Maandag 21/10/2019

Zaak-Beirens: 'Onderzoek én procedure onjuist'

BRUSSEL.

EIGEN BERICHTGEVING

Het corruptieonderzoek tegen de Gentse raadsheer Jan Beirens (en negen anderen) is 'deloyaal' gevoerd. Tot die vaststelling komt de verdediging van de Knokse advocaat Piet Cnudde. De van mededaderschap betichte veertiger wordt volgens zijn raadsman bovendien onderworpen aan een rechtsprocedure die ongrondwettelijk is.

Betoogde de advocaat van Beirens maandag al dat het corruptieonderzoek tegen zijn cliënt 'stinkt', de verdediger van Piet Cnudde deed er gisteren voor het Brusselse hof van beroep nog een schepje bovenop. Hij had geen goed woord over voor de manier waarop de Gentse BOB in 1995 omging met de anonieme tipgever die aan de basis lag van de zaak-Beirens. "We zitten hier totaal in de illegaliteit", stelde meester Bert De Geest. "Niet alleen de naam en voornaam van de informant bleven uit de processen-verbaal, maar zelfs de tijdstippen van zijn verhoor, de wijze waarop dat gebeurde en de omstandigheden waaronder." De advocaat vraagt zich af wat de speurders nog meer verzwegen. "Pv's waarin de waarheid niet staat, zijn aangetast door een materiële valsheid. En dan wordt mijn cliënt ook nog eens de mogelijkheid ontnomen de rechtmatigheid van dat onderzoek te toetsen."

Ook noemde De Geest het onaanvaardbaar dat zich onder de anonieme getuigen van de BOB meerdere advocaten bevinden. Die mogen uit hoofde van hun beroep geen informant spelen. "Een procureur die dit toelaat, trukeert het rollenspel." De Geest doelde op de Gentse procureur des Konings Jean Soenen. Hij was op de hoogte van de zaak vanaf het moment dat de BOB de eerste tip kreeg over de zogezegde omkoping, begin 1995. De Geest vindt het vreemd dat Soenen niet onmiddellijk naar procureur-generaal Frank Schins stapte. Die werd pas begin juni dat jaar op de hoogte gebracht. Volgens de advocaat mag een procureur des Konings zich niet bezighouden met een opsporingsonderzoek tegen een magistraat. Naar zijn mening geldt bij dergelijke blunders het principe van de omgekeerde piramide. "Je haalt één blok weg en alles (het hele onderzoek, nvdr) stort in."

Zo mogelijk nog vreemder vindt De Geest de handelwijze van procureur-generaal Schins. Die hield de informatie een jaar en een maand voor zich alvorens de zaak door te sturen - zoals de wet voorschrijft - naar de toenmalige minister van Justitie Stefaan De Clerck. Gedurende die periode breide hij volgens de advocaat vrolijk verder op de tips van anonieme informanten en getuigen.

De Geest vraagt zich af of Schins niet te ver ging. In zijn bescheiden onderzoek bediende de procureur zich van een bijzondere opsporingstechniek: het posten van de observatie-eenheid van de rijkswacht (Posa) bij een Knoks café. Beirens zou er volgens de tipgever tijdens het pinksterweekeinde in 1995 geld ontvangen dat Piet Cnudde had losgepraat bij veroordeelden in eerste aanleg, die zo vertrouwden op een goed resultaat in hoger beroep. Het resultaat van de actie was volgens De Geest volledig negatief. Toch werd die uitkomst volgens de advocaat compleet genegeerd in volgende pv's.

Nadat Stefaan De Clerck het dossier-Beirens had ontvangen van Schins stuurde hij het door naar Cassatie. Dat moest volgens het wetboek van strafvordering een raadsheer uit eigen huis aanwijzen als onderzoeksrechter. Procureur-generaal Eliane Liekendael besliste anders. Zo kwam het dossier-Beirens terecht bij een onderzoeksrechter van het Brusselse hof van beroep. "Het trekken van een reserveparachute mag niet in het strafrecht omdat het in strijd is met het legaliteitsbeginsel", aldus nog meester De Geest.

Caspar Naber

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234