Dinsdag 27/10/2020

Zaterdag 23 juli 20ste rit: Saint-Etienne - Saint-Etienne

De wapen- en fietsstad

De karavaan verplaatst zich vandaag naar Saint-Etienne voor de laatste krachtmeting in deze Tour: 55,5 kilometer individueel tegen de klok. De 'rouleurs' kunnen zich nog eens uitleven op een golvend terrein met als belangrijkste hindernis, na 40 kilometer, de Col de la Gachet, een klim van derde categorie. En de plaats waar Andrei Kivilev, twee jaar geleden tijdens Parijs-Nice, naar de dood fietste. Een gedenksteen roept herinneringen op aan de betreurde Kazach van Cofidis.

Saint-Etienne, dat voor de 23ste keer de Tour op bezoek krijgt, ligt aan de rand van het Pilat-massief, een stuk ongerepte natuur. De stad heeft nochtans het uitzicht van een grauwe industriestad. En dat is ze ook. Ook al deed Saint-Etienne de laatste jaren grote inspanningen om het aangezicht wat op te vrolijken, de industrie blijft haar stempel drukken.

Saint-Etienne was in de Middeleeuwen niet meer dan een dorp. Een dorp dat door de eeuwen heen wel uitgroeide tot een heuse stad. En daar heeft het zwarte goud veel mee te maken. Vooral in de negentiende eeuw kende de stad, door de ontginning van het steenkoolbekken in de streek, een forse groei. In 1825 bedroeg het aantal inwoners 45.000. In het begin van vorige eeuw was dat aantal met honderdduizend toegenomen. Vandaag telt Saint-Etienne 181.000 inwoners, en zelfs 300.000 als men de agglomeratie meerekent.

De steenkool was aanvankelijk bestemd voor huishoudelijk gebruik, maar men kwam snel tot het inzicht dat die ook een belangrijke voedingsbron was voor allerlei industrieën. Zoals de ijzer- en staalindustrie, met voorop de wapenproductie. In 1746 werd de 'Manufacture Royale d'Armes' (koninklijke wapenfabriek) opgericht en kreeg Saint-Etienne de naam wapenstad opgekleefd.

De ijzer- en staalnijverheid heeft altijd een belangrijke plaats ingenomen in het economische leven van Saint-Etienne, maar de stad ontwikkelde zich verder tot een industriecentrum met meerdere specialiteiten als textiel, hoogwaardig staal, auto-onderdelen en fietsen.

Saint-Etienne wordt ook wel eens de hoofdstad van de fiets genoemd. Mercier, het fietsmerk waarvoor onder meer Rik Van Steenbergen, Raymond Poulidor, Roger Swerts, Joop Zoetmelk, Gerrie Knetemann... vele jaren uitkwamen, had Saint-Etienne als vestigingsplaats.

Ook de eerste Franse spoorlijn werd in 1827 tussen Saint-Etienne en Andrézieux in gebruik genomen. Die eerste trein om steenkool te vervoeren werd nog voortgetrokken door paarden. Later volgde de stoomtrein.

De drooglegging van de steenkoolmijnen in de jaren zestig en zeventig heeft Saint-Etienne goed opgevangen. Oude industrieën, zoals de staalnijverheid, werden geherstructureerd. En nieuwe, zoals elektronica en precisiemechaniek, werden aangeboord.

Op cultureel vlak herbergt de stad het Musée d'Art Moderne, met werken van onder meer Picasso, Chabaud en Rodin, het Musée d' Art et d'Industrie, waar vooral fietsen en wapens tentoongesteld staan, en het Musée de la Mine du Puits Couriot, dat een beeld schept van het vroegere mijnwerkersleven.

Saint-Etienne ligt niet zover van Charolles, de streek waar het koeienras Charolais graast, dat in de keuken een heerlijk stukje vlees oplevert.

(TL)

Zondag 24 juli 21ste rit: Corbeil-Essonnes - Parijs

Van de graanschuur naar de Champs-Elysées

De Tour zit er weer op. Vanochtend volgt eerst nog wel een verplaatsing van ongeveer 500 kilometer van Saint-Etienne naar Corbeil-Essonnes, de startplaats van de slotetappe, die zoals altijd naar de Champs-Elysées voert.

Corbeil-Essonnes (40.000 zielen), in de regio l'Île de France gelegen, bevindt zich op de samenvloeiing van de Seine en de Essonne. De stad dateert onder die benaming van 1951, toen de gemeenten Corbeil en Essonnes fuseerden. Vandaag is de Tour er voor de tweede keer op bezoek.

Corbeil is van oudsher een handelscentrum en haven die instond voor de bevoorrading van Parijs. Het stadje ligt in de vruchtbare graanvlaktes van Beauce, Brie en Gâtinais en wordt wel eens de graanschuur van Parijs genoemd. Vooral in de achttiende en negentiende eeuw kenden de twee gemeenten een enorme bloei. De vele molens (twee zijn er vandaag de dag nog in werking) verwerkten de graanoogst en zorgden voor de bloem en het brood dat over de Seine naar de hoofdstad werd getransporteerd.

De trekschuiten die daarvoor dienst deden, werden les corbillats genoemd. Tijdens de pestepidemie vervoerden die schepen ook lijken en ontstond door de verbastering het woord corbillard of lijkwagen.

De voorbije dertig jaar heeft Corbeil-Essonnes veel aan welvaart ingeboet. Dat kwam onder meer omdat Evry de hoofdplaats van het departement Essonne werd. Corbeil-Essonnes verloor daardoor zijn administratieve centrum, maar boette ook op commercieel vlak in.

Onder het bewind van ex-burgemeester Serge Dassault werd in het voorbije decennium hard werk geleverd om Corbeil-Essonnes te relanceren op commercieel, industrieel en cultureel vlak. Dassault is in België geen onbekende. Hij is de Franse vliegtuigbouwer die eind jaren tachtig met de top van de socialistische partijen in opspraak kwam door het betalen van smeergeld voor het binnenhalen van een contract van tien miljard Belgische frank (250 miljoen euro) voor de vernieuwing van de F16-vloot.

Vanuit Corbeil-Essonnes gaat het naar de Franse hoofdstad en de Champs-Elysées, sinds 1975 het eindpunt van de Tour. Zonder onderbreking is Parijs vanaf de eerste editie de eindhaven van de Tour. Met zijn tien miljoen inwoners is Groot-Parijs - in de stad zelf wonen 2.150.000 mensen - een van de dichtstbevolkte agglomeraties van de wereld.

Culinair is Parijs een luilekkerland. Het aantal restaurants en brasseries is ontelbaar en in alle prijsklassen kan men er proeven van alle keukens ter wereld.

Ook architecturaal is Parijs een paradijs. Tweeduizend jaar bouwkunst zijn er vertegenwoordigd: van de ruïnes van de thermen en een theater uit de Romeinse tijd in Quartier Latin over het Hotel des Invalides, met de sarcofaag van Napoleon omringd door zijn generaals, l'Hotel de Ville, het Palais Royale, het Palais de l'Elysée en de Arc de Triomphe tot het moderne Centre Pompidou, de nieuwe opera en de glazen piramide in het Louvre. Maar dat is slechts een kleine greep uit die honderden prachtige gebouwen die in Parijs zijn neergepoot. De avenue des Champs-Elysées is ongetwijfeld een van de mooiste boulevards van de wereld. Twee kilometer lang, van de Place de la Concorde tot de Arc de Triomphe, waar de Tour-renners als laatste opdracht weer rondjes draaien en Lance Armstrong "bye, bye cycling" zegt.

(TL)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234