Maandag 20/09/2021

Zes dochters

'Toen ik mijn vrouw vertelde over de andere kinderen, reageerde ze alsof ik haar zei dat we morgen zouden gaan tennissen'

Een punt van kritiek op zijn open brief van februari 2004 was dat de prins slechts de zaken behandelde die hem uitkwamen. Hij was openhartig, maar selectief. Over buitenechtelijke kinderen bijvoorbeeld geen woord. Al in 2002 had de prins ons verteld hoe het zit. We waren begonnen over het onofficiële leven buiten het officiële, over de publicist Kikkert, die beweerde dat Bernhard twee zonen had uit zijn Londense periode tijdens de oorlog. De prins, toen: "Wat die Kikkert allemaal niet beweert. Het komt allemaal uit zijn duim. Het grappige is: hier zit Eef Brouwers van de RVD, als ik sterf moeten ze namelijk zo'n overzicht hebben van mijn leven. Zegt Brouwers: hebt u niet twee zonen? Ik zeg: ben jij nou helemaal belazerd, heb jij ook al Kikkert serieus genomen?"

"Ik vind Martin van Amerongen van De Groene Amsterdammer een aardige vent. Ik heb wel eens gedacht: ik vraag Van Amerongen voor mij een advertentie te plaatsen in zijn blad. Prins Bernhard biedt één miljoen aan degene die kan aantonen dat hij twee zoons heeft."

Hij heeft een dochter in Parijs, van een Franse vriendin. Ze is geboren in 1967. Prins Bernhard: "Ik geloof dat de zwangerschap toeval was. Haar moeder zei op een gegeven moment: luister eens, ik verwacht een baby. Het was niet vooropgezet. Ze zei: wat vind je ervan? Ik zei: ik vind het leuk. Basta. Edmund Rothschild, haar tante en ik waren de peetouders. Het kind heeft een peettante en twee peetvaders."

Ziet u elkaar?

"Jawel, ten minste twee keer per jaar. Een keer in de zomer en een keer in de winter. Met Kerstmis worden cadeaus uitgewisseld. Eén keer is zij met haar moeder hier op paleis Soestdijk geweest. Eén keer zonder haar moeder. Hebben we een beetje rondgetoerd. En weer samen met haar moeder is ze mee geweest met een tocht op de boot."

Hij onderbreekt zichzelf: "Wacht even, ik heb de indruk dat u niet weet dat ik nog een andere onwettige dochter heb."

Nee, zover waren we nog niet bijgepraat.

"Zie je wel. Ik dacht het al. Toch wel zielig voor u. De moeder van mijn tweede buitenechtelijke dochter is de enige vrouw met wie ik niet meer bevriend ben. Ook die dochter is ongewild geboren, bij toeval. Het is gebeurd net na de Hofmans-zaak. Die dochter is al bijna vijftig. Ze is tuinarchitect."

De prins wil haar nationaliteit niet vermeld hebben. Ze moet met rust worden gelaten. "Ik zie haar soms", zegt hij. "Ze is drie keer bij ons in Italië geweest, samen met een vriendin, en ook hier op Soestdijk."

Volgens de prins was er een verband tussen de geboorte van deze dochter en de beschuldiging van de kringen rond Hofmans dat hij geld van Juliana zou hebben achterovergedrukt. "Ja, je kunt daarover lachen, ik vond het door mijn opvoeding een enorme belediging. Als ik twintig onwettige kinderen had gehad en zij had mij dat verweten, dan had ik me dood geërgerd en had ik gezegd: het zijn er minder. Toch, zo'n verwijt had ik aanvaard. Maar de beschuldiging geld te stelen van je eigen vrouw... Dat heeft iets kapotgemaakt. Dat heb ik haar verteld. Ik heb gezegd: dat is de verklaring waarom ik deze dochter heb."

Hoe heten uw dochters?

"De een heet Alexia, zij is de jongste, de ander is Alicia. Dat brengt het personeel hier in de war, cadeaus komen verkeerd aan. Cadeaus voor Alicia zijn naar Alexia gegaan en omgekeerd. Als ik de een wil bellen krijg ik soms de ander. Dan zegt de telefoniste: dan moet u ook maar duidelijker zeggen wie u bedoelt."

Zes dochters hebt u, geen enkele zoon. Had u nooit een zoon willen hebben?

"Nee. Het is nooit bij me opgekomen. Ik ben dankbaar voor wat ons gegeven wordt. Basta. Ik moet denken aan de geboorte van Margriet. Toen heb ik vijftig dollar gewonnen van mijn vrouw. We hebben in 1942 samen New York bezocht. Er was daar een waarzegster die zei: u krijgt een zoon. Mijn vrouw vond het geweldig. Ik zei: ik wed om vijftig dollar dat mijn voorgevoel klopt. Het wordt weer een dochter. Vijftig dollar. En bedenk wel: het wordt eerder groen op de maan dan dat je mijn vrouw tot een weddenschap krijgt. En al helemaal niet tot betalen. Maar ze ging erop in."

"Ik heb tegen Van Tets, haar secretaris, gezegd: terwijl ze nog in de kliniek ligt, geef jij mij die vijftig dollar. Anders krijg ik ze niet. En zo is het gegaan. Van Tets betaalde. Dat heb ik haar later verteld. Kreeg ik zo'n zuur lachje. Mijn vrouw wilde graag een zoon. Die wilde echt een zoon hebben. Net zoals Margriet per se een dochter wilde."

Weten uw dochters van het bestaan van hun halfzusjes?

"Natuurlijk. Waarom zou ik voor mijn eigen familie een geheim hebben? Dat zou toch flauwekul zijn?"

Hebben ze het u kwalijk genomen?

"Daarvan heb ik geen flauw idee. Ik geloof het niet. Van de andere kant: ik geloof ook niet dat ze er hoera over roepen."

Geldt hetzelfde voor uw vrouw?

"O, die heeft het helemaal aanvaard."

Twee jaar later, in april 2004, houden we de prins voor dat hij in zijn open brief in de krant geen woord liet vallen over onofficiële kinderen.

Prins Bernhard: "Die open brief ging uitsluitend over zaken die ik pijnlijk heb gevonden. Het bestaan van mijn buitenechtelijke kinderen is nooit een pijnlijke geschiedenis geweest. Beide kinderen waren, afzonderlijk van elkaar, getroffen door hoe lief mammie voor hen was. En mijn vrouw zei op haar beurt dat het verschrikkelijk lieve kinderen waren. Wij, mijn vrouw en ik, hebben er nooit enige moeilijkheid over gehad."

Heeft uw vrouw het altijd geweten?

"Nee, pas later. Nadat wij weer goed waren na die affaire rond juffrouw Hofmans, dus zeg maar midden jaren zeventig. Toen heb ik haar verteld over het kind in Amerika. Van het bestaan van Alexia heb ik haar verteld toen deze ongeveer tien, vijftien jaar was. Ik vertelde het omdat ik haar op dat moment ook meteen wilde voorstellen aan mammie."

Het moet voor iemand die zo op u gesteld was toch ook een slag zijn geweest. Heeft ze u niet veroordeeld?

"Nee, helemaal niet. Toen ik het vertelde, reageerde ze normaal."

Hoe is normaal?

"Alsof ik haar vertelde dat we morgen zouden gaan tennissen."

Is dat niet bewonderenswaardig?

"Ja, en daar neem ik ook mijn petje honderd procent voor af."

Ze moet veel van u gehouden hebben.

"Precies, dat is het. Het is de hoofdreden waarom ze het heeft kunnen accepteren. Dat is het. Neem de relatie die ik in Londen had tijdens de oorlog. Het eerste jaar vroeg ze: heb je een vriendin? Ik zei ja. Tweede jaar. Heb je nog dezelfde? Ik zei ja. Derde jaar. Nog steeds? Ja, zei ik. Is ze echt zo aardig dat je haar na drie jaar nog steeds hebt? Ik zei ja. Ze zei: dan wil ik haar graag ontmoeten. Uit die ontmoeting is voortgekomen dat mijn vriendin elk jaar met ons is gaan skiën, tot 1952, toen ze vertrok naar de Bahamas."

"Dat was typerend voor mijn vrouw. Zo reageerde ze, uit liefde voor mij. We hebben toen Hofmans vergeten was nog een heel goeie tijd gehad samen. Het heeft lang geduurd, mijn boosheid over die juffrouw en wat ze mijn vrouw heeft aangedaan. Want zo beschouw ik het. Op een gegeven moment komt er een einde aan. Daarbij kwam dat mijn vrouw ontkende ooit gezegd te hebben dat ik aan haar geld zat. Dat was het verhaal in de groep rond Hofmans. De eerste keer dat ik de moed had mijn vrouw ernaar te vragen, zei ze: dat heb ik nooit gezegd.

"Ik denk dat ik het haar ergens midden jaren zeventig gevraagd heb. Oké, zei ik na haar antwoord, nu kunnen we weer gewoon met elkaar omgaan. Ik heb niet gezegd wat ik graag gezegd zou hebben: wat goed dat dat kreng weg is. Zo'n opmerking zou verkeerd gewerkt hebben. Haar herinnering aan de mens juffrouw Hofmans is goed gebleven.

"Balkenende was hier een paar dagen na haar overlijden. Ik zei: meneer Balkenende, vindt u dat een goede daad altijd beloond wordt? Over het algemeen wel, zei hij. Ik zei: dan zit hier het levende voorbeeld voor u van iemand die veertig jaar een trap tegen zijn achterwerk kon krijgen voor een goede daad. Ik had Hofmans naar Soestdijk gehaald. Om mijn vrouw ter wille te zijn. Als maar één haar op mijn hoofd beseft had dat het stuk malheur zo'n ellende kon maken, was ik er nooit aan begonnen. Dat noem je nou echt stank voor dank."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234