Vrijdag 04/12/2020

'Zelfs Mickey Mouse is taboe'

Voor Amerikaanse scholieren hun schoolboeken in handen krijgen, worden die eerst gecontroleerd op zogenaamde 'vooroordelen en gevoeligheden'. Elk woord waar om het even welke bevolkingsgroep ook maar enigszins aanstoot aan kan nemen, wordt geschrapt. Op de lijst van verboden onderwerpen: donuts, huisvrouwen, zwarte atleten en zelfs Mickey Mouse.

New York

Van onze correspondente

Evy Ballegeer

Een van de bekendste en meest gereproduceerde beelden van de Verenigde Staten is dat van de presidentenhoofden, uitgehouwen in de rotsen van Mount Rushmore. Elk jaar reizen honderdduizenden toeristen naar South Dakota om de gigantische gezichten van Washington, Jefferson, Lincoln en Roosevelt te bezichtigen. De meeste Amerikanen beschouwen het monument bovendien als een belangrijk patriottisch symbool. Maar voor Amerikaanse scholieren is het onderwerp taboe. Een commissie die examenteksten selecteert, oordeelt namelijk dat een stuk over Mount Rushmore beledigend zou kunnen zijn voor de Lakota-indianen, die het monument een beschadiging van hun heilige grond noemen.

Dit is slechts een van de voorbeelden waarmee Diane Ravitch in haar pas verschenen boek The Language Police illustreert hoe schoolboeken en nationale examens in de Verenigde Staten systematisch gecensureerd worden. Onder druk van zowel linkse als rechtse belangengroepen proberen schoolraden en uitgevers elk "controversieel" onderwerp te vermijden. Het resultaat zijn saaie teksten over een zeemzoeterige wereld die mijlenver afstaat van de realiteit waarin de jongeren leven. En, minstens even verontrustend, in die teksten worden historische feiten regelmatig bijgekleurd.

"Wij wisten al langer dat wat scholieren te lezen krijgen veelal onderhevig is aan censuur", reageert Joan Bertin, de voorzitter van de Nationale Coalitie tegen Censuur. "Van het taalexamen dat laatstejaarsscholieren in de staat New York moeten afleggen, is bijvoorbeeld in 20 van de 26 literaire passages elke verwijzing naar ras, religie of seksualiteit verwijderd. We proberen die praktijk aan te vechten, maar het is een werk van lange adem. Hopelijk maakt het boek van Ravitch de bevolking meer bewust van het probleem"

Diane Ravitch, onderwijshistoricus en professor aan de universiteit van New York, ontdekte de censuur in schoolboeken op het einde van de jaren '90, toen ze lid was van een federale onderwijsraad. Ze wist tientallen lijsten van verbannen woorden te verzamelen die uitgevers en schoolraden hanteren om teksten te zuiveren. De grondregel bleek telkens dezelfde: "Alles wat een student kan afleiden of iemand van streek kan brengen, wordt geschrapt".

Zo mogen examens of handboeken geen teksten bevatten over bergen, omdat kinderen die aan zee wonen zich gediscrimineerd kunnen voelen. Een verhaal over een verjaardagsfeestje wordt geschrapt om kinderen die geen feestjes krijgen niet te benadelen. Zwarte atleten, slimme Aziaten of goedopgeleide joden zijn te stereotiep. Oude mensen mogen niet zwak of afhankelijk zijn; ze moeten joggen of het dak herstellen. Vrouwen mogen geen huismoeders zijn, mannen geen dokters, en kinderen mogen zich niet ongehoorzaam gedragen. Magie, heksen en monsters zijn taboe. Mickey Mouse gaat eruit omdat muizen te beangstigend zijn en donuts omdat ze niet voldoende voedzaam zijn. De lijst is niet alleen lang, hij grenst aan het absurde.

"De wereld wordt niet getoond zoals hij is," stelt Ravitch "maar wel zoals bepaalde belangengroepen zouden willen dat hij eruitziet. Rechtse censoren proberen de waarden van het verleden te herstellen: het gelukkige familieleven waarbij vader de baas was en moeder voor de gehoorzame kinderen zorgde. De linkse censoren van hun kant houden er een geïdealiseerde toekomstvisie op na, waarin alle mensen gelijk zijn. Wat de twee kanten gemeen hebben, is dat ze beide eisen dat uitgevers kinderen beschermen tegen woorden en ideeën die indruisen tegen hun levensmodel. Zowel de rechtse als linkse belangengroepen geloven dat als jongeren bepaalde zaken niet meer kunnen lezen, ze ook in het echt zullen verdwijnen."

Maar het enige dat de pressiegroepen met hun censuur echt bereiken, is dat de leerstof geen enkel verband meer houdt met de wereld waarin jongeren leven en die ze dagelijks zien op tv en op internet. "Bovendien worden de scholieren ook historische onwaarheden voorgeschoteld", stelt Ravitch. "In een verhaal over het oude Egypte bijvoorbeeld, werd de beschrijving van de klasseverschillen tussen slaven en rijken geschrapt. Hoewel die beschrijving historisch correct was, oordeelde een commissie dat er een elitaire toon van uitging." Een ander voorbeeld van een gewijzigde passage is die waarin de vrouwen van de eerste Amerikaanse kolonisten aan hun dochters leren hoe ze een traditionele quilt moeten naaien. De tekst werd als seksistisch bestempeld, omdat de vrouwen niet dezelfde taken uitvoeren als hun man. "Maar feit is nu eenmaal dat vrouwen lange tijd ander werk deden dan mannen en andere rechten en plichten hadden. Welke betekenis zou de vrouwenemancipatie anders nog hebben?" reageert Ravitch.

Een vraag die men zich bij dit alles kan stellen, is waarom uitgevers eigenlijk ingaan op de veelal absurde eisen van de pressiegroepen. De kwaliteit van hun boeken gaat er in elk geval niet op vooruit. Volgens Ravitch wordt het schoolmateriaal bijna exclusief uitgegeven door de vier monsterbedrijven McGraw-Hill, Pearson, Reed-Elsevier en Vivendi, voor dewelke de eerste bezorgdheid niet een goede opleiding van kinderen is, maar het verkopen van boeken. En hoe meer de uitgevers controverse kunnen vermijden, hoe beter de verkoop.

Op die manier lijkt het wel alsof de strijd van verenigingen als de Nationale Coalitie tegen Censuur op voorhand verloren is. "Zolang uitgevers en auteurs dit spel spelen, kunnen wij inderdaad niet veel doen," besluit Joan Bertin, "behalve mensen bewust maken van dit soort praktijken en hopen dat ze die in het belang van hun kinderen niet langer slikken."

'Zowel de rechtse als linkse belangengroepen geloven dat als jongeren bepaalde zaken niet meer kunnen lezen, ze ook in het echt zullen verdwijnen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234