Donderdag 20/02/2020

Zakenadvocaat, een risicoberoep

Zondagmiddag, niet eens een week nadat het Gentse hof van beroep hem veroordeeld had tot een jaar effectieve celstraf voor zijn aandeel in de fraudecarrousel omtrent het Ieperse spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie, bezweek topadvocaat Thomas Denys aan een overdosis medicatie. Een tragisch voorval, waar bedrijven en hun adviseurs maar beter de nodige lessen uit trekken.door frank demets

Niet eens een uur nadat het bericht over de dood van Thomas Denys de wereld in was gestuurd, kregen we een sms-berichtje. De afzender was een collega-advocaat van Denys, met wie we in de aanloop naar het proces nog een lange discussie gevoerd hadden over de verlokkingen van de zakenadvocatuur in het bijzonder. Toen al, in tempore non suspecto, was zijn conclusie even verrassend als onthutsend. “In zijn plaats,” zei hij, “op die leeftijd en in die omstandigheden hadden we allemaal hetzelfde gedaan.”

Thomas Denys was amper 27 toen hij bij de prestigieuze advocatenmaatschappij Loeff Claeys Verbeke (intussen Allen & Overy) de topdossiers mocht behandelen. Het was 1995, en de sector van de hightech was er nog van overtuigd dat de bomen tot in de hemel zouden groeien. Onder dat gesternte, en met de wereld op de rand van een technologiebubbel, werkte Denys intensief mee aan de juridische documenten voor de beursintroductie van Lernout & Hauspie Speech Products (LHSP) op de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq.

Het Nasdaq-dossier was het lanceerplatform van Thomas Denys als jonge zakenadvocaat. Hij werd een van de high flyers van Loeff, én de poulain van Louis Verbeke, de Belgische pater familias van LCV. Verbeke, de zakenadvocaat par excellence, was via de Vlerickconnectie met de top van het Belgische bedrijfsleven verweven. En hij was een bevoorrecht raadgever van Jo Lernout en Pol Hauspie. Onder Verbekes vleugels zette Denys tonnen legal opinions voor het spraaktechnologiebedrijf op papier, en werkte hij mee aan de beursintroductie van LHSP op de Easdaq, de Europese versie van de Amerikaanse technologiebeurs. Vele mensen die in die tijd met hem werkten, roemen zijn maturiteit, zijn intelligentie, zijn inzicht in de juridische materie. “Een van de briljantste advocaten van zijn generatie”, zegt Wim De Jonghe, managing partner van Allen & Overy en een generatiegenoot van Denys. “Hij had een unieke gave voor een zakenadvocaat. Thomas zag namelijk als geen ander oplossingen voor zakelijke problemen, die toch binnen de lijntjes van de wet bleven”, zegt een andere confrater, die liever uit het licht van de schijnwerpers blijft.

Alarmbel

Precies dát maakt van het arrest in het proces tegen Lernout, Hauspie en de anderen een alarmbel die stevig weerklinkt in de wereld van de zakenadvocaten. Omdat zijn veroordeling het beroep tot in zijn diepste wezen raakt. Zakenadvocaten, meer nog dan hun confraters van het strafrecht of het burgerlijk recht, gaan op zoek naar de kleine kantjes van de wet. Het is hun unique selling proposition, het argument dat hun hoge erelonen rechtvaardigt. Zakenadvocaten, boekhouders en revisoren zijn per definitie creatievelingen die de grenzen opzoeken van de wet. Maar in een dossier dat in fraude uitmondt, kan een fiscale constructie die de grens van het wettelijke opzoekt al snel een onmisbaar radertje georganiseerde fraude lijken. Los van het feit of de adviseur dat nu voor ogen had of niet.

Zeker vandaag de dag, omdat ook het gerecht heel anders tegen financiële fraude aankijkt dan vroeger. De wortels van die mentaliteitsverandering liggen aan het einde van de jaren negentig en het begin van de 21ste eeuw. Toen speculeerde het Amerikaanse energiebedrijf Enron zichzelf kapot en sleurde het zowel zijn revisor als het pensioenfonds van zijn werknemers mee in zijn ondergang. Een hele rist andere spraakmakende fraudezaken volgden, en België beleefde zijn L&H-schandaal. De wet uit 1999 op de strafrechtelijke aansprakelijkheid in ondernemingen, die tot dan toe dode letter was gebleven, werd uit de kast gehaald.

Leidinggevenden en hun adviseurs worden daardoor makkelijker en sneller vervolgd dan vroeger - soms terecht, soms onterecht. En rechters gaan er ook almaar sneller van uit dat al wie in de ketting zit, ook boter op het hoofd moet hebben. “De grens tussen een fout en een misdrijf tegen het strafrecht begint meer en meer te vervagen”, zucht ook De Jonghe.

En dat is een probleem voor elke adviseur in eender welk ondernemingsdossier, en voor de jongste het eerst. Jonge adviseurs, of het nu advocaten zijn, accountants of consultants, hebben vaak de neiging om vol vuur in een project te stappen. Soms ontbreekt hen daarbij het inzicht om de gevolgen van hun adviezen volledig in te schatten als ze te ver meegaan in de redenering van de cliënt. “Rechtsregels houden daar geen rekening mee”, zucht Philip Vermeulen, een zakenvriend van Denys, die samen met hem op het beklaagdenbankje zat in Gent maar uiteindelijk ontslagen werd van vervolging. “Het recht gaat ervan uit dat de mens perfect is. Helaas is hij dat niet. Freud toonde al aan dat we ons bij momenten allemaal wel eens van onzichtbare drijfveren bedienen. Soms is die drijfveer geld, soms eerzucht, soms machtshonger, soms gewoon een ongebreideld geloof in de toekomst. Het gebeurt dat die een mens net dat tikkeltje minder helder doen denken dan hij zou willen. Dat ze hem verblinden in het moment. Alleen krijg je dat tien jaar na datum nooit uitgelegd aan een rechter.”

Patrick Waeterinckx knikt. Waeterinckx was een van Denys’ advocaten, maar maakt meteen duidelijk dat hij hier in algemene termen spreekt, als specialist in de strafrechtelijke aansprakelijkheid van bestuurders. Maar zijn boodschap klinkt duidelijk. “De justitie verliest zichzelf ook steeds vaker in een confirmation bias: rechters krijgen het fraudedossier op hun bureau aan het einde van de rit, en ze beginnen achteruit te redeneren. Daardoor keren de rechtbanken de facto de situatie om: ze pogen niet langer het kwade opzet te bewijzen in fraudezaken, maar huldigen de stelling dat de adviseur maar stop had moeten roepen wanneer hij het kwaad zag geschieden. Dat maakt advies geven aartsgevaarlijk.”

Platte fraude

“Een juridisch perfect aanvaardbare structuur kan altijd misbruikt worden door de cliënt”, zegt een dichte collega van Denys die liever anoniem wil blijven. “Bij LHSP is er platte fraude gepleegd door mensen die zich steevast zijn blijven voorstellen als boerkes van Bachten de Kupe. Op die manier hebben ze Thomas als het juridische brein van de fraude geportretteerd. Ik heb Thomas Denys voldoende gekend om te weten dat die voorstelling een miskenning is van de realiteit. Zo’n ordinaire, platte fraude plegen: dat zát gewoon niet in die mens.” Waeterinckx knikt. “In vele fraudezaken zijn de adviseurs als de bedrogen echtgenoot”, zegt hij afgemeten. “Als hun raadgevingen misbruikt worden om een fraude toe te dekken, dan zijn zij doorgaans de laatsten die daar wat over horen.”

Nu betwist niemand dat Denys wellicht, zoals elke zakenadvocaat, de grenzen van het toelaatbare heeft opgezocht. Een aantal confraters vraagt zich zelfs af of hij niet verraden werd door zijn enthousiasme. Tenslotte had de jonge, briljante advocaat op de eerste rij gezien hoe een bedrijf jaren lang geld bij elkaar had geschraapt waar het dat maar kon vinden, als het moest zelfs tot in een West-Vlaamse varkenstrog toe. En diezelfde jongeman zag op zijn 27ste hoe datzelfde bedrijf na de beursgang in december 1995 de dollars plotseling als manna uit de hemel over zich neer zag dalen. Met miljoenen tegelijk. “Hoe kanaliseer je dat, als jonge adviseur? Hoe weersta je in die omstandigheden aan de druk van de cliënt om net dat stapje dichter richting grens te zetten?”, vragen ze zich af.

Het probleem voor adviseurs van alle slag is echter dat rechters volgens een ander interpretatiekader werken dan advocaten of boekhouders. De fraude bij L&H lijkt vandaag zo flagrant dat het amper voor te stellen is dat een begaafde zakenadvocaat als Thomas Denys, die zo dicht bij de twee tenoren aanleunde, ze wel eens niet gezien zou kunnen hebben. “Het geeft maar aan dat financiële zaken veel sneller voor de rechter moeten”, vindt Patrick Waeterinckx. “We moeten een vorm van plea bargaining mogelijk maken, zodat financiële zaken heel snel voor een rechter kunnen komen, op een ogenblik dat die de tijdgeest kan vatten. En dan moeten rechtbanken de frauderende ondernemers maar raken waar het pijn doet: in hun portemonnee.”

Denys’ advocaat wijst en passant ook de justitie met de vinger. “Het parket vraagt meer aandacht voor financiële fraude, en rechtbanken zijn al beslagener dan vroeger in het behandelen van zulke zaken, maar ze zijn nog altijd niet beslagen genoeg. Complexe financiële fraudes worden beoordeeld door mensen die schitterende juristen zijn maar die nog nooit een bedrijf van binnen uit hebben meegemaakt. Laat staan dat ze zich zouden kunnen inleven in de manier waarop in zo’n onderneming het beslissingsproces verloopt. Topmagistraten kunnen hun dossiers maanden in beraad houden. Die kunnen zich gewoon niet voorstellen wat het betekent als een bedrijfsleider of zijn adviseurs binnen tien seconden een knoop moeten doorhakken, om vervolgens de rest van de tijd voort te leven met hun beslissing.” Of hoe de veroordeling en de dood van Thomas Denys nog maar eens het pleidooi voor gespecialiseerde rechtbanken voedt.

Kwestie van reputatie

Maar het probleem ligt niet bij justitie alléén. Ook de adviseurs - boekhouders, revisoren, zakenadvocaten - horen lessen te trekken uit de veroordeling van iemand die kennelijk een van hun briljantste collega’s is geweest. Dat ze er bijvoorbeeld rekening mee moeten houden dat al te creatief met de regels omspringen jaren later zware gevolgen kan hebben. Dat sterk afwijkende structuren als een schuldbekentenis kunnen overkomen als belastinginspecteurs, fraudejagers of milieupolitie ze ooit als een radertje van een grootscheepse fraude zouden beschouwen. Zelfs als zo’n agressieve vorm van creativiteit niet meteen hoeft te impliceren dat de raadgevers zich ook effectief aan fraude hebben bezondigd.

De Jonghe verzekert dat grote advocatenkantoren daar echt wel mee bezig zijn. “Wij weigeren één cliënt op de drie”, zegt hij. “En dat is echt niet alleen omdat er ergens een belangenconflict speelt.” Ook bedrijven krijgen de gevoeligheid door. Vroeger kwamen er aan een due diligence - het controleproces dat een overname voorafgaat - amper strafrechtspecialisten te pas. Vandaag worden ze er systematisch bij gevraagd om risico’s in de toekomst in te schatten. Gewoon voor een brainstorm over de vraag: zou een procureur, een onderzoeksrechter of een inspecteur van de Bijzondere Belastinginspectie hierover kunnen vallen als het dossier plotseling zijn aandacht trekt?

De ‘Big 4’, de grootste consultants van de wereld, hebben sinds enkele jaren een systeem in het leven geroepen waarmee ze de frauderisico’s van elke klant pogen in te schatten voor ze hem advies verstrekken. Elke klant wordt doorgelicht, en de adviseurs leggen extra waakzaamheid aan de dag bij elk advies dat ze verstrekken. Maar adviseurs die buiten de grote kantoren werken, blijven kwetsbaar, omdat ze soms die filter en dat klankbord missen.

Dat is een probleem, want een adviseur kan het zich eigenlijk niet veroorloven de wet te overtreden. “Dan is namelijk zijn reputatie om zeep”, hoorden we deze week bij een confrater, die in de jaren negentig heel nauw met Thomas Denys had samengewerkt als advocaat. “En er is niks erger voor een zakenadvocaat dan het verlies van zijn reputatie.” De man moest even slikken, aangeslagen door zijn eigen woorden. “Dat was hier precies het probleem”, klonk het met een zucht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234