Zaterdag 24/09/2022

Zeemtouwersstraat, Lemmensplein, Habermanstraat

Meer dan twintig schrijvers, Nederlandstaligen en Franstaligen, doorkruisten Brussel. Van de slachthuizen van Kuregem tot de Europese Wijk. Hun pennen-met-stadsliefde riepen het personage Bloem, dat Brussel observeert en becommentarieert, weer tot leven. Fotograaf Patrick de Spiegelaere wandelde in hun voetsporen.

Hoewel mij al vroeg is ingepeperd dat wie op een blauwe steen gaat zitten, veel kans maakt om een natte fleuris op te lopen, laat ik me, zodra ik de hoek ben omgeslagen, op een dorpel neer. Warmgelopen, nu al, een motor in de bergen. Maar de Zeemtouwersstraat ligt er vlak en rustig bij, hier komt in alle gemoedelijkheid een truck van een transportfirma voorrijden met wel tien, twaalf auto's op zijn lange, opengewerkte achterlijf. Ik zie Franse nummerplaten, Nederlandse, Belgische, allemaal rijp voor de export. Van het hoekhuis aan de overkant zijn dan weer alle ruiten ingegooid, zwarte sterren aan een afbladderend firmament. Zal in de vorige eeuw wel een goedkope meergezinswoning geweest zijn waar zeemtouwers woonden met hun zeemtouwerskindertjes. Zouden die zijlokken gedragen hebben? Veel van die leerbewerkers kwamen uit het Oosten, op de vlucht voor de eerste Russische pogroms. En zou dat grut op straat hebben mogen spelen? Wanneer moesten ze binnen? Maar de leerlooierijen en de handschoenfabriekjes en de hoedenateliers sloten hun deuren en nu is dit een tweedehands wijk geworden, zo weggesneden uit Afrika. Negers drentelen nerveus rond met hun zaktelefoon in de aanslag en kussen de voorstad tot leven. Hoe ging dat Ierse liedje ook weer? Would you kiss my eyes, between the viaducts of your dreams. Vooruit, Bloem, opstaan, je hebt nog een hele weg voor de boeg. Maar ik zit net zo lekker, ik ben net zo graag een mannetje dat op de dorpel zit te niksen. Vanochtend in m'n mailbox een mop uit het bedrijfsleven. Een kraai zit boven in een boom te zitten. Springt een konijn voorbij en vraagt aan de kraai: kan ik net als jij de hele dag zitten luieren? Tuurlijk, antwoordt de kraai, waarom niet? Het konijn gaat lekker onder de boom liggen. Dan komt er een vos langs, hij springt op het konijn en eet het op. Moraal: om de hele dag te niksen moet je al heel heel hoog zitten.

En zie die zwarte kleerkast nu met zijn rugzak over z'n schouder en dat gsm'etje aan zijn broeksriem. Altijd bereikbaar, altijd zo vreselijk actief dat het mij nu toch een beetje tegen de borst stuit. Maar wat weet ik daarvan af, ik, Bloem met de kippenborst kreeg gisteren mijn zus op bezoek, mijn zusje denk ik nog steeds, want ze mag dan al een kleine madame op rijpere leeftijd geworden zijn, van porselein is ze ook nog steeds. En zo gelaten, een ander woord is er niet. Een merveilleus, melancholiek dingske dat, terwijl ze in haar kelder de was ophangt, heel even aan die serie uit onze kinderjaren moet denken, The Monkees, zaterdagavond halfzeven, luimige keet in huis, gekke bekkentrekkers die eigenlijk feitelijk, nu ik er zo even over nadenk, een sussende parodie waren, een Amerikaans maniertje om rock-'n-roll weer onschadelijk te maken, hapklaar voor de kijkbuiskindertjes die we toen waren.

Maar die lach van m'n zus, daar verschoot ik toch van. Zoals die uit het sterfputteke van haar ziel kwam opborrelen. Een mens is dan blij als hij zich met een paar glazen Stout toch een beetje hersenschade kan toebrengen. Hoeft ie verder alleen maar te luisteren, dat helpt, alleen toehoren hoe in het ouwemeekeshuis waar ze als nachtverpleegster werkt soms de stront tegen de muren plakt. De gedumpte mens, daar heeft zij voortdurend mee te maken, deeltijds gelukkig. Maar veel vertelt ze daar niet over, integendeel, het valt me nu pas op hoe weinig ze zich over haar werk uitlaat, alsof ze de mensen daar liever niet mee belast. Terwijl het haar toch aan te zien is uiteindelijk. Hé zusje van me, hier zou je moeten zitten, hartje Kameroen, hier wordt wat oud is weer opgelapt en verder verkocht. Kijk, zie je dat bord daar: pièces, occasion, Fiat, Alfa, Chrysler, pneus, het staat er in onbeholpen, uitlopende letters opgeschreven, alles dooreen, maar hier hebben de dingen nog waarde, dit, mijne heren van de Europese Commissie, is een wijk waar de mensen op straat hun geld tellen. Hier worden de flappen nog ongegeneerd beduimeld, dat is nu al de tweede die ik bezig zie, hij draagt een T-shirt met Attention, Achtung, Attenzione in wel vijf, zes verschillende talen om zijn Afrikaanse bast en aan zijn voeten zitten Nike-sloefen met onzichtbare vleugels. En toch gaat alles trager hier, de loomte van deze dag begint van hieruit als een hongerige slang over de stad te kruipen, terwijl nu oeps twee gehoofddoekte vrouwen langskwetteren, 'lorsqu'il me téléphone, il me dit toujours' maar de rest van de zin verwaait in een briesje dat eveneens de hoek is komen omslaan, samen met een ijsman, Glaces Sorrento, en hoewel dottore Blum wel zin heeft in een ijsje, besluit hij toch maar op te staan en niet toe te geven aan welke instantbegeerte dan ook.

Maar!

Amper heb ik me uitgerekt en mijn schouders gerecht of ik zie daar een man op mij toelopen.

'Oe oe oe oe oe, my good friend, ça va?'

Achter me: niemand. Ben ik hier iemands good friend dan? Waar mag ik dat aan verdiend hebben? Maar de man staat reeds met volle overgave mijn hand te schudden, zodat ik van de weeromstuit aan m'n voorhoofd ga krabben, sorry hoor, en daarna al even automatisch m'n linkerhand in de zak van mijn jasje frommel.

Sigaret?

Hand vrij, vuurtje scoren.

'Good smoke', zegt Bloem de connaisseur.

De man steekt knikkend op, terwijl ik mijn achterhoofd betast. Dan kijkt hij me met een brede glimlach aan. 'Very cheap', zegt hij. 'Eightyfour thousand. Eightytwo, disons. Venez voir.'

Bernard Dewulf Binnenskamers (buitenscènes)

Bergensesteenweg, Anderlechtsepoort

1.

Binnenskamers schrijf ik,

schrijft mij iemand in de krant.

Ik lees het op de tuinbank, ik

onder de leegste hemel ooit,

een mens van diamant

geslepen in mijn eigen hoofd,

en hoe het nu nog zomert

gaat mijn verstand te boven.

Er wordt buiten niet gewoond,

wij zijn van kamers de zelfkant.

2.

Er is in deze kamer een kamer

waar ik niet ben. Ik moet

erin wonen, maar vind die kamer

niet terug buiten mijn hoofd.

Vier muren staan ergens

opgetrokken uit mijn geloof.

Ik wil er plaats nemen aan tafel

voor een duidelijk raam

en uitzien. In een tuin staat

een vrouw die ik niet ken.

Wil zij zich omkeren, krijgt zij mij,

krijgt zij mij in het oog?

Er is in deze kamer een kamer

waar rook uit de asbak stijgt.

3.

Het is een middag uit een dagelijkse week,

een eeuw wordt buiten afgewerkt.

In de ether van het eerste huis

ruist je slaap in een elektrisch oor.

Ramen staan wijdopen op een zomer

en tot in onze stille kamers dringt

het pidgin door van weer een nieuwe tijd.

Nu kan de toekomst komen.

Hier wonen wij tot later samen.

Tot ik in je pas, een vader in een vader.

Tot dit huis je zal verhuizen.

Tot het is alsof ik er nooit was.

Hier ben ik, na de middag van mijn dag.

Ik weet, het droomt nu in je hoofd,

maar hoor. Er zingt in onze kamers iets

van elke tijd. Adem, adem met mij door.

4.

Ik was nooit oud geweest

en liep voor het eerst

door uw jeugd.

In het onhemelse licht

van iedere stad

zat een kat in de zon.

Een lied in uw hoofd,

een rietje in uw keel

en u zoog mij tot stilstand.

Waar het doorging met zingen

hing het lied om uw hals

als een sieraad van uw tijd.

Kom maar naar binnen.

Maar u hield niet op te bestaan

zoals ik. In uw glazen jas

smolt het koude kaarsvet

van een man in het vuur

van een beginnende sigaret.

Kamiel Vanhole (1954) debuteerde met 'Een demon in Brussel' ('90). Later volgden 'De beet van de schildpad' ('93) en 'Overstekend wild' ('95). Samen met Koen Peeters maakte hij 'Bellevue/Schoonzicht' ('97). Bernard Dewulf (1960), dichter en essayist, kreeg voor zijn debuut 'Waar de egel gaat' (1995) de ASLK-debuutprijs. het Nieuw Wereldtijdschrift publiceert hij regelmatig essays over beeldende kunst.

'Bloem in Brussel' is een initiatief van Het Beschrijf en Bruxelles/Brussel 2000, naar een idee van Kamiel Vanhole en Koen Peeters.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234