Woensdag 20/11/2019

Ze zijn zo creatief meneer

Vijf mannen, vijf disciplines, vijf nakende doorbraken: treed binnen in het universum van het creatieve talent van vandaag én morgen.

'Voor mij is hiphop niet gewoon een muzieksmaak of modetrend, maar een levensstijl'

Rapper Gorik van Oudheusden (28)

Dat er al een tijdje iets aan het borrelen was in de Belgische hiphopscene, bewees het buitenlandse succes van onder anderen Woodie Smalls, Hamza en Coely. Ook in Brussel heeft de rap roem geroken, en bereikte zijn kookpunt vorig jaar met het spraakmakende gelegenheidsensemble Niveau 4 op Couleur Café. Het kloppende hart: Stikstof, een Brussels hiphopcollectief dat afgelopen jaar ook het voorprogramma van Nas en Cypress Hill mocht verzorgen. Kernfiguur van de groep is rapper Gorik 'Omar-G' van Oudheusden, die binnenkort met Zwangere Guy zijn eerste soloproject lanceert. "Stikstof is in de eerste plaats een vriendengroep", vertelt hij. "Het is begonnen als hobby, maar ik heb wat meer energie dan de rest: ik wil niet eeuwig in andermans kielzog blijven. Met Zwangere Guy wil ik bereiken waar ik nooit van durfde te dromen."

Het ging Gorik immers niet altijd zo voor de wind. Opgegroeid in de sociale woonblokken van Ganshoren liet hij op zijn 14de al voorgoed de schoolpoorten achter zich om vervolgens 10 jaar in de bouw te werken. "Ik had geen gemakkelijke thuissituatie", vertelt hij. "Pas op mijn 21ste heb ik beslist om te schrijven over wat ik had meegemaakt, en leerde ik te verwerken in plaats van vergeten. Ervoor schreef ik wel al gedichten, maar daar durfde ik niet mee naar buiten te komen."

Stad als therapeut

Rapmuziek ontdekte hij wel al eerder, toen hij op zijn 14de op school een klasgenoot in elkaar sloeg omdat die een meisje met haar rondingen had gepest. "Prompt kreeg ik de dag erna vier Franse rapplaten van hem, onder andere van Lunatic en Psy 4 de la Rime. Een echte openbaring, al luisterde ik toen wel al naar de cassettes van The Beastie Boys en Tupac."

Naast de opkomende hiphop inspireerde ook de stad Brussel hem om zijn verleden van zich af te schrijven. "De stad is mijn therapeut, en ik ben al 28 jaar bij haar in therapie. Ik schrijf ook heel graag op de metro. Soms blijf ik daar uren op zitten, van de ene kant van Brussel naar de andere. Ik weet nooit op voorhand wat ik ga schrijven: het is als een Zweedse puzzel en een sudoku tezamen, allemaal beats en woorden in mijn hoofd waar ik dan iets vers mee probeer te maken."

Sinds kort kwam daar ook nog een tweede inspiratiebron bij, zijn vriendin Ella. "Zij is mijn muze, mijn geweten. Elke avond voor we gaan slapen, zit ik eerst nog minstens een uur mijn nieuwe teksten voor haar te rappen. Het eerste nummer op de plaat, 'bxl finest', hebben we ook volledig samen geschreven."

Van zijn baggy kledingstijl en eclectische appartement tot de eerlijke teksten en nonchalante taaltje: alles aan Gorik ademt hiphop, een authenticiteit waar zelfs de meest old school rapgoden trots op zouden zijn.

"Voor mij is het niet zomaar een muzieksmaak of modetrend, maar een levensstijl. Mijn outfits zijn zoals mijn teksten: alles moet kloppen, het moet opvallen. We zijn niet zomaar een afkooksel van de Amerikaanse hiphop. Hiphop is toegewijd zijn, respect hebben, en uit iets slechts altijd iets goeds halen. Als ik geen moeilijke jeugd had gehad en mijn vader schatrijk was geweest, was ik nu waarschijnlijk een verwend nest dat geen raps maakte."

Grote voorbeelden heeft hij niet, buiten misschien Eminem, Nas, Raymond van het Groenewoud en uiteraard zijn creatieve broertje Roméo Elvis. Daarnaast wil hij met Zwangere Guy ook met andere genres experimenteren: uitstapjes naar house en funk, maar ook de swingende beats van James Brown. Feit is dat we een plaat kunnen verwachten vol rauwe oprechtheid, gecontroleerde chaos, rebelse vrijheid en de typisch Brusselse mentaliteit van je m'en fous. Of zoals Gorik het zelf rapt: "Praten is een vak, verkopen is een tweede, de Guy die geeft het gratis weg en iedereen tevreden."

De mixtape van Zwangere Guy komt uit op 14/4 ('Guy-de vrijdag') en op 12 mei vindt de releaseparty van de plaat plaats in VK.

'Acteren kwam goed uit omdat ik even niets te doen had, maar het is niet mijn droom'

Acteur Mistral Guidotti (19)

De jongste telg in deze reeks is Mistral Guidotti, een van de vier hoofdpersonages in Fien Trochs indringende film Home. Amper 19 is hij en acteerervaring had hij niet, maar met zijn ongedwongen naturel zette hij wel een ongelooflijk psychologisch doorwrochte vertolking neer van de door incest getormenteerde John. In het dagelijkse leven woont hij met zijn familie in een oud herenhuis in Merksem, waar de kunstzinnigheid van de muren spat en hippies zich zo thuis hadden gevoeld. Slierterige haren, een slungelige houding: op het eerste gezicht straalt Mistral hetzelfde nonchalante ennui uit als zijn personage, en ook tijdens het interview oogt hij heel wat minder gepolijst dan andere bekende koppen die op elke vraag een pasklaar antwoord hebben. Na de film, hier dus de feiten: hoe zit het echt met generatie Z?

"Er is sowieso een slechte communicatie tussen jongeren en volwassenen", vertelt Mistral wanneer we hem vragen naar de generatiekloof die Home tracht bloot te leggen. "Er zijn altijd dingen die je niet kunt vertellen. Maar de volwassenen moeten ons wel serieuzer nemen. Wij nemen hen toch wel serieus?"

Toch heeft Mistral de film enkele keren opnieuw moeten zien vooraleer hij de complexe ondertoon zelf volledig kon vatten. "Zowel de andere hoofdacteurs als ik beseffen nog steeds niet goed in wat voor film we hebben meegespeeld. Nu worden we in interviews gevraagd wat er gaande is tussen ons en de oudere generatie, maar eigenlijk weten we dat zelf niet goed. Maar ik vind wel dat het een mooie film is geworden."

Anders dan de vele coming-of-ageverhalen waarin het volwassen acteurs zijn die in een puberaal kostuum worden gehesen, heeft Fien Troch niets aan het toeval overgelaten om volledig in de hormonale krochten van haar personages te duiken. Daartoe plukte ze het merendeel van de jonge acteurs gewoon van de straat en afgezien van de documentaire When Kids Get Life kreeg Mistral ook niets van voorbereidingsmateriaal te verwerken.

"Tijdens het draaien kregen we altijd pas een dag op voorhand het scenario in onze mailbox, waarop we dan konden kiezen om ons in te lezen of op het moment zelf pas te kijken", vertelt hij. "Ik probeerde zoveel mogelijk te improviseren, ik voelde me alsof ik het personage echt was", aldus Mistral.

Daarnaast werd het levensechte karakter versterkt dankzij filmpjes die de jongeren zelf maakten met sociale media, een tweede belangrijk thema in de film. "Ik spendeer zelf ook enorm veel tijd op Facebook, meestal gewoon uit verveling", zegt Mistral. "Soms is dat wel gevaarlijk. Er zijn zo veel mensen die foto's posten alsof ze supergelukkig zijn, maar ze plakken gewoon over alles een filter. Je wordt er heel onzeker van."

Concrete inspiratiebronnen of voorbeelden heeft hij niet ("Ik ben niet zo goed in namedropping"), maar wel zou hij heel graag opnieuw met Fien Troch en Nico Leunen samenwerken. "Het zijn echt grave mensen, en een mooi koppel. Het zijn nu vrienden van mij. Ook met de andere hoofdacteurs spreek ik nog regelmatig af. Het was een kleine crew, maar zo gezellig: soms bleven we tot 6 uur 's morgens samen chillen."

Ook zijn plannen voor de toekomst zijn nog onzeker, al blijft acteren een optie. "Ik ben in mijn vierde middelbaar al gestopt met school, en sindsdien heb ik een leercontract", vertelt Mistral. "Het probleem is dat ik zoveel wil doen: kunst, fotografie, regie, reizen... Ik kan niet één ding kiezen waarop ik me wil toeleggen. In het lager onderwijs ben ik naar een steinerschool gegaan, dat was de enige school waar ik echt paste. Acteren kwam nu goed uit omdat ik even niets te doen had, maar het is niet mijn enige toekomstdroom. Al vind ik het wel cool dat ik iets gevonden heb waar ik echt moeite in wil steken, mijn talen verbeteren en dictie volgen bijvoorbeeld.''

'Ik zal nooit compromissen maken en met mindere producten werken'

Chef Tomek Mroszczak (27)

Dat de aanwervingen van chefs soms nog het meeste weg hebben van voetbaltransfers, bewijst ook het carrièrepad van Tomek Mroszczak. Na een stage (of volgens Tomek, "een leerzame hel") bij Wout Bru werkte de jonge kok achtereenvolgens bij het populaire Veranda in Antwerpen en De Vitrine in Gent, om erna in de gastronomische bistro Coeur d'Artichaut te belanden. Een mooi liedje dat echter na twee jaar al aan zijn einde kwam, wanneer de eigenaars beslisten hun etablissement in het Marriott Hotel onder te brengen. "Het is een wereldje van ons kent ons", vertelt Tomek. "De strikte hiërarchie van vroeger is dan wel wat aan het verdwijnen, maar waar je werkt, bepaalt nog steeds in grote mate je verdere kansen. Je vindt altijd werk, maar je moet in de juiste huizen werken."

Na de teleurstelling bij Coeur d'Artichaut ging hij uiteindelijk aan de slag bij J.E.F in Gent, dat hij intussen alweer inruilde voor het eveneens Gentse eetcafé De Ganzerik. "Tijdens mijn periode bij Veranda in Antwerpen heb ik heel veel geleerd, Davy Schellemans was echt mijn mentor. Maar ik voelde me er niet thuis, was vaak eenzaam. Daarom is het voor mij belangrijk nu wel in Gent te blijven. Ik mag dan misschien wel Poolse roots hebben, ik voel me op en top Gentenaar."

Die Poolse roots betekenen echter niet dat je in Tomeks keuken zuurkool en worsten moet verwachten, maar typisch Belgisch zijn de gerechten evenmin. "Ik ben gek op Azië en werk heel vaak met Aziatische producten", vertelt hij. "In een Thais gerecht zit bijvoorbeeld altijd zuur, zout, zoet en pikant, dat evenwicht streef ik ook na. Niet dat ik een echt fusionconcept heb, maar ik gebruik graag invloeden van overal."

Belangrijk daarbij vindt Tomek vooral de producten, die hij zelf haalt bij gespecialiseerde leveranciers. "Voor mij gaat het niet om het etaleren van allerlei speciale technieken, maar om pure, eerlijke en verse smaken met een creatieve twist. Ook de sfeer moet goed zitten: vriendelijke bediening, leuke muziek... Zolang het maar gezellig is voor iedereen, niet te chic of te stijf. Betaalbaar ook, maar wel op niveau: ik zal nooit compromissen maken en met mindere producten werken." Elk weekend schuimt Tomek de lokale markten af op zoek naar een interessante promotie of inspirerend seizoensproduct, waarmee hij zijn wekelijkse suggestie samenstelt. "Wanneer ik een recept uitwerk, zit 90 procent op voorhand al in mijn hoofd. Het is meestal enkel de finishing touch die ik nog moet aanpassen wanneer ik het voor het eerst proef."

Inspiratie haalt hij graag op reis, maar in de eerste plaats ook met zijn voeten onder tafel bij andere koks. "Buiten mijn werkuren kook ik bijna nooit, gaan eten is echt mijn hobby. Dat geldt trouwens voor de meeste chefs." Ook via sociale media probeert hij op de hoogte te blijven van de laatste foodtrends. "Op Instagram volg ik andere chefs en restaurants. Vroeger was iedereen vooral bezig met moleculaire keuken, nu waait vooral eten à la Noma uit Kopenhagen sterk over. En als je kijkt naar het 'haute dogs'-restaurant van Jeroen Meus of het luxefrietkot van Sergio Herman, lijkt ook veredeld fastfood de nieuwe trend. Maar ik vind het vooral belangrijk om je eigen ding te blijven doen."

En daar gaat Tomek binnenkort helemaal voor, want in september 2018 opent hij samen met vennoot Lieven Cobbaut zijn eigen restaurant. "Ik heb al een pand gekocht, pal tegenover het nieuwe gerechtsgebouw in Gent. Het is niet gemakkelijk om een nieuwe horecazaak te beginnen, want de personeelskost blijft maar stijgen. Daarom wordt het maar een klein restaurant, en ben ik van plan om zoveel mogelijk zelf te doen. Het is een zwaar beroep, maar wie echt zijn best doet en genoeg doorzettingsvermogen heeft, komt er wel."

'Een oude tekening van Mickey Mouse is even ongelooflijk als het werk van Ensor'

Illustrator Brecht Vandenbroucke(30)

Hij illustreerde talrijke covers voor The New York Times, ontwierp hemden voor Prada, beschilderde schoenen voor Walter Van Beirendonck, maakt kleurige werkjes op canvas én lanceerde vorig jaar zijn eerste stripboek. Als Brecht Vandenbroucke zichzelf gulzig noemt, is dat niet met een korrel zout te nemen. Wanneer we zijn appartement betreden, lijkt het alsof daar zonet een kleurenbom ontploft is vol dino's, Ghostbuster-popjes, oldskool Disney-video's, een klok van TheSimpsons en andere vreemde voorwerpen uit de popcultuur. "Werkelijk alles kan voor mij een inspiratiebron zijn", legt Brecht uit. "Ik omring mij graag met veel speelgoed, omdat ik het volwassen worden zo lang mogelijk wil uitstellen. Met een kinderblik probeer ik alle codes van de maatschappij in vraag te stellen."

Toch zou het kortzichtig zijn op Brechts werk slechts het label van infantiele naïviteit te plakken: het is veeleer satire dan vrolijkheid die zijn duistere versies van Mickey Mouse of de Teletubbies uitstralen. "Het zijn geen vrolijke tijden", vertelt Brecht. "Daarom is humor voor mij zo belangrijk: je kunt heersende conventies ondermijnen. Neem nu sport: op zich ben ik daar totaal niet mee bezig, maar er zijn wel bepaalde dynamieken die mij interesseren. Iedereen draagt dezelfde T-shirts, het is een soort gevecht tussen twee groepen, je hebt de sponsors en het publiek... Dat alles probeer ik dan te ontleden en opnieuw te reconstrueren. Hetzelfde met mode, film, performance of dans."

In zijn eerste strip White Cube neemt Brecht ook een loopje met de kunstwereld, in de vorm van twee rooshoofdige mannetjes ('the aesthetic twins') die op een absurde, sarcastische manier spotten met de regels van de esthetica. "Het is tegenwoordig moeilijk geworden voor mensen om te weten wat ze zelf graag zien. Alles wordt opgeklopt en bepaald door hypes. Ik wil komaf maken met dat hokjesdenken in de kunst: voor mij is een oude tekening van Mickey Mouse even ongelooflijk als het werk van pakweg Ensor. Dat zie je nu ook op het internet: op een site als Tumblr staat alles naast elkaar, van een tekening die gisteren gemaakt is tot een schilderij uit de 18de eeuw. Voor mij is kunst een constante recyclebeweging."

Terwijl andere kunstenaars het internet verketteren als een vijver vol platvloers amateurisme en vaandeldrager van kwaliteitsverlies in de kunsten, was het medium voor Brecht net een godsgeschenk. "De impact ervan is ongelooflijk. Mijn werk is een paar keer echt viraal gegaan, dat was 15 jaar geleden nooit mogelijk geweest. Ik heb geluk dat mijn werk goed aanslaat op het internet: een sculptuur moet je in het echt zien, of een heel groot canvas kun je bijna niet fotograferen. Als je het enkel moet hebben van tentoonstellingen, is het veel moeilijker."

Ook zijn gulzigheid kan Brecht op het internet volop cultiveren: "Dan wil ik bijvoorbeeld een gitaar tekenen en begin je daarover dingen op te zoeken, en ontdek je dat er wel duizenden gitaren zijn. Van een sitar tot steelgitaar of banjo... Ik kan mij daar echt in laten gaan."

Ook in de toekomst mogen we van Brecht nog heel wat verwachten. Momenteel werkt hij aan een tweede stripboek, schrijft hij elke twee weken een pagina voor het Franse blad Society, experimenteert hij met grotere canvassen en heeft hij een grootscheepse samenwerking met het Brusselse museum MIMA in het vooruitzicht, waarvoor hij ook een sculptuur aan het ontwerpen is. En dan zijn er nog plannen voor een kinderboek.

"Ik ben echt met te veel tegelijk bezig. Maar dat drukke zit gewoon in mijn aard. Soms denk ik: ik zou eens in een kale kamer willen wonen en zien wat het met me doet. Maar daar word ik waarschijnlijk heel triestig van."

'Ik zweef graag tussen de grenzen van feit en fictie'

Schrijver Yannick Ottoy(32)

Overdag is hij ambtenaar, na zijn uren schrijft hij. Yannick Ottoy groeide op onder de Aalsterse kerktoren en had nooit grote plannen voor het leven. In 2013 nam zijn pad echter een heel andere wending, wanneer hij besliste deel te nemen aan de literaire talentenjacht Manuscripting. Vier jaar, twee prijzen en twee boeken later heeft Ottoy alweer ideeën voor een nieuwe roman, trekt hij straks naar Italië voor zijn derde triatlon én is hij tegenwoordig ook opiniemaker. "Die veelheid zorgt voor inspiratie. Ik wil niet alleen 25 soorten buitenbanden voor een fiets kennen, maar ook goed leren schaken, houden van klassieke muziek en weten wie Picasso is."

"De geschiedenis herhaalt zich, maar het zijn vooral de mensen die vergeten", vertelt Yannick Ottoy over zijn debuut, Drang. Het boek schetst 'een waargebeurd verzonnen verhaal' over de nasleep van het Heizeldrama in 1985. Opvallend is vooral de treffende gelijkenis met wat nu nog speelt in Brussel, na de aanslagen die exact een jaar geleden plaatsvonden. "Het Heizeldrama sprak echt tot mijn verbeelding. Veel mensen weten nog waar ze waren op die dag. Ik ben er meer over gaan opzoeken, heb er parlementaire stukken over gelezen en sprak met getuigen. Toen bleek dat het verhaal dat ik in mijn hoofd had, ook echt gebeurd is. Het is een verhaal van manipulatie en macht, en over hoe de politie en rijkswacht een bepaalde waarheid proberen te creëren die in hun eigen voordeel speelt. Het stadion werd telkens weer opgekalefaterd, maar op zich veranderde er weinig. Precies wat je ook in Brussel ziet gebeuren."

Van een heel ander kaliber is zijn tweede roman, En toen werd het zwart, die vanaf mei in de winkels ligt. Het is het verhaal waarmee hij ook de Manuscript-prijs won, maar dat hij vervolgens twee jaar onaangeroerd liet liggen voor Drang. "Het is een heel persoonlijk verhaal", legt Yannick uit. "Ik ben zelf genoemd naar de Franse zanger en ex-tennisser Yannick Noah, en het hoofdpersonage heet Noah. Net zoals ik is hij in 1984 geboren, hij houdt van fietsen en van sterren. Maar het is geen autobiografie. Bij Manteau vonden ze het sterk, maar we voelden allemaal dat het nog even moest rijpen. Ondertussen heb ik het volledig herschreven: er schiet haast geen enkele zin van over. Het is nu met meer afstand geschreven, waardoor het beter is geworden. Het is niet gewoon een boek dat ik wou schrijven, het moest: ik zou nooit kunnen stoppen met schrijven zonder En toen werd het zwart.

Anders dan Drang is En toen werd het zwart veel minder onderzoeksgericht, maar wel een fictief coming-of-ageverhaal. Tegen de achtergrond van de woelige jaren 90 volgen we een Vlaamse jongen die verliefd wordt op een Rwandees meisje uit Brussel dat de genocide in haar land was ontvlucht. "Voor mij moet er ook altijd dat maatschappelijke inzitten", zegt Ottoy. "Ik doe uitgebreid research, en zweef graag tussen de grenzen van feit en fictie. Niet dat ik de mensen echt een geweten wil schoppen, zoals Louis Paul Boon het zei, maar ik zou nooit over kolder schrijven. Ik heb graag de illusie dat mijn boek toch ergens iets kan veranderen, dat het mij overleeft."

Ottoy mag dan geen literatuurwetenschappen gestudeerd hebben, wanneer hij praat, spreekt een echte filosoof, een belezen man met voorbeelden als Albert Camus, die maar al te goed weet waarmee hij bezig is. "Ik probeer altijd een paar levensvragen op te werpen. In mijn tweede boek is dat bijvoorbeeld het belang van verankering, ergens je wortels hebben. Vooral bij de jongen zie je dat, hij groeide op in de Vlaamse Ardennen. Het meisje heeft dat veel minder, zij gaat uiteindelijk in Matonge wonen."

En toen werd het zwart (Manteau) ligt vanaf mei in de winkels. Een exemplaar reserveren kan via yannickottoy.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234