Donderdag 20/02/2020

‘Zelfs in pure chaos behaal je soms kleine overwinningen’

k weet nog dat ik naar mijn vader keek en hem wilde begrijpen. Ik wilde de mens niet gewoon afschrijven. Hij was de weg kwijt. Ik kan niet precies duiden waarom en hoe hij op de dool was geraakt, dat was zijn reis. Ik kan alleen zeggen dat hij overweldigd was door het leven.

“Hij was een ingenieur elektriciteit die constant nieuw werk had, en we verhuisden vaak. Mijn moeder deed zo ongeveer al het werk. Toen kwam de scheiding en zag ik hem lange tijd niet meer. Hij deed geen moeite om het gezin te helpen. Ik moest leven met de gevolgen van zijn chaos.

“Ik weet nog dat ik de voeten van mijn moeder masseerde nadat ze thuis was gekomen van haar werk. Op bepaalde momenten combineerde ze drie baantjes. Ik heb drie zussen, en had ook tegenover hen beschermende gevoelens. Ik was de voeten van mijn moeder aan het masseren en dacht: ‘Ik moet hier iets op vinden. Ik weet niet wat ik ga doen, maar ik moet hier iets op vinden.’

“Er stond altijd eten op tafel, maar er was geen geld. Als mijn verjaardag eraan kwam, vroeg ik altijd een gocart of minibrommer. Mama’s manier om duidelijk te maken dat dat er niet in zat, was vragen welk soort cake ik wilde. Dat was mijn cadeau: de cake van mijn keuze en een bezoek aan de bioscoop.

“Mijn moeder kan absoluut niet zingen. Ze geeft dat toe en kan er zelf om lachen. Ze heeft een heel mooie lach. Maar ’s morgens stapten we in de auto, zette ze een liedje op en begon ze te zingen, zo vrank en ongegeneerd dat je wel móést glimlachen. We moesten allemaal met haar meezingen om de dag te beginnen. En weet je wat? Na een minuut of vijftien voelde ik me beter.

“Ik was acht toen ik er iets op vond: werken. Iemand had me iets over wenskaarten verteld die je aan huis verkoopt. Maar je moet uitzoeken hoe je dat doet, hoe je zo’n baantje vindt, hoe je het aanpakt. Ik slaagde daar in.

“Ik kreeg er een gevoel van voldoening en onafhankelijkheid door. Het is leuk als je zelf een nieuwe broek kunt kopen. Die kleine stapjes van persoonlijke bewustwording waren een gevolg van mijn werk. Bovendien kwam ik er achter dat het loonde om het werk almaar beter te doen. Hoe beter ik werd als krantenbezorger, hoe meer klanten ik had. Als iemand op een bepaalde dag zijn krant niet had gekregen, dacht ik eerst: ‘Wow, die gast is kwaad.’ Later werd dat: ‘Hoe pak ik dit aan?’ Ik besefte: ik moet met die man praten, een oplossing vinden. En dan merk je: ik kan dit regelen. Door verantwoordelijkheid op te nemen kan ik dit regelen. Op heel wat andere gebieden wist ik als kind niet wat te doen. Maar die krantenronde, daar slaagde ik wel in. Ook al is al de rest pure chaos, soms behaal je kleine overwinningen.

“We verhuisden constant, en dus was ik altijd dat nieuwe jongetje. Als je het nieuwe jongetje bent, dan ben je voor de meeste mensen een curiosum. Maar er waren ook altijd gasten die met me wilden vechten omdat ik andere kleren droeg en met een ander accent praatte. We verhuisden naar Canada, en daar had je die Frans-Engelse toestanden. Daarna ging het van Canada naar Kentucky.

“Toen ik klein was, beleefde ik iets klassieks, je ziet het constant in films. De grote jongen die het op kleinere kinderen heeft gemunt, de schrik van de speelplaats met wie je plots oog in oog staat. Ik had net iets voor mijn moeder gemaakt en die jongen mepte dat op de grond. Hij stond voor mijn neus. Ik kon hem niet ontwijken, kon nergens naartoe. Ik weet nog dat hij uithaalde en me raakte. Ik weet nog dat ik uit alle macht terugsloeg, dat hij tegen de grond ging, dat ik mijn cadeautje voor mama opraapte en wegliep. Ik weet nog dat ik mijn bloedneus probeerde weg te moffelen, want mijn moeder mocht het niet zien. Je zegt zoiets niet tegen je ouders.

“Ik hoor soms dat mensen vrienden voor het leven hebben. Ik heb nooit lang genoeg op dezelfde plaats gewoond om zulke vrienden te maken. Die rol werd dus ingevuld door mijn gezin.

“Als iemand mijn zussen pestte, voelde ik dat echt. Ik probeerde een soort kalmte te ontwikkelen in verwarrende situaties. Ik bedacht verschillende personages en improviseerde sketches om mijn moeder en zussen een beter gevoel te geven. Ik probeerde hen aan het lachen te brengen. Ik deed Donald Duck en John Wayne na. Ik had Soul Train gezien en imiteerde de dansers. Als ik naar een film ging kijken, dan speelde ik die later voor hen na. Ik vermoed dat het daar allemaal begonnen is. Ik heb er altijd van gedroomd om acteur te worden, en ik had het geluk een gezin te hebben dat die droom nooit kapot heeft gemaakt. Ze zeiden niet: ‘Dat is onmogelijk.’ Ze lachten.

“Ik was vijftien en werkte in een appartementsgebouw in Kentucky als hulpje van de onderhoudsman. Vuilnisbakken buitenzetten, gras maaien, bladeren bij elkaar harken, dat soort dingen. Op een dag stootten we in de kelder op een kapotte minibrommer. Een van de mannen wilde hem weggooien, maar ik zei: ‘Ik wil hem wel. Hoeveel zou hij kosten?’ ‘Vijftig dollar.’ Ik had geen 50 dollar. Ik kon zelfs niet voorstellen om het geld van mijn loon af te houden, want we hadden het thuis nodig. Ik kon mijn moeder onmogelijk 50 dollar vragen. Ik wilde zelfs niet dat ze wist dat ik een minibrommer ging kopen. Ik vroeg dus of ik in ruil niet wat extra werk kon doen. Zo geraakte ik aan mijn minibrommer.

“Het vriendje van een van mijn zussen was mecanicien. Hij kwam langs en toonde me hoe je de motor uit elkaar haalt, de bougies vervangt en hem dan weer in elkaar steekt. Het was twee uur ’s nachts toen we klaar waren.

“Ik had al vaak met fietsjes gereden. Toen ik een kleine jongen was, bouwde ik schansen om te springen, en viel ik constant. Maar ik had nog nooit met een minibrommer gereden. Nu wilde ik alleen maar heel snel gaan, en dus gaf ik goed gas. Ik vertrok bij de tuin van de buren, reed langs onze tuin, daar was een kleine bult, en plots zweefde ik door de lucht. De buren hadden twee mooie auto’s waar ze gek op waren. Ik stevende recht op een daarvan af. Wat denk je dat ik dacht? Niet: zo dadelijk ben ik dood. Nee, ik dacht: dit wordt de duurste dag uit mijn leven. Er was een kleine opening tussen de twee bumpers en daar mikte ik op. Het volgende ogenblik vloog ik door de lucht en belandde ik onzacht in de tuin van een andere buur. Ik lag op het gazon, alleen, en dacht: ik hoop dat ik dood ben. Want ik wilde niet wakker worden en geconfronteerd worden met wat ik had aangericht.

“Rrrrrrrr! De minibrommer draaide nog. ‘O nee, ik leef nog. Oké, ik leef nog.’ Ik stond op en liep in de richting van het geluid. Mijn brommer stond geprangd tussen de bumpers van de twee auto’s. Daar was hij tot stilstand gekomen. Het was een mirakel! En er was geen schrammetje te bespeuren op de wagens. Wat een les: bezint eer ge begint. Niet dat je je enthousiasme moet indammen, maar je moet er wel een beetje kennis aan toevoegen.”

“Ik deed auditie voor een film genaamd Taps. Tot dan toe had ik nog nooit zoiets gedaan. Mijn moeder zat in het amateurtoneel en ik had in een paar musicals gespeeld. Maar eigenlijk was mijn ervaring beperkt tot één draaidag voor Endless Love.

“De auditie vond plaats in New York. Taps werd geregisseerd door Harold Becker en geproducet door Stanley Jaffe. Ze waren er allebei bij op de auditie. Ik moest één zinnetje zeggen, meer niet. De film speelde zich af in een militaire school. Ik had toen lang haar en ze zeiden: ‘Doe je haar omhoog.’ En daarna: ‘Dank u.’ Ik weet niet waarom, maar toen ik buitenstapte, dacht ik dat ik de rol zou krijgen. Het was geen arrogantie. Ik had een kwartje in mijn broekzak, dat was alles. Ik zweer het: ik had niet genoeg geld om de bus te nemen naar waar mijn moeder toen woonde in New Jersey. Ik weet nog dat ik naar de stadsrand wandelde en aan de Holland Tunnel begon te liften.

“Ik stapte de oprit op en zag door het raam dat mijn moeder aan het telefoneren was. Het was ver, maar ik zag de uitdrukking op haar gelaat. Ze keek naar mij en ik naar haar, en ik dacht: ik heb hem. Ik kon de slaap moeilijk vatten. Ik was achttien jaar en beleefde mijn eigen droom.

“Stanley Jaffe had net Kramer vs. Kramer geproducet. Tim Hutton had een Oscar gewonnen voor Ordinary People. Sean Penn speelde een van de hoofdpersonages. Hij was even jong als ik, maar zijn vader was een acteur en regisseur en zijn moeder was een actrice. Hij wist hoe het in zijn werk ging. Ik? Ik wist van niets. Maar dat is oké, dacht ik: ik zal maar een paar zinnetjes moeten zeggen. Het zal een leerrijke ervaring zijn.

“Ik werd in het kantoor van Harold geroepen en kreeg te horen: ‘We willen dat je David Shawn speelt.’ Dat waren niet een paar zinnetjes. Dat was een kernpersonage. Ik was misselijk van nervositeit. Ik wist ook dat een andere acteur die rol aanvankelijk zou spelen. ‘Heel hard bedankt’, zei ik tegen Harold. ‘Maar ik wil de rol niet.’ ‘Excuseer?’, zei Harold. ‘Wablief?’ Ik legde uit dat ik me er niet goed bij voelde dat ik de rol van iemand anders zou inpikken. Harold zei me dat ik hem moest vertrouwen, dat hij wel een oplossing zou vinden - wat een prachtige man - maar zijn toon zei ook: ‘Jongen, ik ben de regisseur, oké?’ We repeteerden vier weken. Ik bleef mezelf voorhouden: luister, luister, luister! Je weet niets. Luister gewoon. Het is zoals de uitspraak van Mark Twain: doe je mond niet open om alle twijfel weg te nemen.

“Die krantenronde en het verkopen van wenskaarten hadden me hier gebracht. Ik wist misschien niet waar ze het over hadden, maar ik wist goed waartoe ik in staat was. Ik kon werken. Ik moest dit doorkrijgen. Ik luisterde toen Penn en Hutton hun verhalen vertelden. Ik zat samen met George C. Scott. Ik kreeg door dat iedereen een andere kijk op het leven heeft en dat elke acteur zijn eigen manier heeft om een personage te betreden. De keuzes over hoe mijn personage moet zijn, zijn keuzes die ik zelf maak. Ik begon dus een personage te creëren op de manier waarop ik ook verhalen had verteld aan mijn zussen en mijn moeder: instinctief.

“Vier dagen voor het begin van de draaiperiode ging ik tijdens de lunchpauze iets eten in de stad. Ik dacht: Sean ziet er perfect uit, Tim ziet er perfect uit. Ze hebben allebei iets wat hen onderscheidt. Mijn personage is een extreme kerel. Ik stapte bij de kapper binnen en vroeg hem om me kaal te scheren. Ik ging terug naar de repetitie met een wollen muts op mijn hoofd en zei: ‘Harold, ik wil je iets tonen.’ Ik trok mijn muts af en Harold riep: ‘Mijn god, Cruise, wat is er gebeurd?’ Ik besefte dat ik het beter eerst met hem besproken had. Een uur lang vroeg ik me af of ik een pruik moest zoeken. Maar toen kwam Harold naar me toe en zei: ‘Weet je, ik denk dat het zal werken.’”

“Risky Business was een groot succes. Ik had mijn vader al tien jaar niet meer gezien. Ik kwam te weten dat hij op sterven lag en bezocht hem in het ziekenhuis. Hij wist het. Mijn moeder is heel bijzonder, en hij wist dat hij het verknald had. Er was diepe spijt. Ik denk dat hij zichzelf aan het pijnigen was. Wij hebben daar aanleg voor. Ik kon alleen maar zeggen: ‘Kijk, het is oké.’ Ik wilde niet leven met schuld en spijt. Ik wilde begrijpen wat er gebeurd was. Ik wilde begrijpen, zodat ik de vraag kon beantwoorden: wat kan ik doen om het beter te doen? Ik keek naar mijn stervende vader en dacht: hoe kan ik níét die mens zijn?

“De dingen die je je herinnert zijn de kleine dingen. De keer dat hij je had beloofd om naar het honkbal te gaan kijken en je uiteindelijk niet ging. Je had het beloofd. ‘Nee’ was beter geweest dan ‘ik beloof het’ en het dan niet doen.

“En dus denk je: wie ben ik? Wat zijn de kleine momenten die ik wil creëren om af te stralen op mijn leven? De dag waarop ik met Jack (Nicholson, nvdr.) de rechtbankscène zou doen voor A Few Good Men troepte er een grote menigte samen op het terrein. Het werd een echte hogedrukketel. Hoe kan ik dat beschrijven? Jack begon heel ingehouden te spelen: hij bewoog minder en minder, zijn hoed bewoog niet. Hoe meer hij zich vastbeet in kolonel Jessep, hoe meer ik me vastbeet in hem. Het was alsof we in elkaar vastzaten. We draaiden de hele scène in één ruk. Je voelde hoe het gemonteerd zou worden, het was kinderspel. Op een bepaald moment gaat het verder dan werk, en dan pas wordt het plezant. Ik weet nog dat ik achteraf droevig was omdat het voorbij was. Dustin Hoffman? Paul Newman? Gene Hackman? Robert Duvall? Jack Nicholson? Het gaat altijd je verwachtingen te boven.

“Ik zal nooit het moment vergeten waarop ik vader werd. Maar het is zo moeilijk te beschrijven: dat niveau van verantwoordelijkheid, het verlangen om die vreugde te schenken. De duidelijkheid: niets is belangrijker dan dit. Ik herinner me die eerste avond, toen ik gewoon naar Bella zat te staren. Ik checkte elke seconde of alles wel in orde was, voelde de onmiddellijke band. Waarschijnlijk keek ik zo vaak dat ik haar wakker hield. Ik deed haar een belofte: ik kan alleen het beste van mezelf geven. Maar ik ga nooit zeggen dat ik iets ga doen en het dan niet doen. Als ik beloof dat we vrijdagavond een ijsje eten, dan eten we vrijdagavond een ijsje. Als ik zeg dat ik de telefoon opneem als je me nodig hebt, ook al is dat middenin een scène, dan stopt mijn wereld voor jou. Ik heb al mijn kinderen die belofte gedaan. Ik heb het nooit met hen besproken, maar als ik met Bella en Connor praat nu ze tieners zijn, dan weet ik dat ik dat verwezenlijkt heb. Als ik denk aan mijn successen, dan is dit er één van.

“Connor is al van jongs af aan gek op fietsen en brommers. Ik wachtte gewoon op het moment waarop hij groot genoeg zou zijn, ik dacht dat het later zou beginnen. Maar het begon al toen hij pakweg tweeënhalf jaar was. We reden heel traag, ik zat achterop om de brommer onder controle te houden. We kochten de kleinst mogelijke helm, en die was nog te groot. Hij nam zijn motorspullen overal mee naartoe. Miniatuurlaarzen, scheenbeschermers, borstplaat, handschoenen, de hele zwik. We lieten hem rijden in een goed gecontroleerde omgeving, zodat hij kon leren en op zijn gemak was. Het was een geleidelijk proces. Ik liet hem nooit gewoon begaan. Na verloop van tijd mocht hij met een kleine brommer traag in een kring rijden met aan alle kanten mensen die hem konden opvangen. Hij ging almaar sneller rijden. Hoe sneller hij ging, hoe groter de kring.

“Op een dag, jaren later, toen ik naast hem reed, haperde mijn motor en ging hij er pijlsnel vandoor. ‘I’m free!’ Hij verlegde zijn grenzen. Jongens! Maar hoe vaak je het ook zegt, toch moet iedereen het voor zichzelf ondervinden. Tot het echt is, heeft dat allemaal geen zin - de reden waarom hij van mij altijd al zijn beschermingsstukken moest aantrekken. Hij ging ervandoor en ging tegen de grond. Crashen is een groot woord voor een piepkleine brommer en een klein lijfje. Maar hij ging tegen de grond. Toen dat gebeurde, zei ik niet: ‘Ik had je gewaarschuwd.’ Ik reed naar hem toe en vroeg: ‘Wat denk je dat er gebeurd is?’ En hij zei ‘dit, en dat, en dat’. ‘Wat ga je de volgende keer doen?’ Ik legde het hem gewoon voor, besprak het, probeerde het zodanig in te kleden dat hij altijd alles met mij zou kunnen bespreken.

“Ik sprak ooit met een astronaut en vroeg hem: ‘Hoe voelt het om de ruimte in te gaan en naar de aarde te kijken?’ Hij zei dat het zijn perspectief veranderde. Als je terugkijkt op de aarde, dan denk je: mijn god, hoe klein. Wat doen we toch? We hebben geen grenzen en drempels nodig. Maar dat wist ik al. Ik leerde dat toen ik van Canada naar Kentucky verhuisde.

“Iets wat ik altijd deed met de kinderen voor we naar een nieuwe plek verhuisden, was ze de taal laten horen en iets tonen van de cultuur wat hen zou kunnen interesseren. Ik wilde niet dat ze zouden uitgroeien tot mensen die bang zijn voor verschillen. Maar er zijn altijd barrières. Je kunt hard werken, je kunt middelen zoeken, je kunt barrières verwijderen, maar er zullen er altijd nieuwe opduiken. Er zullen altijd nieuwe problemen komen die een oplossing vergen.”

“Ooit zaten we in Spanje en liep het vol paparazzi voor het huis. De kinderen wilden naar buiten, maar het was een van die dagen waarop ik wist dat dat onmogelijk was. Het was een heel cool huis met veel ruimte. We zetten gewoon alle meubelen aan de kant en haalden onze rollerblades boven. Ik maakte een rollerbladebaan, een hindernissenparcours in huis. Voor we het goed en wel beseften, waren we allemaal rond aan het racen, zwetend en lachend. Als je voorbij je moeilijkheden stapt met gevoel voor humor, dan bereik je een punt waarop je dingen kunt regelen.

“Toen mijn deal met Paramount was afgelopen en niet werd verlengd, begreep ik het aanvankelijk niet goed. Maar de mensen bekijken het ook vaak fout. Sumner Redstone en ik zijn vrienden. Het is een bedrijf.

“Dat zijn momenten waarop je veel over het leven leert. Het is opnieuw: hoe zit dit in elkaar? Ik had in mijn leven al zoveel meegemaakt dat ik wel een vermoeden had. Je gaat gewoon weer aan het werk. Je gaat vooruit. Dat heb ik gedaan.

“Ik weet nog dat ik met Cameron Crowe sprak over de laatste monoloog in Jerry Maguire. Ik hou van zijn schrijfstijl. Maar hij zei: ‘Ik weet niet of de zin ‘hoe we in een cynische wereld leven’ zal werken.’ Ik zei: ‘Laat me hem uitspreken. Als je het maar niets vindt, dan kun je het er uiteraard uitknippen. Maar ik wil de scène absoluut spelen.’ Omdat we natuurlijk in een cynische wereld leven. Het is makkelijk om cynisch te zijn. De keuze maken om niet cynisch te zijn, dat is belangrijk. Je kunt blijven stilstaan bij wat fout liep of je kunt uitzoeken hoe je het weer rechttrekt. En daar gaat ouder zijn over. Ik ben met een heel speciale vrouw getrouwd. Elke avond kijken Kate en ik elkaar voor het slapengaan aan, als om te vragen: ‘Hoe hebben we het vandaag gedaan?’ Je hoopt dat je meer goed dan fout hebt gedaan. Maar je wilt vooral het gevoel hebben dat je je uiterste best hebt gedaan. Dat is het enige waarmee je wegkomt, die voldoening. Het gaat terug op de gedachte dat je in het leven nooit te veel kunt geven en dat je niet genoeg kunt geven.

“De cirkel is rond. Ik ga Suri nu op de schommel zetten en haar verhaaltjes vertellen als ik aan een scenario werk. Ik ga beginnen met het begin van de film en haar beetje bij beetje door het verhaal loodsen. Uiteraard pas ik het aan haar leeftijd aan. Ze is nog maar vier. Maar ze stelt de juiste vragen: waarom gebeurt dat? Zijn dat de slechteriken? Jij bent de goede, niet?

“Het komt op hetzelfde neer als toen ik een kind was. Kan ik een personage creëren dat haar gelukkig maakt, dat haar aan het lachen brengt? En weet je wat? Ze maakt me beter en beter, want ik moet het keer op keer opnieuw doen van haar.”

Volgende week schittert hij naast Cameron Diaz in de zomerblockbuster Knight and Day van James Mangold. In een zeldzaam openhartig interview vertelt Hollywoodacteur Tom Cruise (48) hoe het was om op te groeien met een afwezige vader en een moeder die drie jobs combineerde met de zorg voor vier kinderen. ‘Ik heb er altijd van gedroomd om acteur te worden, en ik had het geluk een gezin te hebben dat die droom nooit kapot heeft gemaakt. Ze zeiden niet: ‘Dat is onmogelijk.’ Ze lachten.’Door Cal Fussman

Tom Cruise

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234