Woensdag 18/05/2022

ReportageAfghanistan

‘Ze zijn gek! Ze vernietigen onze levens’: Hoe is het in Afghanistan, vier maanden nadat de taliban de macht overnamen?

Niet weinig vrouwen dragen in Kaboel de hoofddoek op de ‘Iraanse’ manier, zo ver mogelijk naar achteren geschoven.  Beeld Majid Saeed
Niet weinig vrouwen dragen in Kaboel de hoofddoek op de ‘Iraanse’ manier, zo ver mogelijk naar achteren geschoven.Beeld Majid Saeed

De taliban hebben al ruim vier maanden de macht in Afghanistan, maar van een revival van hun beruchte zedenleer lijkt vooralsnog geen sprake. De meeste Afghanen hebben op dit moment ook andere dingen aan hun hoofd: een lege portemonnee en maag.

Rob Vreeken

Wat vinden de gewone Afghanen ervan dat de taliban nu de macht hebben in het land? Het antwoord is misschien wel te vinden in Istalif, een gewoon, maar toch ook ongewoon dorp in de provincie Parwan, op anderhalf uur rijden ten noorden van de hoofdstad Kaboel.

Het district Istalif is geliefd om zijn prachtige natuur, de groene heuvels vol druivenranken en fruitbomen. Dankzij de fijne klei staat het gelijknamige dorp al eeuwen bekend als het pottenbakcentrum van Afghanistan. De hoofdstraat bestaat uit twee 200 meter lange rijen, uit hout opgetrokken, winkels en ateliers. Er liggen vooral turquoise schalen, borden, kommen en potten uitgestald.

Minpuntje: bijna alle zaken zijn dicht. Klanten komen hier zo goed als niet meer nu de Afghaanse economie is ingestort. De buitenlandse geldkraan werd immers dichtgedraaid na de machtsovername door de taliban op 15 augustus. Een paar miljoen Afghanen zijn hun werk kwijt, men heeft nauwelijks nog iets te besteden.

Veiligheid voor alles

Daarmee zijn we meteen bij het allereerste antwoord dat Afghanen geven op die vraag. Op dit moment is hun grootste zorg het gebrek aan geld, aan werk, aan zekerheid dat ze hun familie kunnen voeden, met de winter voor de deur. “De zaken gingen al minder de laatste jaren, onder president Ashraf Ghani”, zegt Abdul Jabar (55), telg uit een pottenbakkersfamilie. “De buitenlandse troepen bleven op hun basis, die kwamen hier niet meer. Maar nu met de taliban is het helemaal niks meer.”

Jabar had wel op Ashraf Ghani gestemd, maar onder hem was de corruptie de spuigaten uit gelopen. “Daar hebben de taliban in ieder geval een eind aan gemaakt”, zegt hij. Opnieuw zijn stem uitbrengen, dat ziet hij niet snel gebeuren. Met een ironisch lachje: “De taliban kiezen zichzelf.”

Verder? “We zijn blij met de vrede”, zegt de pottenbakker. “Het vechten is voorbij. Dat is het belangrijkste voor de burgers.” Zie hier deel twee van het antwoord dat bijna alle Afghanen geven, als hun wordt gevraagd naar de toestand van het land. Veiligheid voor alles.

Onveiligheid, dat is op zich al de mogelijkheid van geweld. Zeker op het platteland bepaalde dat de bewegingsvrijheid. Elke verplaatsing had risico’s: bermbommen, geraakt worden in een vuurgevecht of bij een bombardement, bij een controlepost worden gezien iemand van de tegenpartij.

Mannen durfden zo’n tocht vaak al niet aan, laat staan dat vrouwen eropuit konden. Menig plattelander kon zo niet profiteren van wat de stad te bieden heeft. We horen verhalen van mensen die na 15 augustus voor het eerst van hun leven in hun provinciehoofdstad kwamen en daar hun ogen uitkeken.

Een gladgeschoren man in westerse kledij verkoopt een straalkachel aan twee traditioneel geklede mannen. Beeld Majid Saeed
Een gladgeschoren man in westerse kledij verkoopt een straalkachel aan twee traditioneel geklede mannen.Beeld Majid Saeed

In Istalif schuilt achter de bedachtzame antwoorden de herinnering aan het geweld van destijds, in 1998, toen talibanstrijders het pittoreske dorp in puin legden. De meeste inwoners zijn Tadzjieken en die werden door de taliban, van Pathaanse komaf, niet vertrouwd. De Panjshirvallei, waar de legendarische Tadzjiekse mujahedincommandant Ahmad Shah Massoud standhield, is niet ver hiervandaan.

Het dorp werd sindsdien herbouwd, over het trauma ligt een laagje eelt. De taliban kwamen hier onlangs in hun pick-uptrucks uit toeristisch oogpunt en ze gedroegen zich correct, zeggen de pottenbakkers. Er werden zelfs wat schalen verkocht.

Schoon genoeg van het geweld

De vraag wat ‘de Afghanen’ ervan vinden dat de taliban het nu voor het zeggen hebben, is evenwel niet in Istalif te beantwoorden. Echt populair zijn de nieuwe Pathaanse machthebbers er niet, en dat is zwak uitgedrukt. Maar het punt is: nergens in Afghanistan is dat antwoord op één plek te vinden. In het zuidoosten, waar vooral Pathanen wonen, hebben de taliban meer aanhang dan onder de Tadzjieken en Oezbeken in het noorden en onder de sjiitische Hazara’s in het midden van het land. In Kaboel en steden als Herat en Mazar-i-Sharif is de bevolking gewend aan het moderne, naar Afghaanse begrippen vrije leven en vreest men de conservatieve dwang van de taliban.

In tweeënhalve week konden we dus geen representatieve peiling houden onder de Afghaanse bevolking. De enige die daar de afgelopen jaren aardig in is geslaagd, is The Asia Foundation. Vanaf 2004 heeft die non-profitorganisatie jaarlijks duizenden Afghanen ondervraagd. Een vaste uitkomst was dat een grote meerderheid van de bevolking zei geen enkele sympathie voor de taliban te hebben. In 2019 was dat 85 procent, in 2004 75 procent. In beide jaren zei 13 procent de taliban te waarderen.

Maar met zulke oordelen lopen de meeste Afghanen nu niet te koop. Ze kunnen weinig anders doen dan accepteren dat dit de uitkomst van de burgeroorlog is: de taliban hebben gewonnen. Een nieuwe ronde van vechten zit er niet in. De Afghanen hebben schoon genoeg van oorlogsgeweld. Ze zijn murw, mentaal zijn ze in de greep van de zich ontvouwende economische en humanitaire crisis.

Ook voor de 22-jarige Abdul Wahid komt de klap hard aan. Hij heeft een restaurant op een fijne plek voor dagjesmensen bij het dorp Saiad, daar waar de Panjshir en twee andere rivieren samenvloeien. De roemruchte Panjshirvallei begint hier, ooit haard van verzet tegen de communisten, later tegen de taliban.

Je kunt er tegen betaling een ritje maken op een paard en lunchen in een van de met gordijnen omzoomde terrassen pal aan het water, zoals dat van Wahid. Doordat Bagram vlakbij is, jarenlang de luchtmachtbasis van de VS, liepen de zaken goed. De Amerikanen kwamen hier geregeld uitpuffen, net als de vele Afghanen die voor hen werkten, naast de notabelen en ambtenaren uit de omgeving.

Che Guevara’s van de Profeet

De Amerikanen zijn echter vertrokken en de Afghanen hebben geen geld meer. De zaken gaan slecht, heel slecht. Het is mazzel dat er vandaag zo’n zestig talibanstrijders op bezoek zijn, voor een dagje uit, de tweede keer in drie maanden. Stoere knapen zijn het, met hun kalasjnikovs, baarden, lange haren en zwarte bandana’s. Che Guevara’s van de Profeet. De meesten dragen het legergroen dat ze aantroffen in de kazernes van het in het niets opgeloste Afghaanse leger.

Aanvankelijk sloegen ze hier de waterpijpen kapot, daar zijn ze mee gestopt. Nu maken ze ritjes op de paarden en doen zich tegoed aan de pilav met rozijnen en vis. “Ze gedragen zich netjes”, zegt Wahid. Ook hij is blij met de vrede in het land. “We gaan niet meer dood door de bommen en het schieten, maar van de honger.” Hij vertelt over zijn vader, die artritis heeft en hoge bloeddruk, maar geen zorg, doordat de familie dokter noch medicijnen kan betalen.

Drie haveloos geklede meisjes steken hun brutale koppies door het gordijn, ze verkopen kruiden en gedroogd fruit. Wahid stuurt ze vriendelijk weg. Als dan zijn eigen vier kleine kinderen ter sprake komen, wrijft hij met een tissue de tranen uit zijn ogen. “Mijn oudste zoontje vroeg me om eten, ik kon het hem niet geven”, zegt hij snikkend.

Buiten springen de talibanstrijders lachend in de laadbakken van hun Fords en Toyota’s, de pilav hebben ze op. De nieuwe bazen van het land, wie doet ze wat. Door het gordijn van het belendende eethuisje sist een jonge man ons toe: “Ze zijn gek! Ze vernietigen onze levens.”

Gladgeschoren kinnen

Ongetwijfeld denken velen in de grote stad, Kaboel, er net zo over. Zich tegenover een vreemde ongeremd uitspreken doet lang niet iedereen, maar weinigen in Kaboel betonen zich onomwonden verheugd over de overwinning van de taliban.

Eén ding staat vast: de nieuwe heersers hebben (nog) niet het uitzonderlijk strenge regime heringevoerd dat de wereld – en de Afghaanse bevolking – zich herinnert uit de jaren 1996-2001. Geen onthoofdingen in het voetbalstadion, geen lange lijsten met verboden op zelfs onschuldige zaken als vliegeren, met de zweep afgedwongen door patrouilles van het ministerie ter Bevordering van Deugd en Bestrijding van Zedeloosheid.

Het departement is opnieuw tot leven gewekt, maar veel leefregels zijn nog onduidelijk, zoals die over het werken en studeren door vrouwen en over het uiterlijk van mannen en vrouwen. In 1996 werd op dag één van het talibanregime afgekondigd dat alle mannen een baard moesten dragen en alle vrouwen een allesbedekkende boerka. Op het ogenblik zijn overal in Kaboel nog mannen te zien met gladgeschoren kinnen, zelfs op ministeries.

De boerka was ook de afgelopen twintig jaar in veel delen van het land de gebruikelijke dracht voor vrouwen – daar waren geen taliban voor nodig –, maar in de centrale wijken van de hoofdstad is de boerka ook vier maanden na de komst van de taliban nog uitzondering. Uit voorzorg zijn vrouwen zich over het algemeen meer gaan bedekken, de taliban hebben immers wel duidelijk gemaakt dat de hijab verplicht is. Omdat echter niet precies is aangegeven wat daarmee wordt bedoeld, is er ruimte voor interpretatie.

Op straat in het centrum van Kabuoel is dat te zien. Niet weinig vrouwen dragen de hoofddoek op de ‘Iraanse’ manier, zo ver mogelijk naar achteren geschoven. Sommigen hebben strakke jeans en leggings aan. Zeker rond Shar-e-Nawpark, hartje stad, lopen jonge vrouwen die hun best doen er zo vlot mogelijk uit te zien en daar kennelijk geen last mee krijgen.

Samen bowlen

Op de gevel van schoonheidssalon Florence prijkt de 2 meter hoge afbeelding van een Afghaanse schoonheid, volle rode lippen, naast twee rougekwasten en een setje oogpotloden. Ongeschonden. Hoewel, op het vrouwengezicht ernaast heeft iemand de mond en neus van het model slordig afgeplakt met stickers.

Ook sommige jonge mannen schuren zichtbaar langs de limieten van hipheid die in de ogen van de taliban decadent westers moet zijn – volstrekt ondenkbaar in 1996. Bij Shar-e-Naw flaneren ze in het zonnetje in hun dandy-achtige kostuums, als Engelse mods in de jaren zestig.

Een man loopt langs een etalage met een pop zonder sluier. Vooralsnog handhaven de taliban amper op hun strenge zedenregels. Beeld Majid Saeed
Een man loopt langs een etalage met een pop zonder sluier. Vooralsnog handhaven de taliban amper op hun strenge zedenregels.Beeld Majid Saeed

In Park Bowling, in winkelcentrum Park Mall, zijn jongens en meisjes samen aan het bowlen. Mag dat? Vermoedelijk niet, de taliban zinspelen op vergaande segregatie der seksen. Twee of drie keer per week, zegt beheerder Mohammed, komen gewapende surveillanten van de taliban zeggen dat de – spaarzaam gesluierde – meisjes weg moeten. Maar is dat landelijk beleid? Zolang de regering zich niet uitspreekt, doet de bowlingbaas of zijn neus bloedt.

Boerka én onderwijs

Zou Mohammed representatief zijn voor ‘de gewone Afghanen’? Wellicht niet. In diverse provincies – Kandahar, Parwan, Kapisa en Kaboel – spreken we mannen die, gevraagd naar wat ze vinden van het vrouwenbeleid van de taliban, zeggen dat ze daar eigenlijk geen probleem mee hebben.

“Het is de sharia, dat respecteer ik”, zegt de 60-jarige Wazir Kahn uit Istalif. “Voor mij is het goed. Mijn vrouw draagt een boerka.” Shirin Agha van 22 uit Sabaz Sang zegt: “Daar zijn we blij mee. Het hoort bij de sharia. Iedereen steunt de sharia.” In Kandahar is het helder voor de 32-jarige Khair Gul: “Je hebt de Afghaanse traditie, de sharia en dat wat het buitenland wil. Ik onderschrijf de eerste twee. Elk land heeft zijn eigen traditie en kleding.”

Tegelijk echter zeggen al die mannen óók het belangrijk te vinden dat hun dochters naar school gaan en studeren. Mochten de taliban dat willen verhinderen, dan hebben die een probleem. “Het hoort bij het leven. De islam wil vrouwen niet afhouden van onderwijs”, zegt Gul. “Alle ouders willen hun dochters laten studeren”, zegt pottenbakker Abdul Wakil (54) uit Istalif.

Dat komt overeen met de bevindingen van The Asia Foundation. In het laatste onderzoek, uit 2019, zei 87 procent onderwijs voor vrouwen te steunen, en 76 procent het buitenshuis werken door vrouwen. Slecht 3,5 procent van de mannen was het er sterk mee oneens dat vrouwen gelijke kansen op onderwijs moeten hebben.

Willen de taliban terug naar 1996? Wellicht. De Afghaanse samenleving zeker niet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234