Donderdag 24/10/2019

Jihadbruiden

Ze vertrokken voor een leven in het kalifaat, en nu willen ze terug. Dit is het verhaal van jihadbruiden uit België

Ontheemden in het Noord-Syrische vluchtelingenkamp Ayn Issa. Beeld Delil Souleiman

Als Belgische, Nederlandse en andere buitenlandse vrouwen van IS-strijders hadden ze status in het kalifaat. Nu dat bijna ineengestort is, zitten ze in vluchtelingenkampen in Noord-Syrië, met hun kinderen die in IS-gebied zijn geboren en geen papieren hebben. Wat nu? "Ik hoop dat ze me naar België sturen."

Ze schikt haar nikab. Sinds hun vertrek uit IS-gebied draagt bijna niemand hier nog een nikab. Het verplicht bedekken van je gezicht is zelfs voor veel van deze vrouwen altijd onwennig geweest. Maar Ilham (23) uit Gouda blijft het doen. De zwarte stof laat alleen haar ogen vrij.

"In de media noemen ze me een jihadbruid", zegt Ilham. "Een van de vijf uit Gouda. Daar heb ik erg om gelachen. Wat was ik geweest als ik in Gouda was getrouwd? Een kaasbruid?"

Haar Nederlandse stem valt op in het Syrische vluchtelingenkamp. Met twintig vrouwen deelt ze twee kleine kamers aan een bewaakt binnenplaatsje. 's Nachts slapen ze zij aan zij, op matrassen die overdag hoog worden opgestapeld. Tussen de duizenden andere bewoners van het kamp, gehuld in lompen, steken deze vrouwen af. Ze zijn jong, knap en Europees.

Hun fraaie abaja's, huiskleding van fijne stofjes en ingetogen make-up verraden hun vroegere status als eerste vrouwen van Islamitische Staat. Afgereisd uit Europese provincieplaatsen als Sint-Niklaas, Gouda of het Duitse Landshut werden ze hier in Syrië ineens de jeunesse dorée van een wrede, door de hele wereld gevreesde samenleving.

De gruwelen van IS? "Ik zat thuis", zegt Ilham.

Nu is het voorbij.

Raqqa is vrijwel gevallen, villadorp Mayadeen lijkt heroverd, Tabqa – even een mini-Europa in Syrië – is al maanden bevrijd. Deir al-Zor wankelt. De Islamitische Staat die hen ooit lokte, bestaat niet meer. En hier zitten zij, de echtgenotes van buitenlandse strijders, in vluchtelingenkamp Ayn Issa in Noord-Syrië, tussen de zandstormen en de andere ontheemden. Hun kinderen krabben zich: hoofdluis.

Terrorismelijst

Ze willen hier weg, zo snel mogelijk. Terug naar België, Nederland, Duitsland. "Heb je gezien hoe wij leven?" vraagt Ilham, een snotterige peuter van zestien maanden op de heup. Het gesprek van de dag zijn de Indonesische vrouwen. Zij zijn onlangs gerepatrieerd, teruggehaald als verloren dochters. "Met het Indonesische presidentiële vliegtuig", gaat het verhaal. Het is de vraag of ook Europa de rode loper uitrolt.

Ilham staat in Nederland op de nationale terrorismelijst.

Selin (25) uit België is bij verstek tot 5 jaar cel veroordeeld.

De echtgenoot van de Duitse Nadja (32) bleef achter in Raqqa.

Beeld Delil Souleiman

Wat er met deze vrouwen – en hun kinderen zonder papieren – moet gebeuren, is een dilemma waar Europa mee worstelt. In Nederland doen de autoriteiten er vooralsnog het zwijgen toe. Vier mannelijke IS-strijders werd onlangs het Nederlanderschap ontnomen. Zijn de vrouwen uit het kalifaat nog wel welkom?

Eind september had Ilham ineens gezelschap van drie andere Nederlandse vrouwen. Maar die zijn overgeplaatst naar een gevangenis. Een van hen, een 25-jarige vrouw uit Delft, slaagde erin nog snel een briefje achter te laten met het telefoonnummer van haar zus. "Laat mijn familie alsjeblieft weten dat ik hier zit."

Dat briefje is nu in het bezit van Meream (29), Syrische, getrouwd met een Franse IS-strijder. "In Frankrijk hebben de meisjes vriendjes, drinken ze wijn, dat wilde hij niet." Op de muur staat een hartje getekend: B loves M. Dat zijn Bilal, haar man dus, en Meream. Ze glimlacht bij de gedachte aan het afscheid.

Hij, geblinddoekt, meegenomen door bewakers.

Trekt zij die blinddoek weg.

"Ik blijf op je wachten."

"Ik ben slachtoffer", zegt Meream. "Mijn man ook. Hij heeft maar één foute keuze gemaakt, door bij IS te gaan." Veel vrouwen met haar status gingen in Raqqa gewapend over straat. Zij niet. "Ik heb alleen weleens met een Glock in de lucht geschoten."


Het relaas van de vrouwen lijkt op elkaar: per toeval in het kalifaat beland, daar gelukkig getrouwd, jarenlang thuisgezeten met de kinderen, geen idee wat IS buiten uitspookte. Het zijn verhalen die niet te controleren zijn, terwijl vaststaat dat de inhoud is afgestemd met het thuisfront en juristen. "Mijn familie adviseert om geen interviews meer te geven", zegt Ilham. Nadja uit Duitsland: "Mijn tijd in Raqqa doet er niet toe."

'Nieuwe start'

Voor haar vertrek naar Syrië woonde Nadja een tijdje in een Duitse versie van een vluchthuis. "Ik wilde een nieuwe start maken, met een man van wie ik hield." Ze ontmoette haar huidige man via internet. Bijna als vanzelf blijk je dan vanuit Landshut, Beieren, in het kalifaat te kunnen belanden. "Mijn man had alles geregeld. In Turkije werd ik afgehaald op het vliegveld."

Haar kinderen, 2,5 jaar en 5 maanden oud, zijn geboren in Raqqa. Ze zijn vaak ziek in het vochtige kamp. "Thuis ben ik heel schoon", rilt Nadja. "Dit is voor mij een groot probleem."

"Abu Bakr!" schreeuwt een van de dames. Abu Bakr, een kleuter van 5, heeft zijn huidige roepnaam te danken aan Abu Bakr al-Baghdadi, de kalief van IS. Naast hem: Mohammed van 6 jaar uit Rusland, die met één oog dicht een steen gooit over tientallen meters afstand. Perfecte worp. Later maakt hij schietbewegingen.

Beeld Delil Souleiman

Een 'legerbrigade' aan kinderen, lacht Firaz, een jonge medewerker van de inlichtingendienst, Istikhbarat, die de vrouwen in de gaten moet houden. Zo zijn mobieltjes verboden, want niemand weet wie ze daarmee inschakelen. In de praktijk hebben ze er bijna allemaal toch één. Firaz lijkt bijna verlegen onder hun aandacht. In het begin sliepen sommige dames 's nachts in het kantoortje van de bewaking op de sofa. Daar is nu een einde aan gemaakt 'om veiligheidsredenen'.

De westerse vrouwen zijn verspreid over Noord-Syrië. Een vluchtelingenkamp diep in de olievelden ten noorden van Deir al-Zor? Nee, hier geen buitenlanders, bezweert een staflid. Maar in een tent klinkt opgewekt Vlaams. Snel de abaja's aan. Welkom. Dochter Selin (25), met twee zoontjes en haar 41-jarige moeder. Uit Sint-Niklaas. "Fraaie streek, nietwaar?"

Selin doorspekt haar verhaal, dat niet gemakkelijk te begrijpen is, met de verzuchting: "Snap je?"

Het begint als Selin via een talenschool in aanraking komt met Syriërs "die voor hun rechten opkwamen". Ze reist hen achterna. Eenmaal de grens over belandt ze in een vrouwenhuis. Ze mag niet weg tot ze toestemt in een huwelijk. Een afspraakje volgt met een man uit België. "Daarna ging het heel vlotjes. Na twee weken zijn we uitgehuwelijkt. Gedwongen. In het begin is het niet leuk. Je zit bij elkaar in huis, maar je bent vreemden voor elkaar, snap je? Na een paar conversaties werd het gezellig. Hij deed echt z'n best."


De autoriteiten in Raqqa hadden trouwens liever gezien dat Selin was weggegeven aan een Arabier. "Europese vrouwen hebben hun waarde daar."

In 2015 besluit ook haar moeder naar Syrië af te reizen, in de hoop Selin mee terug naar België te kunnen nemen. "Ze had vakantiedagen over." Spannend is het wel. Bij de grensovergang krijgt haar moeder een paniekaanval. "Ze moest over de grens gedragen worden." De moeder, net als Selin in een zwart gewaad en met bedekt haar, knikt. Praten doet ze nauwelijks, bijna alsof de indrukken van twee jaar IS haar te veel zijn geworden.

Eenmaal in het kalifaat wordt de moeder opgepakt. "Ze zeiden: misschien wil uw man haar als tweede vrouw." Ze komt uiteindelijk vrij, maar mag het kalifaat niet verlaten. Gelukkig had ze niet alleen vakantiedagen over, maar reisde ze ook met "een doos vol antidepressiva".

Daar zaten ze dan, met z'n allen in een huis dat "een gevluchte Syriër voor ons had achtergelaten". Allemaal waren ze thuis, zij met de kinderen, maar ook haar man, die volgens Selin niet wilde vechten voor IS. Ze leefden van 'cadeaugeld', afkomstig van familie.

Een smokkelaar brengt hen in augustus tegen betaling van 3.000 dollar naar Koerdisch gebied. Haar echtgenoot heeft Selin sindsdien niet meer gezien. "Hij is het wel gewend om in de gevangenis te zitten." Onder IS zat hij volgens haar namelijk ook al eens vast, omdat hij niet wilde vechten. Dat valt op: voor de man van Meream geldt hetzelfde.

Mannen

Om mannelijke IS-strijders te zien, moet je naar het hoofdkantoor van de Koerdische inlichtingendienst, de Istikhbarat. Hier geldt een heel ander regime dan voor de vrouwen in de vluchtelingenkampen.

Een gemaskerde bewaker verkent om veiligheidsredenen eerst de looproute. Haalt dan de gevangene, die geboeid en geblinddoekt meeschuifelt. Duwt hem op een bank. "Zitten." Boeien af. De bewaker sluit de kamerdeur, controleert de ramen, trekt de gordijnen eens extra dicht, geeft daarna pas toestemming om de blinddoek af te doen.

De gevangene, Mushab Abdel Fatah, elektrotechnicus uit Sudan, vertelt dat vrouwen onder IS niet langer alleen huisvrouw zijn. "In de Nusaiba-brigade worden onze vrouwen nu voorbereid om te vechten."

Zijn verhaal: hij kwam naar Syrië om het regime van president Bashar al-Assad te bevechten. Toen hij de ware aard van IS doorzag, liet de organisatie hem niet meer gaan. Hij trouwde in het kalifaat met een lieve vrouw. IS stak hem in de gevangenis omdat hij verzet pleegde. Verder zat hij vooral veel thuis. "In Deir al-Zor in wel zeven huizen."

Je vergissen in IS, trouwen, thuiszitten – het zijn elementen die terugkomen in de verhalen van de vrouwen.

"Helemaal IS", verzucht een ondervrager die meeluistert, Murad, het hoofd van de antiterrorismeafdeling van de Istikhbarat. Mannen zijn in het kalifaat voorbereid op een eventuele gevangenschap, is zijn indruk. Ze weten wat ze wel en niet moeten zeggen. "Soms vertellen ze dat ronduit. Sorry, dat mag ik niet zeggen, want dan ben ik een verrader van de organisatie."

Ook vrouwen worden ondervraagd. Meream zat dagen in "een ondergrondse cel", Selin weken "in een soort depot" buiten de Syrische stad Hasaka, waar ze werd geblinddoekt voor nachtelijke verhoren. Haar ondervragers: waar is IS? "Alsof alle kopstukken van IS bij mij aan tafel zaten. Ik was gewoon huisvrouw, die zorgde voor twee kleine kindjes. Mijn zoontje komt nu met lappen aan, om mijn ogen te blinddoeken."

Veel vrouwen waren 'echt huisvrouwen', met anderen is meer aan de hand, stelt Murad. "Vooral als ze alleen naar Syrië gereisd zijn. We houden ze de hele dag in de gaten." In een van de vluchtelingenkampen verblijft een vrouw die instructrice was van de gevechtseenheid Nusaiba. "Ze doet nog steeds aan sport, ze houdt vast aan haar ideologie."

Toch worden de vrouwen van IS milder behandeld dan de mannen. "We willen de vrouwen niet in de gevangenis houden, vanwege hun kinderen."

Beeld Delil Souleiman

'Goed leven'

Begin over de kinderen van de Spaans-Marokkaanse Habiba (33) en ze krijgt het moeilijk. Haar oudste zoon, Anas van 17, bleef achter in het kalifaat. "Hij is met De Staat."

"Mijn man zei: we gaan werken in Turkije. Eenmaal daar zei hij: we gaan naar Syrië. Maar het is oorlog in Syrië, zei ik. Ja, we gaan jihad maken." Kwamen ze in Syrië, kregen ze gelijk een fraai huis. Haar man kwam om in 2014, bij een luchtaanval op zijn auto in Mayadeen. Die luchtaanval was toeval, zegt Habiba. "Hij had geen belangrijke positie. Gewoon een strijder."

Het mooie huis was te groot voor haar alleen, maar als vrouw van een martelaar kreeg ze een vervangend appartement in Mayadeen, en een weduwepensioen. Haar oudste zoon werd vanaf zijn 14de in een IS-trainingskamp voor tieners klaargestoomd voor de strijd. "Het was een goed leven."

Haar familie heeft gezegd dat ze Spanje voorlopig even uit haar hoofd moet zetten. Westerse landen zijn geneigd de vrouwen van IS eerder als dader te zien, islamitische landen zijn ontvankelijker voor het relaas dat ze alleen huisvrouw waren, thuis voor de kinderen zorgden en niets meekregen van de gruwelen van IS. "We hopen naar Marokko te gaan."


Ja, wat nu? De Koerdische autoriteiten in Syrië gaan de westerlingen niet zelf berechten, dat gebeurt alleen met lokale verdachten. Een verzoek tot uitlevering zal waarschijnlijk worden gehonoreerd, stelt Murad, het hoofd antiterrorisme van de Istikhbarat. "Dan mogen ze zich in Europa druk maken om kinderen die in hun paspoort hebben staan: geboren in Raqqa."

De vrouwen zelf zien geen probleem. "Ik hoop dat ze me opsturen naar België", zegt Selin. Haar moeder staat op de lijst van terreurverdachten, haar banktegoeden zijn bevroren. Zijzelf is al veroordeeld. "Ik heb niks gedaan. Ik zal alle vragen eerlijk beantwoorden en dan zal blijken dat ik onschuldig ben, snap je? Mijn enige angst is dat ze me mijn kindjes afpakken."

Beeld Delil Souleiman

Op haar matrasje in het kamp fantaseert de Duitse Nadja over het leven in Europa, dat ze een paar jaar geleden zo gemakkelijk de rug toekeerde. "Ik wil graag een eigen huis. Een kinderkamer vol speelgoed. Het Europese regenweer. Ik heb dat alles zo gemist."

Zoals zoveel vrouwen probeerde ze na haar vlucht vanuit Raqqa Turkije te bereiken. "Vanuit Turkije hadden ze me direct uitgeleverd aan Duitsland." Het was niet het plan om het kalifaat te verruilen voor een Syrisch vluchtelingenkamp met zand en luizen.


Bestond er maar een Willkommenskultur voor Syrië-gangers. "Vluchtelingen uit Syrië worden in Duitsland zo goed ontvangen", zegt Nadja. "Ze krijgen alles wat ze nodig hebben. Maar ik, als Europese in Syrië, ben niets waard. Ik zou nog liever in een cel in Duitsland zitten. Daar is het tenminste schoon."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234