Dinsdag 15/10/2019
Elke Dirickx (30) voetbalt bij een vrouwenploeg.

Onderzoek

“Ze zeggen dat ik valsspeel omdat ik vroeger een jongen was”: transgenders buitenspel in sportclubs

Elke Dirickx (30) voetbalt bij een vrouwenploeg. Beeld Tine Schoemaker

Zeker driekwart van de Vlaamse transgenders sport niet in clubverband, blijkt uit een eerste Vlaams onderzoek naar hun sportbeleving. Gedeelde kleedkamers en angst voor vooroordelen geven hen nog altijd koudwatervrees in de sportclub.

“Ik heb acht clubs gemaild voor ik ergens kon beginnen.” Elke Dirickx (30) speelt al voetbal sinds haar vijfde, maar vond als transvrouw niet makkelijk een club. “Er was nooit plaats of ik was niet welkom in het vrouwenteam.” Voor veel Vlaamse transgenders blijkt de stap naar de sportclub moeilijk, leert een nieuwe bevraging door Sien Heirweg, masterstudent Gender en Diversiteit bij 157 transgenders. De drempelvrees ligt in een derde van de gevallen bij angst voor de reacties van anderen. Een kwart twijfelt omdat ze niet weten of er gescheiden kleedhokjes zijn, en waar zij dan thuishoren. Een kwart weet niet of transgender personen welkom zijn in de club.

De kleine bevraging geeft een eerste zicht op de moeilijkheden die Vlaamse transgenders ervaren bij het sporten. “Sporten wordt vanuit medisch oogpunt erg aangemoedigd bij transgender personen”, zegt genderexpert Joz Motmans (UGent), die het onderzoek leidde, “maar persoonlijk worden veel mensen toch nog belemmerd.”

Apart douchen

Zo kon Dirickx in 2013 uiteindelijk van start gaan in een voetbalclub in Zonhoven. “Voor mijn operatie moest ik nog apart douchen, wat ik begreep. Al mis je wel een deel van de sfeer en de gesprekken in de kleedkamer.” Nadien speelde zij nog bij een vijftal andere clubs in competitieverband. “Soms praatten ze achter mijn rug of mocht ik het veld niet op, zonder duidelijke uitleg van de trainer.” Ook van de tegenpartij kwam er al eens een sneer op het veld. “Sommige teams zeiden dan dat ik valsspeelde omdat ik vroeger een jongen was.”

Elke Dirickx (30) voetbalt bij een vrouwenploeg. Beeld Tine Schoemaker

Çavaria, de koepelorganisatie van holebi- en transgenderverenigingen, weet dat sportclubs kunnen afschrikken. “De vooroordelen die transgenders voelen in de maatschappij, veronderstellen ze ook in sportclubs”, zegt woordvoerder Jeroen Borghs. Uit de bevraging blijkt dat maar een kwart van de sportieve transgenders fit blijft in clubverband. De anderen sporten op eigen houtje, in een fitnesscentrum of via buurtsport.

Ook Aaron Van Parys (55) sportte lange tijd vooral op zichzelf. Hij werd geboren als vrouw en noemt zichzelf vandaag non-binair (noch vrouw, noch man). “Ik zou mezelf het liefst als lesbienne definiëren.” Bij een wandelclub voor lesbische vrouwen voelde hij zich dikwijls uitgesloten. “Via het carpoolsysteem pikken ze soms vrouwen op in the middle of nowhere, maar voor mij doen ze geen ommetje naar centrum Antwerpen. Dus ik geraak er vaak niet.” Twee jaar geleden onderging Aaron een borstamputatie. “Voor mijn operatie voelde ik me beschaamd over mijn lichaam. Ik zag altijd mijn borsten als ik naar beneden keek. Nu zie ik mijn voeten. Ik sta er niet bij stil hoe anderen naar me kijken.”

Aaron van Parys (55) gaat driemaal per week zwemmen. Beeld Tine Schoemaker

Sinds anderhalf jaar leert Aaron zwemmen via buurtsport in Antwerpen. Drempelvrees had hij niet. Uit de groep kreeg hij nooit vragen of opmerkingen over de littekens op zijn borstkas. Het zwemmen doet hem goed, dus hij stond er niet bij stil zijn lichaam opvallend was. “Als ik dat vertel aan andere transgenders, zeggen ze soms dat zij het nooit zouden durven.”

Ingewikkeld

Dat sporten per definitie het lichaam betrekt, kan een reden zijn waarom het soms ingewikkeld blijft voor transgenders. Borghs: “Wie hormonen nam en een andere spierontwikkeling heeft, merkt bij het sporten telkens weer het transverhaal.” Zo moeten transvrouwen voor of tijdens hun transitie hun penis soms intapen bij het joggen of een badpak met borstprothesen dragen bij het zwemmen. Dat kan schuren of ongemakkelijk zijn. 

Naast de fysieke ervaring blijft de blik van anderen een bezorgdheid. Het uiterlijk is zeer zichtbaar in een gedeelde kleedkamer. Volgens Borghs ligt privacy soms extra gevoelig bij transgenders, omdat zij vaker dan anderen te maken krijgen met grensoverschrijdend gedrag: “Mensen stellen hen soms persoonlijke vragen over hun lichaam of raken hen aan. Dat is zeer specifiek zo in kleedkamers.”

De medevoetbalsters van Elke Dirickx stellen hun vragen eerder lachend. Opmerkingen laat ze van zich afglijden. “Andere vrouwen vragen dan wat voor borsten ik heb, of wat ze erin hebben gestoken.” 

Aaron Van Parys gebruikt in het zwembad een eigen kleedhokje. Als vrouw ging hij vroeger naar een fitnesscentrum met gedeelde kleedkamers. “Ik kleedde me toen gewoon om in de douche.” Fitness is de meest gekozen sport onder transgender personen (23 procent), bij de modale sportieve Vlaming is dat 16 procent. Dat ligt volgens Motmans mogelijk aan de veilige, anonieme setting van het fitnesscentrum: “Je kan je thuis omkleden, het is redelijk individueel en niemand stelt al te veel vragen.”

Çavaria raadt sportclubs aan in dialoog te gaan. Borghs: “Als andere teamleden zich ongemakkelijk voelen omdat een transgender zich omkleedt in hun kleedkamer, dan is het belangrijk om die zaken samen te bespreken.”

Ook rolmodellen zouden welkom zijn. “Ik ken tot nu toe geen enkele bekende topsporter in Vlaanderen die zich als transgender out”, zegt sportsocioloog Jeroen Scheerder (KU Leuven). “Dat zou kunnen helpen om het thema bespreekbaar te maken bij clubs.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234