Maandag 18/01/2021

Ze draagt de wereld (in tien stippen) op haar arm

Philippe Van Snick moet zo ongeveer het best bewaarde geheim van de Belgische kunstwereld zijn. Een selectie van zijn schilderijen, foto's, installaties, dia's en films is nu te zien op een dubbeltentoonstelling in Mechelen en Strombeek-Bever. Dé geheimtip van het najaar.

Door Ward Daenen

Mechelen/Strombeek-Bever l De Garage in Mechelen toont zijn prille werk vanaf de jaren zeventig, in Cultuurcentrum Strombeek maakte hij een nieuwe ruimtelijke installatie in kleur.

Van Snick (°1946) was een kind van zijn tijd. Een kunstenaar die aan het einde van de jaren zestig stopte met schilderen. Schilderen kon niet meer, daar was de avant-garde het toen over eens. Hij ging in het zog van tijdgenoten op zoek naar een vorm, een motief. De cirkel vond hij niet interessant, wegens perfect, perspectiefloos én eenzaam. De cirkel heeft maar één brandpunt. De ellips heeft er twee. Als je met twee bent, kan er spanning ontstaan. Sterker nog: erotiek. Je kunt de ellips bovendien beschouwen als een cirkel in de driedimensionale ruimte.

De ellips staat voor imperfectie, dualiteit, ruimtelijkheid, spanning, een binair systeem. De ellips is alles wat Van Snick wou.

De kunstenaar maakte een zeil, tekende er 'zijn' vorm op en vertrok ermee naar Marokko op reis. Hij gebruikte het zeil om zijn camionette mee af te dekken, om in het landschap uit te spreiden en om tentoon te stellen. Zo werd hij een beetje een Vlaamse Richard Long.

Het laken is nu in Mechelen te zien. Maar er hangen ook tientallen foto's op, waarvan de meeste voor het eerst worden tentoongesteld. Ze halen een zeldzaam hoog niveau. Op een aantal fotoreeksen - van autobanden of pessariums - zie je zijn ellips in de praktijk. Zowel band als pessarium zijn ronde voorwerpen, maar door de perspectiefwerking nemen ze een ellipsvorm aan.

Van Snicks series zijn ontwapenende getuigenissen van kleine handelingen. Hij maakte er van pingpongspelletjes, of tenniswedstrijden op tv. Op zijn foto's trekken vliegtuigen met condenslijnen lijnstukken van a naar b. Ze tonen het binaire systeem in de realiteit.

De kunstenaar ontwierp vervolgens een decimaal stelsel waarbij hij - als was hij een wiskundige - tien punten in de werkelijkheid uitzette. Dat systeem staat symbool voor de oneindige set mogelijkheden die de wereld is. Hij tekende en fotografeerde tien zwarte stippen op het behangpapier van een Parijse hotelkamer, of op de arm van zijn vrouw.

Wat een foto, die Tattoo uit 1974. Het is geen portret van zijn vrouw, daarvoor wordt er te weinig van haar in beeld gebracht. Toch ademt alles gratie: de arm die als een diagonaal doorheen het beeld loopt, de fijne stof van de nachtjapon, de zilveren armband. Haar tatoeage van stippen staat centraal in beeld. Van Snick toont daarmee een vrouw als drager van een open systeem, zeg maar de wereld. De grijstonen van de foto zijn ronduit fantastisch, een beetje donker zoals bij Dirk Braeckman. Maar bij Van Snick is het beeld directer.

In de jaren tachtig ging Van Snick kleuren op zijn decimale stelsel enten, om zo de kleurenwereld te ontrafelen. Voor het Cultuurcentrum van Strombeek-Bever maakte hij een nieuw werk, Landschap met blokken. Dat is geen concreet landschap, maar een rationele synthese daarvan. Het wordt bepaald door tien blokken in evenveel kleuren (rood, wit, blauw, oranje, goud, geel, zwart, zilver, purper en groen) en een blauwe wand met pastelkleurige vierkanten. Blauw staat daarbij voor de dag, zwart voor de nacht. In Mechelen drijft hij het kleurensysteem door in een chromatische reeks van 22 schilderijen.

Philippe Van Snick is niet de eerste de beste, zoveel staat vast. Maar evenmin een ster, dat is ook een feit. Daarvoor heeft hij te veel aan de rand van de kunstwereld gestaan. In de jaren zeventig werkte hij samen met befaamde galeries als MTL en Wide Wide Space, later stelde Zeno X zijn werk tentoon. De verzamelaars bleken niet echt geïnteresseerd, en misschien was Van Snick ook wel te stuurs om de bal aan het rollen te krijgen. Het doet er niet zoveel toe.

De tentoonstelling in Mechelen en Strombeek doet er wel toe. Aan de hand van zijn open systemen toont hij groei en verval. Hij toont de loop der dingen. Voor zijn twaalfdelige fotoreeks Lavabo (1975) dropte Van Snick tien druppels Chinese inkt in zijn met water gevulde wastafel. De druppels vermengen zich langzaam met het water. Als de stop wordt uitgetrokken, spoelt alles weg. Met Lavabo toont Philippe Van Snick naar eigen zeggen "de desintegratie van het particuliere". Maar het is ook gewoon een beeld van ashes to ashes, dust to dust.

Bij Van Snick gaat zelfs de simpelste wastafel over leven en dood.

Philippe Van Snick, Undisclosed Recipients, tot 26 november in De Garage, Onder den toren, Mechelen. Tot 17 december in CC Strombeek, Gemeenteplein, Strombeek-Bever. Info: www.ccmechelen.be.

Zijn fotografie uit de jaren zeventig haalt een zeldzaam hoog niveau, en is voorheen nauwelijks tentoongesteld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234