Zaterdag 21/05/2022

Zaha Hadid, een vrouw als een elektrische ontlading

Ze won prijzen bij de vleet, maar weinig van haar projecten kwamen verder dan het stadium van het ontwerp. Nu wil opeens iedereen haar hebben. Max Borka ontmoette de diva van de architectuur, Zaha Hadid.

Onlangs nog werd Zaha Hadid (Bagdad, 1950) door een toonaangevend architectuurblad tot 'architecture's new diva' gekroond. Maar dat zat wel even fout. Want een andere diva was er nooit. Zelf wijt ze het overigens ook in de eerste plaats aan haar vrouw zijn dat ze tot tot voor kort een papieren architecte bleef. Haast geen van haar gelauwerde ontwerpen had ooit het stadium van het plan overschreden. Maar nu bouwt Zaha Hadid in Cincinnatti en Rome, en nog voor zelfs de eerste steen werd gelegd staat het vast dat het twee van 's werelds meest spraakmakende musea zullen worden. Weil am Rhein, Aboe Dhabi, de sheik van Qatar, Beiroet, en Straatsburg - iedereen wil haar plots wél hebben. Voor een brug, een boerderij, een televisiestation. Volgend jaar neemt ze ook de Mind Zone voor haar rekening van wat de grootste attractie van de festiviteiten rond het nieuwe millennium moet worden, de Millennium Dome in Londen. En tegelijk zal zowaar ook in het Beiroet van het noorden, Brussel, een tentoonstelling worden geopend waarbij Hadid tekent voor het decor.

Intussen werd ze door Frédéric Flamand ook voor de enscenering van een nieuwe choreografie van Danse Charleroi uitgenodigd. Omdat ze meer dan wie ook de architectuur tot bewegen had gedwongen. Zaha kwam naar aanleiding daarvan even naar België om een en ander nader toe te lichten. En ze barstte los.

Zoals ze mij zit te monsteren vanuit haar somptueuze zetel in die riante lounge van het Brusselse Hotel Metropole, zich afvragend of ze mij in één enkele hap of in stukjes zal verorberen, lijkt het wel of zonet de grote boze koningin uit Alice in Wonderland voor mij is neergeploft. Gisteravond nog was ze haar lezing in het Paleis voor Schone Kunsten voor honderden studenten en architecten begonnen met het aanprijzen van de Metropole als het allerslechtste hotel van het Vrije Westen. Die kamers! Zo claustrofobisch! En dat personeel! Zo onbeschoft! En ook nu sommeert ze Stéphane Hof, de jonge Belgische architect die met haar van de Head Office in Londen naar Brussel is komen reizen, om dat personeel wat beschaving bij te brengen. Ten behoeve van de architecte wordt in de grote lounge van het luxehotel de muzak op nul gezet. En als het Chineesje achter de bar het toch nog aandurft om een tiental meter verderop de vrij luidruchtige expressomachine aan te zetten, veert ze recht. Om man en machine ter plekke neer te bliksemen. Diva Hadid.

Harde, hoekige vormen beheersen haast steevast de tekeningen en schilderijen die de basis van Hadids ontwerpen vormen. Splinters, scherven, schijven en schotsen. In ijzig blauw, of vuurrood, schuiven, schieten en scheren ze door een galactisch donker. Boven, onder en langs elkaar. Soms spatten ze alle in verschillende richtingen. Als had er zonet een explosie plaatsgevonden. Dan weer lijken breed golvende sinussen zich zoals bij haar Centro per le Arti Contemporanea in Rome, waarvoor het licht eind februari op groen werd gezet, te bundelen tot een brede melkweg of een spoorwegtracé. Ook voor het geoefend oog valt in het abstracte gewriemel van die plannen vaak geen bouwwerk te bespeuren. Maar Hadid is dan ook niet echt met wonen bezig. Niet toevallig valt er in haar tekeningen en schilderijen zelfs in de verste verte geen mens te bekennen. "Vele architecten", zegt ze, "verstaan onder architectuur nog altijd: schuilplaatsen optrekken. Mijn ambitie reikt aardig wat verder."

Ze studeerde eerst wiskunde alvorens ze in 1972 aan de roemruchte The Architectural Association in Londen werd ingeschreven. En wat op haar tekeningen soms het gevolg van een algehele kladdaradatsch lijkt, is dan ook zorgvuldig gecalculeerd. Haar plannen zijn als een soort van geologische peilingen. Naar de krachtlijnen in het landschap of naar de stadswijk waarin het gebouw wordt gecreëerd. De dynamiek van die krachtlijnen wordt in het gebouw samengebald en vervolgens ook met die van het programma van de bouwheer. "En in tegenstelling tot wat elders gebeurt, wordt datgene wat zich buiten bevindt niet buitengesloten, maar verhevigd," zegt Hadid. Ze bouwt geen schuilkelders. Maar seismografen. Tekens die het latente zichtbaar maken. Aardtrillingen worden voelbaar. En binnen wordt buiten in het kwadraat, zoals in het Centre of Contemporary Art van Cincinnatti, waar de voetgangersstromen van de buurt gewoon over een hellend 'urban carpet' door alle verdiepingen van het museum worden geloodst.

The Architectural Association staat er voor bekend dat je er hoogst onbeholpen leert tekenen. Maar visoenen en utopieën ontwikkel je er des te meer. En eigenzinnigheid. Want de tutors begeleiden alleen. Studenten worden geacht zichzelf de opdrachten te geven. Hadid heeft er bij enkele van 's werelds grootste namen gestudeerd. En was ook een tijdlang bij een van hen gaan werken, nadat ze in '77 was afgestudeerd. Bij Rem Koolhaas, die met zijn Office of Modern Architecture al evenzeer als zij in termen van densiteit, intensiteit en mobiliteit denkt, als er überhaupt nog moet gepraat worden over zoiets vaags als schoonheid. Ze had de wereld naar de relativistische theorieën van Einstein willen hertekenen. Ze hamerde op het deconstructivisme. En op het suprematisme en het visionaire van de Russische avant-garde van weleer. Maar wat moet je daar dan in godsnaam als projectontwikkelaar mee?

In '83 kwam haar doorbraak, nadat een jurylid haast per ongeluk haar inzending voor The Peak Project, een sportclub in Hong Kong, uit de hoop van afgekeurde ontwerpen viste. Critici waren vol lof over haar gebouwengroep die 'als een lawine' de heuvel afgleed. Maar het project werd nooit gerealiseerd. En toen ze tien jaar later de wedstrijd voor het Cardiff Bay Opera House won, werd die beslissing herzien, toen haar plannen een storm van protest ontketenden.

Een outsider was ze al zodra haar ouders haar op kostschool in Zwitserland en Engeland hadden gezet. "Ik zat daar als Irakees tussen christelijke, joodse en islamitische kinderen. En dan ga je automatisch vervreemden. Want ginder is de Arabische en islamitische kultuur één en hetzelfde. En naarmate ik hier verder studeerde, werd ik niet alleen alsmaar meer geconfronteerd met het feit dat ik niet-Brits was - ik was ook een vrouw. En vrouwen worden in de architectuur nog steeds als paria's bekeken. Moet je denken: nu ik vorig jaar de wedstrijd voor het Contemporary Arts Centre in Cincinnatti won, word ik meteen ook de allereerste vrouw die in de Verenigde Staten een museum mag bouwen. Dat mag er meteen op duiden hoe belangrijk tot op heden de rol van de vrouw in de geschiedenis van de architectuur is geweest."

Pas in '93 had ze op de terreinen van de meubelfabrikant Vitra in het Duitse Weil am Rhein een eerste gebouw van enige omvang kunnen realiseren, een brandweerkazerne. Enkele woonblokken die ze ook al in diezelfde periode in Berlijn mocht neerzetten waren dusdanig aan beperkingen gebonden dat ze nog nauwelijks naar haar stijl verwezen. Ook een bekroond project voor de Kurfürstendam in Berlijn bleef ongerealiseerd. Wie Hadid aan het werk wilde zien, moest vooral naar tentoonstellingen, waar ze een paviljoentje of het decor mocht opzetten.

Op allicht wel de beroemdste van die tentoonstellingen, The Great Utopia in het Guggenheim in New York, in 1992, had ook Piet Coessens, directeur van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, haar aan het werk gezien. En hij had haar ook aangezocht toen hij vier jaar terug met Paul Van den Broeck van het Koninklijk Museum in Antwerpen was begonnen aan de voorbereidingen van The Border Line, een tentoonstelling die het werk van Bracha Lichtenberg-Ettinger zal confronteren met Berbertapijten. "Vrouwenkunst", zegt Coessens, "nomadenkunst. Abstracte kunst ook, al wordt ze vanwege haar vrouwelijke afkomst niet echt als kunst erkend. Maar het is ook vrij wild werk, verwrongen. En dat zijn dus allemaal karakteristieken die je achter de naam Hadid kan zetten. Voor ons is het een voortzetting van een project dat we al met Hooglied hebben opgezet: de kunstgeschiedenis naar de vergeten vrouwelijkheid herschrijven."

Zelf, zegt Hadid, had ze ook altijd al met die fascinatie voor Perzische tapijten geleefd. "Ook al vanwege die ingewikkelde patronen die alle begrip te boven gaan." Haar Iraakse afkomst laat zich trouwens nog op tal van andere punten gelden. "Deconstructivisme en structuralistische theorieën stammen uit een rationalistische traditie. Maar ik behoor tot een traditie van een andere orde. Meer emotioneel, en intuïtief. Niet dat ik maar de minste behoefte voel om naar ginder terug te keren. Waar ik ook kom, ik voel me vreemd. Ik ben een wandelend displacement. Nergens thuis, altijd de verkeerde dingen doen en zeggen. Dat is een heel bevrijdende ervaring, vooral voor een architect. Je zit nergens aan vast. Voortdurend ben je in beweging. En zoiets gaat zich natuurlijk ook wel op je ontwerpen overenten."

'Veel architecten verstaan onder architectuur nog altijd: schuilplaatsen optrekken. Mijn ambitie reikt aardig wat verder'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234