Zondag 08/12/2019

'Zeg maarWilly'

'Ik heb de mooiste parking van de streek. Bekijk die BMW's, Mercedesen en Lexussen. Ik heb graag dat mijn medewerkers in schone voituren rondrijden. Hoe beter ik het stel, hoe beter zij het stellen''Marktstudies, tendensen, ik vind dat niet slecht, h�, maar ik doe het met boerenverstand. Ondernemen is geen exacte wetenschap'

Marijke Libert / Foto's Stephan Vanfleteren

9.30 uur, hoofdkantoor Naessens, Kouter 3, Elsegem

Informatie over de industrieel Willy Naessens hebben we niet bij de databases van Graydon of De Tijd maar bij orale bronnen ingewonnen, in de streek waar Naessens werd geboren en waar hij zijn hoofdfiliaal heeft neergeplant. In Elsegem, om heel precies te zijn, een microklimaat tussen Wortegem-Petegem en Oudenaarde, vol bietenvelden en betonnen ruilverkavelingsbanen. En met mensen op de bietenvelden en de betonbanen, of te voet of per fiets onderweg, of stoeptegels vegend voor hun deuren. Mensen die een beetje achterdochtig in jouw auto turen als je langsrijdt. En 'aha' zeggen, en lachen als hen de weg naar Naessens wordt gevraagd. Aha, wie zou die niet kennen. Zo komen automatisch de verhalen. In Elsegem en omgeving heeft men een slingerige manier van praten met veel gallicismen en versprekingen. In deze streek heerst ook de manie om aan elke persoonsnaam het suffix -ie te plakken. Bertie, Markie, Tjefie, Juulie. Het treft dat dit bij Naessens al in zijn doopnaam vervat zit. Willy. En het treft dat dit verklaarde godenkind ook die voornaam wil horen. Zoals De Croo met zijn 'zeg maar Herman', is het bij Naessens 'zeg maar Willy'. Overal mag het en door iedereen. 'Willy' wordt door arbeiders gescandeerd als 'de baas' de werf bezoekt, op kantoor weerklinkt de aanspreking van de 'founding father' met iets meer vrees en eerbied, aan de toog van het dorpscafé wordt na de hoogmis met die naam erbij santé geroepen.

Naambekendheid, daar draait het bij Naessens om. Hij zal het meermaals vermelden de dag dat wij hem volgden: 'naambekendheid is héél belangrijk'. Ook dat héél belangrijk zal hij veel herhalen. Alles is héél belangrijk. De naam Naessens waaiert je in de regio van overal tegemoet. Hij schreeuwt vanuit bermen, van op industrieterreinen, uit de voortuinen van villa's. De panelen zijn al jaren standaard, duidelijk want groot, met het bekende motto erop 'nog een werf Willy Naessens'. Wat een contrast met het plakkaatje dat van op de hoofdweg naar zijn fabriek wijst. Rechts naast de toegangsweg staat een blauwe kraan, met onderschrift 'hiermee is het begonnen. 1975'. Gekocht voor 500.000 frank, vernemen we later, een tweedehands graaftuig waarmee Naessens de grondwerken verrichtte toen hij zijn eerste kleine stallen bouwde. Want met landbouw en stallen is het begonnen, later kwamen de betonskeletten voor grote hangaars, stapelruimtes en fabrieken. En de zwembaden natuurlijk, daarmee is Naessens 'tot in Brussel' bekend.

We hadden het niet meteen gezien, maar het hoofdkantoor Naessens hangt aan het ouderlijke huis geplakt. Tot vier jaar geleden woonde daar nog pa Naessens, die op negentigjarige leeftijd stierf. Het ouderlijke huis moet blijven, als reminder aan waar Willy ontstond. De molen ernaast moest wijken, maar de roots worden plichtsbewust vermeld. "Ik ben een molenaarszoon."

Wiekende armen als we Naessens ontwaren in de hal, brede gebaren, gulle handdruk. Uiteraard meteen 'het is Willy' en daarna 'sorry dat ik jullie liet wachten' en de eerste toegift 'intussen heb ik nog een zwembad verkocht'. De eerste luide lach. Bij het plaatsnemen in zijn kantoor volgt de vraag 'een potse kafie?' en het verzoek of hij met het gezicht naar het raam mag zitten kijken, zodat hij de parking én de toegang tot de grote fabriek ziet, kwestie van alles en iedereen te zien af- en aanrijden. Daarna: 'Bon, wat willen jullie weten?'

Aanleiding tot ons gesprek vormt de boom in de zwembadsector. "Ik was een pionier. Ik kan vergelijken", steekt Naessens van wal. "De vraag naar zwembaden is enorm toegenomen, ze zijn in verhouding ook betaalbaarder geworden. Terwijl we vroeger vooral rijkelui bedienden, zetten we nu zwembaden bij middenkaders. Sinds drie jaar hebben we de beste vertegenwoordiger die er bestaat: de zon. We gaan naar 220 plaatsingen dit jaar. Mij hoor je niet klagen." Naessens kijkt weer naar buiten en puft. "Zo'n warmte, hé, dezer dagen. Het is eigenaardig. De warmte is én mijn vijand én mijn grootste vriend. Ik kan niet tegen de hitte, stel u voor. Als ik te lang in de zon loop of lig, begin ik te duizelen."

En dat voor een zwembadbouwer, plagen we, hij had beter kelders gezet. "Zwijg", zegt Naessens, "dat heb ik nog gedaan. Atoomschuilkelders. In de tijd met Chroesjtsjov en de Cuba-crisis. In Zwitserland gingen ze massaal atoomschuilkelders bouwen. Ik, hier in Elsegem dacht: gat in de markt. Ik liet meteen affiches maken met 'Willy Naessens: zwembaden schuin streepje atoomschuilkelders' erop. Ik dacht, met een bliek een snoek vangen: ik val op met het feit dat ik met schuilkelders begin maar intussen weten de mensen dat ik eigenlijk vooral zwembaden plaats. Ik heb uiteindelijk drie schuilkelders geplaatst, bij kapitaalkrachtige mensen. Die kelders bestaan nog. Een klant bewaart er zijn wijn in, een ander zijn schilderijen en nog een derde zijn Perzische tapijten."

De waterval Naessens klettert en spat. We zijn begonnen en het geanimeerde gesprek zal nog een hele dag doorgaan.

Naessens: "Uiteraard haal ik momenteel het grootste deel van mijn omzet uit de industriële bouw en aanverwanten, maar intussen heb ik toch maar eventjes meer dan vierduizend zwembaden gelegd in Vlaanderen. We hebben ook Filterco uit Overijse overgenomen. In Elsegem produceren we de Mercedesen diesel van de zwembaden, in Overijse maken we de luxecategorie. Met Filterco plaatsten wij de zwembaden van onder meer Jean-Luc Dehaene, Eddy Merckx en de familie Solvay."

Het is Filterco dat de zwembaden plaatste voor het koninklijke hof, bij koning Albert en prinses Astrid, proberen we.

"(glimlacht) Onder andere, inderdaad. En sinds wij dat bedrijf hebben gekocht onderhouden wij het zwembad van de koning."

Stel u voor, naast 'nog een werf van Willy Naessens' de toevoeging, 'hofleverancier', het zou mooi zijn, toch?

Naessens lacht. "Daarvoor moet je eerst vijf jaar voor het hof werken en dan moet je voor een commissie komen of zo. Het zou inderdaad mooi zijn, hofleverancier, en we hebben heus wel die ambitie. We waarborgen niet alleen kwaliteit maar ook veiligheid en discretie. Héél belangrijk. Onze medewerkers die het zwembad van het hof controleren, zijn gescreend door de staatsveiligheid en ze worden tot aan de boord van het zwembad en terug begeleid door een lijfwacht. De moeite naar het schijnt, ik zou eens willen mee gaan."

Krijgt Willy Naessens naast speciale klanten ook 'speciale vragen' van klanten?

"Tja, wat is speciaal? Men vraagt ons soms om onderwatermuziek te plaatsen, en wij doen dat uiteraard. Of onderwatermassage, een systeem met tegenstroom. En dan zijn er cliënten die hun logo in mozaïek willen, onder in het bad. Geen probleem. Wat technisch te realiseren valt, doen we. We promoten open buitenbaden. Iedereen zwemt toch het liefst van al buiten? Jawel, ook in de winter. Ikzelf zwem elke ochtend, 365 dagen per jaar. Met mijn partner Marie-Jeanne. We liggen er al in om zes uur 's morgens, in eva- en adamskostuum. Het mag regenen, het mag sneeuwen, het water blijft warm. We hebben een rolluik met isolatie, zonnepanelen en er zit ook een brander onder die op mazout draait."

Hij onderbreekt zichzelf, kijkt naar buiten en wijst. "Ik vind dat ik de mooiste parking van de streek heb. Bekijk die paar BMW's, Mercedesen en Lexussen. Ik heb graag dat mijn medewerkers in schone voituren rondrijden. Hoe beter ik het stel, hoe beter zij het stellen. Als ze goed hun boterham willen verdienen, moeten ze er eerst voor zorgen dat het bedrijf geld verdient. Negentig procent van de winst wordt opnieuw geïnvesteerd. Soms vragen ze mij: en wat met die 10 procent, Willy. (doet beweging naar het borstzakje van zijn hemd) Dan zeg ik: hier gaat dat naartoe. Je mag je medewerkers niet in onwetendheid laten. Mijn devies is: zeg de waarheid. Als het goed gaat, zeg het, gaat het slecht, zeg het ook."

Van waar haalde Naessens deze principes?

"Ik ben geen gestudeerd man, ik heb wel allerlei cursussen gevolgd, ben tot in de Vlerickschool geweest, maar de basis van alles blijft mijn boerenverstand. Ik heb onlangs de tien geboden van het ondernemen opgesteld. Eerste gebod: je moet als ondernemer geboren zijn en het dus in u hebben. Het tweede gebod is motivatie. Derde (pauzeert) werken, hárd werken. Vier. U laten omringen door specialisten want je kunt niet in alles expert zijn. Vijf. (twijfelt, graait in zijn zak) Waar is mijn briefje? Ah hier. (leest) Logisch denken, boerenverstand hebben. Alle opportuniteiten bestuderen, uw mensen aanmoedigen en belonen. Ook een gebod: je constant bijscholen. Ik heb dat gedaan: boekhouding, talen, balansen lezen. Ik durf hier met elke bedrijfsrevisor een serieuze boom opzetten over cashflow, ik kán het. (leest verder) Ook belangrijk is de concurrent van nabij te volgen, zijn producten, medewerkers, zijn manier van kwaliteit opdrijven en publiciteit voeren." Naessens stopt het briefje weer weg en besluit: "De rest is eenvoudig." Hij beent door zijn kantoor, doet nog een paar telefoontjes en maakt zich op voor een vergadering.

'Eenvoudig', zeggen we, dat herinnert ons aan die keer dat we wijlen Aimé Desimpel volgden voor een reportage. Zijn...

Naessens (onderbreekt): "Die had tussen haakjes ook een zwembad van mij. Heel goede vriend geweest, Aimé."

... zijn basisgebod was: keep it...

Naessens: "Simpel. Weet ik en hij had gelijk. Het is inderdaad eenvoudig. Goed werken, goed verkopen, goed materiaal leveren. Ik zeg altijd tegen mijn vertegenwoordigers: voor mij hoef je geen rapporten of powerpoint-presentaties te maken. Ik wil contracten zien. Het kan me niet schelen waar en wanneer jullie verkopen, in een kotje of een luxerestaurant. Ik wil geen blabla. Ik wil feiten. Ik zie dat ook bij de paarden. U weet misschien dat paarden mijn dada zijn. Nu, ook in dat milieu goochelen ze met stambomen en papieren en veel theorie. Ik zeg: ik hoef geen papieren, ik moet goede paarden hebben. Tussen haakjes: ga eens kijken naar mijn stoeterij en naar mijn paardenzwembad. Enig in de Benelux. Intussen doe ik snel die vergadering."

11 uur, paardenzwembad, stoeterij 'Willy Naessens'

Steven, werknemer bij de stoeterij, haalt een van Naessens Arabo-Friese paarden uit de box. "Die gaan we doen zwemmen", zegt hij. Het paard stapt het immense schuin aflopende bad binnen dat na een korte aanloop ineens een diepte krijgt van ruim drie meter. Het paard begint te trappelen als een hond. Een bevreemdend gezicht. Een kwartier later komt Naessens zelf uitleg geven. "Dit zijn menpaarden, water is goed voor de ontspanning van de pezen. Natuurlijk is een paardenzwembad ook een beetje een prestigezaak. Ik ben dat gaan afkijken in Engeland. Eigenlijk hebben we dat strikt gezien niet nodig hier. Maar ik dacht: ik ben een bekend zwembadbouwer, waarom geen paardenzwembad. Kunnen we dat ook aan de mensen laten zien."

En Naessens laat het grote zwembad graag aan de mensen zien. Hele autobussen vol plaatselijke verenigingen doen de stoeterij aan, om onder meer de paarden te zien zwemmen en om Naessens tientallen karossen, rijtuigen, Italiaanse, Britse, antieken en moderne koetsen te bekijken, en zijn verzameling leidsels, waaronder een paar uit de Britse koninklijke stallen. Hij toont ze ook aan ons, stal na stal na zaal. Een fortuin aan rijtuigen. Onder meer de koets waarin zijn eerste vrouw werd begraven, of een koets met ingebouwde gps, de koets met slede die hij jaarlijks naar Oostenrijk laat overbrengen om er met kinderen en kleinkinderen in de sneeuw mee rond te rijden.

Naessens: "De stoeterij is er vooral ook om mijn cliënten te soigneren. Die mogen hier gratis gebruikmaken van mijn rijtuigen met paarden, voor privé- of bedrijfsfeesten. Je weet maar nooit waar het goed voor is, hé (knipoogt). Vorig jaar deden we in totaal 117 rondritten met de koets. Mijn klanten zijn mede daardoor mijn grootste supporters."

Naessens wandelt nog even met ons over 'de strohoeve' naast de stoeterij. "Ik heb hier als kind uren gewerkt. Patatten rapen, helpen het stro binnen te brengen. Toen al dacht ik: als ik later groot ben en veel geld heb, koop ik dit." Naessens schudt het hoofd. "Ik ben toch een gelukzak, dat het nog is uitgekomen ook."

Hij biedt ons een plaatsje in zijn Daimler aan. "Kom", zegt hij. "We gaan mijn dorp bezoeken. Ik heb daar laatst met Pinksteren mijn jaarlijkse dorpsfeest gegeven, voor meer dan vijfhonderd man, allemaal in karren en koetsen en met de paarden voor."

12.30 uur, rondrit door Elsegem

Willy Naessens: "Bij mij telt dat gezegde niet 'vivre heureux, c'est vivre caché'. Ik moet tussen de mensen kunnen zijn, ik wil ze mee laten genieten van mijn weelde." We rijden het dorp binnen. Willy vraagt ons goed te kijken, zowel naar rechts als naar links. "Zie je dat, aan de palen, die bloemen en hangplanten? Allemaal van mij. Heb ik vorige week aan de gemeente geschonken. Kijk, hier die korven voor de kerk. Van mij. Echt waar. Uit dankbaarheid. Omdat ik hier mag wonen, omdat de mensen hier mij graag zien. Ik toon ze dat ik ze ook graag zie." We rijden langs de kerk van Elsegem. "Tapijten, de nieuwe kruisweg, het altaar, de verlichting, heb ik allemaal gesponsord. Ook uit dankbaarheid. Elke zondag kom ik hier naar de mis en daarna ga ik naar 't café. Voor een tourné général. Ja, ik ga ook echt naar de mis omdat ik (wijst naar de hemel) hierboven wil danken. Omdat ik er nog ben. Het staat ook als boodschap op een kapel die ik in Frankrijk liet bouwen. Ik ben twee keer aan de dood ontsnapt dankzij hierboven."

Hij gaat trager rijden, kijkt ineens bedrukt. "Tiens, hier staan maar om de zoveel meter bakken met bloemen. Ik ga eens bellen, ze moeten er zo snel mogelijk komen bij zetten. Het is geen gezicht." De Daimler versnelt tot we in een flauwe bocht komen en weer vertragen. "Dit kapelletje stond op instorten, heb ik gerestaureerd. En hier, de gebuur, onderhoudt het perkje. Hij mag daarvoor jaarlijks om wat drinkgeld komen bij mij. Mooi gedaan trouwens, kijk eens hoe proper. Ik zie dat graag. Ik steek niet alleen mijn geld in kapellen, hé, hola, ik ga binnenkort een sportzaal steunen. Veel geld, maar het brengt allemaal op. Je krijgt dat op de een of andere manier terug. En je maakt je sympathiek bij de mensen, dat is goed voor de sfeer in een dorp." We rijden richting Oudenaarde. Het eerste wat we daar op de kleine markt ontwaren is een enorm plakkaat met 'Willy Naessens' erop. "Verdomme, dat is groot, maar ja, ik ben dan ook de hoofdsponsor van de bierfeesten. Of ik er nog van schrik mijn naam zo groot te zien? In het begin deed het me wat, nu ben ik het gewoon geworden." Hij troont ons mee naar het hotel-restaurant La Pomme d'or. "Pas gerestaureerd, nieuwe uitbating, van mij." Naessens' ogen blinken.

13 uur, restaurant 'La Pomme d'Or', Oudenaarde

We begroeten Willy's sympathieke blonde eega, Marie-Jeanne, met de gebruikelijke egards, maar daar is Willy meteen met een luidruchtige onderbreking. "Helaba, wat hoor ik hier. Mevrouw hier, mevrouw daar. Hier zijn geen madams. Marie-Jeanne is een boerendochter. Noem ze maar gewoon bij de naam. Ze was ooit naaister, maar ik heb haar in mijn bedrijf geplaatst en ze is naar de bovenste echelons doorgegroeid. Ze doet nog steeds alle afrekeningen. (legt lief zijn hand op die van haar) Vroeger, Marie-Jeanne, was het eerst werken en dan plezier, nu is het eerst plezier en als het kan nog een beetje werken. (lacht heimelijk) We hebben veel uurtjes geklopt, hé, Marie-Jeanne, en samen veel meegemaakt. Weet je nog, hoe we pionierden, hoe we onze eerste zwembaden plaatsten, daar een beetje ver in Le Lavandou. Toen we met ons hele team medewerkers, drie vrachtwagens, een paar bestelwagens en een kraan onverrichterzake naar België terugkwamen omdat we niet door de bergpassen konden? Verdomme toch, waar komen wij vandaan. En weet je nog, Marie-Jeanne, hoe ik mijn eerste zwembad heb gebouwd. (tot ons) Mijn neef kwam langs met de vraag of ik iemand kende die een zwembad kon plaatsen. Ik zei: doe ik wel. Ik kocht de kuip bij een collega, ook de toebehoren zoals de filters en zo. Het plaatsen deed ik zelf. Ik vergat er echter in de boord een ringbalk op te zetten, dat is een betonconstructie die het geheel boven verbindt. Bon, ik liet water in de kuip en 'klak' zei het bad. Daarna zijn we ons met ingenieurs en bouwers echt gaan verdiepen in de bouw van zwembaden en hebben we een techniek ontworpen waarbij betonnen panelen in de grond worden gezet. Nu zijn we koplopers in de sector geworden."

Ineens veert Willy recht, loopt hij op een oudere man toe die met gezelschap de zaak betreedt. "Enchanté, Willy Naessens", zegt hij en drukt een paar handen. Na een onverstaanbaar gesprek horen we nog niet "heureux de vous connaître meilleur" (sic) en daar ploft in de stoel naast ons Willy neer, hij wijst. "Dat daar is een grote vis, een hele grote, aangebracht door die jongen daar rechts, onze vertegenwoordiger in Frankrijk. Die potentiële klant heeft 42 bedrijven. Hij is tachtig en zoals je ziet heel kwiek, hij blijft ook zaken doen. Is bij ons op werfbezoek. Grote snoek. Heel belangrijk! Zo zie je maar. Frankrijk kent Willy Naessens en Willy Naessens kent Frankrijk. We hebben er onder meer al voor de grote Bouygues gewerkt. In de luchthaven van Orly hebben wij de transportzone mee gebouwd, onlangs voltooiden we een tweede werk in het vliegveld Charles De Gaulle, een contract van meer dan twee miljoen euro. Wij hebben mee aan het station Austerlitz gebouwd. De post van Parijs heeft bij ons een gebouw gekocht van drie hectaren groot. Geef toe, dat zijn referenties voor dit boerke van Elsegem. (schrijft in de lucht) Encore un chantier Willy Naessens. Tot in Parijs staan ze, die panelen! En wij zitten hier. Molenaarszoon, hé! En we geven ook feesten in Frankrijk, in mijn kasteel in Normandië. Voor de cliënten, voor de haute gamme, maar ook voor mijn personeel. Ik zie jullie lachen, zo veel feesten denken jullie, moet dat. Ik zeg u, het is maar op die manier dat je de mensen achter u krijgt. (komt dichterbij) Zeg nu zelf. Je vraagt je cliënten om naar het voetbal te komen en wat blijkt? Ze hebben dat al gedaan. Je vraagt of ze mee gaan eten. Ze zijn al honderd keer gaan eten. Vraag ze naar de Night of the Proms, ze zijn al twee keer geweest. Maar vraag ze naar uw kasteel, of laat ze met vrouw en kinderen een hele dag in uw koetsen rondrijden? Dat is nog nooit gebeurd. (helemaal op dreef) Of inviteer ze naar de place to be: Waregem Koerse. Je vroeg daarnet hoe ik met een bouwgigant als Bouygues in contact kwam. Weet je hoe? Medewerkers van hem zijn naar Waregem Koerse geweest! Voila! Belangrijk! Medewerkers van de Franse Post zijn naar Waregem Koerse geweest. Carrefour, de dienst aankoop gebouwen, is al op mijn kasteel geweest. Onze pr-man doet niets anders dan feesten organiseren. Alleen al vorig jaar waren er zeventien grote feesten, los van kleine dingetjes. Maar, het brengt op, ik zweer het u. Marktstudies, tendensen, ik vind dat niet slecht, hé, maar ik doe het met boerenverstand. Ondernemen is geen exacte wetenschap."

En als hij mag kiezen wie hij het liefste op zijn kasteel inviteert, de haute gamme of zijn personeel? Naessens schudt met het hoofd. "Eerlijk? De twee, maar als ik echt móét kiezen: mijn volk. Je hoort dat toch ook aan mijn manier van praten. De woorden staan niet altijd juist, ik spreek een taal die het dichtst bij mijn wortels zit. Ik kan beschaafd spreken, maar ik zal geen ABN spreken als het niet hoeft. Kortom, ik voel me pas echt goed tussen mijn arbeiders en bedienden. Dankzij hen zit ik hier, heb ik hotels, paarden, koetsen, fabrieken, een kasteel. Ik herhaal: als zij niet bij mij willen werken, waar sta ik dan. Ik meen dat. Ik zie ze graag. En de anderen, de cliënten, ben ik natuurlijk ook dankbaar, omdat ze mij mooie contracten geven. Uiteraard. Maar we hebben het hier over echte betrokkenheid, en dan mag men mij niet kwalijk nemen dat ik mijn bodem verkies. Vandaar dat ik zo graag in Elsegem ben en dat ik daar zou willen uitbreiden. Zie je mij al op een industrieterrein zitten of aan de rand van een stad? Ik ben anti-stad, ik voel me daar niet goed, zo ver van de gewone man."

Intussen blijkt het Naessens echt wel voor de wind te gaan. Zestien bedrijven heeft hij, waaronder slechts één in een sukkelstraatje, en vierentwintig vennootschappen die samen tekenen voor 125 miljoen omzet in Vlaanderen. In totaal werken 1.025 mensen voor hem. Naessens: "Mijn zoon en dochter hebben nu elk de helft van mijn bedrijf gehad. Ze weten hoe ik het zie. Iedereen die in het bedrijf werkt, familie of geen familie, mag geen eigen belang koesteren, steeds primeert het bedrijf. Mijn zoon is arbeider geweest, ploegbaas en productieleider. Hij heeft zijn vuile kleren aan gehad. Mijn schoonzoon, licentiaat, heeft op het dak gezeten, heeft drie jaar met de kraan gewerkt. Ik heb echter gezien dat er in mijn bedrijf nog knappere mensen waren dan mijn eigen kinderen. Ik heb gezegd: de beste aan de top en dat is dus Dirk De Roose geworden. Hij volgt mij op, en heeft een klein aandelenpakket. Ik heb hem gezegd dat wanneer er ruzie zou zijn tussen mijn kinderen, hij zich moet aansluiten bij de bekwaamste. Hij heeft me dat beloofd en ik reken erop."

Tijdens de koffie raken we een gevoelig punt, zijn harde strijd tegen kanker. Naessens: "Ik ben twee keer ziek geweest. De eerste keer in het begin van de jaren negentig en vijf jaar geleden ben ik hervallen. Dan ben ik in quarantaine gegaan. Mijn weerstand werd op inactief gezet en mijn witte bloedcellen werden tot nul herleid, om gezonde bloedcellen te kunnen inbrengen. Ik mocht niemand ontmoeten, want de kleinste infectie kon mijn dood betekenen. Toen ik binnen ging zei de dokter dat ik 30 procent kans maakte. Ik was twee dagen binnen en ik zag al iemand afvoeren op een karretje, onder een wit laken. Ik heb toen veel gebeden, ik ben niet beschaamd om dat te zeggen. Ik bid nog. Baat het niet, het schaadt niet. En zie, ik ben er nog. Het zal stroperig klinken maar na die strijd tegen kanker heb ik weer het gras zien groeien en vogels horen fluiten. Ineens zag ik kinderen en kleinkinderen opgroeien. Ik leerde te relativeren, kwam verbaal niet meer zo agressief uit de hoek. Ik ben veel verkalmd."

15 uur, rit naar de Naessens-werf in Deerlijk, twee hectaren gebouw voor de firma Gaverzicht

De Daimler zoemt weer zachtjes door de Vlaamse Ardennen. Doel: Deerlijk. Eerst Oudenaarde uitrijden, langs het wielermuseum. Naessens: "Weet je dat ik zelf nog een wielerploeg heb gehad? Die heette 'Willy Naessens'. Natuurlijk. Op het moment heeft dat niet veel opgebracht, maar achteraf heb ik dankzij die contacten aan de groep Beaulieu een paar gebouwen kunnen verkopen. Omdat Noël De Meulenaere mij twee renners had bezorgd. Op die manier heeft die ploeg zichzelf terugbetaald. Zie je, weer de theorie van veel bliekjes gooien om af en toe een snoek te vangen. Soms gooi je minuscuul kleine bliekjes uit. Bijvoorbeeld op de jaarlijkse bijeenkomst voor vrijwilligers op de Koppenberg, bij de Ronde van Vlaanderen. Brandweerlui, seingevers, ziekenverzorgers, allemaal zijn ze er welkom op mijn feest. Will Tura komt dan zingen en we geven gratis frieten en bier. Ik ga dan ook op het podium staan en zeg: bedankt om zo talrijk te willen komen, bedankt omdat jullie zich zo massaal ten dienste stellen van de gemeenschap. En ik eindig met: mij kunnen jullie ook bedanken, door mij de adressen van potentiële bouwers door te geven. Amai, je zou eens moeten zien wat dat nadien aan brieven, mails en telefoons oplevert. Mensen die laten weten: mijn baas zal u bellen. Of: ik heb gehoord dat er in onze gemeente een nieuw gebouw bij komt, ik hou u op de hoogte."

We rijden naar de werf in Deerlijk waar de firma Naessens een gigantisch gebouw optrekt, pal naast de snelweg E17. Tussen de werklui voelt Willy zich meteen in zijn sas. Op schouders kloppen, naar mensen zwaaien, geanimeerd praten met de kraanman, grappen en grollen en vooral veel decibels. Ineens gaat Willy's hand naar de broekzak en diept hij uit zijn geldbeugel een paar biljetten op, deelt ze uit. Wat gebeurt hier? Naessens: "Mijn personeel is mijn échte kapitaal. Laatst zei een collega zakenman: maar enfin, Willy, ga je niet te ver met het belonen van jouw mensen? Ik werd een beetje kwaad, ik zei: 'Verdomme, ik mag blij zijn dat die mensen bij mij willen werken. Het is dankzij hen dat ik in Frankrijk de grote Jan kan uithangen. Het is dankzij hen dat ik in een mooie wagen rondrijd.' Ja maar, zei die West-Vlaming, 'bie mien zoe da gein woar zien, ik steek dat liever weg'. Ik schudde mijn hoofd en zei: uw personeel ként ook uw bezittingen en wie weet, zegt dat personeel: 'Die lelijke rijke smous, die leeft maar mooi op mijn arbeid.' Neem De Clerck van Domo, die zijn villa en zijn paarden verstopt in bossen en achter hoge muren. Wil ik niet doen. Ik toon mijn bezittingen, ik inviteer mijn personeel op mijn kasteel. Ik zeg ze: kijk eens naar die stenen daar. Dat is dankzij jullie. Of als ik op een werf kom gereden met een nieuwe wagen en ik zie hoe de arbeiders met open mond naar die auto kijken, zeg ik: zie je dat prachtige wiel daar, awel, dat is afkomstig van een gast die al twintig jaar voor mij werkt. Ik ben hem daar dankbaar voor. Zonet, in Deerlijk, heb ik ook mijn dankbaarheid getoond. Ik zag dat iedereen goed bezig was, op de juiste plek stond, dat het werk vorderde en iedereen gemotiveerd was. Dan diep ik graag de geldbeugel op en dan krijgen ze een beetje drinkgeld. Ze weten dat. Kom ik en deel ik niet uit, dan weten ze het ook. Zo pakken we dat aan. Ik heb het onlangs aan mijn schoonzoon geleerd hoe hij drinkgeld moest geven. Ik heb gezegd: héél belangrijk!"

18 uur, fermette van Willy Naesens in Kluisbergen, 'thuis'

"Ons nest", zegt Willy, als we in de bocht komen vlak voor zijn huis. "Hier zijn Marie-Jeanne en ik graag. Alles is hier ook zo, tja, eenvoudig en daardoor knus. We zijn vorige zondag gaan barbecuen bij de buur, je kent dat, voor een communie. Geestig. Op het einde van de dag heb ik gebeld naar mijn stoeterij en gevraagd twee koetsen klaar te zetten. We zijn dan met de buren op tocht gegaan en stopten uiteindelijk bij een cafeetje in de omgeving. Ze hebben daar meteen de accordeon in gang gestoken en we hebben heel veel leute gehad. Op zo'n moment word ik stil, kijk ik naar de mensen, naar hun gezichten, hun blik en ben ik oeverloos content. Maar we zijn wel net op de valreep weer naar huis gegaan. Het was hoogtijd, de boeren begonnen wild te worden. (lacht)"

Achter de fermette ligt, uiteraard, Willy's zwembad en daarachter iets wat lijkt op een golfterrein. Willy Naessens zucht: "Dat was een beetje een misrekening. Al die zakenmannen golfden. Ik dacht dus: moet ik ook leren. Ik zal thuis wat oefenen. Man, man, dat was niets voor mij. Niet zozeer die sport, maar die entourage (schudt het hoofd). Je moest me daar zien staan in zo'n golfclub, tussen de collega's industriëlen, die me beleefd de hand schudden en zegden 'goedendag mijnheer Naessens, hoe staat het met de zaken'. Dat is te veel blabla voor deze simpele mens. Bij de paardenmannen gaat dat anders, dat is pletsen krijgen op uw rug en horen roepen 'hé Willy, ik heb me daar een hengst staan, jawadde...' Om een lang verhaal kort te maken. Ik heb het golfen opgegeven. En achter de tuin hier, kom gerust kijken, heb ik nog een paar paarden gestoken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234