Donderdag 29/07/2021

'Ze drinken nog meer dan de Engelsen, maar ze breken de boel niet af' Op schok met het Schotse ruitenleger

Nu geef ik het ruiterlijk toe: tot voor kort gaf ik geen ruk om voetbal. Zelfs mijn ex-lief-voetballer kon me er niet voor doen warmlopen. Kijken naar die mooie gespierde hoewel ietwat kromme benen, dat wel. Voor de rest was de fun van voetbal me altijd ontgaan. Dat veranderde allemaal met de eerste Schot die vorige week maandagavond mijn pad kruiste.

Verweesd sta ik toe te kijken hoe de eerste honderden Schotten op de Brusselse Grote Markt neerstrijken om er luid zingend de match van woensdag tegen België in te drinken. Een grote, magere man zegt me in een sappig Schots accent dat ik leuke oorringen draag. De originele variant op 'Je hebt zo'n mooie ogen' beantwoord ik met de dooddoener of ik hem van ergens kan kennen. Robert Gibb was vroeger keyboardspeler bij The Shamen en speelde op een blauwe maandag enkele concerten met The Cure. "Ze gooiden me eruit omdat ze me niet goed genoeg vonden. Achteraf gezien is het maar goed dat ik psychiater werd", lacht Gibb. Doctor Robert Gibb: forensisch psychiater en hoofdarts in het Carstairs-ziekenhuis, een Schotse maximum security psychiatrische kliniek. Een Bacardi Breezer piept uit z'n jaszak. Met de Stella los in zijn rechter- en een Marlboro in zijn linkerhand heeft de man inderdaad meer van een Engelse rockster dan van een Schotse arts. "Beroepsmatig ga ik om met moordenaars en geweldenaars. Schizofrenen vooral." Puur uit interesse bestudeerde Gibb de groepsdynamiek van de Schotse supporters. "Geloof me als ik zeg dat er een wereld van verschil is tussen ons en de Engelsen. Wij straffen agressief supportersgedrag af omdat zo'n soort geweld niet in onze aard ligt." (En natuurlijk ook omdat Schotten gruwelen van de gedachte daardoor met de Engelsen geassocieerd te worden.) "De politie zal je dat ook wel kunnen vertellen", grijnst hij. Ik neem de proef op de som bij twee politieagenten, die maandag ook al op post zijn. Vanuit een hoek van de Grote Markt slaan ze het gebeuren gade en bevestigen: "Het is misschien nog wat vroeg om er zeker van te zijn dat er geen problemen komen, maar we zijn er eigenlijk gerust in. Ze drinken nog meer dan de Engelsen, maar ze breken de boel niet af. Die mannen kunnen nog echt feesten zonder het leven van anderen te verzuren." De woorden van de man zijn niet koud of een licht beschonken Schot komt de hand van de agent schudden. In zijn andere hand: zes in elkaar geschoven plastic halve-liter-Stella's, met alleen in het bovenste nog een bodempje pils. "Kom morgenavond terug", brabbelt hij tegen mij. "Tegen dan hebben we de helft van dit plein ingenomen. En tegen woensdag is heel het centrum in handen van het Tartan Army. "We'll be coming, we'll be coming, we'll be coming down the road. When you hear the noise of the Tartan Army boys, we'll be coming down the road."

Dinsdagavond eindigt een eerder rustige drink in de vooravond met vrienden van hier in een overrompeling door leden van het 'Schotse ruitenleger'. De eerste dronken Schotten van gisteren zijn pas in de late namiddag uit hun bed geraakt en worden geflankeerd door enkele duizenden pas gearriveerden. De zatte profeet van gisteren kreeg gelijk: ze zijn hier om te blijven en hun aantal groeit zienderogen. In de anders zo tutterige taverne Roi d'Espagne op de Grote Markt zijn er op dit moment van de dag geen omaatjes of opgedirkte Japanse Gucci-toeristen te bespeuren. Dat kan ook moeilijk: alle tafels, stoelen en banken zitten vol kilts. Elke vierkante meter café staat vol Schotse ruiten, in honderden kleurencombinaties en maten. De rode Royal Stewart van een keurig afgetrainde dertiger naast mij ziet er een extra smalletje uit. In het deurgat staan vier paar blote benen met opgetrokken witte lange kousen die elk eindigen in een geel-paars-zwarte exemplaar van de Culloden-clan, maat L. De groen-blauwe Gordon-kilt van de kerel die over de trapleuning kruipt en zich op het opgezette paard naast de trap laat vallen, is een meer dan extra extra large.

De gerant van de taverne draagt geen kilt en is allesbehalve opgezet met het feest dat de voetbalfans nu al bouwen. Hij heeft anders veel redenen tot lachen. De prijzen die in de cafés op de Grote Markt voor een half litertje bier gevraagd worden, zijn uitzinnig. De Schotten betalen zonder verpinken en gooien er nog wat rondjes tegenaan. "Ach wat", zegt Andy, een 25-jarige Schot zonder kilt. Samen met zijn broer, die het ook niet echt voor ruiten heeft, lijkt hij wel the next big teenage thing van een nieuwe Schotse boysband. "Of we nu winnen of niet, feesten doen we morgen toch. Alleen zal het van de uitslag afhangen met hoeveel liter bier en hoe uitbundig we dat doen." Maar kilt of geen kilt: figuurlijk kakken op de eeuwige vijand, de Engelsen, doen Schotten zelfs ter voorbereiding van een match tegen de Belgen. "If I had the wings of an eagle, if I had the arse of a crow, I'd fly over Wembley tomorrow and shite on the bastards below."

Ergens halfweg de nacht blikken we met een paar supporters vooruit naar de match van morgen. De wedstrijd in het Koning Boudewijnstadion is al enkele maanden uitverkocht. Maar na twee nachten feesten met de Schotten heb ik ook zin om die negentig minuten live te zien en mee te vieren. Een van de mannen rond de tafel leest mijn gedachten en biedt me een kaartje aan. Gratis. Een kaartje in het Schotse vak, welteverstaan. Een kaartje dat uit veiligheidsoverwegingen meteen ongeldig wordt voor de Belg die ermee ontmaskerd wordt aan de stadionpoort. Een plaatsje tussen zeventienduizend uitzinnige - en waarschijnlijk licht tot zwaar beschonken - fans van het Tartan Army. Mijn eerste voetbalmatch ooit en dan meteen een belangrijke kwalificatiematch voor het WK. Ik als vrijwillige verrader, tussen de kilts en blauw-witte vlaggen van de doedelzakspelende vijand supporteren? Ik besluit het te doen, maar sta erop dat ik mijn kaartje zelf betaal. Martin, die het geld pas na lang aandringen aanneemt, verkoopt me plaats nummer 2 op rij 25 in vak E tegen de prijs waaraan hij het kaartje in Schotland kocht. Duizend frank, geen frank méér. Hij trekt zijn Scotland-hemdje uit en geeft het, als presentje bij het kaartje, erbovenop.

Woensdag vertrek ik al vroeg naar de Grote Markt om er ruim op tijd voor de match nog even de stembanden te smeren en een liedjesexamen af te leggen. Bijna als een vreemde diersoort, die enkel gedijt op alle plaatsen waar bier vloeit, hebben Schotten zich de laatste dagen verankerd aan het meubilair van cafés, hotelbars en tavernes. Mijn Scotland-T-shirt werkt als een rode lap op de Schotten die terrassen tussen de Beurs en de Grote Markt bevolken. In de buurt van vrouwelijke Schotse supporters klinkt het altijd weer hetzelfde liedje: 'Hey, hey baby. Who-wha! I want to kno-ow if you'd be my girl." Tussen al het volk bots ik op dokter Gibb, die zelfs de avond van de match geen kilt draagt. Robert, met een voetbalsjaal 'à la Kamikaze' rond zijn hoofd gebonden: "De avond voor mijn vertrek naar Brussel had ik de keuze tussen een concert van mijn favoriete punkband of m'n kilt op te halen. Het is nochtans een heel mooi Buchanan-tartan: een gele met strepen." Op weg naar het stadion blijkt er aan de Brouckère geen doorkomen aan. Beneden in de metro probeert de politie de duizenden supporters mondjesmaat in de rijtuigen toe te laten. Ik neem mijn voetbalmaten enkele haltes in de tegenovergestelde richting mee en we stappen daar op, zodat we de grote massa voor zijn op de rit richting Koning Boudewijn-stadion. Joe, een van mijn Schotse bonken, koopt een tienrittenkaart en stopt ze netjes acht keer in de machine.

Kaartnummer 7013 raakt probleemloos door de controle van de Schotse Tribune 2. Half uitgelaten loop ik het vak E in, en zie aan de overkant het wemelende rood, zwart, geel van mijn landgenoten. Aan mijn kant: zeventienduizend blauw-witte tops die de Brabançonne van de overkant met gemak overstemmen. Om te kunnen supporteren moet ik maar één ding weten: in welke goal staat Sullivan, 'onze' keeper? Een vraag waarop het antwoord eenvoudig is als je thuis in je zetel ligt te kijken. Ik denk het antwoord te weten als ik enkele Duivels zie komen aanstormen. Even twijfel ik of ik het wel bij het rechte eind heb: als dit het doel is waar de Belgen moeten scoren, waarom is de overkant dan niet wat enthousiaster? Terwijl de ene Belgische wave na de andere al na een kwartstadion in een golfje uitdijt, geven de Schotten er nog een lap op. Rood veldoverwicht of niet. De minuten tikken weg, de Belgen schieten wat te vaak net naast de lat en mijn zenuwachtigheid en polsslag nemen toe.

Ergens in de eerste helft gooit de rode nummer negen zich zomaar tegen de grond. "Vetzak", schreeuw ik. "You f*ckin' Belgian prick!", dondert een Schot achter me. Wanneer de Spaanse scheidsrechter later een Schotse penalty laat liggen, klinkt het nog fraaier: "F*ck you, you f*ckin' Spanish c*ntlickin' f*ck!" De man gaat zo tekeer dat het speeksel uit zijn mond tegen mijn nek vliegt. Ik gebruik de rust om van plaats te wisselen met een dronken Schot, die liever tegen een muur aanligt dan hoog midden in een rij te zitten. Arthur, mijn nieuwe linkerbuur uit Aberdeen, is er bij een 1-O-achterstand nog gerust op: "Je staat op het punt de beste 45 minuten van je leven mee te maken." Zijn maat Trevor aan mijn andere kant ziet de kansen op een ticket naar het WK minder rooskleurig in: "Je staat hier in het grootste Tartan Army van de laatste tien jaar, lassie (Schots meisje, KBr). Maar de mannen spelen echt slecht."

Arthur, Trevor en ik wisselen shirts, schreeuwen onze kelen schor tot de 'vetzak' van daarnet binnentrapt. 2-0 voor de Belgen. Als de naam van de goalmaker op het scorebord verschijnt, zingt het hele Schotse vak eensgezind: "There's only one Goor, there's only one Goor..." Gevolgd door een reeks valse beschuldigingen betreffende een zak vol snoepjes en pedofilie. Einde van de match. Voor het eerst gaan enkele supporters rondom mij op hun stoeltje zitten. In een opwelling besluit ik: ik verhuis naar Schotland. Maar eerst zingen we de Belgen een uur lang het stadion uit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234