Zaterdag 06/03/2021

Zeedroom

Hoe kom jij aan De Morgen van gisteren?" vroeg een vriend die net uit België was aangekomen. "Hij zat vandaag tussen de gewone post", antwoordde ik, "het verbaasde me ook." Meestal doet de krant er enkele dagen over om in New York te geraken, soms een week of meer. Eén exemplaar had zelfs, aan de extra poststempels te zien, een omweg van anderhalve maand gemaakt via Belize. Ik heb toen in een atlas moeten zoeken waar dat land precies ligt, ook al woont de helft van zijn burgers in de VS, waarvan een groot deel in New York. Ik heb de laatste twee dagen veel aan hen gedacht. Ik zit dit namelijk te schrijven op het strand van Ambergris Caye, een tropisch eiland voor de kust van Belize. Toen ik eergisteren uit New York vertrok - het vliegtuig dat twee dagen eerder een noodlanding had gemaakt op de Hudson lag nog steeds als een grote dode vogel op de rivier - vroor het min 20 graden. Hier in Belize is het nu 30 graden boven nul. Ik stel me voor dat menige New Yorkse immigrant uit Belize de laatste dagen klappertandend heeft verlangd naar de warmte waarvan ik nu zo schandalig geniet. Een mens zou alleen van de zon moeten kunnen leven. Voor een weekend kun je als immigrant moeilijk snel even heen en weer naar het thuisland. Wij hadden er een taxi, twee vliegtuigen, nog een taxi en een boottocht opzitten voor we ter bestemming waren. We waren ruim acht uren onderweg. Voor wie het zich, net als ik indertijd, afvraagt: Belize is dat klein landje dat er op de kaart uitziet alsof Mexico en Guatemala het in de Caraïbische Zee proberen te duwen. Ambergris Caye, het eiland waar wij logeren, is het grootste van een snoer van bijna 200 eilanden dat voor de kust van Belize ligt. Samen vormen ze het Barrier Reef, het tweede grootste koraalrif ter wereld. Ik wou dat ik kon zeggen dat ik hier ben om te duiken maar ik durf amper snorkelen. Reisgenoot Tom is de waterrat van ons twee. Ik ben wat ze in duikerskringen een 'diver's widow' noemen. In mijn geval een tevreden duikersweduwe want ik vind altijd meer dan genoeg te doen boven water. Veel van Belize heb ik natuurlijk nog niet gezien. Wel kreeg ik al een smaakje van de enorme diversiteit van de bevolking. Ze zijn hoop en al met 310.000 en jongleren moeiteloos met drie talen: Engels, creools en Spaans. Hoe klein Belize ook is, zijn geschiedenis is complex. Maya-indianen, Spaanse kolonisten, Schotse piraten, Afrikaanse en Oost-Indische slaven en plantage-eigenaars uit het zuiden van de VS die na de burgeroorlog hoopten om de 'Old South' opnieuw te creëren in de jungle, legden de grondlaag. Later arriveerden de mennonieten, een strenge religieuze sekte die hier de landbouw- en zuivelindustrie uitbouwde, dan Chinese immigranten en Centraal-Amerikanen op de vlucht voor oorlog en terreur. Sommigen keerden terug naar huis maar velen bleven.

In San Pedro, het enige stadje op Ambergris Caye, hoorde en zag ik overal Spaans. Waar we nu logeren, is Spaans ook de voertaal onder de mensen die ons verblijf mogelijk maken. Zelfs de naam van het vakantiedorpje waar we zijn uitgenodigd door Toms neef die hier met zijn vrouw aan de Canadese winter komt ontsnappen, is Spaans: 'Sueño del Mar' of Zeedroom. De Droom is nog niet helemaal verwezenlijkt. De helft van de geplande huizen, een van de twee zwembaden en een miniwinkelcomplex staan nog in de steigers. Hoewel het maandag is, is er amper volk op de werf. Onzekerheid in Amerika betekent onzekerheid hier. Bijna alle eigenaars van de huizen zijn Amerikanen, net als de projectontwikkelaar. Het toerisme ontwikkelde zich vrij laat in Belize maar geeft nu werk aan een kwart van de actieve bevolking. Koraalriffen, mangroves, regenwoud, savanne, naaldbossen, heuvels, rivieren, bedreigde diersoorten zoals jaguars en tapirs: Belize heeft het nog allemaal. Ecotoerisme maakt er opgang. Maar er is werk voor de boeg. Ik wandelde gisteren langs de bijna onbewoonde kust naast ons 'droom'-dorpje. Pelikanen doken in de verblindend blauwe zee. Reigers en ibissen stonden roerloos het water af te speuren naar prooi. Maar het aangespoelde zeewier was kilometer na kilometer vermengd met aangespoelde plastic rommel. Op één vierkante meter vond ik spullen die gemaakt waren in Nicaragua, Costa Rica, de VS, Honduras en Frankrijk. Aan de rand van ons onaf dorpje, achter de houten barakken van het werkvolk, staat een luid zoemende dieselgenerator die ons van elektriciteit voorziet. Nog wat verder ligt onze collectieve afval gewoon in openlucht te branden. "Mijn dochter is zo milieubewust", zei onze gastvrouw, "toen ze hier wegging, heeft ze al onze lege flessen meegesleept naar Seattle."

"We moeten stoppen met de toeristenboten en Mexico de schuld te geven van de vervuiling van onze stranden", las ik in een kwade lezersbrief aan het plaatselijke krantje The San Pedro Sun, "laat ons gewoon de handen uit de mouwen steken en zelf de boel opruimen." Een andere lezer schreef een nog kwadere brief: "Buitenlandse banken wurgen de Belizanen met hun hoge rentevoeten terwijl buitenlanders hier hotels, winkels en vakantiedorpen zetten met goedkoop Amerikaans en Canadees kapitaal. De meeste Belizanen kunnen enkel rekenen op laagbetaalde handenarbeid bij buitenlandse bazen want onze regering kijkt niet naar ons om. Kolonialisme is springlevend in Belize... dat moet veranderen." n

Ik ben wat ze in duikerskringen een 'diver's widow' noemen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234