Maandag 21/06/2021

Zelfs het telefoonboek is te verstrippen

Striptekenaar Dick Matena brengt Elsschots 'Kaas' in beeld

Een stripverhaal in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten? De Nederlander Dick Matena (65), eerder winnaar van de Bronzen Adhemar voor zijn bewerking van Gerard Reves De Avonden, heeft het als eerste voor elkaar gekregen. Vanaf eind maart kunt u er zijn versie van Elsschots klassieker Kaas bewonderen; nu woensdag al wordt het boek gepresenteerd, op Het Schoon Verdiep voorwaar. Gesprek met een onstuitbare verstripper.

Door Jeroen de Preter

Een ellendige woensdagmiddag in Amsterdam, met een motregen die zelfs de dappersten van de straat veegt. In De Zwart, het stamcafé van Dick Matena en nog een heleboel ander schoon literatuurvolk, is de drukte navenant. Matena heeft net verse drukproeven van zijn nieuwste beeldroman ontvangen, het resultaat wordt besproken met Johannes van Dam, de vermaarde culinaire journalist.

Nu een Vlaming zich bij het illustere gezelschap is komen voegen, verschuift het onderwerp van gesprek al snel naar de Vlaamse taal in het algemeen, die van Elsschot in het bijzonder. "Hij deed alle moeite van de wereld om geen Vlaams te schrijven", weet Matena. "Maar dat is hem niet gelukt." Van Dam vindt in de drukproef al snel een voorbeeld. "Kijk, hier 'neemt' iemand zijn hoed af. Dat zeggen wij in Holland niet hoor. Wij 'zetten' onze hoed af."

Vlaams of Nederlands, het doet niets af van het respect dat Elsschot ook in dit epicentrum van de grachtengordel geniet. "Simon Carmiggelt was een grote fan", zegt Van Dam. "Dat heeft veel geholpen." Matena noemt hem misschien wel de grootste van ons taalgebied, naast Reve, de auteur van wie hij eerder het klassieke De Avonden integraal verstripte, een titanenwerk waarvoor hij verschillende prijzen kreeg.

Het plan om ook Elsschots Kaas te bewerken is al een oude droom, vertelt Matena. "Al sinds ik Elsschot lees, heb ik bij Kaas beelden in mijn hoofd. Het verhaal behandelt een oerthema: meer willen zijn dan je bent. En natuurlijk is er ook Elsschots stijl en de humor. Ik vind Kaas een van zijn meest humoristische boeken. En zeker ook een van de treurigste. Frans Laarmans (het hoofdpersonage, JdP) is natuurlijk een sukkel, een man die zich nog vruchteloos vastklampt aan de ouderwetse superioriteit boven de vrouw maar niet eens doorheeft dat zijn vrouw slimmer is dan hij. Een echte sukkel is hij, maar wel ontwapenende sukkel, want hij is niet te beroerd om toe te geven dat hij een sukkel is."

U hebt niet voor Kaas gekozen omdat het makkelijker te tekenen was dan andere boeken van Elsschot?

Matena: "Oh nee, zeker niet. Kaas is trouwens helemaal niet makkelijk te tekenen. In wezen is het verhaal van begin tot eind een brief. Daarom bevat het boek ook nauwelijks dialoog, de vertelvorm die voor een striptekenaar natuurlijk het makkelijkste is. Grote delen van Kaas bestaan uit overpeinzingen, getob van Laarmans, waar in principe nauwelijks beeld bij te pas komt. Kaas is, qua actie, een erg steriel boek. Er gebeurt heel weinig, tenzij emotioneel. Dat maakt het voor mij zo moeilijk. Denk maar aan die hilarische passage waarin Laarmans een geschikte naam voor zijn firma probeert te bedenken. Pagina's lang zit hij daarover te piekeren, wellicht in zijn kantoor, maar dat staat gelukkig voor mij nergens geschreven. Dus heb ik de peinzende Laarmans maar de straat op gestuurd, kwestie van wat actie te kunnen tekenen."

De passage die u net beschreef moet het hebben van het woordspel. Hebt u in uw bewerking geprobeerd Elsschots taalhumor in beeldhumor om te zetten?

"Hier en daar heb ik geprobeerd wat subtiele humor aan de actie toe te voegen. Zo laat ik Laarmans zich een paar keer tot de lezer wenden, waardoor een bedenking van hem nog nét iets tragikomischer kan werken. Maar het was zeker niet de bedoeling om in mijn beelden even geestig te zijn als Elsschot. De humor moet toch nog altijd in de eerste plaats van Elsschots tekst komen."

Laarmans lijkt in uw bewerking als twee druppels water op Elsschot zoals we hem kennen van oude foto's. Mag je zijn personage wel zomaar gelijkstellen met de schepper ervan?

"Ik heb mijn Laarmans gemodelleerd naar Elsschot toen hij vijftig was, ja, zoals ik voor De Avonden de jonge Gerard Reve heb getekend. Ik vond het gewoon prettig om zo'n icoon of monument als hij opnieuw tot leven te wekken. Ik wil daarmee helemaal niet suggereren dat Laarmans het alter ego van Elsschot is. Dat is niet zo, ook al zaten er wel kantjes aan Laarmans die hij blijkbaar heel goed kon begrijpen en is het zeker heel verleidelijk om die fout te maken. Zijn dochter Ida, die altijd de eerste is om ons eraan te herinneren dat haar vaders boeken niet autobiografisch zijn, heeft die fout trouwens ook gemaakt. Nauwelijks had ze de cover van mijn boek gezien of ze schreef me dat ik haar vader met de verkeerde hoed had getekend en of dat ik dat even wilde verbeteren..."

U maakt er een erezaak van om voor uw bewerkingen geen komma aan het origineel te veranderen. Maakt u het zich met die regel niet onnodig moeilijk?

"Misschien wel, maar ik kan niet anders. Noem het een blijk van groot respect. Reve of Elsschot vind ik zo formidabel goede schrijvers dat ik er geen letter aan kan veranderen. Ik vind: ofwel blijf je van die schrijvers af, ofwel gebruik je de hele tekst, ook al moet je daar soms noodgrepen voor uithalen. Mijn bewerkingen hebben alleen zo recht van bestaan."

Hebt u ook wel eens een boek willen verstrippen dat uiteindelijk niet te verstrippen bleek?

"Nog niet. En ik ga ervan uit dat die boeken niet bestaan."

Het onmogelijke Finnegans Wake van Joyce misschien?

"Daar noem je er eentje, ja, die zou niet zo makkelijk zijn. Alhoewel. Ik ben nog altijd van plan om van Ulysses van Joyce een beeldroman te maken. Ulysses kan zeker wel, dat is een heel beeldend werk... Uiteindelijk geloof ik dat je alles in beelden kunt zetten. In principe kan het zelfs met het telefoonboek. Het ligt er maar aan hoe je het aanpakt."

Hebt u weet van tekenaars die net hetzelfde doen als u?

"Misschien ergens eentje in Mongolië...? Voor zover ik weet ben ik de enige. Dat is wel een leuke gedachte, ja. Als ik me klote voel, wil ik er me wel eens mee troosten. Zo van: je mag dan wel een lul en een zakkenwasser zijn, je doet toch maar mooi iets wat niemand anders in de wereld doet. Maar heel veel troost brengt die gedachte niet hoor. Veel vaker overheerst het besef dat niemand om dit enkel door mij bedreven genre vraagt."

Onderschat u nu uw populariteit niet een beetje?

"Van de vier delen van De Avonden zijn er samen ongeveer 50.000 verkocht. Dat is niet slecht, maar zeker ook niet fantastisch. Je moet weten dat zulke projecten enorm duur zijn, al was het maar omdat het zoveel tijd kost. Aan Kaas heb ik in totaal 9 maanden gewerkt, vaak 12 tot 13 uur per dag. Omgerekend betekent dat dat je ongeveer drie van zulke dagen besteedt aan één pagina. Om ervan te kunnen leven en uit de kosten te komen moet Kaas minstens 10.000 keer over de toonbank. Ik twijfel of dat zal lukken. De beeldroman blijft een niche, iets voor een beperkt publiek."

Uw collega-striptekenaar, de Belg Marc Legendre, staat met een beeldroman op de longlist van de prestigieuze Libris Literatuurprijs. Kan dat de emancipatie van het genre helpen?

"Legendre doet natuurlijk iets anders dan ik: hij tekent én schrijft zelf de scenario's. Maar voor het genre beeldroman in het algemeen is het uiteraard een goede zaak. Ik zat hier in het café toen medegenomineerde A.F.Th. van der Heijden me op de nominatie van Legendre kwam wijzen. Ik heb Van der Heijden gefeliciteerd, maar hem ook gezegd dat ik hoop dat Legendre wint. Dat zou een geweldige overwinning zijn voor mijn vak."

De nominatie zegt toch ook iets over de toenemende waardering voor de beeldroman, nee?

"Het zegt vooral dat er een Belg in de jury zat (Marc Reynebeau, JdP). Strip zit in België meer dan waar ook in de cultuur ingebed. België is het enige land dat ik ken waar de strip serieus genomen wordt zoals ik vind dat hij serieus genomen moet worden. Strip maakt er deel uit van het hele leven. Ministers, daklozen, allemaal zijn ze opgegroeid met strips, allemaal vinden ze het normaal om strips te lezen. In Nederland wordt erop neer gekeken, vandaag nog altijd. Mijn werk wordt door sommige critici nog altijd omstreden genoemd. Ik vond dat niet prettig nee. Ik ben 65. Omstreden zijn is leuk als je 30 bent. Op mijn leeftijd heb je daar geen zin meer in. Ik begrijp ook niet waarom wat ik doe omstreden zou zijn. Niemand zal vandaag het verfilmen van een boek nog omstreden noemen, toch?"

Is de mentaliteit tegenover strips in Nederland ook niet aan het kantelen? Atlas, de Nederlandse literaire uitgeverij bij uitstek, heeft al een hele poos de deuren opengezet voor beeldromans.

"Het is aan het kantelen, ja, en misschien heb ik daar wel een kleine bijdrage aan geleverd. Vroeger kwam je een literaire uitgeverij niet binnen met een beeldverhaal. Vandaag heeft een serieuze uitgeverij als Atlas zich er zelf in gespecialiseerd. Ik sluit niet uit dat ik met mijn werk de deur op een kier heb gezet."

Hebt u de ambitie om ooit een beeldroman te tekenen én te schrijven?

"Voorlopig heb ik daar de puf niet voor. Ik vind het ook helemaal niet erg om dienstbaar te zijn aan het werk van iemand anders. Ik doe dit werk heel erg graag en met volle overtuiging. Ik heb er zelfs de drank voor laten staan, kun je nagaan.

"Maar ergens in mijn achterhoofd zit nog wel die droom: een roman schrijven en hem dan zelf tekenen. Het lijkt me verschrikkelijk moeilijk, maar volgens mij is dat de enige manier om een echt literaire strip te maken. De literaire strips die ik gelezen heb, kan ik geen literatuur noemen. Er wordt met woorden gespeeld, ja, maar het resultaat is voor een lezer van literatuur meestal meelijwekkend. De auteurs van zogenaamde literaire strips denken vaak: als ik mijn taal een beetje oppomp, zal het wel literatuur zijn. Meestal is het resultaat te maniëristisch. Een enkele keer is het ook echt goed. Maar echte literatuur? Dat ben ik nog niet tegengekomen. De verhalen van Hugo Pratt zijn superieur, maar het blijf lectuur."

Als het superieur is, maakt het toch niet uit of het literatuur dan wel lectuur is?

"Precies. Ik zal wel de laatste zijn die zegt dat strips literair moeten zijn. Franquin, Vandersteen, Sleen, dat zijn volgens mij grote kunstenaars. Geen literatoren, maar wel kunstenaars. Precies die pogingen om de strip literair te maken, geven de resultaten vaak iets verkrampts. Die roep om per se serieus genomen te worden, heeft ook iets zieligs. Zoals ook stripmusea in wezen zielig zijn."

Hoezo zielig?

"Grote strips horen niet in een stripmuseum. Ze horen thuis in het Rijksmuseum, het Museum voor Schone kunsten, het Louvre... simpelweg omdat ze een belangrijke bijdrage betekenen tot het culturele erfgoed van de mens. Mij interesseert het voor geen meter of ik nou wel of niet in een stripmuseum hang. Liever niet zelfs, zeg ik dan. Ik wacht liever tot mijn werk wordt opgehangen in echt museum, ook al zal dat misschien nog wel een jaar of vijfhonderd duren."

In april al hangt Kaas integraal in het Antwerps Museum voor Schone Kunsten. Wie weet bent u de wegbereider voor Vandersteen en Sleen?

"Vandersteen en Sleen hadden daar al lang moeten hangen. Ik begrijp niet waarom in een land als België nog altijd geen museumdirecteur is opgestaan die zegt: laat ons de grootste striptekenaars een plaats geven in onze musea.

"Los daarvan vind ik het natuurlijk geweldig dat die eer mij is toegevallen. Ik vind het alleen erg dat mijn oude vader dat niet meer mag meemaken. Hij was gek op Antwerpen. Eind jaren veertig ging hij er regelmatig heen. Hij was een goeie baanrenner, gespecialiseerd in koersen achter grote motoren, indrukwekkende machines, die daverden als vliegtuigen. Mijn vader kwam regelmatig koersen in het Antwerpse Sportpaleis. HIj kwam daar erg graag, en ik ook. In die tijd heb ik de Belgische strip leren kennen... Dat ik nu door de de burgemeester en de schepenen van Antwerpen ontvangen word... Mijn vader zou het geweldig gevonden hebben."

Dick Matena:

Qua actie is het een erg steriel boek. Er gebeurt heel weinig, tenzij emotioneel. Dat maakte het moeilijkSleen en Vandersteen hadden allang in het Museum voor

Schone Kunsten moeten hangen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234