Donderdag 09/04/2020

Zedenverval en evenwichtskunst

Zodra de film er was, waren er documentaires. Correctie: de eerste films waren alleen maar documentaires. Het personeel dat, anno 1895, de fabriek van de broers Lumière verliet, bijvoorbeeld. Het publiek was er ondersteboven van, maar het duurde niet lang of er werd om censuur geschreeuwd. Meer dan een eeuw later zijn documentaires nog steeds een spraakmakend genre.

De verwondering en opwinding van het publiek werden in eerste instantie natuurlijk vooral veroorzaakt door het feit dat het om ‘bewegende’ beelden ging. Meer moest dat niet zijn. De registratie en weergave van de realiteit waren ruimschoots voldoende. Ook al besefte men toen nog niet dat er altijd sprake was van een of andere ingreep door de filmmakers. Zelfs bij iets banaals als La sortie des usines Lumière, want van dat filmpje (dat niet eens een minuut duurt) blijken verschillende versies te bestaan. In een daarvan is te zien hoe het personeel niet snel genoeg de fabriek verliet om ook het slotbeeld, het sluiten van de fabriekspoorten, nog te kunnen filmen. En dus moest er opnieuw gedraaid worden.

Het officiële begin van de filmgeschiedenis wordt meestal in het jaar 1895 gesitueerd. Dat was het jaar van de publieke première van de Cinématographe Lumière in Le Grand Café op de Boulevard des Capucines in Parijs. Maar op dat moment was de Amerikaanse uitvinder Thomas Alva Edison al een tijdje bezig met de commerciële exploitatie van zijn Kinetograph. De opnamen die hij daarmee maakte, konden niet op een groot scherm geprojecteerd worden, maar moesten individueel bekeken worden in een Kinetoscope, een soort kijkautomaat, waarin men bijvoorbeeld de bewegende beelden kon zien van een US Battleship at Sea. Of van een Girl Climbing a Tree. Dat tweede onderwerp bleek al snel meer succes te hebben.

Alhoewel fatsoensrakkers zich toen al zorgen maakten over het volgens hen door die filmpjes veroorzaakte zedenverval, werden ze pas echt ongerust door de doorbraak van de Cinématographe. Daardoor konden immers filmbeelden meer dan levensgroot en voor een talrijk publiek op een groot doek geprojecteerd worden.

Wansmakelijk

De herrie begon al meteen bij de eerste filmkus uit 1896, die in de filmgeschiedenis herinnerd wordt als the May Irwin and John C. Rice kiss uit de Broadwayklucht The Widow Jones. Hoogtepunt van dat theaterstukje was een lange, innige kus tussen actrice May Irwin en acteur John C. Rice, waarbij de indrukwekkende snor van meneer Rice mooi op en neer wipte. De Edison Company zag daar wel brood in en vroeg beide acteurs hun prestatie nog eens over te doen voor de Vitascope-camera van ‘regisseur’ William Heise. Wat er voor de rest in The Widow Jones gebeurde, interesseerde de filmmaatschappij geen barst. May en John repeteerden enkele keren om de timing uit te proberen - ook dit filmpje duurde nog geen minuut - en deden dan wat hen gevraagd werd. De eerste kus uit de filmgeschiedenis stond op pellicule.

Het filmpje werd een groot succes, maar niet iedereen was daar zo gelukkig mee. Zo bijvoorbeeld journalist Herbert S. Stone uit Chicago, die op 15 juni 1896 een verontwaardigde recensie liet afdrukken in zijn krant: “Vergroot tot gigantische afmetingen en tot drie keer herhaald is het absoluut wansmakelijk. Elke verfijning of restantje charme lijkt verdwenen bij miss Irwin en de hele vertoning komt door de nadrukkelijke vulgariteit in de buurt van het obscene. Dergelijke zaken vragen om een optreden van de politie.” Einde citaat. Meer dan een eeuw later besliste de prestigieuze US Library of Congress in 1999 dat het filmpje The May-Irwin Kiss voldoende culturally significant was om bewaard te blijven in het National Film Registry.

Anno nu zal een ‘documentaire’ over kussende acteurs wel geen storm van protest meer veroorzaken. Maar de tien Oscars en andere prijzen winnende documentaires die vanaf volgende week zaterdag 29 januari bij De Morgen op dvd worden aangeboden, zijn elk op hun eigen manier spraakmakend. Door bijvoorbeeld, zoals in Oscarwinnaar The Cove van Louie Psihoyos, de afslachting van dolfijnen door Japanse vissers aan te klagen. Of door zoals in One Day in September van Kevin Macdonald te tonen wat er allemaal misgelopen is bij de gijzeling van Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München. Of door te waarschuwen wat er allemaal met ons voedsel aan de hand is in Supersize Me van Morgan Spurlock of Food Inc. van Robert Kenner. Maar ook om ademloos en vol ongeloof toe te kijken hoe evenwichtskunstenaar Philippe Petit de zwaartekracht trotseerde in Man on Wire van James Marsh, toen de Twin Towers in New York nog overeind stonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234