Vrijdag 05/06/2020

'Ze weten zelf niet wat ze zeggen'

Wie gelooft u als het over prostaatkanker gaat, Bavo Claes of Bo Coolsaet? Brits onderzoek wijst uit dat nieuwslezers het vertrouwen van 86 procent van de bevolking genieten, wetenschappers daarentegen moeten het doen met 38 procent. Wetenschappers zijn, als we de publieke opinie mogen geloven, dus niet alleen saai, maar ook niet al te geloofwaardig. In het Britse Hogerhuis werd dan ook een wetsvoorstel ingediend om de kloof tussen wetenschap en maatschappij te dichten door de communicatie over wetenschap te bevorderen. Want ook wetenschappers kunnen blijkbaar een beetje mediatraining gebruiken.

Er is sprake van een echte vertrouwenscrisis tussen wetenschap en samenleving, stelt het rapport van het Britse Hogerhuis dat maandag werd gepresenteerd. Dat is verrassend, want de wetenschap heeft zelden sneller en spectaculairdere vorderingen gemaakt dan vandaag. Maar de elkaar vlug opvolgende, soms tegenstrijdige berichten over wetenschappelijke ontdekkingen werkt nu net de scepsis van de burger in de hand. Als 41 procent van de Britten zich akkoord verklaart met de stelling 'Wetenschappers weten zelf niet waar ze het over hebben als ze over milieu praten', dan heeft dat weinig te maken met twijfel aan de competentie van de wetenschapper, maar alles met de onderzoeksresultaten die vaak voor meerdere, erg uiteenlopende interpretaties vatbaar zijn.

Dat betekent niet dat het rapport van het Hogerhuis de wetenschappers ook vrijpleit van hun verantwoordelijkheid. Hun houding en taal, vaak neerbuigend of vol vakjargon, getuigt namelijk niet echt van een grote openheid tegenover het publiek. In hun achterhoofd lijken ze nog te vaak met de gedachte te leven dat wat ze doen toch te moeilijk is voor het publiek: "Wat we ook zeggen, ze begrijpen het toch niet."

Daarom doet het Britse Hogerhuis niet alleen een oproep tot betere communicatie, maar vraagt het ook om meer rekening te houden met wat mensen belangrijk en interessant vinden in de wetenschappen. Want dat er interesse is voor wetenschap, daar bestaat geen twijfel over. De Britse wetenschappers kunnen op de belangstelling van de helft van de bevolking rekenen, België is een middenmoter met een kleine 40 procent liefhebbers, en Japan draagt verrassend genoeg de rode lantaarn met minder dan één op de vijf geïnteresseerde leken.

Dat het publiek vooral de ontwikkelingen van nieuwe geneesmiddelen op de voet volgt, en niet erg enthousiast is over dierenproeven en genetisch gemanipuleerd voedsel, ligt in de lijn van de verwachtingen. Maar nieuwe technologieën en experimenten scheppen niet alleen grote verwachtingen, ze zijn ook een voorwerp van angst en afkeer. Klonen, transplantaties van dierenorganen, kortom genetische experimenten met dieren en mensen, geven vaak aanleiding tot collectief protest en publieke verontwaardiging.

De rol van de media mag dan ook niet onderschat worden, want de impact van tv-journaals en reportages is groter dan die van het gemiddelde wetenschappelijke vakblad. Het Britse Hogerhuis is voorstander van een correcte en kritische berichtgeving die niet gericht is op sensatie en straffe verhalen. Wetenschappers zouden journalisten als hun natuurlijke bondgenoten moeten beschouwen, want het informeren over hun veelal met overheidsgeld gefinancierde onderzoek, is een plicht tegenover de burger die hun betaalt. Te meer daar het internet nu informatie makkelijk en snel voor iedereen beschikbaar maakt, zonder enige externe controle op de kwaliteit of het waarheidsgehalte van de geboden informatie.

'Junk science' noemt de Amerikaanse wetenschapster Judith Kleinfeld de vele slecht gefundeerde artikels die op het internet opduiken, al is ze ook niet blind voor de democratisering van informatie die het internet mogelijk maakt.

Journalisten moeten volgens de Britse Lords dan ook aan de verleiding weerstaan om junkartikels te schrijven, waarin ze de sensationeelste en onwaarschijnlijke hypotheses als bewezen presenteren. Het Britse Hogerhuis sluit zijn rapport niet alleen af met richtlijnen voor journalisten, het geeft ook wenken aan wetenschappers. Die kunnen zich in interviews best in heldere, plastische bewoordingen uitdrukken zonder daarbij de nuance uit het oog te verliezen. Jargon wordt best vermeden, en misbruik van journalisten om het eigen onderzoek in een gunstig daglicht te stellen ten nadele van andere onderzoekers draagt ook niet meteen bij tot meer vertrouwen in de wetenschap.

Lord Winston, voorzitter van de commissie die het voorstel in het Hogerhuis heeft uitgewerkt, omschreef het plastisch: "Wetenschappers zijn de dienaars van de maatschappij, niet de meesters."

Het publiek heeft nog weinig vertrouwen in de vaak uiteenlopende interpretaties van wetenschappelijke feiten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234