Donderdag 01/12/2022

Zelfcontrole? Ja, als iederéén het bad in gaat

Het debat over de deontologie van journalisten en de zelfcontrole van de media is opnieuw hard aangezwengeld. Met het ontslag van een hoofdredacteur van deze krant in de 'zaak-Reynders' en met de veroordeling van twee Franstalige journalisten tot het betalen van een schadevergoeding van 2 miljoen frank voor hun berichtgeving over de X-dossiers zijn de actuele aanleidingen inderdaad niet gering.

Zoals bij vele andere media-incidenten en journalistieke accidenten in de voorbije jaren, haasten zelfbenoemde en echte deskundigen zich om hun mening te slijten. De politiek laat zich vanzelfsprekend ook niet onbetuigd. De VLD dringt in het Vlaams Parlement aan op een themadebat. Justitieminister Marc Verwilghen klaagt over "een afglijden naar oppervlakkigheid in de media". Zijn Vlaamse collega voor Media, Dirk Van Mechelen, ziet het dan weer minder somber in. De CVP heeft haar wagen bliksemsnel aangehaakt met voorstellen over het recht van antwoord en de oprichting van een raad voor de journalistiek. De wetsvoorstellen die de christen-democraten hierover op federaal vlak indienen, zijn overigens opgewarmde kost want al eens op papier gezet in de vorige regeerperiode.

Deze ijver is niet zonder een zekere vorm van dreigende dubbelzinnigheid. Aan de ene kant dragen de betrokken politici de zelfcontrole van de media naar eigen zeggen hoog in het vaandel. Aan de andere kant wordt met evenveel nadruk gezegd dat "de politiek het heft in hand zal nemen als journalisten er niet in slagen zelf orde op zaken te stellen".

Maar ook dat is niet nieuw. In het najaar van 1995 en in het kielzog van een verkiezingscampagne die sterk was beïnvloed door de Agusta-affaire, hing een gelijkaardige schaduw over een colloquium in de Senaat over de verhouding tussen politiek, media en justitie. Toenmalig minister Ste-faan De Clerck kwam daar aandragen met de idee van een 'orde van journalisten'. Hij werd teruggefloten en sloeg dan maar mee de weg in van de zelfcontrole of zelfregulering. De Clerck en collega's lieten sindsdien, en voornamelijk in instantoordelen over berichtgeving die om een of andere reden onder vuur kwam te liggen in de publieke opinie, bij herhaling horen dat er van die zelfcontrole (te) weinig in huis komt of dat ze in het beste geval de zelfbescherming dient.

Nochtans heeft de Algemene Vereniging van Belgische Beroepsjournalisten (AVBB) de jongste vijf jaar ter zake wel degelijk serieuze inspanningen geleverd met een Raad voor Deontologie. Dit orgaan wordt gevormd door Vlaamse en Franstalige journalisten van de geschreven en audiovisuele pers. Hun inzet is vrijwillig. De professionele mix waarborgt mee afgewogen en genuanceerde oordelen. Zij behandelen maandelijks klachten over vermeende inbreuken op de journalistieke deontologie. In adviezen verduidelijken ze voor de betrokken partijen en voor de beroepsgroep in het algemeen een goede toepassing van de journalistieke beginselen (hoor en wederhoor, bronnencontrole, bescherming van bronnen, rechtzetten van foutieve informatie, respecteren van de menselijke waardigheid en de persoonlijke levenssfeer, enzovoort).

Hoewel de Raad voor Deontologie moet werken met alleen de logistieke en materiële steun van de AVBB zelf, werden in de eerste vier jaar gemiddeld tien tot vijftien adviezen uitgebracht. Dit jaar zal dit aantal verdubbelen. Dat bewijst dat lezers, luisteraars en kijkers de weg naar dit deontologische orgaan vinden. Hun klachten slaan vooral op onjuiste, onnauwkeurige of onzorgvuldig verzamelde informatie. Een andere belangrijke categorie zijn de inbreuken op de privacy. Zeer penibel in dit verband is het noemen van namen in onder meer gerechtelijke verslaggeving.

Opmerkelijk is voorts dat verscheidene klagers een beroep doen op de bijstand van juristen en advocaten. Sommigen onder hen zijn gespecialiseerd in mediarecht en beschouwen de behandeling van de betrokken klacht als een testcase. Geregeld gaat het trouwens over klachten die ook het voorwerp uitmaken van een burgerrechtelijke procedure. Dat verhindert de behandeling door de Raad voor Deontologie niet. Het legt de lat van de zorgvuldigheid alleen maar hoger.

Wezenlijk na vijf jaar werking van de Raad voor Deontologie is dat veel klachten een aantal structurele evoluties in de media aan de oppervlakte brengen die de verantwoordelijkheid van journalisten in een ander en ruimer perspectief plaatsen. De commercialisering is er daar één van, in de mate dat zij in de obsessie voor cijfers van kopers en kijkers weinig ruimte laat voor een meervoudige bronnencontrole en nuancering in de berichtgeving. Veel redacties lijden bovendien aan groeipijnen. Hun omvang en hun organisatievermogen en -ritme kunnen met de grootste moeite de druk aan om te voldoen aan de eisen om nieuws 'anders' dan de concurrentie aan te pakken en in nog meer bijlagen te verpakken en te duiden. Voor de begeleiding en de opleiding van jonge journalisten en nieuwe medewerkers (al dan niet in het beruchte statuut van 'valse zelfstandige') is er amper tijd. Ook technische condities (nieuwe informatietechnologie, lay-out- en vormgevingsvoorwaarden, enzovoort) en deadlines leiden meer dan eens tot 'gebeurlijke ongevallen' in artikels en audiovisuele bijdragen.

Deze artikels en bijdragen komen met andere woorden tot stand in het kader van een ingewikkelde 'besluitvorming' in een medium en van complexe mechanismen waarop een individuele journalist slechts voor een deel vat heeft. Mediadirecteurs en de leiding van redacties hebben daar eveneens en in niet geringe mate de hand in. De deontologie is dus ook hun zaak. Daarover kan geen discussie bestaan.

Precies om die reden pleiten de AVBB en de Raad voor Deontologie al langer voor een zelfregulering waarbij iedereen het bad in moet. Daarom ook is er nu een voorstel van de Vlaamse vleugel van de AVBB om te komen tot een 'Raad voor Mediadeontologie'. In deze raad krijgen mediadirecties, hoofdredacties en journalisten een plaats. Er is ook een rol weggelegd voor niet-journalisten (een magistraat, mediawetenschappers...) om het gezag en deskundigheid van de instantie te vergroten. In tegenstelling tot vroegere paden die in de politiek werden bewandeld om te komen tot een raad voor de journalistiek, honoreert een Raad voor Mediadeontologie voor de volle honderd procent de zelfcontrole van de media. Een wettelijke of politieke bevoogding blijft uit. De Raad voor Mediadeontologie omzeilt in de voorgestelde vorm ook het probleem van de bevoegdheidsverdeling in het mediabeleid en kan optreden voor de geschreven en de audiovisuele pers.

Aan Franstalige zijde hebben de uitgevers het belang van de deontologie eerder dit jaar erkend onder de vorm van bijzondere faciliteiten in een collectieve arbeidsovereenkomst. De Vlaamse uitgevers willen eerst het dossier van de deontologie oplossen alvorens over andere punten met de journalisten te overleggen. De Vlaamse audiovisuele media hebben ervaring met eigen instrumenten. De politiek is in de voorbije dagen opnieuw gealarmeerd en debatteert over de kwestie. Het momentum om nu eindelijk door te zetten is er.

Een 'Raad voor Mediadeontologie' honoreert voor de volle honderd procent de zelfcontrole van de media. Een wettelijke of politieke bevoogding blijft uit

Patrick Martens

Politiek redacteur van De Morgen en voorzitter van de Raad voor Deontologie van de AVBB

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234