Vrijdag 05/06/2020

Zelfingenomen en kortzichtig

Heeft Europa de komende 25 jaar echt 159 miljoen immigranten nodig om de verhouding tussen actieve bevolking en gepensioneerden in stand te houden? Ronald Schoenmaeckers pleit voor andere invalshoeken.

Begin januari zijn er, in zowel binnen- als buitenland, in de pers heel wat reacties geweest op het bericht van de Bevolkingsdivisie van de VN dat Europa tussen nu en 2025 zo'n 159 miljoen immigranten nodig zou hebben. Op basis van een demografische vooruitberekening is geschat dat, als gevolg van de lage vruchtbaarheid en de steeds hogere levensverwachting, Europa een 'tekort' zou hebben van 159 miljoen werkkrachten om de verhouding tussen de actieve bevolking (15-64 jaar) en de gepensioneerde bevolking (65 jaar en ouder) op het peil van 1995 te houden.

Zoals kon worden verwacht, was de algemene reactie dat massale immigratie in Europa politiek niet haalbaar is. Er was ook kritiek omdat bij de berekeningen te strakke hypothesen zouden zijn gebruikt. In tegenstelling tot wat in de VN-berekeningen wordt verondersteld, moet de activiteitsgraad van de bevolking geenszins constant blijven. Deze kan worden verhoogd door onder meer het optrekken van de pensioenleeftijd. Er kan ook een stijging worden verwacht als gevolg van een hogere arbeidsmarktparticipatie van vrouwen. Door een verhoging van de productiviteitsgraad ten slotte is het mogelijk te overwegen de arbeidsduur te verkorten, of zelfs het aantal werknemers te verminderen.

Immigratie (alleen) kan geen oplossing zijn voor de bevolkingsveroudering omdat migranten op termijn ook een lagere vruchtbaarheid zullen hebben; het aantrekken van migranten zou het probleem dus alleen maar opschuiven. De discussie rond de VN-berekeningen was nogmaals de aanleiding om te wijzen op het belang van een 'meer uitgesproken nataliteitspolitiek'.

Hogervernoemde reacties kunnen in grote mate worden onderschreven. Maar tegelijkertijd kan de vraag worden gesteld of zij vanuit de juiste invalshoek zijn geformuleerd. 'Een meer uitgesproken nataliteitspolitiek' is inderdaad te rechtvaardigen, echter niet als een instrument voor de verhoging van de vruchtbaarheid - hoewel er misschien wel een (lichte) stijging uit resulteert - wel door bijvoorbeeld een groter aanbod van toegankelijke kinderdagverblijven, als een tegemoetkoming aan de noden en wensen van een groot deel van de bevolking. Het lijkt zinvol om een hogere, of beter flexibelere pensioenleeftijd te overwegen, niet om een hoge activiteitsgraad te garanderen, wel in het licht van de hogere levensverwachting en de gevolgen hiervan voor de individuele levensloop. Bij het uitwerken van oplossingen moet niet het niveau van de vruchtbaarheid of het aantal arbeidskrachten en de hiermee gepaard gaande economische productiviteit als uitgangspunt worden genomen, maar wel de kwaliteit van het leven. Een andere kritiek op hogervernoemde reacties is dat zij geformuleerd zijn vanuit een erg egocentrische invalshoek, zonder rekening te houden met de motivatie en behoeften van potentiële migrantenarbeiders en de gevolgen van migraties voor de landen van herkomst. Zo'n enge visie zal onhoudbaar blijken tijdens discussies bij de Commission on Population and Development, het orgaan binnen de VN belast met de grote bevolkingsvraagstukken, en meer bepaald met de opvolging van de uitvoering van het Actieprogramma van de International Conference on Population and Development (ICPD), overeengekomen tijdens de bevolkingsconferentie van 1994 in Cairo.

Het ICPD-Actieprogramma staat voor een geïntegreerde benadering van de problematiek tussen bevolking en duurzame ontwikkeling. Zo wordt benadrukt dat de gezondheid van moeders en kinderen niet louter afhangt van de bestaande medische voorzieningen of de formele gezondheidszorg, maar ook van het feit of vrouwen volwaardig toegang krijgen tot onderwijs en van de sociale positie die zij toebedeeld krijgen in de samenleving ('empowerment of women'). In het programma wordt het belang onderstreept van 'gezondheid', 'onderwijs' en 'sociale zekerheid' voor duurzame ontwikkeling. (De drie peilers zonder dewelke volgens Amaryta Sen, Nobelprijswinnaar Economie 1998, een 'echte' economische groei onmogelijk is.)

De uitvoering van het ICPD-Actieprogramma staat echter op de helling omdat het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA) wordt geconfronteerd met een budgettair deficit, van niet minder dan 72 miljoen dollar (2,8 miljard frank). De oorzaak is het niet tegemoetkomen door verschillende rijke geïndustrialiseerde landen aan de budgettaire inspanningen voorzien in het ICPD-Actieprogramma (en waartoe men zich impliciet heeft verbonden door het goedkeuren van datzelfde programma in Cairo). Sommige grote donorlanden zoals Denemarken, Noorwegen en Duitsland, die samen zo'n 30 procent van alle gelden genereren, hebben sinds 1996 hun bijdragen aan het Fonds sterk verminderd. (Aan de andere kant zijn er andere Europese landen, waaronder, het mag worden benadrukt, België, die in diezelfde periode hun UNFPA-bijdrage hebben verhoogd, maar die desondanks 'kleine' donorlanden zijn gebleven.)

De eerste slachtoffers van het niet volledig naleven van het ICPD-Actieprogramma zullen vrouwen en kinderen zijn. Volgens dr. Sadik, directeur van het VN-Bevolkingsfonds, zal het niet uitvoeren van sommige programma's 1,4 miljoen extra ongewenste zwangerschappen tot gevolg hebben, met daaraan verbonden 570.000 supplementaire zwangerschapsonderbrekingen en heel waarschijnlijk de dood van 3.300 moeders, 43.000 nieuw geborenen en 15.000 kinderen. Deze cijfers stemmen tot nadenken omdat de moedersterfte in vele derdewereldlanden nu al een veelvoud is van wat in Europa wordt opgetekend. (In sommige Afrikaanse landen is de moedersterfte meer dan 1.300 sterftes per 100.000 levendgeborenen. In West-Europa situeert het moedersterftecijfer zich tussen 6 en 20.)

In deze context getuigt de reactie om als oplossing voor onze eigen sociale en economische problemen zonder meer een beroep te doen op vreemde arbeidskrachten, van zelfingenomenheid en een kortetermijnvisie. Een minimale bekommernis moet zijn dat migranten niet als goedkope arbeidskrachten zouden worden behandeld, maar als volwaardige staatsburgers met dezelfde rechten (en plichten) als de autochtone bevolking.

'Door het aantrekken van migranten zou het probleem alleen maar worden opgeschoven'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234