Maandag 20/01/2020

'Ze noemen me een bad boy en daar voel ik me goed bij'

Regisseur Ivo Van Hove

Hij praat snel en zacht, Ivo Van Hove. Gedreven met hoofdletter. Op zijn 'bijna-vijftigste' rijgt hij als regisseur de producties aan elkaar: theater, musical, opera en straks een film. Doorgaans met klinkend succes, al mag het resultaat 'schuren' met de publieke opinie. 'De regels een klein beetje overtreden, zonder de boel op te blazen. Dat is de kunst.'

Door Steven Heene / FOTO Stephan Vanfleteren

Enkele weken geleden mocht Ivo Van Hove (°1958) het als operaregisseur uitleggen op de televisie. Aanleiding was de commotie over het affiche van Siegfried, het derde deel uit Wagners operacyclus De ring dat vanavond in première gaat in de Vlaamse Opera. Als affichebeeld was immers een confronterende foto gekozen van de Zuid-Koreaanse student Cho Seung-Hui, die in mei van dit jaar een bloedbad aanrichtte op een Amerikaanse universiteit. De voorbijganger kijkt recht in de loop van een dreigend pistool en met het proces in Antwerpen van Hans Van Themsche nog volop in de actualiteit zorgde dat voor enige ophef. Een van de advocaten in de zaak-Van Themsche noemde het affiche ronduit "wansmakelijk" en "respectloos" ten opzichte van de slachtoffers in het Antwerpse bloedbad, maar Van Hove pleit - vurig - onschuldig.

"Ach, dat is natuurlijk vooral een verhaal van media die zelf nieuws creëren. Er was geen heisa, er waren geen lezersbrieven of klachten, maar blijkbaar was er een journalist die meende dat het goed was om een van de advocaten in de zaak-Van Themsche eens op te bellen, met de vraag wat hij van het affichebeeld vond. Dat leverde een groot artikel op in de krant en toen wist ik meteen: dit krijgt een staartje. We waren die ochtend net het programmaboekje van Siegfried aan het bespreken en ik zei nog aan onze communicatieverantwoordelijke: hou je gsm in de gaten, het gaat beginnen. Mijn woorden waren nog niet koud of, ja hoor, daar ging de telefoon al. En het hield niet op, die dag. Terwijl ik natuurlijk niets te verbergen heb. Dit is een puur artistieke keuze, maar men heeft geprobeerd ons in het hoekje te dringen van de pure emotie. En daar hebben ze soms hun best voor moeten doen. Toevallig passeerde ik diezelfde dag voorbij een filmploeg op straat. Ik zag hoe ze mensen echt tegenhielden, met de vraag of ze nog eens naar het affiche konden kijken waar ze zonet voorbij waren gewandeld. Met de vraag of ze nu niet gechoqueerd waren. Tja, zo is het niet moeilijk om nieuws te maken.

"De keuze voor dat beeld is weloverwogen. Uiteraard raakt het een maatschappelijk probleem aan, namelijk: de hardheid van onze samenleving vandaag. Twee jaar geleden al hadden we het plan opgevat om de figuur van Siegfried gestalte te geven met de moordpartij op die school in Columbine als inspiratiebron. Want vergis je niet: er zijn veel gevallen zoals Hans Van Themsche, er zijn gelijkaardige dingen gebeurd in Cleveland, Hamburg, enzovoort. Het is echt een hedendaags fenomeen: jongeren, vooral jongens, die zich miskend voelen en zich terugtrekken in een fantasiewereld, vaak met een bepaalde esthetische code, en met vechtspelletjes als uitlaatklep. Bij Siegfried is dat ook zo. Hij is niet gelukkig thuis, in de echte wereld, en dus trekt hij zich terug in de natuur, waar hij denkbeeldig praat met de vogels en leeft tussen de wilde dieren. In onze versie hebben we dat thema getransponeerd naar de wereld van de gewelddadige videogames.

"Ik snap dat we daarmee een gevoelig onderwerp aanraken, maar is dat niet ons goed recht? Over het proces-Van Themsche stonden de bladen wekenlang vol, met foto's van de betrokkene en tekeningen, columns uit het gerechtshof, enzovoort. Maar kunstenaars zouden zich niet mogen moeien in het maatschappelijke debat dat daarmee gepaard gaat? Het is juist belangrijk in de werkelijkheid te gaan staan met de kunst. We zijn niet wereldvreemd of elitair, we zijn betrokken."

Bent u verontwaardigd? Of vindt u het vermoeiend, mensen proberen te overtuigen van uw goede bedoelingen?

Ivo Van Hove: "Ik was vooral eventjes verbouwereerd. Maar ach, na anderhalve dag is het stormpje weer gaan liggen. Het belangrijkste is dat er over dit onderwerp ook echt gepraat werd, zonder de emotionaliteit die sommige media probeerden te creëren."

En het zal de belangstelling voor uw opera wellicht niet verminderd hebben. Wat mogen we van deze Siegfried-interpretatie verwachten?

"Goh, ik kan er zoveel over vertellen. Ze zeggen altijd: De ring van Wagner verandert je leven, en dat is ook wel zo. Deze cyclus heeft veel deuren geopend naar nieuwe gebieden, gebieden waarvan ik voordien niet dacht dat ik ermee in aanraking zou komen. Ik heb enkele jaren geleden natuurlijk een extreme beslissing genomen door te zeggen: ik wil een Ring maken die absoluut hedendaags is. Met de middelen van vandaag - vandaar de verwijzing naar videogames - wil ik iets vertellen over vandaag. Op een heel persoonlijke manier. Daarbij kan ik als regisseur putten uit mijn ervaring maar het is niet alleen een kwestie van oogsten. Er moet ook gezaaid worden. Anders dreig je in een soort routine terecht te komen, alleen maar door het feit dat je bagage groter wordt en je verwerkingsproces steeds korter. Daarom werk ik bewust samen met mensen die me blijven uitdagen, zodat er van routine zo min mogelijk sprake kan zijn. Jan Versweyveld (vaste scenograaf en partner van Van Hove, SH) is daar natuurlijk zeer belangrijk in. De conceptfase werken we altijd samen uit.

"Als voorbereiding voor deze opera ben ik me niet zozeer gaan verdiepen in Wagner - ik heb over de componist maar één standaardwerk gelezen en dan nog maar half - maar wel in de kronieken van deze tijd. Beschouwende auteurs als Peter Sloterdijk, Benjamin Barber, Sigmund Bauman. Allemaal sociologen en filosofen en dat heeft voor mij echt een nieuwe wereld geopend. Gedachten die diep in mij sluimerden, zag ik plots verwoord in hun boeken, zaken die ik anders nooit zelf onder woorden had kunnen brengen. Dat is een groot geluk, zo op je bijna-vijftigste. (lacht) Echt, dankzij die lectuur heb ik thema's ontdekt die ik kan verbinden met mijn oude thema's. Thema's die iets zeggen over de wereld van vandaag."

Kunt u dat concretiseren? Wat heeft een filosoof als Sloterdijk met Wagner te maken?

"Alles. Kijk, Wagner was ook een intellectueel die bezig was met de veranderingen in zijn tijd: de negentiende eeuw, met de opkomende industrie, enzovoort. Dat voel je in zijn werk. Hij refereerde in de vorm wel aan de oude Germaanse mythologie, maar niet vanuit een nostalgie. Hij wou iets vertellen over het tijdsgewricht waarin hij zelf leefde. Ik beweer dat als Wagner vandaag geleefd zou hebben, dat hij ook geïnspireerd zou zijn door Sloterdijk. Die schrijft over de nieuwe conflicten die onze ogen geopend hebben voor het feit dat onze wereld helemaal nog niet verworven is. Over de angst voor verandering, terwijl onze wereld voortdurend in transformatie is en we voortdurend nieuwe antwoorden moeten verzinnen op nieuwe kwesties.

"9/11 heeft op dat vlak natuurlijk een enorme impact gehad. En nog altijd. Wij waren allemaal kinderen van de Koude Oorlog, maar nu is er een Nieuw Conflict. Dat heeft veel te maken met de verharding die is opgetreden, aan de kant van de moslims maar ook aan de christelijke kant. Dat heeft dan weer met politiek te maken, maar ook met religie: veruit de meeste oorlogen in de geschiedenis hebben te maken met religie. En nu pas zie je hoe er romans en films over dat onderwerp verschijnen. Volgens mij komt dat niet alleen door de pudeur ten opzichte van de slachtoffers, maar ook omdat de omvang van zo'n aanslag niet meteen duidelijk was. De directe emotie moest eerst indalen en dat is soms te bruusk gebeurd, denk ik.

"Ik woon en leef sinds enkele jaren in Amsterdam, daar had je figuren als Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Die hadden veel gemeen: ze vielen heel wat mensen aan, maar ze konden zelf niet goed tegen kritiek, dan kregen ze lange tenen. Daarom heb ik tegenover beide figuren een ambivalente houding - ze waren als publiek figuur niet echt positief. Nu, een figuur als Van Gogh stond natuurlijk ergens voor - Fortuyn vond ik vooral een populist. Ik heb dan ook niet geaarzeld toen er op de Dam een wake voor van Gogh werd gehouden. Ik vond het belangrijk om daar te zijn.

"In de lectuur die ik heb geraad- pleegd voor Siegfried komen al die maatschappelijke tendenzen aan bod: de spanningen tussen oost en west, de angst voor terrorisme, de opkomst van het internet en de kennistechnologie, de verstedelijking... Ken je dat boek van Ian Buruma en Avishai Margalit, Occidentalism? Hij beschrijft hoe de samenleving in het Midden-Oosten naar de westerse steden kijkt: als oorden van verderf, als de hoer van Babylon. Ik ben in Caïro geweest, daar kun je geen alcohol kopen in het openbaar, behalve in de westerse hotels of in het illegale circuit. De prostitutie is er ook niet zichtbaar. Terwijl onze steden door hen worden geassocieerd met corruptie, met plekken waar werkelijk alles te koop is.

"Buruma heeft mijn blik op die zaken verruimd. Hij heeft me ook doen beseffen waarom ik zo van steden hou. Als je in Amsterdam op de tram stapt, zie je links een mevrouw uit Ghana zitten en rechts hoor je Chinese toeristen praten en achter je zitten er Amsterdammers uit de Jordaan. Dat boeit me, die multiculturele smeltkroes trekt me aan. Dat heb je ook in New York, waar ik een aantal regies heb gevoerd de voorbij jaren. Ik voel me daar ontzettend op mijn gemak.

"Kijk, ik ben geen cultuurpessimist, maar een optimist. Nieuwe conflicten vragen nieuwe oplossingen, maar die zijn er. Ik geloof niet in vooruitgang als een evolutie die de wereld beter maakt, maar wel anders. En daar hoef je niet bang voor te zijn.

"Misschien is dat wel een mooi voorbeeld: ik ga al lang naar de opera. Maar mijn liefde voor de opera is eigenlijk ontstaan via de televisie. Ik keek altijd naar de live-uitzendingen vanuit de Munt, waarbij de zangers tijdens de pauze werden geïnterviewd, bijna zoals met voetballers in de rust. Zo heb ik La Clemenza di tito ontdekt. De volgende stap was om binnen te geraken in de generale repetities van de Munt, de plek waar het culturele leven bruiste en mijn helden aan het werk waren: Peter Stein, Luc Bondy... Ik hoor vaak zeggen: theater of opera op televisie lijkt nergens naar, maar dat is relatief.

"Hoewel theater mijn eerste bron is en zal blijven, is mijn liefde voor opera groot en oud. Ik heb het als regisseur lange tijd afgehouden: ofwel omdat de aanbieding in kwestie me niet interesseerde, ofwel omdat het praktisch niet kon. De eerste keer dat ik heb toegehapt, was voor Lulu van Wedekind, met muziek van Alban Berg. Toen viel alles samen. Sindsdien ben ik er een beetje aan verslaafd geraakt. Ik kan er zoveel in kwijt, in opera. Maar je moet openstaan voor het leerproces, het vak onder de knie krijgen. Alleen al het technische aspect is zo verschillend van theater: het speelt vanaf het eerste moment een rol. Een ander verschil is dat operazangers al vanaf de eerste repetitie hun partituur kennen. Als dat niet zo is, kunnen ze zelfs worden ontslagen. Dat is bij acteurs wel eventjes anders. Het voordeel van opera is: als de voorkennis er is, kun je ver gaan in inhoud en vorm, op voorwaarde dat de zangers er open voor staan. Nu, ik heb gemerkt dat dat bij de betere zangers ook doorgaans zo is. En als zij dan merken dat ik niet alleen het libretto goed ken, maar ook de partituur heb doorgrond, dan staan ze al snel open om samen nieuwe wegen te bewandelen."

Als theaterregisseur houdt u ervan om de kloof met het publiek te overbruggen, via alternatieve opstellingen en dergelijke meer. Soms staan de acteurs tussen de toeschouwers. In opera is dat uitgesloten, of niet?

"Dat weet ik nog zo niet. Jan en ik hebben met het idee gespeeld om deze Siegfried in een fabriekshal te brengen, maar we hebben dat voorlopig laten varen. Opera is nog altijd relatief nieuw voor mij en ik sluit het niet uit dat we in de toekomst zo te werk zullen gaan, maar voorlopig is het nog niet aan de orde. Het moet ook zinvol blijven, het mag geen gimmick worden."

Eigenlijk is dat een paradox in uw werk: op het eerste gezicht lijkt u een hyperindividualist, iemand die de wereld rondreist en overal eigen projecten realiseert. Tegelijk is er altijd de betrachting om mensen samen te brengen, letterlijk en figuurlijk. Zowel in de keuze van teksten als in de scenografie. U bent een man met een missie?

"Oei. Gelukkig ben ik een paradox. Stel je voor dat ik een helder plaatje zou zijn, dat zou ik niet zo boeiend vinden. Dan valt er niets meer te onderzoeken. Eigenlijk beschouw ik het leven als een groot onderzoek. Elke dag opnieuw. In het theater, of in de opera, maak je dingen zoals je hoopt dat ze zouden zijn. Of hoe je zelf zou kunnen zijn. En hoe fantastisch dat wel niet zou zijn. Of hoe je helemaal niet zou willen zijn. Toneel is voor mij helemaal geen spiegel van de werkelijkheid, in dat opzicht. Harold Pinter heeft dat eens mooi verwoord. Toen hij de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen, zei hij: 'Theater kijkt achter de spiegel van de samenleving'. Je kijkt met andere woorden niet naar jezelf, maar naar wat erachter zit. Die uitspraak begreep ik heel goed. Op het toneel gaat het nooit over een pure afspiegeling van deze tijd, dat is niet zo boeiend. Daar hebben we de journalistiek voor en de televisie. Die media zijn veel directer en dus veel geschikter.

"Neem nu De ring. Voor mij is dat bijna een prisma: iets waar heel veel lichtstralen in vallen en er aan de andere kant, als kleuren, weer uit komen. Dat zijn de thema's die mij raken, die ik herken en waar ik later op verder kan bouwen. Een van de belangrijkste thema's in Siegfried is bijvoorbeeld de generatiekloof. De oudere generatie, vooral de mannen, kan niet loslaten. Ze kunnen niet zeggen: wij hebben onze tijd gehad. Behalve Erda, niet toevallig een vrouw, die zegt: het is voorbij, we hebben onze tijd gehad, loslaten. Dat kunnen die mannen niet. Ze proberen die jongen vanuit de achtergrond nog altijd te sturen. Terwijl die jongeman zich op een gewelddadige manier los wil rukken van zijn ouders, van de oude generatie. Dat is een van de belangrijke thema's in Siegfried en het is een thema dat me na aan het hart ligt. Want het is ook zeer herkenbaar, iets wat ik als jongeman heb meegemaakt. En ik niet alleen: als je vijftien, zestien bent, wil je van huis weg. Je wilt niet lijken op je ouders. Je wilt het gevoel hebben dat je god bent van je eigen leven. Dat je uniek bent. Dat je het zelf gaat maken. Dat je je eigen lot in handen neemt. Bij mij was dat in ieder geval zo.

"Een ander thema dat mij erg bezighoudt en dat in het volgende deel, Götterdämmerung, aan bod zal komen, is dat de familie minder en minder belangrijk wordt als basis in de samenleving. Er zijn heel andere verbindingen ontstaan, andere relatievormen. Die moeten we au sérieux nemen. Relaties die veel vloeibaarder zijn - we leven in een soort vloeibare samenleving. Bijna niemand heeft nog een job voor zijn leven. We worden allemaal elk jaar geëvalueerd, we krijgen functioneringsgesprekken, beoordelingen. Met andere woorden: onze job is nooit zeker. Twintig jaar geleden was dat wel anders. Als je dan ergens kon gaan werken op je twintigste bleef je daar tot je vijfenzestigste. Behalve als je zelf echt iets anders wou. Het zijn die tendenzen waardoor er vandaag onzekerheid in de samenleving heerst. We krijgen nu toch ook om de drie maanden te horen dat onze pensioenen niet zo zeker meer zijn? Het is ondertussen bijna vanzelfsprekend geworden dat dat zo is. Voor onze ouders zou dat ondenkbaar geweest zijn en schandalig.

"We leven in een samenleving die totaal flexibel is, waar mensen flexibel zijn, dat zegt Richard Sennett, die heeft die term uitgevonden. Dat heeft dan weer invloed op onze relaties en dat kan ook moeilijk anders: als een maatschappij evolueert op een bepaalde manier evolueren generaties mee. Internetdating bijvoorbeeld is geen toevallig fenomeen. Je kunt heel veel mogelijke relaties op je computerscherm voor je zien en je hoeft maar op de deleteknop te drukken om een relatie stop te zetten. Het is allemaal heel erg korte termijn geworden. Er is een onderzoek gebeurd: het gemiddelde huwelijk duurt nog zeven jaar, wist je dat? Erg weinig. Een decennium geleden was dat nog twintig jaar. In dat soort samenleving leven we. Moeten we daar treurig over zijn? Neen. Moeten we daar op een goeie manier naar kijken? Ja. We moeten gewoon aanvaarden dat in grote appartementsgebouwen in New York de familie minder belangrijk is geworden, maar dat de buren in de gang even bepalend zijn als relaties. Zo kijk ik daarnaar. Ik probeer dat te doen met een open blik."

U verwees daarnet naar uw jeugd, de herkenbaarheid om het nest te ontvluchten. Hoe verliep dat?

"Ik ben op de wereld gekomen in de jaren vijftig, in een dorp. Nu heet het Ham, maar toen heette het Kwaadmechelen, een heel mooie naam trouwens. Een gemeente met 2.000 inwoners en mijn vader was apotheker. Natuurlijk heeft mij dat beïnvloed. Mijn vader behoorde tot de notabelen van het dorp, samen met de burgemeester, de architect en de dokter. Den doktoor, zoals ze zeiden. Het was een dorp van mijnwerkers, toen nog, en van boeren. Ik zal iets nooit vergeten: ik bracht als jonge apothekerszoon zuurstofflessen rond in het dorp, want de meeste oude mijnwerkers konden amper nog lopen. Al die mijnwerkers die zo ongeveer lagen te sterven, die ook geen adem meer konden happen... Ik zie dat beeld nog voor mijn ogen. Het was een ervaring waar ik ergens wel dankbaar voor ben, maar niet op dat moment, kun je je voorstellen.

"De boerendochters en -zonen waren mijn vrienden, ik ging bij hen op de boerderijen spelen. Ik was helemaal geen prinsje op de erwt of zo. Maar ik was wel eenzaam, want uiteindelijk hoorde je er toch niet bij, als zoon van de apotheker. Dat voelde ik bijvoorbeeld ook in de KSA - bestaat dat trouwens nog? De Katholieke Studenten Actie of zoiets. Dat was in het dorp de enige jeugdbeweging en ik was daarbij. Daar heb ik harde levenslessen geleerd. Ook daar werd me duidelijk gemaakt dat ik er niet bij hoorde. Zo heb ik geleerd wat het is om alleen te staan, om uitgestoten te worden. Er niet bij mogen horen. Ik heb nog met bolle tranen over mijn wangen gefietst, een eind achter de groep aan. Zulke toestanden. Af en toe ontfermde er zich weleens een leider over mij - het woord alleen al: leider - maar ook niet echt serieus. Het was een harde tijd en ik heb ook vrij snel besloten om uit Kwaadmechelen weg te gaan. Omdat ik voelde dat er een stigma op mij kleefde.

"Ik ben toen op internaat gegaan, op mijn elfde. Het was trouwens mijn keuze niet, maar van mijn ouders. Ik ben nooit meer teruggekeerd naar het dorp. Daar ben ik achteraf heel blij om, dat ze mij op internaat hebben gestoken. Ik heb er een andere blik op de wereld gekregen. In een omgeving waar ik niet de zoon van de apotheker was. En dat is natuurlijk diezelfde behoefte als bij Siegfried: om niet alleen de zoon van te zijn, maar om jezelf te kunnen zijn.

"Maar ook op dat internaat was ik in eerste instantie totaal ongelukkig. Ik heb op mijn elfde drie maanden aan een stuk gehuild. Ik wou alleen maar naar huis. Ik voelde me totaal ontheemd. Niet op mijn plek. Ik heb dat in mijn leven nog één keer meegemaakt, dat is misschien vreemd om te vertellen. Ik had zo'n gevoel en wist niet meteen wat het was. Tot het tot mij doordrong dat het hetzelfde was als toen op school. Het was toen ik naar New York ging om daar voor het eerst iets te regisseren: More Stately Mansions van O'Neill, in 1997. Het was op een moment dat ik heel vaak in New York was geweest, dat ik de wereld had rondgereisd. Jan en ik kwamen aan, we zetten onze koffers neer in het appartement en ons beiden overviel tegelijkertijd hetzelfde gevoel. We hebben er toen niet over gesproken, maar 's anderendaags zaten we aan de ontbijttafel en rolden de tranen weer over mijn wangen. Het heeft ook dagen geduurd, ik kon niet werken. Ik heb het toch geprobeerd en ik ben na drie weken teruggekomen. Dat was dus de tweede keer.

"Ook op het internaat heb ik van alles meegemaakt: de eerste vernederingen, de eerste hardhandige, fysieke mishandeling zal ik maar zeggen. Er gebeuren de gruwelijkste dingen op zo'n internaat. De frustratie van bij de voetbalploeg te willen horen, maar niet echt een goeie voetballer te zijn. Vriendschappen die verbroken worden, liefdes die verbroken worden. Op het internaat heb ik gedurende zes jaar een heel leven meegemaakt, voor de eerste keer. Zo voelde het aan. Maar kijk, ik ben er gelouterd en gewapend uit gekomen. Precies. En vreemd genoeg heb ik nu een hele positieve kijk op het internaat. Want het was niet alleen kommer en kwel. En verdriet moet je tegenkomen, zonder verdriet geen leven. Dat zei Jan Wolkers. Hij is nu net gestorven, maar hij had geen angst voor de dood. Waarom ook? Zonder die eindigheid is er geen levenslust.

"Op het internaat heb ik ook het theater ontdekt. Dat was voor mij meteen een warm nest. Een wereldje binnen de wereld van het internaat, een plek waar we op woensdagnamiddag met een groep van vijftien jongens - het was een jongensinternaat - ons terugtrokken om iets te maken waar we op het einde van het schooljaar mee naar buiten kwamen.

"Die voorstellingen hadden soms een politieke lading. Het was een enorm linkse tijd, de periode van de atoombom, de Koude Oorlog, ik zei het al. Links moest je zijn. Ik maakte op de school bijvoorbeeld een ondergronds krantje, Engelenbrood heette dat. Daarin schreven we heel puberale, heftige teksten. We waren tegen alles. We gingen betogen tegen de kernraketten, enzovoort. Daar voelde ik me wel lekker bij: dat het een beetje schuurde. Nog niet zozeer in het theater, dat kwam pas later, vanaf mijn eerste regie. In die tijd was het een verzet tegen de wereld die een internaat is, met tradities, regels en wetten. Het was de kunst om die regels net te overtreden zonder de boel op te blazen en zonder van school te worden gestuurd - dat was natuurlijk ook belangrijk. (lacht) Ja, toen heb ik ontdekt dat ik me daar heel goed bij voelde. Dat ik iets van mezelf kwijt kon, in het grensgebied tussen wat mag en eigenlijk niet mag. Dat is daar ontstaan.

"Ook onze eerste producties, Geruchten en Ziektekiemen, betekenden een breuk: met de theatertraditie in Vlaanderen. Er waren heftige voor- en tegenstanders. Ons werk heeft zogoed als altijd ter discussie gestaan. In New York noemen ze me een bad boy en een iconoclast, voor de wijze waarop ik Molière en Ibsen regisseer. Het is nooit anders geweest. En ik voel me er goed bij. Het betekent iets. Als het schuurt aan alle kanten heb je iets te melden, denk ik. Mijn ouders hebben altijd gezegd: het is goed zo, Ivo, alleen maar lof de hele tijd is ook niet goed. Dat hield me scherp.

"Je moet je eigen waarde kennen: waarvoor ga je en waarvoor niet? Doorzetten is heel belangrijk, Jan en ik hebben dat snel geleerd. We kunnen een dag treuren en dan doorgaan. Treuren moet er zijn, rouwen is belangrijk. Negatieve kritieken zijn soms verschrikkelijk en soms zijn ze lang na datum nog totaal onterecht. Maar soms denk je ook achteraf: het was inderdaad niet het beste wat we toen gemaakt hebben. Dat moet je ook onderkennen.

"Voor mij behoren al die producties tot mijn leven. Mijn leven is mijn werk. Ik heb ook niets weggestoken of verdrongen. Niets is onbelangrijk. Mijn slechtste voorstellingen hebben achteraf vaak het meeste inspiratie opgeleverd om mooie dingen te doen. Ik heb het allemaal leren aanvaarden. Om Dora van der Groen te citeren, die zei meteen: 'Ivo, tussen jou en theater, dat is een goed huwelijk.' Ik was toen 24, maar zo voelt het nog altijd aan: als een huwelijk. Inclusief het schuren. Alles wat erbij hoort, positief en negatief. Het gezever en het inhoudelijke. Ik heb er vrede mee."

Siegfried in de Vlaamse Opera vanaf 4 november, meer info op www.vlaamseopera.be en www.ringvlaamseopera.be

Zonder verdriet geen leven. Dat zei Jan Wolkers. Hij is nu net gestorven, maar hij had geen angst voor de dood. Waarom ook? Zonder die eindigheid is er geen levenslustHet is belangrijk in de werkelijkheid te gaan staan met kunst. We zijn niet wereldvreemd of elitair, we zijn betrokken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234