de Centrale Hooglanden. Niemand weet hoeveel doden ze precies hebben gemaakt. Uit getuigenissen en documenten is echter af te leiden dat tijdens de zeven bloeddorstige maanden honderden ongewapende burgers sneuvelden. "We hielden geen telling bij", getuigde Private Ken Kerney, nu brandweerman in Californië. "Ik weet dat het verkeerd was maar het was een aanvaardbare praktijk."

Hun commandanten en generaals wisten het 36 jaar lang maar keken de andere kant op. Hun presidenten werden op de hoogte gebracht maar keken de andere kant op. Hun huidige ministers van Justitie en Defensie weten het. Ze kijken de andere kant op. Vietnam is geschiedenis, is het gangbare excuus. Vandaag vechten de VS in Irak en Afghanistan een oorlog tegen terreur.

Terreur is wat de provincie Quang Ngai, die zich uitstrekt van zijn groene bergen naar de witte stranden van de Zuid-Chinese Zee, in 1967 elke dag meemaakt. De landbouwgronden worden gebruikt door de communistische Noord-Vietnamezen als toeleveringsroute voor de Vietcong-guerrilla. Die vecht voor de hereniging van het land, dat in hartje Koude Oorlog opgedeeld was tussen de invloedssferen. Voor het Amerikaanse leger vormde het labyrint van jungle en riviervalleien een strategisch gebied dat gecontroleerd moest worden om de infiltratie in 'hun' Zuid-Vietnam te stoppen. Generaal William Westmoreland, commandant van de Amerikaanse troepen in Vietnam, richtte daartoe in 1967 een speciale task force op die de provincie moest 'beveiligen'. Hij gaf die opdracht aan een elite-eenheid die in staat was om zich snel voort te bewegen door het tropische regenwoud, de vijand te lokaliseren en hinderlagen op te zetten: de Tiger Force. Zijn leden werden geselecteerd op hun gevechtservaring en bereidheid om te doden. Ze kwamen uit kleine Amerikaanse boerendorpen zoals Rayland, Ohio; Globe, Arizona; of Loretto, Tennessee. Ze waren graanvelden gewoon en fastfood. Nu moesten ze, met hun tijgergestreepte uitrusting en slappe hoeden, één worden met het gebladerte voor missies die soms dertig dagen duurden. Ze moesten sluipen als roofdieren op zoek naar een prooi. Ze moesten doden om te overleven, als beesten.

Zoals tijdens een ochtendlijke patrouille op 8 mei, toen de soldaten twee vermoedelijke Vietcong langs de rivier Song Tra Cau onderschepten. Eén sprong in het water en ontsnapte. De andere werd gevangen. Omdat hij groter en dikker was dan de meeste 'VC' zagen de GI's in hem een Chinese spion. Herhaaldelijk werd hij gedurende twee dagen hardhandig ondervraagd, daarna geslagen. Daarna gefolterd. Eén voormalige soldaat, William Carpenter, vertelde The Blade dat hij de gevangene levend wou houden, "maar ik wist dat zijn tijd op was". Nadat de gevangene opdracht kreeg om het op een lopen te zetten, werd hij neergemaaid door verschillende GI's. Zijn behandeling werd een 'operationele procedure' tijdens de volgende maanden. In juni sneed soldaat Sam Ybarra een gevangene de keel door met een jachtmes, om hem daarna te scalperen. De schedelpan prikte hij daarna op zijn bajonet. Een andere gevangene kreeg opdracht "om bunkers te delven", waarna hij met een schop de put werd ingeslagen alvorens dood te worden geschoten. Hij had zijn eigen graf gegraven.

Het platoon executeerde niet alleen gevangenen. Het nam ook ongewapende burgers in het vizier. Nog in juni werd een boeddhistische monnik doodgeschoten nadat hij zich bij de GI's beklaagd had over de wijze waarop ze dorpelingen behandelden. Na zijn dood werd een granaat op zijn lichaam geplaatst, om bij de oversten te bewijzen dat hij een vijand was.

Nog later schoot Ybarra een vijftienjarige jongen neer nabij het dorp Duc Pho. Hij zou zijn collega's later vertellen "dat hij de tennisschoenen van de tiener voor zichzelf wou". De schoenen pasten niet maar Ybarra deed wat een ritueel werd onder de platoon-leden: hij sneed de oren van de jongen af en droeg ze bij zich in een rantsoenzak, zo verklaarde soldaat Carpenter later aan onderzoekers. Uiteindelijk zouden 27 soldaten van de Tiger Force verklaren dat bij gedode Vietnamezen oren afgesneden werden. Sommigen regen de oren aan schoenveters en maakten er halskettingen van om rond hun nek te dragen, "om de Vietnamezen angst in te boezemen".

Voormalig platoon-verpleger Larry Cottingham verklaarde daarover: "Er was een periode waarin zowat iedereen een halsketting van oren had." De nu vrijgegeven dossiers tonen ook aan dat de soldaten er andere gruwelijke praktijken op nahielden: ze sloegen de tanden van dode burgers uit en verzamelden gouden vullingen.

Vele uitspattingen deden zich voor in de Vallei van Song Ve, waar de generale staf alle 15.000 de dorpelingen wou verhuizen naar 'vluchtelingencentra', opdat ze geen rijst meer konden verbouwen voor de VC. Veel van de vijfduizend dorpelingen weigerden echter te vertrekken naar de centra die in werkelijkheid op gevangenissen leken, ommuurd met beton en prikkeldraad. "We wilden gewoon op ons land blijven. We kozen geen zijde in de oorlog", werd Lu Thuan (67), een Vietnamese landbouwer, in The Blade geciteerd. "We wilden alleen met rust gelaten worden."

De Tiger Force zou niemand met rust laten in de volgende twee maanden. De soldaten brandden dorpen plat om de bewoners tot vertrek te dwingen. 's Nachts werden de leden van het platoon bestookt door VC. De lijn tussen dorpelingen en vijanden werd in de ogen van de GI's altijd dunner.

In de nacht van 23 juli liep het platoon een 68-jarige timmerman tegen het lijf die juist de Song Ve-rivier had overgestoken. Dao Hue, zoals hij bekend was, liep over het modderpad dat hij van kindsbeen af kende. Het zouden zijn laatste stappen worden. "Hij was doodsbang, vouwde zijn handen en vroeg heel schril ons medelijden", verklaarde sergeant Leo Heaney aan de onderzoekers. De onderofficier escorteerde daarop Dao naar zijn platoon-leider, luitenant James Hawkins. Die schoot hem in het gezicht. "Hij viel op de grond en Hawkins schoot nog een keer", zegt specialist Carpenter in een verklaring. "Ik wist dat hij dood was. De helft van zijn gezicht was weg."

Hawkins ontkende de beschuldigingen van medesoldaten tijdens een ondervraging in 1973. Maar in een recent interview met The Blade geeft hij de feiten toe. De ex-luitenant beweert dat de man te luid jammerde en de aandacht van de vijand kon trekken. "Ik elimineerde dat ter plaatse." Vier andere soldaten houden vol dat er andere manieren waren om hem het zwijgen op te leggen. De schoten lokten zelfs de Vietcong en het kwam tot een vuurgevecht.

In de daaropvolgende dagen sloegen bij vele soldaten de stoppen door. Het gebied werd tot 'vrije zone' verklaard, wat betekent dat troepen niet langer de toelating van hun commandanten nodig hadden om vijanden aan te vallen. De Tiger Force nam de woorden letterlijk. Ze vuurde zonder onderscheid op mannen, vrouwen en kinderen. Uit de archieven van het leger blijkt hoe twee halfblinde mannen aangetroffen werden die op de dool waren, naar de rivieroever werden gebracht en doodgeschoten. Twee dorpelingen, onder wie een tiener, werden geëxecuteerd omdat ze niet in een hergroeperingskamp waren. Tijdens die campagne werden ook de tien boeren beschoten. Enkele dagen later dumpten Amerikaanse vliegtuigen tientallen tonnen ontbladeringsgiffen op de vallei, om te verzekeren dat niemand nog rijst zou verbouwen tijdens de oorlog. Voor de Tiger Force was de Song Ve-campagne voorbij. De echte nachtmerrie moest echter nog beginnen.

In wat een van de bloedigste episodes van 1967 zou worden lanceerde het leger op 11 september van dat jaar Operation Wheeler. In de provincie Quang Nam moest de Tiger Force het opnemen tegen het Noord-Vietnamese leger. Onder leiding van de 38-jarige agressieve kolonel Morse kregen de eenheden het bevel om alle dorpen uit te kammen nadat vijf soldaten stierven en twaalf zwaargewond raakten in hinderlagen. De legerleiding had toen al moeten weten dat er iets loos was: over de radio noemde Morse zichzelf 'Ghost Rider' en sprak zijn A, B en C-compagnieën respectievelijk aan als Assassins (Moordenaars), Barbarians (Barbaren), en Cutthroats (Keeldoorsnijders).

De Tiger Force begon in groepjes van vier tot zes soldaten dorpen aan te vallen. "Iedereen was bloeddorstig in die periode", herinnert toenmalig verpleger Rion Causey zich in een recent interview. "We kwamen in een dorp en veegden meteen de bevolking weg", zegt Causey, nu 55 en ingenieur in Californië. "Dat herhaalde zich elke dag." Soms gooide het leger vanuit heli's pamfletten dat men de dorpen moest verlaten. "Als de mensen niet vertrokken, zouden ze vermoord worden." Om zich tegen de moorden in te dekken, begonnen de platoon-leiders dode burgers te tellen als vijandelijke soldaten, zo erkenden vijf ex-soldaten aan The Blade.

De dossiers geven hen gelijk. In de tien dagen die volgen op 11 november claimden ze 49 Vietcong te hebben gedood, maar bij 46 werden geen wapens gevonden. Volgens Causey werden ook via de radio verkeerde gegevens doorgespeeld. "In de radio riepen we 'zeven VC liepen weg uit hut. Neergeschoten en gedood'. 'Hell, they weren't running.'", zegt hij nu. "We wisten niet eens of ze VC waren of niet."

Tijdens deze 'searching, seek and destroy'-acties werden de meeste gruweldaden begaan. Een dertienjarig meisje werd de keel afgesneden nadat ze was verkracht. Een jonge moeder werd doodgeschoten nadat haar hut in brand werd gestoken. Een ongewapende tiener werd in de rug geschoten nadat de jongen het bevel kreeg het dorp te verlaten. Een baby werd onthoofd omdat een GI z'n halsketting wou. "We trokken dorpen binnen en maaiden iedereen neer", zegt voormalig verpleger Harold Fischer daar vandaag over. "We hadden geen excuus nodig. Als ze daar waren, waren ze dood."

De dorpelingen waren nergens veilig. Ook niet in hun zelfgemaakte ondergrondse schuilplaatsen van bamboe en gebladerte. Toen de Tiger Force een dorp op zo'n dertig kilometer ten westen van Tam Ky naderde, zagen de soldaten hoe vrouwen en kinderen daarin wegkropen. De voorste gelederen toonden geen medelijden. "Ze wisten wat we moesten doen", getuigt private Ken Kerney nu."Zonder onderhandelingspogingen trokken ze de pinnen uit hun granaten en lieten de explosieven in de schuilplaats rollen."

Naar het einde van Operation Wheeler werd de drijfveer om te doden nog groter. Via de radio spiegelde een stem de manschappen een beloning voor als ze evenveel mensen konden doden als het nummer van hun infanterie-eenheid: 327. Drie ex-soldaten zweerden later onder ede dat het bevel afkomstig was van 'Ghostrider' Morse. Uit gegevens van de legerradio blijkt dat het macabere doel werd gehaald. De Tiger Force rapporteerde op 19 november trots zijn 327ste lijk.

Het Amerikaanse leger startte na de oorlog een onderzoek naar oorlogsmisdaden door de Tiger Force. Aanleiding was de bekentenis van een voormalig sergeant die toegaf een jonge, ongewapende moeder te hebben vermoord. In ruil voor strafvermindering vertelde hij ook over oorlogsmisdaden van zijn vroegere makkers. Maar hij, noch de anderen werden vervolgd. Hoewel het leger twintig oorlogsmisdaden vaststelde, gepleegd door achttien soldaten van de Tiger Force, kwam het nooit tot een aanklacht.

De getuigenissen belandden volgens het onderzoek van The Blade in het ministerie van Defensie en het Witte Huis maar haalden nooit de rechtbank of de publieke opinie. Ze eindigden in het archief. Uit de daaruit vrijgegeven documenten blijkt nu hoe commandanten al in 1967 op de hoogte waren van de mensenrechtenschendingen maar weigerden in te grijpen. Hoe twee legeronderzoekers in 1971 lieten uitschijnen dat ze alles onderzochten maar in werkelijkheid soldaten onder druk zetten om hun mond te houden. Tegen de tijd dat het onderzoek werd afgerond, in juni 1975, hadden zes hoofdverdachten de toelating gekregen om het leger te verlaten - zodat ze buiten het bereik waren van de militaire aanklagers. Met de informatie over resterende verdachten werd niets gedaan, ook al waren nog eens drie militairen in het rapport beschuldigd van moord.

Nadat de massamoord van 1968 in het Vietnamese dorpje My Lai, waarbij vijfhonderd burgers werden omgebracht door een Amerikaanse legereenheid, was uitgelekt in de wereldpers richtten de VS een panel op om andere oorlogsmisdaden te onderzoeken. De zes benoemde officieren kwamen nooit samen.

"Wegens gebrek aan nieuwe en sluitende bewijzen zijn er geen plannen om de zaak te heropenen", zei een Pentagon-woordvoerder deze week. "Ze is meer dan dertig jaar oud."

Uit vrees voor justitie willen veel gewezen leden van de Tiger Force het verleden laten rusten. Enkelen hebben echter nergens spijt van. Ex-sergeant William Doyle bijvoorbeeld, die nu in Missouri leeft, zegt dat hij zoveel burgers doodde dat hij de tel kwijtraakte. "We leefden bij de dag", verklaarde hij onlangs. "We dachten niet dat we het zouden overleven. Dus stelde je elke verdomde daad waar je zin in had, vooral om te blijven leven. De enige weg om te overleven was doden."

Toch tonen ook veel gewezen GI's berouw. Ex-Tiger Force-soldaat William Carpenter zegt dat hij voor zijn dood nog één keer terug wil keren naar de vallei van Song Ve, naar de plaats waar zijn eenheid de vier landbouwers doodde. Hij wil zich verontschuldigen bij hun families. Zesendertig jaar later wordt hij behandeld voor het posttraumatisch stresssyndroom. Voor hem eindigt de Vietnamoorlog nooit want, zegt hij, "in het holst van de nacht komen de demonen je eraan herinneren".

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234