Zondag 05/12/2021

Zelfzuchtig, ijdel en wereldvreemd

Helemaal in overeenstemming met zijn tijd ging John Lennon in de late jaren zestig op zoek naar de zin van het bestaan. Hij zocht die in pillen, drugs, ambivalente kunst en uiteindelijk zelfs oosterse wijsheid, maar keer op keer werd hij teleurgesteld. Hij bleef rusteloos, zelfs toen Yoko Ono de plaats innam van zijn eerste vrouw Cynthia. Uiteindelijk moesten ook The Beatles eraan geloven.Nadat The Beatles in augustus 1966 besloten hadden om geen concerten meer te geven, hadden ze meteen heel wat tijd om andere dingen te doen. Paul componeerde de muziek voor de film The Family Way en legde zich toe op de studie van klassieke muziek en theater, George bekwaamde zich onder leiding van Ravi Shankar in het bespelen van de sitar en Ringo verwende zijn Maureen, die niet lang daarna zwanger bleek van hun tweede kind. Alleen John, door velen aanzien als de artistiek begaafdste van het viertal, viel in een zwart gat. Hij speelde een bijrolletje in de film How I Won the War, maar afgezien daarvan zat hij op Kenwood, zijn landgoed in Weymouth, en verveelde zich daar steendood met zijn vrouw Cynthia en zijn zoontje Julian. Volgens Cynthia was hun huwelijk geruïneerd door Johns lsd-gebruik, een drug die zij maar twee keer probeerde, telkens met dezelfde horrorfantasieën als gevolg. Ingewijden vonden dat echter maar een drogreden. Het huwelijk was allang spaak gelopen, wisten zij, en het was een wonder dat de twee na vier jaar nog steeds samen waren. Hun interesses lagen hemelsbreed uit elkaar en op artistiek vlak had Cynthia John helemaal niets te bieden. Van John Dunbar, die getrouwd was met Marianne Faithfull, kreeg John te horen dat er binnenkort in zijn Londense galerie een tentoonstelling zou openen van de Amerikaans-Japanse Yoko Ono. Dunbar beschreef haar als een veelbelovende kunstenares en John dacht maar aan één ding, zoals hij later bekende: “Hmm, weet je, seks.”Yoko Ono kwam uit een van de rijkste Japanse families, woonde sinds haar achttiende in New York en sloot zich daar aan bij de Fluxusbeweging, die in de geest van Marcel Duchamp de traditionele artistieke kaders wilde openbreken en het publiek wakker schudde. Een typisch voorbeeld van een Fluxuswerk was bijvoorbeeld 4,33 van John Cage, waarbij een klassiek uitgedoste pianist het concertpodium besteeg, vier minuten en drieëndertig seconden voor het pianoklavier ging zitten zonder een toets aan te raken en vervolgens weer opstapte. De ‘muziek’ was het verwarde gefluister van het publiek, dat tevergeefs wachtte tot er iets zou gebeuren.

Verdomde verveling

Een van de vroegste bekende werken van Yoko Ono was het Cut Piece Event, voor het eerst opgevoerd in 1964 in Japan. Daarbij zat ze op een podium en werd het publiek gevraagd om met een grote schaar haar kleren in stukken te snijden tot ze alleen haar ondergoed nog aan had. In Londen beperkte ze zich tot een aantal objecten en installaties, waaronder een appel met een prijskaartje van 200 dollar en een blok hout met daarnaast een hamer, een pakje spijkers en de boodschap ‘Sla er een spijker in’. Toen John de dag voor de vernissage de galerie binnenstapte, had hij geen flauw idee van wat anti-art was. Eerst wist hij niet goed wat te denken, maar algauw deed hij flink mee met het Fluxusgedachtegoed, een beetje te flink zelfs. Zo nam hij een hap uit de appel, waardoor Yoko hem meteen de walgelijkste figuur vond die ze ooit had ontmoet, en vroeg hij of hij echt een spijker in het blok hout mocht slaan. Yoko legde uit dat dit niet kon, aangezien de tentoonstelling pas een dag later zou openen, maar nadat Dunbar erop gewezen had hoe rijk John wel was en dat hij misschien wel een spijker wilde kopen, veranderde Yoko van gedacht. “Goed”, zei ze, “voor 5 shilling mag je er eentje in slaan”, waarop John haar verleidde met de woorden: “Oké, jij krijgt een denkbeeldige 5 shilling en ik klop er een denkbeeldige spijker in.” Op dat moment zagen ze elkaar pas echt, of zoals John het later nuchter zou beschrijven: “Toen keken we elkaar aan en zij wist het en ik wist het, en dat was dat.” Maar daarmee was die verdomde verveling natuurlijk nog niet verdreven. John ging na de eerste ontmoeting immers gewoon naar huis en Yoko haastte zich met het in orde brengen van de laatste details van haar show. In zijn serre las John hele dagen de krant, terwijl hij met een half oog naar televisie keek. Af en toe leverde dat een briljante song op, zoals ‘A Day in the Life’, die begint met de woorden ‘I read the news today oh boy’. Zijn fascinatie voor Alice in Wonderland combineerde hij dan weer met die voor lsd, wat ‘Lucy in the Sky with Diamonds’ opleverde. En zo had hij op zijn dooie gemak twee van de beste songs op Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band gecomponeerd. Echt vrolijk werd hij daar niet van, dus kocht hij maar het Ierse eiland Dorinish, waar hij een reusachtige toren wilde laten bouwen, en liet hij zijn zwarte Rolls in het geel herspuiten. Het verwarmingsrooster kreeg rode en groene art-nouveauranken, de zijkanten werden versierd met rozen en op het dak stond een grote weegschaal geschilderd, Johns sterrenbeeld.

De Grote Ziener

Sgt. Pepper stond in Groot-Brittannië 27 weken op nummer één en er werd een half miljoen exemplaren van verkocht. In de VS was dat 19 weken op nummer één en vijf keer zoveel exemplaren. Toen in juni 1967 het eerste wereldwijde tv-programma uitgezonden werd, kregen de 350 miljoen kijkers de liveopname van ‘All You Need Is Love’ te zien, wat eigenlijk een dikke leugen was aangezien de muziek op voorhand op band was gezet. Maar dat nam niet weg dat The Beatles toen op het hoogtepunt van hun carrière stonden en de weg vooruit dus alleen maar neerwaarts zou lopen. De eerste mokerslag die het Beatlesbastion op zijn funderingen deed trillen, viel twee maanden later, toen manager Brian Epstein op zijn 32ste overleed aan een overdosis drank en drugs. Ook al had hij in het verleden niet altijd de juiste beslissingen genomen, waardoor The Beatles bijna niets verdienden aan hun films of merchandising en te veel belastingen betaalden, was hij wel de man geweest die voor een gestaag inkomen voor John, Paul, George en Ringo had gezorgd. Zo was het bijvoorbeeld zijn idee om Apple Publishing op te starten, de maatschappij die de platen van The Beatles zou uitbrengen. Nu hij er niet meer was, wisten ze eerst niet goed wat gedaan. Een vervanger aantrekken leek niet makkelijk. Daarom werd Brians broer Clive gevraagd als nieuwe manager. Onder zijn beleid werd Apple gediversifieerd, eerst alleen met een boetiek, later zou het ook een kunsthuis worden.Op geestelijk vlak vonden The Beatles troost bij Maharishi Mahesh Yogi, oftewel de ‘Grote Ziener’. Hij beloofde niet alleen spirituele regeneratie, hij voegde er ook aan toe dat het niet veel moeite kostte om die te bereiken. Geen speciale training of ingewikkelde gebeden die om de haverklap opgedreund moesten worden. Nee, het enige wat je moest doen was iedere dag een halfuurtje transcendentaal mediteren, en het loon van een hele week afstaan natuurlijk. Dolenthousiast sprongen Paul, John, George en Ringo op de trein naar Wales, waar Maharishi hof hield. Ze raakten in die tien dagen helemaal in de ban van zijn beweringen over de onbelangrijkheid van het wereldse bestaan en de bevrijdende kracht van de dood. Door zijn cursus te volgen hadden ze zich ook verplicht tot een verblijf in zijn Indiase ashram en het leek John een goed idee om ook Brian Epsteins moeder Queenie mee te vragen. Zij had immers niet alleen haar zoon, maar kort daarvoor ook haar man ten grave gedragen en kon dus wel wat troost gebruiken. “Ga met ons mee naar India om te mediteren”, nodigde John haar dolenthousiast uit. Blij met iedere vorm van afleiding vroeg Queenie daarop wat meditatie eigenlijk was. “Tja”, zei John. “Je denkt gewoon ergens aan”, waarna het even stil werd. “Aan een wortel of zo.” Mevrouw Epstein glimlachte minzaam en zei: “Als ik aan een wortel denk, denk ik aan mijn lunch van morgen.” Queenie bleef dus thuis toen The Beatles een half jaar later naar India vertrokken en daar tussen de beroemdheden belandden. Donovan zat daar, Mia Farrow geloofde rotsvast in de kracht van de Yogi en Mike Love van The Beach Boys surfte zalig weg op de zee van zijn gedachten. Want dat was het enige wat ze verondersteld werden te doen, mediteren, wel acht uur per dag. Dat vond John natuurlijk erg vervelend. Gelukkig was er Prudence, de zus van Mia Farrow, die zo opging in het mediteren dat ze een paar dagen lang haar hutje niet uit wilde, waarna John een nummer voor haar componeerde en zong, ‘Dear Prudence’. Maar toch hield John vol. Dat kwam vooral doordat hij hoopte dat de Maharishi hem ‘het geheim’ zou verklappen en hem zo de magische sleutel zou overhandigen waardoor hij het universum en zijn plaats erin zou begrijpen, zodat hij geen nood meer zou hebben aan lsd. Toen dat na vijf weken nog steeds niet gebeurd was en ze genoeg songs bij elkaar hadden om wel twee albums te vullen, was John het beu. Hij stapte op zijn spirituele leider af en zei: “We vertrekken.” Majesteitelijk kalm vroeg Maharishi waarom en John antwoordde: “Nou, als je zo kosmisch bent, zou je dat moeten weten.” Heel lang bleef de Yogi echter niet treuren. Korte tijd later vloog hij naar New York, betrok er een suite in het Plaza Hotel en ging met The Beach Boys op tournee. Terug uit India zocht John weer contact met Yoko en nodigde hij haar uit in Kenwood. Cynthia werd onverschillig aan de deur gezet en kleine Julian mocht ook ophoepelen. Slechts van één iemand uit de entourage van The Beatles kreeg Cynthia steun, van Paul. Hij ging bij haar op bezoek, werd getroffen door Julians verdriet en begon op de terugweg in de auto aan ‘Hey Jules’. Toen de song klaar was achtte Paul het echter beter voor zijn relatie met John om de titel te veranderen in ‘Hey Jude’, waardoor die er automatisch van uitging dat de trieste song over hem ging. Dat typeert de John Lennon van eind jaren zestig: zelfzuchtig, ijdel, wereldvreemd en vol zelfmedelijden. Iedere ochtend nam hij een handvol pillen uit de grote bokaal naast zijn bed en wijdde hij zich samen met Yoko aan een van hun kunstprojecten, die steeds meer gekoppeld waren aan liefdadige doelen. Er kon geen demonstratie plaatsvinden of er stond wel een kronkelende zak op het podium met daarin John en Yoko. ‘Bag art’ noemden ze dat, waarmee ze wilden bewijzen dat je zonder woorden ook een boodschap kunt overbrengen, of zoals het in Antoine de St. Exupéry’s De kleine prins staat: “Enkel met het hart kan men goed zien. Het essentiële is onzichtbaar voor de ogen.” Soms traden John en Yoko samen op, waarbij zij kreunde alsof ze aan het bevallen was en hij een beetje over de snaren van zijn gitaar streek. En dan waren er nog hun films natuurlijk, zoals Self-Portrait, een vertraagde close-up van Johns penis die in een tijdspanne van twintig minuten in erectie kwam. Na hun huwelijk op Gibraltar vlogen Yoko en John naar Amsterdam, waar ze in het Hilton een week in bed gingen zitten, hun befaamde bed-in, en audiëntie gaven aan de hele wereld. John spuide urenlang holle frasen over vrede, Gandhi en Jezus. “Weet je, er is helemaal niet zoiets als plastiek of kunst”, vertelde hij een paar weken later in het eerste gemeenschappelijke interview met Yoko. “We zijn allemaal kunst. Kunst is maar een label... Plastiek is alles wat je een naam wilt geven. Dit is plastiek, dat wij hier zitten, dit is een gebeurtenis. Wij zijn hier, dit is kunst.” Zijn fans van het eerste uur lieten hem vallen als een baksteen.Dat John Yoko ook wilde binnensmokkelen in The Beatles vonden de andere bandleden een stuk verontrustender. Opeens was zij alomtegenwoordig in de opnamestudio. Ze zong en kreunde af en toe wat mee op de achtergrond, kreeg een bed onder haar kont geschoven wanneer ze een zere rug kreeg en nam steeds meer de rol van producer op zich. Zij besliste welke takes er overgedaan moesten worden en iedereen legde zich daar al of niet schoorvoetend bij neer.

Lange doodsstrijd

Paul en John schreven allang geen songs meer samen. Ook George en Ringo gingen meer en meer hun eigen weg, zowel in het schrijven als in het spelen, waarbij soloprojecten afgewisseld werden met vriendschapsoptredens met Eric Clapton of zelfs The Mothers of Invention. Soms liep de spanning zo hoog op dat George vloekend de studio verliet, en John en Paul vervolgens op de vuist gingen. Ook financieel ging niet alles naar wens. Apple Corp., uitgesproken als ‘core’, of klokhuis, was mettertijd inderdaad niet veel meer dan een afgekloven kern met een paar pitten en een steeltje. Iedere klaploper met een gek idee kreeg een smak geld van het productiehuis en meestal werd er nadien niets meer van gehoord. Het personeel verdween met bedrijfswagens en er werden huizen gekocht zonder dat iemand wist wie daartoe de opdracht had gegeven. Er moest dus iets gebeuren, en daar zorgden John en Paul voor. Alleen deden ze dat niet samen. John wilde Allen Klein aan het hoofd, de voormalige manager van de Rolling Stones voor wie iedereen hem waarschuwde. Paul wilde dan weer Lee en John Eastman, de vader en broer van zijn vrouw Linda. Het was voldoende voor alweer een rel. Het einde was nabij. Dat wist iedereen, ook de pers. Maar de doodsstrijd sleepte aan. Het leek wel alsof de vier Beatles op zoek waren naar een manier om er een groots einde aan te breien, om uiteen te spatten tijdens een knallend vuurwerk en niet stilletjes uit te doven als een nachtkaars. In juli en augustus 1969 doken John, Paul, George en Ringo nog één keer de studio in. Er moest een plaat worden gemaakt en het resultaat zou een van hun drie beste albums worden, Abbey Road. John bracht ‘Come Together’, ‘I Want You (She’s So Heavy)’ en ‘Because’ aan. Pauls aandeel bestond uit ‘Oh! Darling!’ en ‘Maxwell’s Silver Hammer’. George leverde ‘Something’ en ‘Here Comes the Sun’ aan en Ringo verraste met ‘Octopus’s Garden’. Voor een laatste keer dook dat oude gevoel weer op en schaafden John en Paul samen aan elkaars nummers, net zoals ze vroeger hadden gedaan in Pauls woonkamer. “We wisten allemaal dat dit het einde was”, aldus producer George Martin. “We hadden allemaal het gevoel: laten we het zo goed mogelijk doen.” De plaat werd naadloos ingeblikt en iedereen ging schijnbaar tevreden naar huis. Op 20 september 1969, zes dagen voor Abbey Road zou wordenuitgebracht, hakte John echter de knoop door. Tijdens een hoogoplopende ruzie met Paul flapte hij het eruit: “Je begrijpt het niet. De band is verleden tijd. Ik kap ermee.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234