Zondag 20/10/2019

Zeg luid en voldaan: ik ben Afrikaan

Van slavenblues naar succesnummer - met een sluiproute van soullegende over smerisdoder: de zwarte culturele gemeenschap is verantwoordelijk voor enkele van de belangrijkste evoluties in de muziek van de twintigste eeuw. En dan hebben we het dus niet over 'Moriaantje zo zwart als roet', maar over de fundering die de zwarte cultuur legde voor iedere muziekvorm die we vandaag kennen. Hieronder volgt een relaas van horige naar gehoorde. Ofwel: het levensverhaal van de rock-'n-roll, nigger.

Door Gunter Van Assche

De zwarte doos van de slavernij is evengoed een doos van Pandora: je kunt ze maar beter gesloten houden, want de rotzooi die eruitkomt, is een schandvlek voor de blanke staat. De eerste zwarten in Amerika kwamen in 1619 in de staat Virginia aan. Tussen 1500 tot 1800 werden miljoenen vanuit Afrika naar de Europese kolonies in de Nieuwe Wereld getransporteerd om daar als slaven te werken. Eenmaal in Amerika aangekomen werden hun trommels afgepakt, omdat de blanken dachten dat de Afrikanen misschien in codetaal tot revolte zouden kunnen oproepen. Het ritme van voeten stampen en in de handen klappen, verving echter de percussie. Slavenmuziek werd de perfecte communicatie. De vorm van de liederen was een 'dialogenzang': de ene slaaf stelde een vraag, waarop de andere hem op de maat van het ritme van repliek diende.

De oorspronkelijke Afrikaanse muziek vloeide samen met die van de onderdrukkers, waardoor nieuwe muziek ontstond. Vaak gingen die liederen over zware onderwerpen als hun christelijke geloof of de zware tol die de slavernij van lijf, leven en leden eiste. Uit de kruisbestuiving van blanke songs en zwarte ritmes kwam vrijwel alle belangrijke Amerikaanse muziek van de vorige eeuw voort, zoals blues, gospel, jazz, rhythm & blues, soul en reggae. De a-capellablues van de zwarte slaven op de akkers zal overigens veel later een nieuwe adem vinden door Play, het miljoenensucces van techno-artiest Moby.

R.E.S.P.E.C.T.

De jaren zestig en zeventig waren woelig voor de Amerikaanse zwarte gemeenschap: de burgerrechtenbeweging kwam op gang, de Vietnam-oorlog brak uit, de Black Panthers toonden opstandig hun gewelddadige klauwen. De frustraties kwamen naar boven in de opstandige rellen van de sixties: in Harlem (1964), Watts (1965), Detroit en Newark (allebei in 1967). Entertainment heeft sinds de plantagetijd al een educatieve functie gehad binnen de zwarte gemeenschap. In de jaren zestig gaan artiesten op de barricades staan om het zwarte bewustzijn aan te wakkeren.

Gospel was sinds de dagen van slavernij een belangrijk element van het dagelijkse leven in de zwarte gemeenschap.The Staple Singers haalden met 'Respect Yourself' de banden met gospel en Martin Luther King steviger aan, net als Aretha Franklin dat met 'Respect' deed. Die hit, oorspronkelijk een nummer van Otis Redding, werd een symbool van etnische en feministische trots in de zwarte maatschappij. 'Don't Call Me Nigger, Whitey' van Sly & The Family Stone deed op het eerste vlak hetzelfde.

Dat zelfrespect hield ook in dat je jezelf ertoe kon bewegen een opleiding te volgen, en succesvol te beëindigen, en je zo uit je maatschappelijke misère halen: 'Don't Be a Drop Out' droeg James Brown zijn luisterpubliek op in 1966. Hij had die informatie uit de eerste hand, aangezien hij zelf nooit een schoolse vorming had gekregen. Brown ontpopte zich nadien tot een rolmodel voor de zwarte kids uit achteruitgestelde buurten, door antidrugsstatements in zijn muziek te integreren. 'King Heroin' en 'Public Enemy No. 1' moesten duidelijk maken dat in veel gevallen drugsmisbruik de belangrijkste oorzaak van hun sociale problemen was.

Zwartgallig wereldbeeld

De lp What's Going On van Marvin Gaye gaf een muzikale vertolking aan de sociale onrust die in de jaren zeventig heerste. De song 'Inner City Blues' was een echo van de wanhoop in de gemeenschap. Het nummer haalde de werkloosheid aan, maar ook belastingen, inflatie of politiegeweld: Gaye bezweert zijn toehoorders dat "dit geen leven is. Ik zou het willen uitroepen en mijn handen ten hemel heffen." In 'Save the Children' vraagt hij zich somber af "wie een wereld wilt redden die hoe dan ook tot de ondergang gedoemd is". 'Mercy, Mercy Me' gaat dan weer over het vervuilingsprobleem in de wereld. What's Going On was het model voor ettelijke andere artiesten. Een hele resem platen volgt de classic van Gaye na.

Het grootste probleem was echter het gemis van een identiteit bij de zwarten, die in een dominante blanke maatschappij leefden. Ze gingen dan wel naar school, maar in de lessen geschiedenis kwam niet één belangrijke Afro-Amerikaan voor met wie ze enige verbondenheid konden voelen. Ook hier wilde James Brown een verschil maken met zijn 'Say It Loud, I'm Black and I'm Proud', waarin hij zingt dat "we'd rather die on our feet, than keep living on our knees" - we sterven nog liever staand, dan op onze knieën te moeten blijven kruipen.

The Temptations haalden in Ball Of Confusion uit 1970 dan weer aan dat blanken massaal naar de voorsteden vluchtten, en dat er een einde moest komen aan het onderlinge geweld en de dito agressie bij de zwarte bevolking. Minder vredelievende boodschappen kwamen van de zwarte militanten, die lijnrecht tegenover het gedachtegoed van Martin Luther King stonden: geweldloze burgerlijke ongehoorzaamheid zou volgens hen weinig uithalen. Bloedige revolte, zoals de grondleggers van Amerika die hadden georganiseerd om hun doel te bereiken, zou pas iets kunnen verwezenlijken.

The Last Poets veroordeelden met 'Niggers are Scared Of Revolution' de apathie en het onvermogen om een revolutie op touw te zetten. In dezelfde lijn ligt het werk van Gil Scott-Heron, die de media over de hekel haalt in 'The Revolution Will Not Be Televised': de blanke pers zou hardnekkig voorbij gaan aan alle nieuwsfeiten die belangrijk zijn voor de zwarten. De slogan van de Black Panther Party, 'Power To the People' werd dan weer een songtitel voor The Chi-Lites. Geweld als een redmiddel en muziek die de geesten in vuur en vlam zet, dat was de enige oplossing.

In het licht van de geschiedenis hebben deze relschoppers minder betekend dan het vredelievende antwoord op Woodstock dat in Watts werd gegeven. Wattstax, of het Watts Summer Festival in augustus 1972 bracht de zevende verjaardag van de rellen in Watts in herinnering. Honderdduizend toeschouwers daagden op om Isaac Hayes te zien, die optrad naast The Staple Singers, Albert King en stand-upkomiek Richard Pryor, stuk voor stuk Afro-Amerikanen met een sterke zwarte identiteit. The Impressions die 'People Get Ready' brachten, Edwin Starr die 'War' zong en Nina Simone die 'Young, Gifted, and Black' speelde, horen bij de meest memorabele momenten van het festival.

Tussen bewust en bitch

Hiphop begon in feite met de opgestoken vuist van Malcolm X. De kwaadheid om het racisme in de westerse, voornamelijk blanke samenleving vertaalde zich naar de basiselementen van de hiphop: een draaitafel en microfoon. 'Proud To Be Black' van Run DMC werd gezien als de zondagsschool van de zwarte.

Het parvenu-supersterrendom van rappers die met een flets stemmetje opscheppen over hun bling bling zou dan wel pas later komen, maar dat zwarte muziek niet noodzakelijk zwaar op de hand moest zijn, bewees de eerste grote raphit, van Sugarhill Gang. In de nonsensicale tekst van 'Rapper's Delight' prijst een rapper zichzelf de hemel in als een ladies' man en een buitengewoon danser.

Rap kreeg opnieuw een donkere ondertoon in de jaren tachtig, toen de kauwgomstijl van Sugarhill Gang plaats moest ruimen voor de gangsta style, een samenraapsel van blaxploitation-films en wat zich afspeelde in de ruige achterbuurten.

Grandmaster Flash bedacht in 1982 dat de straten "net een jungle zijn - het verwondert me dat ik er niet onderdoor ga", een zin uit zijn hit 'The Message'. De tekst is poëzie uit de goot. De ultieme boodschap van de song is eigenlijk dat het gettoleven geen uitzicht biedt en slechts een voedingsbodem is voor méér geweld. "It's like a jungle" en "Don't push me, 'cos I'm close to the edge" ("Drijf me niet te ver, want ik sta op het punt om door te slaan") worden de hiphopmantra voor de volgende decennia, zelfs nog als rap een industrie is geworden die miljoenen dollars oplevert. Die ultranegatieve houding was natuurlijk ook een tegenreactie op Michael Jackson en Luther Vandross, twee artiesten die heel zachte, niet-agressieve pop maakten.

Schooly D is een van de eerste rappers die met nummers als 'PSK What Does It Mean?' wapengeweld en drugshandel als glorieus en lucratief bestempelt. KRS-One zit in hetzelfde achterstraatje, maar zal zich later wel publiekelijk uitspreken tegen het geweld dat rappers huldigen. De blanke dominantie is dan een oud zeer geworden, en Tupac Shakur en Ice-T richten hun pijlen en hun 9 millimeter eerder op de echte onheilsbrenger, en publieke vijand nummer 1: de politie. Ice-T zal met Body Count het infame 'Cop Killer' brengen, een verzoek om de flikken een dumdumkogel door het kogelvrije vest te jagen.

Midden jaren negentig worden de raps in hiphop steeds minder een manier om onrecht te hekelen, maar geven ze zicht op een goedgevulde bankrekening, een dito juwelenkistje, een Benz-collectie en een adressenboekje vol bitches. Of zoals NWA, oftewel Niggers With Attitude, hun wereldbeeld samenvatten: "Life ain't nothin' but bitches and money."

Zwart op wit

Zeg het luid en fier, ik ben zwart per Arabier, moet zowat het motto geweest zijn van Michael Jackson. Dat hij zwart geboren werd, leek bijna een ongelukje. Niet alleen werd hij operatief een vreemde versie van een blanke mens, ook in zijn muziek nam hij volop blanke elementen op, zoals de gillende gitaarsolo's van Eddie Van Halen op Thriller, een plaat die bijna vijftig miljoen keer over de toonbank ging.

Zwarte popmuziek klonk echter nooit zo weinig zwart als vandaag. Denk aan 'Milkshake' van Kelis, dat klinkt alsof het de vloervuller is van een disco in een parallel universum. De futuristische beats liggen niet eenvoudig in het gehoor, en er zijn zeker weinig lijnen te trekken naar de zwarte roots. Timbaland of The Neptunes hebben het voor elkaar met hun avant-gardistische klankweverij.

De grens tussen 'blanke' en 'zwarte' muziek wordt ook steeds vager. Prince en India.Arie staan nog niet zozeer ter discussie, maar het wordt twijfelen met Lenny Kravitz of Norah Jones. Beide artiesten oogsten meer succes bij de blanke middenklasse dan dat ze aansluiting vinden bij de multiculturele buurten. "Is dit nog wel zwarte muziek?", vragen bladen voor de zwarte gemeenschap zich zelfs hardop af.

James Spooner, een filmmaker uit Brooklyn, draaide een documentaire over jonge, zwarte punkrockers: Afro-Punk, het verhaal van de nieuwe rock 'n' roll niggers, met passages van een punkreggaegroep als Bad Brains of Peligro, de hardcoreband rond de drummer van Jello Biafra's Dead Kennedys.

Ook Jay-Z mengt zijn hiphopbeats graag met rock en pop. Hij haalde er al eens een roodharig weesmeisje bij - in 'Hard Knock Life' wordt het refreintje uit de film Annie gesampled - maar ook zijn Black Album geeft hij uit aan mixers. Zo is er The Grey Album, waarop zijn raps geënt worden op Beatles-songs van The White Album. En er is The Black Black Album, dat het succesvolle Black Album van Metallica leegsamplet. Rapper Mos Def richtte dan weer in navolging van zijn idolen Black Sabbath, Pantera en Fugazi een eigen rockgroep op: Black Jack Johnson.

Andre 3000 van OutKast bakt het - ongelukkige woordkeuze - zelfs nog bruiner. Zijn hit 'Hey Ya' is een zuivere poprocksong en de clip is de blaxploitation-versie van een Beatles-optreden, met hordes gillende meisjes in een televisiestudio. Andre 3000 zou dan ook sinds eeuwig al fan zijn van de Buzzcocks, The Smiths of The Hives. Hij speelt binnenkort in een biopic Jimi Hendrix, die ooit de 'white man's rockstar' genoemd werd.

In plaats van hun Afro-Amerikaanse roots te verloochenen breiden die artiesten de hiphopstijl gewoon verder uit. Een logische tendens, als je bedenkt dat zwarte artiesten de prilste versie van rock-'n-roll bedachten, voordat Bill Haley of Elvis Presley ermee aan de haal gingen; dat ze ons Motown-soul brachten; hiphop leven inademden en vandaag zelfs de mainstreammuziek domineren. De compensatie voor drie en een halve eeuw onderdrukking?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234