Woensdag 21/08/2019

ZERO-kunst: als het maar beweegt

Het aantal werken waarvoor je een knop moet indrukken valt niet te onderschatten

ZERO is de naam van een heterogene groep avant-gardekunstenaars uit de jaren vijftig en zestig. Het Museum Kunst Palast heeft een retrospectieve gemaakt met 250 werken van 49 kunstenaars.

De kunst van ZERO kan blauw zijn als de valavond, zoals in de werken van Yves Klein. Maar nog vaker is ze wit. Aan de grondslag van de beweging ligt immers het Manifesto Blanco van de Italiaan Lucio Fontana. Hij wou kunst maken die "van elke materie bevrijd" zou zijn. "Geestelijke kunst" dus. In 1949 maakte hij gaatjes in een schildersdoek. Door die gaatjes gaapte De Grote Leegte. Precies waar hij naar zocht.

ZERO groeide in de jaren vijftig uit tot een internationale beweging, met diverse centra in Europa, de VS en Japan. Düsseldorf was er een van (met Otto Piene, Heinz Mack en Günther Uecker), Antwerpen een ander. In de expo krijgen drie Belgen een prominente plek: Pol Bury, Walter Leblanc en vooral Jef Verheyen. Hoogst opmerkelijk is Verheyens schilderij Rêve de Möbius, dat hij in 1962 met Fontana maakte.

De beweging mag een stukje Belgisch zijn, het zijn vooral Japanners die de groep vooruit stuwden, zo blijkt uit de expo. Shozo Shimamoto maakte vanaf 1951 gaten in een paneel. Kazuo Shiraga fabriceerde vanaf 1953 rode schilderijen met vingers of voeten. Op een filmpje zie je hoe hij haast als een krijger in gevechtshouding over over het doek glijdt. De clue van ZERO-kunst zit vaak in de gestes van de kunstenaar, niet zozeer in het resultaat.

ZERO startte op een klassiek schildersdoek. Maar zodra er een gat in was gemaakt stapten de kunstenaars erdoor. Ze gingen de nieuw ontdekte ruimte verkennen en maakten als eerste installatiekunst. Die installaties waren gemaakt met plastic, aluminium, glas en spiegels, materialen die na de Tweede Wereldoorlog en masse gefabriceerd werden. Soms lijken ze voor een ruimteschip bestemd en er spreekt altijd een fascinatie voor de moderne tijd uit.

Christian Megert fabriceerde een spiegel die piepend en krakend in- en uitzoomt (Zoom, 1962); Otto Piene een bol van 400 gloeilampen (Corona Borealis, 1965). Van Arman hangt er een ontplofte MG aan de muur (L'Orchidee blanche, 1963). De auto was een icoon van vooruitgang. Ook letterlijk. De ZERO-kunstenaars hebben iets met beweging. Het aantal werken waarvoor je in het Kunst Palast een knop moet indrukken valt niet te onderschatten. Dan gaat er een rad van spijkers draaien, een tafelkleed dansen, of een bel rinkelen. ZERO-kunst kan ook volautomatisch werken. In zijn Spacio Elastico (1964) laat Gianni Colombo witte draden in een zwarte box bewegen. Een ventilator blaast een laken omhoog, of een gordijn opzij.

In de retrospectieve wisselen bekend en onbekend werk elkaar af. Niet alles heeft de tand des tijds doorstaan. Van Bury wordt bijvoorbeeld Erection molle getoond. De draadjes op het rode paneel zouden moeten bewegen, maar de motor blijkt stuk.

Dat wil niet zeggen dat ZERO niet wondermooi kan zijn. Kijk maar naar het kleed van kleurrijke gloei- en tl-lampen waarmee Atsuko Tanaka in 1956 rondliep. Of de lichtinstallatie van Piene, die met draaiende spots en filters wit licht over de muur laat dansen. Om maar te zeggen: op zijn best is ZERO verrassend hedendaags.

ZERO, Internationale Künstler-Avantgarde der 50er/60er Jahre, in Düsseldorf, tot 9 juli, Museum Kunst Palast, Ehrenhof 4-5, Düsseldorf. www.museum-kunst-palast.de en www.zero2006.de

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden