Vrijdag 07/05/2021

'Ze zullen me van het podium moeten duwen'

Met ruim 150 miljoen verkochte platen is hij de succesvolste Belgische zanger. Meer nog: halverwege de jaren zestig gingen alleen The Beatles vaker over de toonbank. Toch blijft Salvatore Adamo (69), die onlangs een nieuwe cd uitbracht, opvallend bescheiden. 'Als er één nummer is waar men mij later om zal herinneren, ben ik al tevreden.'

Salvatore Adamo is een gentleman. Hij ziet er een stuk jonger uit dan zijn leeftijd doet vermoeden, blijkt buitengewoon vriendelijk en praat op een rustige, weloverwogen toon. Niet zonder humor, ook. Na het gesprek laat hij me een opname horen die hij stiekem met zijn iPhone heeft gemaakt tijdens de fotosessie voor de hoes van zijn nieuwe cd. Ik hoor een jonge vrouw die zo enthousiast kreunt dat het wel lijkt of ze met iets heel anders bezig is dan foto's maken. "Waarom denk je dat ik met zo'n glimlach op al die beelden sta?", grinnikt Adamo met blinkende oogjes. "Ik heb me geen moment serieus kunnen houden."

De eerste reacties op La grande roue zijn opvallend lovend. Hier en daar wordt zelfs gezegd dat de zanger net een van zijn allerbeste platen heeft gemaakt. Je zou denken dat Adamo de lof na een carrière die inmiddels vijftig jaar en 23 cd's omvat, wel gewend zou zijn, maar wanneer ik hem de kwestie voorleg wanneer we in de praathoek van zijn platenfirma in de sofa ploffen, blijkt het tegendeel waar. "Je hebt er geen idee van hoeveel deugd me dat doet. Ook na vijftig jaar carrière en 23 platen. Want er is één moment dat voor elke artiest keer op keer erg moeilijk blijft: als je een nieuwe cd klaar hebt en moet wachten, wachten, wachten op de eerste reacties. Nu ik weet dat er positief over geschreven wordt, kan ik weer rustig ademen. Kijk: in het begin van mijn carrière heb ik een kleine gave meegekregen. En laat ons wel wezen: er komt ook altijd wat geluk bij kijken. Na die eerste successen was het mijn taak om te bewijzen dat ik mijn kleine beetje talent op een serene manier kon gebruiken. Maar twijfel is er altijd. Welke zanger durft hardop te zeggen dat het onmogelijk is om níét van zijn nieuwe plaat te houden? Ik niet, alleszins. Ja, Britse sterren zijn daar altijd goed in geweest. Alleen: dat is mijn stijl niet."

Die twijfel, is dat de drijfveer die ervoor zorgt dat u ook in deze fase van uw leven nog nieuwe muziek blijft maken?

Adamo: "Absoluut. Elke plaat die je maakt is jezelf in vraag stellen. Wat ik trouwens onontbeerlijk vind voor een artiest. Zo niet verval je in routine, en word je alleen door het metier zelf gedreven. Ik probeer nog steeds om me door spontaniteit te laten leiden. Dat is niet altijd even gemakkelijk, geef ik toe. Ik heb intussen al honderdduizend keer 'je 't aime' gezongen, en het wordt alsmaar moeilijker om dat oprecht te doen klinken. Maar als ik nu een liedje over de liefde schrijf en het gevoel heb dat ik een authentieke emotie te pakken heb, ben ik tevreden. Zelfs als er veel tristesse in vervat zit. De liefde waar ik nu over zing, is van een heel andere aard dan toen ik op mijn achttiende 'Tombe la neige' schreef. Dat ging over een gemist rendez-vous. Het meisje op wie ik wachtte, is nooit komen opdagen omdat het te slecht weer was. Mocht ik in Quebec hebben gewoond, zou het verhaal heel anders zijn afgelopen, want daar zijn ze geëquipeerd tegen hevige sneeuw. (lacht) In die eerste liedjes is er altijd sprake van een breuk, omdat een van de twee dwars ligt. Nu zijn mijn liefdesliedjes veel serener, omdat de liefde in mijn leven dat inmiddels ook is. Op mijn leeftijd heb ik de ware wel gevonden."

Neemt de muziek nu een andere plek in uw leven in dan vroeger?

"Uiteraard. Toen ik mijn eerste hitjes scoorde, was er maar één vraag die voortdurend door mijn hoofd spookte: hoe lang zal ik de wind in de zeilen hebben? Dus toen ik op mijn 25ste al vijf jaar succes had, vond ik dat veel: een vijfde van mijn leven was ik erin geslaagd om als zanger aan de slag te blijven. Op mijn 40ste had ik al een half leven op een podium gestaan. Nog beter! En inmiddels zing ik twee derde van mijn bestaan. Ik zie niet in wat ik nu nog anders zou kunnen doen. Zingen is inmiddels een manier van 'zijn' geworden. Mocht je me dat afnemen, zou het aanvoelen alsof je mijn armen hebt afgehakt. In al die jaren heb ik niet één keer overwogen om te stoppen. Op een gegeven moment heb ik wel een paar stappen richting cinema gezet, maar na een film of drie werd ik zo bang dat ik me te ver van de muziek had gewaagd dat ik die filmcarrière meteen weer heb laten vallen. De manier waarop ik me het best kan uitdrukken, is toch via de combinatie van muziek met liedjesteksten."

Hebt u nooit het gevoel dat de vier minuten die u in een liedje krijgt om een verhaal te vertellen wat te beperkend is? Ik vraag het maar omdat u elf jaar geleden met Le souvenir du bonheur est encore du bonheur al eens een volwaardige roman gepubliceerd hebt, die bovendien erg goed onthaald werd.

"De tweede is bijna klaar, intussen. Hij zou er al geweest zijn, maar de vorige werd zopas in het Italiaans vertaald. Ik heb die vertaling ook moeten goedkeuren, waar flink wat tijd in gekropen is. Schrijven ligt me wel, al klopt het wat je zegt: in een songtekst krijg je nooit alles gezegd. Daar mis je niet alleen de nuance, maar ook de ellips van het verhaal zit heel anders in elkaar. Het feit dat een songtekst op rijm moet zijn, en in kwatrijnen is ingedeeld, geeft al aan dat je er niet alles in kwijt kunt. Soms worden er dingen gesuggereerd die je open moet laten voor de verbeelding van de luisteraar. In een roman kun je andere woorden gebruiken. Hardere woorden. Er komt meer ruimte vrij om cru te zijn; om een vorm van zwarte humor te introduceren, ook. Natuurlijk, er zijn songschrijvers die dat ook in een liedje kunnen, maar zelf ben ik daar niet toe in staat. Ik heb ooit 'Paname' van Léo Ferré gecoverd. In dat lied zat een zin - 'Moi c'est tes yeux moi c'est ta peau / Que je veux baiser comme il faut / Comm' sav'nt baiser les gigolos' - die ik niet over mijn lippen kreeg. Uiteindelijk heb ik met de uitgever gebeld om te vragen of ik die zin door iets properders kon vervangen. Noem me hypocriet als je wilt, maar het was gewoon geen taalgebruik waar ik me goed bij voelde."

Omdat het niet past bij uw imago?

"Nee. Zelfs privé loop ik met een boogje om lelijke woorden heen. In mijn nieuwe roman gaat het over mijn ouders. Dat is op zich ook al een doorbraak want in mijn hele repertoire zijn er misschien drie nummers waarin ik het woord 'mama' durf uit te spreken. Omdat het heftige emoties bij me losmaakt, en ik niet wil dat zo'n lied zingen een truukje wordt. In mijn nieuwe roman kan ik mijn ouders eindelijk de hommage geven die ze verdienen. Daar heb ik over hun levensomstandigheden kunnen vertellen op een manier die in een liedje al gauw te sentimenteel zou worden bevonden. Het publiek zou denken dat ik hen bewust aan het wenen wil brengen. Het zou - kortom - als demagogie worden geïnterpreteerd."

Vindt u zelf zelf uw populairste nummers, uw evergreens, per definitie de beste?

"Nee. 'Tombe la neige', bijvoorbeeld: dat is wat het is. Ik kwam net van school af, waar ik een diepe liefde voor de Franse taal had opgedaan. Ik las Rimbaud, Verlaine, Baudelaire, Apollinaire... Die stijl probeerde ik zelf ook onder de knie te krijgen. Het is niet slecht geschreven, en zowel mijn vader als mijn moeder vonden dat mijn mooiste liedje. Ik heb vijfhonderd songs geschreven, en daarvan zijn er hooguit een handvol waarvan ik durf te zeggen dat er goed werk werd geleverd. Maar zeker niet allemaal. En ondanks dat aantal is een liedje maken nog steeds geen routine. Integendeel: telkens als ik een nieuwe inval heb, leef ik helemaal op. En aan ideeën geen gebrek: er staan minstens vijfhonderd stukjes op mijn iPhone die nog echte nummers moeten worden."

Het overgrote deel van uw nummers is in het Frans, ook al is dat niet uw moedertaal.

"Dat is waar. Voor mij blijft dat de mooiste taal om in te schrijven. Maar niet om in te zingen, want op dat vlak zijn zowel Spaans als Italiaans veel meer open. Die talen zijn nog veel Latijnser. Bovendien heb je er heel mooie o- en a-klanken, die het Frans mist. Maar Frans is wel de taal waarin ik het grootste vocabulaire heb; waar ik het meest precies kan verwoorden wat ik wil zeggen. Op de koop toe heb je er veel double entendres. Het is me meermaals overkomen dat vertalers mijn teksten niet naar het Duits kregen omgezet, omdat daar veel minder met dubbele bodems en tweeledige betekenissen wordt gewerkt. Dus dan werd het allemaal wat meer uitleggerig, en hadden sommige zinnen wat last van overgewicht. Nog een pluspunt: in het Frans heb ik veel meer rijmwoorden ter beschikking. Maar puur etymologisch heb je gelijk: mijn moeder heeft me opgevoed in het Siciliaans. Dat is ook nu nog de taal waarin ik de meest alledaagse gebruiksvoorwerpen kan benoemen. Veel meer nog dan het Italiaans. In Sicilië wordt sowieso wat afstand genomen van de rest van Italië. Dat was vroeger ook al zo."

Ik begrijp dat u de eerste versies van uw liedjes vaak in het Engels schrijft, en ze pas nadien naar het Frans vertaalt. Raar.

"Dat gebeurt, ja. Ik heb vanaf mijn jeugd veel naar Angelsaksische muziek geluisterd. The Everly Brothers, Paul Anka, Neil Sedaka. Nadien ook Cliff Richard en Elvis uiteraard... Dát zijn van meet af aan mijn grote voorbeelden geweest. Engels is de taal van mijn adolescentie. En zelfs nu ontdek ik dankzij mijn zoon voortdurend nieuwe dingen. Ed Harcourt, Damien Rice, Angus & Julia Stone... Dat zijn buitengewone artiesten. Dat doet me eraan denken: ook in Vlaanderen is er momenteel een heel creatieve generatie aan de slag. Novastar en Milow vind ik fantastisch. Mijn dochter zou heel graag een Engelstalige plaat opnemen, en ik heb haar al vaak gezegd dat ze met iemand uit die scene zou moeten samenwerken."

Zelfs uw recente platen halen nog moeiteloos goud, wat heel uitzonderlijk is voor iemand met zo'n lange staat van dienst. Onlangs wijdde Belpop een uitzending aan Johan Verminnen en daar zei zelfs zijn eigen dochter dat hij op zijn 61ste over zijn hoogtepunt is. Hoe komt dat dat bij u niet zo is?

"Ik ben vorige maand 69 geworden, dus wees gerust: ik ben nog helder genoeg om te weten dat mijn einde dichterbij ligt dan mijn begin. Maar je moet de vlam brandende houden, en een zekere naïviteit cultiveren waardoor je blijft hopen dat je ook na vijftig jaar carrière nog nieuwe dingen kunnen overkomen. Die houding moet de motor zijn. Want sta eens even stil bij ons beroep: we zingen. Klinkt dat als zwaar werk? Zingen doe je als je blij bent. Daar je brood mee verdienen is een onvoorstelbaar privilege. Ik besef beter dan wie ook hoe uitzonderlijk het is om in deze fase van mijn leven nog in luxueuze omstandigheden een plaat te mogen opnemen. Met een symfonisch orkest en alles wat ik me wensen kan. In 2012 is dat lang niet vanzelfsprekend. Dat bij haast elk optreden de zaal vol zit, beschouw ik als een permanent mirakel. Ik hoop dat die tendens zich nog even voortzet, want ze zullen me echt van dat podium moeten duwen. Als mijn kinderen en mijn vrienden me erop wijzen dat ik beter kan stoppen, zal ik luisteren. Maar voorlopig mag ik nog even."

Door Arno's cover van 'Les filles du bord de mer' werd u door een generatie ontdekt die voordien niet eens van uw bestaan afwist. Merkt u daar tijdens concerten iets van?

"Absoluut. Ik ben Arno enorm dankbaar, want hij was de eerste rocker die in de gaten had dat mijn repertoire ook naar een ruiger genre vertaald kon worden. Dankzij hem ben ik door een publiek in de armen gesloten dat ik anders nooit bereikt zou hebben. Nadien zijn er nog meer duetten gevolgd, maar de samenwerking met Arno blijft de bijzonderste, omdat hij een compleet nieuw soort energie in 'Les filles du bord de mer' heeft gestoken. Meer nog: als ik het nummer nu zing, hoor je dat Arno er doorheen is gelopen. Ik heb het weliswaar geschreven, maar wat mij betreft is zijn versie de definitieve."

Stoort het u dat u zo'n eendimensionaal imago hebt? U staat vooral bekend als zanger van romantische liefdesliedjes, terwijl u op uw nieuwe cd kanttekeningen plaatst bij de manier waarop de maatschappij evolueert. En ook in het verleden had u - getuige 'Inch' Allah' - wel vaker nummers die dieper sneden. U zong zelfs over de zaak-Dutroux.

"Ja, dat is zo. Maar ook op dat vlak ben ik nog lucide genoeg om te beseffen in welke positie ik me bevind. Als er één nummer is waar men mij later om zal herinneren, wordt dat wellicht 'Tombe la neige'. Daar zou ik op zich al heel tevreden mee zijn, want dan heeft mijn bestaan toch een spoor nagelaten."

Maar zou u meer voldoening krijgen mocht u met pakweg 'Inch' Allah' de geschiedenisboekjes in gaan?

"Niet noodzakelijk. Gezien de thematiek is het nummer nog steeds brandend actueel, maar daar kan ik onmogelijk blij om zijn. In de jaren zestig heb ik een liedje geschreven dat 'Les gratte-ciel' heet, en toen op 9/11 de Twin Towers inzakten, begon de hipste radiozender van Frankrijk dat plots weer volop te draaien. Na een paar weken belden ze me op met de vraag of ik het leuk vond dat ze dat nummer weer hadden opgepikt. Ik was een beetje verontwaardigd, eerlijk gezegd. Alsof ik me zou verkneukelen dat mijn liedje herontdekt werd op de rug van 3.000 doden.

"In Vlaanderen wordt er de laatste jaren trouwens heel warm gereageerd op de songs die een wat diepere boodschap uitdragen. 'Inch' Allah' en 'Mourir dans tes bras' worden er minstens even goed opgepikt als de liefdesliedjes. Wie vandaag een kaartje voor een van mijn optredens koopt, weet ook wel dat ik dergelijke chansons in mijn repertoire heb. Ik denk niet dat het gewaardeerd zou worden mocht ik uitsluitend mijn grootste hits brengen. Bij de radio ligt dat anders, uiteraard. Die gaan altijd voor het toegankelijke werk. Het komt er dus op aan een goed evenwicht te vinden. Daarom sta ik ook twee en een half uur op het podium. Ik zing de nummers die de mensen willen horen, maar ook diegene waarvan ik wil dat het publiek ze ontdekt.

"Toen ik begon met songs als 'La nuit' kreeg ik vaak te horen dat ik te zwaarmoedig, te serieus was voor mijn leeftijd. En nu vinden ze sommige nummers te licht. Maar elk thema vraagt zijn eigen benadering. Soms bevatten mijn songs commentaren met een knipoog, soms zijn het observaties die wat zwaarder op de hand zijn en dichter tegen mijn eigen leeftijd aanleunen. Daarin verschil ik niet van gewone mensen, toch?

"Ik heb een fantastisch leven gehad, en soms denk ik terug aan die vijftig magnifieke jaren die ik al achter de rug heb. Ik ben niet nostalgisch, maar ik hou mijn herinneringen wel le- vendig. Als ik terugdenk aan die keer dat ik in Chili voor 50.000 mensen speelde, dan geeft me dat weer zin om een tandje bij te steken. In tegenstelling tot wat de dochter van Verminnen zegt, heb ik nog steeds de naïviteit om te denken dat ik ook in de toekomst nog heel wat nieuwe dingen kan doen. En inderdaad: ik ben meer dan alleen maar de zanger die fleur bleue-liedjes zingt. Ik voel het als mijn plicht om deel te nemen aan het echte leven. Ik woon niet op een wolk. Een van mijn nieuwe nummers is geïnspireerd door Briefe an einen jungen Dichter van Rainer Maria Rilke. Daarin stelt hij dat, mochten we een mens uit het Cro-Magnontijdperk confronteren met een mens van vandaag - gezegend met alle technologie die nu voorhanden is - dat die hem gegarandeerd als een god zou beschouwen. Dus wie weet waar we over een paar honderd jaar toe in staat zullen zijn. Teleportatie is vandaag geen fictie meer. Dat bestáát. Drie jaar geleden zijn wetenschappers erin geslaagd een molecule tien meter ver te teleporteren. Sciencefiction wordt realiteit, en dat fascineert me mateloos."

Bent u zelf gelovig?

"Eerlijk? Ik weet het niet meer. Het is een vraagstuk dat me al lang bezighoudt. Ik ben tot mijn 20ste naar een katholieke school geweest, en dat is doorgaans de beste manier om je geloof voorgoed te verliezen. Alle verhalen van misbruik in de kerk die de laatste jaren zijn opgedoken hebben me niet onverschillig gelaten. Maar welke rol God daarin speelt, kan ik niet zeggen. Ik vergelijk het graag met de vraag die je als kind wel eens kreeg om het grootste getal op te sommen. Dan zei ik altijd: plus één. Ik ben enorm gefascineerd door wetenschap, en die blijft altijd evolueren. Ik hoop dus dat de mensheid niet het gevolg is van een dom toeval. Dat zou een beetje zonde zijn."

Om af te ronden: wat beschouwt u in die vijftig jaar carrière als uw belangrijkste bijdrage aan het Franse chanson?

"Kijk: je kunt je hele leven opofferen aan één ding, zonder dat iemand het ooit te weten komt. Ik heb het geluk gehad dat ik nu al vijftig jaar kan zingen. Sommige mensen hebben daar veel plezier aan beleefd, terwijl het aan anderen volledig voorbij is gegaan. En daar heb ik alle begrip voor. Soms ga ik wandelen en word ik herkend, wat me overigens veel plezier doet. Maar net zo vaak komen ze me vragen of ik nog steeds zing. Ik sta dus met beide voeten op de grond. Sinds een jaar of tien wordt er met andere oren naar me geluisterd. Sinds begin dit jaar ben ik zelfs een trefwoord geworden in de nieuwe editie van de Dictionnaire Larousse. Dat vind ik een heel mooie aanmoediging. Ze noemen me een populaire zanger, en citeren een handvol van mijn successen. Dat is een erkenning die me bijzonder geraakt heeft. Omdat elke artiest een verschil wil maken. Zelfs als ik er niet meer ben, zal ik iets hebben nagelaten. Een groter compliment kun je een zanger niet geven."

La grande roue is uit bij Universal. Op 22 december concerteert Salvatore Adamo in het Casino van Knokke, op 18 mei staat hij in het Congrescentrum van Hasselt, op 19 oktober volgt de Capitole in Gent en op 3 november 2013 is Adamo te gast in de Antwerpse Lotto Arena.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234