Maandag 20/09/2021

ReportagePolitiek

‘Ze hebben ons niet eens meer nodig’: het moeilijke huwelijk tussen extreemrechts en de media

null Beeld Studio DM
Beeld Studio DM

‘Het blanke moet een dominante factor zijn.’ Uitspraken van VB-voorzitter Tom Van Grieken vorige week wakkeren opnieuw het debat aan over hoe media met uiterst-rechts moeten omspringen. Hoe gaan kranten in binnen- en buitenland ermee om?

“Ik ben ervan overtuigd dat het christelijke, het Vlaamse en als u wilt zelfs het blanke een dominante factor moet zijn in onze samenleving”, zei Vlaams Belang­-voorzitter Tom Van Grieken vorige zaterdag in een interview met De Tijd. De journalisten ontlokten hem zo een omstreden uitspraak die het Belang kan achtervolgen tot 2024, wanneer de partij volgens de huidige peilingen de grootste fractie kan worden. Tegelijk kwam het vraaggesprek de krant zelf op kritiek te staan omdat ze de harde woorden breed uitventte en volgens sommigen zo ook mee verspreidde.

Voor media stelt zich in de aanloop naar de verkiezingen over drie jaar opnieuw het dilemma hoe je met dit wereldbeeld omgaat. Verspreid je mee hun denkbeelden door grote interviews te doen, of spit je zo juist zienswijzen naar boven die anders verborgen zouden blijven voor lezers en kijkers? Of beide, afhankelijk van wie het gesprek leest?

Een interessant voorbeeld hoe politieke extremen in het publieke debat worden gekanaliseerd, is Duitsland. Door het beladen verleden van het nazisme en de totalitaire DDR-dictatuur werden daar heldere afspraken gemaakt. “Wij maken een onderscheid tussen radicaal-rechts en extreemrechts, tussen partijen zoals Alternative für Deutsch­land (AfD), die met hun radicale zienswijzen in de Bondsdag of in deelregeringen zetelen, en extreemrechtse bewegingen die zich tegen de parlementaire democratie keren – soms met geweld”, zegt Thomas Gutschker, EU-correspondent van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. “Een verkozene heeft een democratisch mandaat van de kiezer, of we daar nu van houden of niet.”

Toch betekent dit niet dat AfD automatisch als gewone partij behandeld zal worden, want ook een deel van hun verkozen politici blijft extreemrechtse standpunten verspreiden. Gutschker: “De omgang met AfD blijft een speciale situatie omdat een deel van deze partij geobserveerd wordt door de Bundesverfassungsschutz, de binnenlandse veiligheidsdienst, op verdenking van antiparlementair rechts-extremisme. In navolging van hun categorisering trekken wij ook als redactie de lijn. Met de radicale AfD-politici gaan de Duitse media af en toe in kritisch debat, maar met de extremistische vleugel niet. In de verslaggeving over parlementaire debatten komen ze wel aan bod, of als er reacties gevraagd worden op berichtgeving over hen.”

Paradoxen

Volgens Gutschker wordt dit principe ook op televisie en radio toegepast. “In sommige delen van de voormalige DDR haalt AfD dubbele cijfers in de peilingen. We hebben niet langer de keuze om ze buiten te sluiten, zeker inzake debatten over migratie of vaccin-scepticisme waarmee ze kiezers winnen. Het is niet omdat je met ze in debat gaat, dat je hun zienswijzen normaliseert, integendeel. Het is wijzer, want alleen zo kun je hun omstreden standpunten betwisten.”

Het essentiële verschil tussen radicalisme en extremisme plaatst correspondenten als Gutschker in het Brusselse EU-parlement soms wel voor dilemma’s. “Ik weet dat een deel van de Belgische publieke opinie ook politici van het Vlaams Belang en het RN (Rassemblement National) van Marine Le Pen als extremisten zou benoemen. Omdat ze hier ook in het EU-parlement zetelen, omschrijf ik ze als rechts-radicalen. Als ik over het EU-parlement bericht, zal ik hun interpellaties duiden, omdat ze nu eenmaal deel uitmaken van een sterke anti-Europese beweging die vandaag onderdeel is van onze politieke en sociale realiteit. Alleen zo zie je ook hun paradoxen.

“Zo doen deze partijen geen constructieve EU-wetsvoorstellen omdat hun ideologische zienswijze dat niet toestaat. Zoiets ervaar je alleen als je ermee in debat gaat. Doe je dat niet, dan zullen ze altijd kunnen zeggen dat ze door ‘de media’ niet gehoord worden. Het idee dat ze zullen achteruitgaan in de peilingen als je ze geen aandacht geeft, is achterhaald.

“Ze vinden vandaag ook zonder ons hun eigen publiek, door doelgerichte campagnes via sociale media.”

Thomas Gutschker: Het is niet omdat je met ze in debat gaat, dat je hun zienswijzen normaliseert, integendeel. Het is wijzer, want alleen zo kun je hun omstreden standpunten betwisten.' Beeld rv
Thomas Gutschker: Het is niet omdat je met ze in debat gaat, dat je hun zienswijzen normaliseert, integendeel. Het is wijzer, want alleen zo kun je hun omstreden standpunten betwisten.'Beeld rv

“Ze hebben ons niet eens meer nodig,” zegt ook Raoul du Pré, hoofd van de politieke redactie van de Volkskrant in Den Haag, “maar sinds ze in de Kamer zetelen kunnen ook wij niet doen alsof ze niet bestaan.”

Sinds de opkomst van de later vermoorde Pim Fortuyn in 2002 worstelen de Nederlandse media met recalcitrante rechts-populisten als Geert Wilders en recenter Thierry Baudet.

“Wij voeren een permanent debat hoe we met uiterst-rechts omgaan”, zegt Du Pré. “Ik denk dat iedereen ondertussen wel weet dat het niet zonder gevolgen is wat we als media precies doen. Daar worden we door de wetenschap ook op gewezen. Laatst kwam er nog een academica hier op de redactie een studie voorstellen die ons waarschuwde dat élke vorm van aandacht bijdraagt aan het salonfähig maken van hun opvattingen. Daar proberen we ons voortdurend van bewust te zijn.

“Dit heeft vooral gevolgen voor de manier waarop we nu interviews doen. Zo spraken we net voor de laatste parlementsverkiezingen in maart alle lijsttrekkers, dus ook Wilders van de PVV. Die kreeg dan vervolgens wel een hele batterij kritische vragen. Als je dat goed aanpakt, heb ik de indruk dat onze lezers wel zien dat ook zo’n interview meerwaarde heeft.”

Weinig moed

Soms draait het omgekeerd uit. Du Pré denkt terug aan een special in het weekendmagazine van de krant. Daarin prijkte Baudet met een mooie fotoshoot, lyrisch vertellend over zijn liefde voor Frankrijk. “Net voor het gesprek in de winkel lag deed Baudet een aantal radicale, omstreden uitspraken die in het interview niet aan bod kwamen. Daarom kregen we nadien veel kritiek. Sindsdien gaan er altijd politieke verslaggevers mee als zo’n politicus geïnterviewd wordt. Dat doen we trouwens ook met demissionair minister-president Mark Rutte, hoor. Die heeft sinds de toeslagen­affaire (na onterechte fraudeverdenkingen met kinderopvangtoeslagen en de strenge terugvorderingen bij fouten, red.) ook veel uit te leggen.”

Du Pré wijst verder op het verwachtingspatroon van de ontzuilde lezer. “Lezers laten vandaag niet meer door redacties bepalen welke partijen ertoe doen of niet. Met Geert Wilders wil weliswaar niemand regeren, maar na de volgende regeringsformatie kan zijn PVV hier toch de grootste oppositiepartij worden.

“Zo zal hij onvermijdelijk een rol gaan spelen in Kamerdebatten, waar hij dan toch het geluid van een groot deel van de bevolking vertolkt. Als je daar niet over bericht doe je je lezers tekort. Van onze krant verwachten ze dan wel weer een kritische houding.”

Een toonvoorbeeld van kritische journalistiek tegenover extreemrechts kun je terugvinden in Frankrijk, waar de progressieve krant Libération er een erezaak van maakt om discriminerende uitlatingen van het Rassemblement National (RN) van Marine Le Pen aan de kaak te stellen. Zij moderniseerde het Front National van haar vader Jean-Marie en heeft vandaag volgens de peilingen de wind in de zeilen voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar.

Haar populariteit heeft volgens EU-correspondent Jean Quatremer van Libération veel te maken met de normalisering van RN door audiovisuele media – met kritische kwaliteitsprintmedia als zijn krant, Le Monde en enkele tijdschriften als uitzondering op de regel.

“Een cordon médiatique rond uiterst-rechts heeft in Frankrijk eigenlijk nooit echt bestaan”, zegt Quatremer. “Eigenlijk is dat de schuld van wijlen de socialistische president François Mitterrand die na een succesje van het FN bij de kantonale verkiezingen in 1984 meteen Jean-Marie Le Pen uitnodigde voor debatten op tv. Zo heeft hij hem feitelijk groot helpen maken. Daarna kreeg Le Pen ruim baan... (zuchtend) In de geschiedenis heeft de pers dikwijls weinig moed getoond, maar gewoon de wind gevolgd... Er zijn helaas ook journalisten die bereid zijn om de duivel te interviewen, als het maar kijkers of lezers oplevert.”

Quatremer zegt zich vandaag dikwijls aan interviews met uiterst-rechtse politici te ergeren. Ook hier, waar op de openbare omroep het Vlaams Belang eigenlijk al sinds eind jaren 1990 als gewone partij wordt behandeld – op aangeven van toenmalig journalist Siegfried Bracke (nu N-VA). Bracke: “Sinds midden jaren 80 kwamen ze al af en toe op het journaal, maar het klopt dat er eind jaren 90 zware discussies zijn geweest op de VRT over onze positie tegenover het VB. Ik vond dat ze aan bod moesten komen zoals andere verkozen partijen; onze toenmalige hoofdredacteur Leo Hellemans was het daar niet mee eens. Uiteindelijk sloten we een compromis waarbij we een weging maakten over de spreektijd in debatten, naar het aantal zetels die ze hadden in de Kamer. Toch kregen ze altijd net iets minder, wat ze in gesprekken ons altijd voor de voeten wierpen. Daarna dacht ik telkens: lap, alweer stemmen erbij omdat ze ons dit kunnen verwijten.”

Jean Quatremer, EU-correspondent van ‘Libération’: ‘Wij zijn als printmedia geen spiegel van de samenleving meer. Het Frankrijk van 2021 is reactionair.’ Beeld DR
Jean Quatremer, EU-correspondent van ‘Libération’: ‘Wij zijn als printmedia geen spiegel van de samenleving meer. Het Frankrijk van 2021 is reactionair.’Beeld DR

Bracke herinnert zich wel één keer dat hij een cordon médiatique wilde toepassen. “Filip Dewinter had in een uitzending gezegd dat ‘als hij moest kiezen tussen mensenrechten en eigen volk, hij zou kiezen voor eigen volk’. Dat is natuurlijk het bewijs dat je de democratie en de fundamentele rechten niet genegen bent. Uiteindelijk was er ook daarover te veel verdeeldheid en toen hebben we het niet gedaan.”

Quatremer: “Vooral op televisie is men niet kritisch genoeg voor extreemrechtse zienswijzen, die je in Frankrijk niet alleen terugziet bij het RN trouwens. Een voorbeeld. Enkele dagen geleden werd de vicevoorzitter van de (neogaullistische) partij Les Républicains, gewezen FN-politicus Guillaume Peltier, geïnterviewd door RTL. Hij zei voorstander te zijn van militaire tribunalen voor terroristen en vond dat Frankrijk de conventie voor mensenrechten uit 1950 moest verlaten! De journalist ging daar niet eens op in, terwijl het een fascistische uitspraak was!

“Hetzelfde zie ik ook op jullie tv-zenders gebeuren, bij gesprekken met Belang-politici in Vlaanderen én PTB-politici in Wallonië. ‘Wat denkt u over de huidige migratie’? ‘Wat denkt u over corruptie’? En ze mogen hun verhaaltje vertellen, bijna zonder tegenspraak. Ofwel zijn jullie journalisten niet genoeg gevormd om tegenargumenten te geven op de leugens van extreemrechts en -links, of ze zijn onvoldoende moedig om er harder tegen in te gaan.”

Quatremer en zijn krant interviewen zelf nog steeds geen uiterst-rechtse politici in één-op-één-interviews. Dit is naar zijn zeggen een redactionele keuze, die “het voordeel van de duidelijkheid” heeft. “Het zijn mensen die mijn collega’s en ik gevaarlijk achten voor de democratie. Er is op dat vlak geen journalistieke neutraliteit mogelijk, vinden wij. Ik respecteer de rechtsstaat en de mensenrechten. Zij zijn antidemocraten. Onze bestaansreden is er niet om voor hen de microfoons te dragen. Kijk, als ik een rechts politicus als Michel Barnier interview, weet ik dat we beiden op het speelveld staan van de democratie. Een fascist of moslimbroeder geef je geen forum. Daar ga je tegenin. Maar goed, ook in Frankrijk hebben ze ons niet meer nodig om hun doelgroep te bereiken...”

Kijk maar naar CNews, een kanaal van de mediagroep Vivendi van zakenman Vincent Bolloré. Dagelijks zie je er de thema’s terugkeren van RN: onveiligheid, criminaliteit, islam, en identiteit. Marine Le Pen zelf kreeg er deze week nog een kritiekloos platform, nadien op de website geplaatst zonder vragen maar met tussenkoppen die lezen als een partijprogramma. Quatremer waarschuwt. “CNews is vandaag representatiever dan we denken. Frankrijk is vandaag een rechts land, voor wel 70 procent. Maar de Franse journalistiek bestaat nog voor 80 procent uit linkse, progressieve, mensen. Wij zijn als printmedia geen spiegel van de samenleving meer. Het Frankrijk van 2021 is reactionair.”

De kijkcijfers spreken voor zich. CNews haalde eerder deze maand in een aantal dagen al méér kijkers dan het populaire BFM-TV.

Waalse volkswijken

Toch ziet Quatremer liever dat gebeuren dan wat er zich in Franstalig België afspeelt. “Ik vind het juist goed dat de burgers ook in de media een keuze hebben uit ideologische diversiteit. Zo onstaat er pluralisme. De openbare omroep RTBF in Franstalig België is voor mij een partijpolitieke propagandazender geworden. Hoe zij bijna niet over extreemrechts in Vlaanderen berichten, vind ik ook niet goed, want censuur van radicaal-rechts wakkert hun complottheorieën juist aan. Als Vlaanderen bijna een meerderheid van separatistische, conservatieve, en reactionaire kiezers telt is daar een reden voor. Dát moeten wij als media doorgronden. Wie zoals de RTBF de thermometer stukslaat, ziet het ziektebeeld niet. Een kwart kiezers voor het Belang is niet het probleem, maar een symptoom van samenlevingsproblemen.”

Hoofdcommentator Béatrice Delvaux van de krant Le Soir vindt dat de RTBF wel voldoende aandacht heeft voor het Belang, via onderzoeksprogramma’s. “In de Franstalige media blijft een consensus om een cordon sanitaire in de media te behouden voor rechtstreekse interviews, maar dat betekent niet dat wij Vlaanderen lessen willen leren”, zegt ze. “Als extreemrechts hier 20 procent zou halen, zou dat cordon hier mogelijk wel doorbroken worden.”

Politiek journalist Olivier Mouton van Le Vif/L’Express verklaart het Franstalige cordon médiatique omdat uiterst-rechts in de Waalse politiek zelf een marginale factor is. “Er is bijna niemand om te ondervragen. Linkse politiek is door het gewicht van een partij als de PS belangrijker in Wallonië.”

Delvaux beaamt: “De PS heeft de Waalse volkswijken altijd op een sociale manier omkaderd, zodat extreemrechts daar geen voet aan de grond kreeg. Je ziet nu wel dat met het verkleinen van de PS de (radicaal-linkse) PTB er terrein wint.”

Toch zijn de politieke evoluties in Vlaanderen ook volgens beiden niet langer te negeren door Franstalig België.

Mouton: “Bij Le Vif besteden we wel degelijk aandacht aan wat er bij jullie gebeurt. Er is hier eigenlijk een gebrek aan kennis om Vlaams uiterst-rechts te begrijpen. Maar wat mij betreft is Vlaanderen nog steeds België. Het moet aan beide kanten van de taalgrens een uitdaging zijn om dit te duiden.”

Delvaux: “Wij investeren daar nu ook in. We hebben twee jonge journalisten die extreemrechts volgen, zowel in Vlaanderen als op EU-niveau. Zij bellen ook met het Belang.”

Toch worden zelfs kritische vraaggesprekken met Belang-politici nog bewust niet gedaan. Mouton: “Er is een morele oppositie om uiterst-rechtse politici te ondervragen. Van Grieken is hier één keer geïnterviewd, door het tijdschrift Wilfried. Daar kwam toen een massale tegenreactie op. Ik ben ook niet zeker of ik het zelf zou willen doen. Of ik zou het toch minstens op een andere manier schrijven.”

Olivier Mouton, politiek journalist 'Le Vif/L’Express': ‘Er is in Franstalig België eigenlijk een gebrek aan kennis om Vlaams uiterst-rechts te begrijpen.’
  Beeld RV
Olivier Mouton, politiek journalist 'Le Vif/L’Express': ‘Er is in Franstalig België eigenlijk een gebrek aan kennis om Vlaams uiterst-rechts te begrijpen.’Beeld RV

Delvaux: “Dat is ook onze aanpak. We interviewden ooit Marine Le Pen maar schreven dat niet uit als een vraag-antwoordgesprek, wel als analyse. Als ik bij De Tijd had gezeten, had ik het ook zo uitgewerkt. Op die manier kun je de lezer toch voldoende duiding geven. We letten ook goed op het soort beeld. We willen vermijden dat ze worden gebanaliseerd. Daarom denk ik dat wij door ons cordon ook nog altijd de dijk in Vlaanderen helpen verstevigen. Als wij het Belang zouden normaliseren, zou dit hen ook bij jullie populairder maken.”

Op dezelfde hoop

Tegelijk is het volgens Mouton een illusie dat Franstalig België aan de invloed van uiterst-rechts in Vlaanderen en Frankrijk ontsnapt. “Er is hier misschien geen partij, maar de thema’s van uiterst-rechts zijn wel mainstream geworden. Kijk maar hoe een partij als de MR van Georges-Louis Bouchez deze week reageerde op de hoofddoek-discussie bij het Brusselse vervoersbedrijf STIB/MIVB. Zijn woorden waren niet uiterst-rechts, maar je ziet toch een evolutie van ons debat in vergelijking met een aantal jaar geleden.”

Je ziet het volgens Mouton vooral in de digitale sfeer. “De complottheorieën over corona die door extreemrechts worden gevoed, zijn ook aanwezig in Franstalig België. Overheden en media worden op een en dezelfde hoop gegooid. Je ziet ook hoe dat in de zaak-Conings speelt. Je leest irrationele zaken als ‘die man weet te veel, daarom willen ze hem dood’. Voor mij is het een van de grote uitdagingen om dit soort desinformatie van uiterst-rechts tegen te gaan. Als media hebben we daar niet genoeg aandacht voor.

“Er is met de QAnon-aanhangers die Capitol Hill in de VS bestormden een zorgelijk precedent. Ik vraag me af hoelang het nog zal duren voor iemand in Franstalig België zulke ideeën politiek kanaliseert. Wij zijn eigenlijk net zoals jullie een kwart van de bevolking verloren, die zich niet meer in de gewone partijen en media vindt. Het wordt een grote uitdaging om ze terug te winnen.”

De Morgen-journalist Joël De Ceulaer, die het onderwerp uitgebreid behandelt in zijn boek Hoera! De democratie is niet perfect, vindt dat de media juist daarom het Belang spitsroeden moeten laten lopen. “We mogen niet de fout maken om na de opschudding door het Van Grieken-interview nu in een lange periode van doodzwijgen te vervallen. Dan gaan we dertig jaar terug in de tijd, en begint het spelletje opnieuw”, zegt hij. “Laten we rustig blijven. Het VB zit in onze parlementen, en moet geïnterviewd en geanalyseerd worden. Het heeft geen zin om nu paniekerig het stuur om te gooien. Ik hoop dat niemand schrok van de racistische uitspraken van Van Grieken. Het Belang is altijd zeer problematisch geweest, maar heeft ook recht op een kritische aanpak.”

Toch zal De Ceulaer niet snel opnieuw Dries Van Langenhove interviewen, die hij voor deze krant sprak toen de man nog geen politicus was, en ook vóór hij in opspraak kwam door een Pano-reportage waaruit bleek dat hij actief was in racistische en negationistische chatgroepen.

“Van mij mag Van Langenhove nog geïnterviewd worden door een journalist die daar zin in heeft. Maar hij spreekt niet meer met dubbele tong, zoals toen ik hem interviewde. Hij doet nu systematisch racistische uitspraken. Ik weet genoeg, kun je zeggen. Het is nu interessanter om de zogezegd ‘gematigde’ VB’ers – van Barbara Pas tot Chris Janssens – stevig het vuur aan de schenen te leggen. Maar ook dat ga ik zelf niet gauw meer doen. Ik ben wat afgeknapt op het politieke interview als genre. Maar ik lees ze nog wel. Dus als collega’s met een stevige beet het willen doen: graag.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234