Dinsdag 21/05/2019

reportage

Zes bekende 70-plussers die al gruwen bij het wóórd brugpensioen: “Ik heb het nu drukker dan vroeger”

Chris Lomme. Beeld Stephan Vanfleteren

‘Brugpensioen’ of SWT op 58, 59 of 60? Voor deze hyper­actieve senioren is het een non-discussie. Zij vinden het zalig om te blijven werken, zelfs tot ver na hun 70ste. “Uitbollen had gekund, maar dan word je toch een tweederangsfiguur.”

CHRIS LOMME (80), ACTRICE

‘Gedichten blokken houdt mijn geest fit’

“Ik zie of voel geen verschil tussen mij en jongere collega’s. En ze blijven mij vragen voor goede rollen. Waarom zou ik er dan mee ophouden?”

Actrice Chris Lomme – noem haar gerust onze Helen Mirren – is de pensioen­gerechtigde leeftijd al lang voorbij. Maar haar agenda zit nog even vol als de zalen waarin ze speelt. De voorbije maanden toerde ze door Vlaanderen met de voorstelling Adela en Helena. Deze week stond ze in de Brusselse KVS met de solo­voorstelling Reverence en straks volgt al een nieuw project met regisseur Luk Perceval. Tussendoor werkt ze als vrijwilliger in het palliatief dag­centrum Topaz in Wemmel.

Stoppen met werken zit er duidelijk nog niet in. De vraag stellen is al op het randje: “Ik hou niet van dat betuttelende toontje: of ik nóg werk, of nóg met de auto rij... Ik heb nog zoveel passie voor de job, wil nog zoveel bijleren. Al besef ik dat er ooit een einde aan komt. Ik blijf niet spelen tot ik 100 ben. Zo oud word ik toch nooit. (lacht) Er komt zeker een dag waarop mijn capaciteiten voor dit werk weg zullen zijn. Dan hou ik ermee op, maar daar denk ik nu nog niet aan.”

Avond na avond op toneel staan, met lappen tekst om uit het hoofd te leren: uiteraard eist dat met het verstrijken van de jaren wat extra werk van lichaam en geest. “Ik probeer me te verzorgen en fit te blijven. Ik doe aan yoga. Elke dag hang ik thuis honderd tellen aan een baar en doe daarna de oefeningen die ik al jaren doe. De voorbije weken liet ik het wat afweten, omdat ik te moe was. Maar vanmorgen ben ik er opnieuw mee begonnen.”

Ook haar geheugen traint Lomme dagelijks. “Ik blok elke dag twee uur, soms teksten voor voorstellingen, maar ook gewoon gedichten, om mijn brein bezig te houden. Hugo Claus, Herman de Coninck, Karel van de Woestijne, ze zitten allemaal in mijn hoofd. (voegt de daad bij het woord en citeert Claus’ ‘Ik schrijf je neer’) “Mijn vrouw, mijn heidens altaar, dat ik met vingers van licht bespeel en streel...”

Lommes drive mag dan niet verdwenen zijn, ze verwacht niet van iedereen hetzelfde. “Als vrijwilliger ken ik de zorg­sector behoorlijk goed. Dat is bijzonder hard werk, zoiets hou je niet vol tot in de eeuwigheid. Of mensen die bijvoorbeeld straten moeten aanleggen, en de hele dag in de weer zijn met die zware machines? Nee, zoiets doe je niet tot je mijn leeftijd hebt. Dan heb ik met mijn job meer geluk.” 

GERARD ‘GAL’ ALSTEENS (78), CARTOONIST

‘Picasso bleef ook kunst maken tot hij stierf’

Gerard Alsteens, beter bekend als politiek cartoonist GAL, schrok toch even toen hij het persbericht zag voor de uitreiking van zijn VUB-eredoctoraat. En dan vooral van de termen ‘bejaard’ en ‘blijven werken’, gekoppeld aan zijn naam. “Dat klopt natuurlijk, maar ik had er gewoon nog nooit echt bij stilgestaan”, zegt Alsteens. “‘Maar snotneus, gij zijt nog zo jong’, zei mijn goede vriend Marc Sleen (tekenaar van Nero, red.) altijd als ik over mijn leeftijd begon. Bij schrijvende journalisten zeggen ze: ‘Tiens, 65, jij moet op pensioen.’ Bij mij niet. Tekenende journalisten zijn misschien een ras apart. Om iemand plezierig in zijn hemd te zetten, mag je blijkbaar een oude zak zijn.”

“Ik heb nogal wat hoofd­redacteurs versleten. Ik haal er een zekere trots uit dat ik tot ‘GAL van
Knack’ ben uitgegroeid.” De wekelijkse cartoons van GAL verschijnen al zo’n 35 jaar in het weekblad. “Die zijn in mijn ogen niet veranderd met het verstrijken van de jaren. Zonder woorden moet je de zaken scherp zetten, en die politieke aversie zit er bij mij ingeworteld. Vrienden zeggen soms dat ik er nog ziek van ga worden, maar het is omgekeerd: ik zou me ziek maken als ik me niet meer mag opwinden.”

Gerard ‘GAL’ Alsteens. Beeld Thomas Sweertvaegher

“Het zit misschien in de genen, als ik mijn tweelingbroer (Edgard, red.) zie. Die blijft ook met van alles en nog wat bezig, en kan zich ook uitstekend opwinden.”

“Voor mij is zo’n discussie over pensioen ook simpel: iemand die iets met passie en plezier doet, is volgens mij niet aan het hunkeren naar zijn pensionering. Ik heb dat zelf gevoeld. Toen ik op mijn 65ste op pensioen moest als leraar in het kunstonderwijs, ben ik nog vijf jaar cursussen blijven geven.”

Twaalf jaar geleden dacht hij nochtans even: het is voorbij. Alsteens kreeg een embolie aan het (beste) oog, met nu nog steeds een dode plek als gevolg. “Die eerste drie maanden dat ik mij enkel moest bezighouden met de keuken en de living op orde houden... Een fatalist legt zich daar bij neer. Ik hou nu gewoon tijdens het tekenen permanent mijn hoofd een beetje schuin.”

“De knoken warmen ook wat minder snel op, en de kussentjes tussen mijn wervels zijn versleten. Dat zorgt ervoor dat ik niet meer op straat kan komen voor het klimaat, zoals ik dat ooit deed tegen raketten en racisme. Maar op mijn werk heeft het geen invloed: als ik me creatief kan bezighouden, verdwijnen die klachten als bij wonder. Dat ik nog steeds kan blijven graven in mijn verbeelding, die nog steeds even goed functioneert, daar haal ik veel mentale rijkdom uit.”

“Picasso is tot op de dag dat hij stierf, op 91-jarige leeftijd, kunst blijven maken. En blijven roken als een ketter dan nog.” Met dat laatste is Alsteens al een aantal jaren gestopt. “In principe zal ik het dus langer uithouden dan Picasso, maar ook voor mij geldt: als ik ophoud met tekenen, dan sterf ik.”

JEF VERMASSEN (71), ADVOCAAT

‘Ik heb het nu drukker dan vroeger. Niet zo leuk’

Hans Van Themsche, Kim De Gelder, Ronald Janssen, de parachute­moord: voor zijn palmares hoeft Jef Vermassen het niet meer te doen. Maar Vlaanderens bekendste strafpleiter weet van geen ophouden. Hij holt – nu ja – nog steeds van het ene pleidooi naar de andere rechts­zaal. Zij het soms met frisse tegenzin. “Ik zit momenteel in een ontzettend drukke periode, dat had ik ook liever anders gezien”, geeft Vermassen toe. “Het was de bedoeling om drie, vier jaar geleden te beginnen afbouwen, mijn agenda wat lichter te maken. Dat is niet gelukt, mede door de correctionalisering van de meeste moordzaken.”

“Ik pleit op dit moment zowel voor assisen, de correctionele rechtbank als voor het hof van beroep. Op drie verschillende sporen werken is erg belastend. Een deel van de papier­molen kan ik door­spelen naar medewerkers, maar het instuderen en pleiten moet ik uiteraard zelf doen. Dat kan je niet uitbesteden. Als de mensen mij als advocaat willen, dan willen ze mij en mijn ervaring, niet een van mijn medewerkers. Eigenlijk heb ik het nu drukker dan vroeger. Dat is niet zo leuk.”

Jef Vermassen. Beeld Thomas Sweertvaegher

“Mijn energiereserves zijn niet meer onuitputtelijk. Ik werk nog vaak lange dagen: om half­zeven uit de veren om ergens te gaan pleiten en daarna nog cliënten ontvangen, vergaderingen, soms nog een avondlijke lezing met bijbehorende signeer­sessie. Dan lig ik soms pas na één uur ’s nachts in bed. Vroeger draaide ik mijn hand daar niet voor om, nu kan ik er minder goed tegen. Ik ben sneller moe en dat zet zich soms op mijn stembanden. Ik was altijd een krachtige, dragende spreker. Ik had geen microfoon nodig. Maar tegenwoordig zitten mijn stembanden er al eens door na een pleidooi van twee uur.”

“Ik word ouder, dat kan ik niet ontkennen. Daarom probeer ik fit te blijven, zeker mentaal. Op het einde van haar leven was mijn moeder dement. Plots herkende ze me niet meer, was ze zelfs bang van me. Daar hou je toch een klein trauma aan over. Ik hoop absoluut dat mij dat niet overkomt. Misschien daarom dat ik nog blijf werken. Ik hoef geen kruiswoordraadsels in te vullen, want ik studeer nog regelmatig dossiers van 400 pagina’s in. Dat gaat nog vrij vlot, mijn geheugen doet het goed. Alleen met namen heb ik het soms lastig. Die zijn moeilijker te onthouden, dat overkomt wel nog mensen van mijn leeftijd. Ik wandel regelmatig, en ik zwem bij mooi weer, maar eigenlijk is dat te weinig.”

Wanneer Vermassen de deur van het justitie­paleis dan echt toetrekt? Dat valt nog af te wachten. Er lopen nog een aantal assisenzaken en er komen er voortdurend bij. Als dat langverwachte pensioen dan toch zijn intrede doet, is het duidelijk wie daarvan zal profiteren: de kleinkinderen. “Die zijn tussen de 9 en 14 jaar. Eigenlijk kunnen ze niet genoeg genieten van hun grootvader, toch niet constant. Voor mijn kinderen heb ik veel sprookjes voorgelezen en veel poppenkast gespeeld. Voor mijn kleinkinderen is dat minder gelukt, net omdat de voorbije jaren zo druk waren. Ik voel me daar soms een beetje schuldig over. Maar dat compenseren we dan door ze mee te nemen op reis, in de krokus-, paas- of zomer­vakantie. Maar als ik echt op pensioen ga, haal ik mijn schade zeker in.”

PAUL DE GRAUWE (72), PROFESSOR ECONOMIE

‘Een academicus wil niet als irrelevant worden beschouwd’

“Proffen die zeggen dat ze een zwaar beroep hebben, moet je nooit geloven.” Paul De Grauwe, professor aan de London School of Economics, zegt het al lachend. De nood aan brug­pensioen begrijpt hij op een persoonlijk niveau. “Maar als econoom ben ik natuurlijk teleur­gesteld dat we die brugpensioenen niet weten af te bouwen. Dat vergoedingen in België zo sterk gelinkt zijn aan anciënniteit, blijft een obstakel. Een 65-jarige kost twee keer zoveel als een 35-jarige, maar de productiviteit is niet dubbel zo hoog. Ook proffen zouden langer kunnen werken, maar universiteiten zien die rekening niet graag gepresenteerd.”

Zelf werkt hij nog steeds 40 à 50 uur per week. “En ik publiceer nog altijd even vaak.” Maar daarvoor moest hij dus wel het Kanaal over­steken. Proffen die in België na hun 65ste willen doorgaan, kunnen nu elk jaar ‘uitstel’ aanvragen bij de universiteit. Maar die regel was nog niet van kracht ten tijde van de afscheidsreceptie van De Grauwe aan de KU Leuven. “Uitbollen had gekund. Er zijn collega’s op emeritaat die nog elke dag naar hun bureau trekken en nog een gast­college geven, maar dan ben je toch een soort tweederangs­figuur geworden.”

Paul De Grauwe. Beeld Thomas Sweertvaegher

“Je hoeft niet aanbeden te worden, maar respect is essentieel in elke job. Een academicus wil niet als irrelevant worden beschouwd. Ik doe iets zinvols, en heb een grote autonomie. Tel die zaken op en ik heb gewoon een heel leuke job.”

Trekt er van de kleinkinderen – of hun ouders – dan nooit iemand aan zijn mouw om wat meer tijd vrij te maken? “Neen, want de keuze die ik gemaakt heb, laat me ook toe om dicht bij mijn kleinkinderen te zijn. Ik verblijf door de week in Londen, en in de weekends en in het verlof in Leuven. Mocht ik op een bepaalde dinsdagmorgen met tegenzin naar de les vertrekken, zou dat misschien net het moment zijn om de streep te trekken. Dat is niet het geval.”

Voorlopig ziet hij enkel een psychologisch voordeel in het blijven werken. “Niemand kan mij nog iets opleggen. Dat gebrek aan dwang, die op je 40ste wel nog aanwezig is, creëert een nieuwe dimensie: ik ben veel vrijer dan ik vroeger was.”

“Ik besef wel dat er vandaag een grote druk ligt op jonge mensen die hun eerste stappen zetten in de academische wereld, veel sterker dan in een doorsnee privé­bedrijf. Dat heb ik ook bij mijn eigen dochter gezien.” Wie op jonge leeftijd al het gevaar loopt om opgebrand te raken, hunkert misschien sneller naar een pensioen. “Dat is een drama. Mijn generatie is daar niet aan blootgesteld geweest. Dat ervaar ik wel als een zegen.”

WILLY NAESSENS (80), ONDERNEMER

‘Het is zoals bij auto’s: wat rust, dat roest’  

“Ik zwem alle dagen, al meer dan veertig jaar. Hop, met mijn vrouw het bed uit en direct in het zwembad. Ik denk wel dat die dagelijkse beweging helpt om scherp te blijven”, zegt Willy Naessens. De bekende ondernemer vierde onlangs zijn 80ste verjaardag, maar is nog steeds druk in de weer bij zijn bouwbedrijf Willy Naessens Group. Als voorzitter van de raad van bestuur weliswaar, sinds zo’n 8 maanden geleden is hij mede-CEO af. “Het is niet meer elke dag van boem, boem, boem. Ik draai nu nog op 80 procent. Er kan al eens een reisje af in een gewone week, en ook de kleinkinderen zie ik vaak.”

Toch kan je het met “7 à 8 uren per dag” geen uitbollen noemen. “Vandaag had ik eerst een lange vergadering over een nieuwe investering, dan over een overname die gefinaliseerd werd, en over een uurtje ga ik alweer naar een receptie van de transportsector”, vertelt Naessens. Hij lijkt, voor zover je dat telefonisch kan zien, te gruwen als hij het rustige pensioensleventje oplijst. “Opstaan, op het gemak eten, de dagbladen lezen, aperitieven, een dutje doen, misschien een fietstochtje, en dan voor de televisie gaan zitten? Neen, ik hou mij liever niet bezig met futiliteiten.”

Willy Naessens. Beeld rv

“Ik ben er trouwens van overtuigd dat 20 à 30 procent van de mensen liever niet op pensioen gaat, toch zeker mensen die geen heel leven aan den band hebben gestaan en fysiek nog in orde zijn. ‘Willy, wat moet ik nu gaan doen?’ Ik hoor dat zo vaak. Veel mensen hebben nog volop goesting.” Voor Naessens komt er nog een extra aspect bij kijken natuurlijk: hij heeft zijn bedrijf uit de grond gestampt. “Als zoiets gerealiseerd is, geeft dat je erkenning. Dat is zeker een motor om te blijven gaan, maar eerst en vooral doe ik dit nog ontzettend graag. Ik ben een gelukkig man. Voor het geld hoeft het niet meer.”

“Ik zeg altijd: ik ga 100 jaar worden. En als ik er geen 100 word, zal ik tegenslag gehad hebben. Snapt ge?” Hij beseft dat gezondheid essentieel is, en waakt daar goed over. “Bij het minste kwaaltje ga ik naar de dokter. Na een paar kankers besef ik dat het snel kan keren, een hartinfarct of hersenbloeding is rap gebeurd. Maar ik ben ervan overtuigd dat bezig blijven en bewegen de beste manier is om niet te verslijten. Bij auto’s is dat net hetzelfde: wat rust, dat roest.”

Zijn vrouw Marie-Jeanne Huysman, al een halve eeuw secretaresse bij de groep, roept hem alleszins geen halt toe. “Het is net het tegenovergestelde. Zij blijft ook maar gaan. Als ik langs de neus weg eens durf te zeggen dat ik allichte (gauw, red.) de pijp aan Maarten geef, dan zegt zij: ‘Maar allez, Willy, ik ben er nog maar 68. Wat gaan we doen met al die tijd?’”

Voor iemand als Naessens, die graag dicht bij zijn mensen staat, gaat de ouderdom wel samen met één duidelijk nadeel: “Mijn geheugen laat mij al wel eens in de steek, ik kan geen namen meer onthouden. Van mijn eerste honderd werknemers kende ik alle voornamen, maar voor de honderd nieuwelingen die er onlangs zijn bijgekomen, lukt dat niet meer. We zijn intussen ook wel al met 1.700. Dat maakt het er ook niet makkelijker op.”

MIEKE VAN HECKE (71), SCHEPEN IN GENT

‘Zo zwaar als in de bouw heb ik het nooit gehad. Fysiek toch niet’

“Toen men mij vanuit CD&V het Gentse lijsttrekkerschap aanbood voor oktober, heb ik ja gezegd. Die keuze houdt consequenties in, dat weet je op voorhand.” Na vier jaar werd Mieke Van Hecke daardoor uit pensioen­modus gelicht, na een rijke carrière als onder meer CVP-parlementslid en topvrouw van het Vlaams Katholiek Onderwijs. “Ik ga zeker niet zeggen dat ik daar geen seconde over moest nadenken. Die keuze is rustig doorgesproken met mijn echtgenoot, die zei: ‘Als jij vindt dat je die verantwoordelijkheid wil nemen, moet je dat doen.’ Wellicht had hij niet gedacht dat het zo’n vaart zou lopen en dat we in de coalitie zouden treden”, grijnst ze.

In de zogenaamde ‘monster­coalitie’ in Gent (Open Vld, Groen, sp.a en CD&V) is Van Hecke schepen van Burgerzaken en Protocol, al heeft ze nooit onder stoelen of banken gestopt dat er een kans bestaat dat ze niet de volle zes jaar aanblijft. “Ik wil sowieso de invulling van het bestuurs­akkoord en van mijn eigen mandaat op de rails zetten. Ik wil me gewoon niet vastpinnen. De komende jaren zien we wel of en wanneer een wissel nuttig en wenselijk zou zijn.”

Mieke Van Hecke. Beeld Thomas Sweertvaegher

Ook dan zal het motortje echter niet stilvallen, klinkt ze vastberaden. “Ik heb enkele engagementen binnen de cultuur­sector laten vallen voor deze schepen­post. Ik ben er vrij zeker van dat ik die draad weer zal willen opnemen. Op een iets rustiger ritme misschien. En als de gezondheid het toelaat.” Engagement en gezondheid, het zijn de twee zaken die voor Van Hecke onlosmakelijk verbonden zijn aan een lange carrière. Daarom wil ze over het brugpensioen liever geen oordeel vellen. “Zo zwaar als in de bouw of andere sectoren heb ik het nooit gehad. Fysiek toch niet, mentaal wel. Maar ik heb er ook altijd veel genoegdoening uitgehaald.”

“Of ik trucjes heb om de ouderdom wat te counteren? Niet echt. Ik heb me altijd omringd geweten door deskundige, geëngageerde en betrouwbare mensen. Beroep kunnen doen op zulke klankborden is onvervangbaar om het haalbaar te houden.”

“En genieten van de kleine momenten natuurlijk, zeker als dat met mijn familie kan.” Na vier jaar weelde als grootmoeder moet Van Hecke het nu met iets minder tijd met de kleinkinderen stellen. “De nood­opvang gebeurt nu inderdaad bij mijn echtgenoot, maar om de veertien dagen zitten we met het hele gezin samen en ook in de vakanties is er gelukkig voldoende contact.”

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.