Woensdag 21/08/2019

Yves Leterme is met 800.000 voorkeurstemmen de populairste politicus van deze eeuw. Met hem klom zijn partij/kartel van dik 20 naar 30 procent. Diezelfde Yves Leterme is de enige toppoliticus die op twee jaar tijd talloze malen naar de koning moest om zi

What you see is what you get: die slogan past bij negen van de tien toppolitici. Dehaene: robuustheid, van top tot teen, nog benadrukt door zijn embonpoint, zijn stroef taalgebruik. Verhofstadt: zo graag visionair, met die akelige bril om nog verder te kijken, nog sneller te zien. Steve Stevaert, de geboren optimist, de supermiddenstander die zijn partij al glimlachend runde als een succesvol café, en ze ook doorverkocht op het moment dat het nog succes had (net als zijn cafés). Je ziet het ook in het buitenland. Sarkozy: un cas à part, in alles: zijn afkomst, zijn naam, zijn ideeën, zijn dadendrang, zijn succes, tot zijn nieuwste lief toe.

Yves Leterme is volkomen anders. De ondefinieerbaarheid zelf. Hij is alles, en niets. Grijs is de kleur die het best bij hem past. Bij zijn haar, bij zijn pakken, bij de wat grauwige huidskleur ook de laatste tijd, een teint die nooit echt gezond werd sinds zijn laatste hospitalisatie.

En zeggen dat hij niet grijs begon. De eerste keer dat ondergetekende van Leterme hoorde, was omstreeks 1990, uit de mond van een studiegenoot die emplooi had gevonden bij de CVP (zo heette CD&V toen nog) in de Tweekerkenstraat (daar huisde die CVP toen nog). Het was pré-Zwarte Zondag, de laatste jaren van het schier eindeloze regime van Wilfried Martens, toen die partij nog tenoren en ministers in overvloed had. Op een partijbureau moesten de ramen opengezet worden of de aanwezigen verstikten onder de druk van de aanwezige 'grote namen', de omvang ook van de gemiddelde hemdboord. Kijk even de vergaderzaal rond: daar zat Wilfried Martens zelf, Jean-Luc Dehaene, Leo Tindemans, Mark Eyskens, Miet Smet, Gaston Geens, Wivina Demeester, Luc Van den Brande, Herman en Eric Van Rompuy, Theo Kelchtermans, Paula D'Hondt, Jos Chabert, Daniël Coens, André Bourgeois, Firmin Aerts, Jos Dupré, Paul Deprez, Paul Breyne, en zij voelden de ambitie van de eindeloze rijen 'jonge' backbenchers, mannen als Tony Van Parijs, Karel Pinxten, Marc Van Peel, Johan Van Hecke, Stefaan De Clerck, Luc Martens, Paul Tant, Johan De Roo, of de erg rumoerige jongerenvoorzitter Ludwig Caluwé. En dat geheel werd bestuurd door de almachtige CVP-partijsecretaris, Leo Delcroix.

En toch, beweerde mijn vriend, was geen van die Zilvervloot aan Grote Namen het échte talent van de CVP. De ongeslepen diamant, de slimste, de enige met stardust quality, volgens christen-democratische maatstaven, was de onbekende, wat slungelachtige assistent van Delcroix, de to-taal onbekende Yves Leterme. Op foto's droeg hij een trui met V-hals, maar volgens mijn vriend was dat geen bezwaar.

Als Leterme nog eens in het nieuws kwam, was dat nochtans omdat hij... voortijdig verdween uit de politiek. Partijvoorzitter Herman Van Rompuy nam hem zijn opportunistische overstap naar de Europese administratie erg kwalijk. "Jij komt nooit meer terug". Antwoord: "We zullen zien". Nederig, ontwijkend, maar ook nonchalant, in zekere zin zelfs opstandig. Je moest goed luisteren om zijn tegenspraak te horen, de subtiele wijze van 'zich niets aantrekken' van de toch redelijk machtige partijvoorzitter. Hij vertrekt, zonder het hoofd te nijgen.

Man achter de schermen

Spoel de tijdsband jaren door. Tot 1997. Tussen twee verkiezingen in belandt Yves Leterme in het parlement, zonder tromgeroffel, als opvolger van Paul Breyne. Zo kon hij wat naambekendheid opbouwen voor de eerste echte grote electorale test, die parlementsverkiezingen van 1999.

Zoals bekend verliepen die dioxineverkiezingen desastreus voor de CVP. De dag na de electorale schok kondigde eerste minister Jean-Luc Dehaene zélf zijn ontslag aan, en met die geste leidde hij de oppositiekuur voor de CVP in. Niet zonder eerst, in beperkt triumviraat (onder meer Herman Van Rompuy was aanwezig) in zijn appartement te Zeebrugge, een nieuwe voorzitter aan te duiden. De enige CVP'er die in zijn arrondissement een electoraal succes had geboekt: Stefaan De Clerck.

Veel jonge CVP'ers morden, zoals alleen christendemocraten dat kunnen als ze verkiezingen verliezen en zich ineens gedepriveerd zien van de macht. Dat ze er zelfs aan dáchten een rondje te boksen tegen superzwaargewicht Dehaene toont aan hoe bitter de woede was, hoe gering het geloof in 'Stefaan'. De rebellie krijgt vorm, de complotteurs maken plannen. Eerst intern. Dan ook publiek. Joachim Coens polst voorzichtig bij journalisten of een fronde tegen de partijtop enige kans maakt. Pieter De Crem geef interviews waarin hij de eigen partij aan flarden mitrailleert. Máár: als het écht menens wordt, klinkt telkens dezelfde zin: "Even naar Yves bellen". En dat was niet naar Yves Desmet.

De grijze muis, de stille West-Vlaming, en toch al de man achter de schermen. Er mocht alvast wat geschud worden aan de stoel van zijn streekgenoot Stefaan De Clerck, maar het was te vroeg om openlijk aan diens poten te zagen. De Clerck schudde zelf zo bangelijk, dat zijn stoel ook vanzelf zou kraken.

Op die manier ging Yves Leterme de paarse jaren in. Officieel een backbencher, door fractie gezien als coming man. Dat werd hij ook toen na de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 fractievoorzitter Marc Van Peel een Antwerps schepenmandaat verkoos. In die fractie waren twee 'natuurlijke' kandidaat-opvolgers, twee generatiegenoten ook: Pieter De Crem en Yves Leterme. Normaal gezien kiest een oppositiefractie geen grijze burgerman, maar de kerel met gekrulde zinnen. De best gebekte, de frivoolste, de snelste, zeker in dagen dat de paarse partijen de oubollige, stoffige, passé-zijnde christendemocratie aftroefde, week na week. Die partij heette inmiddels CD&V, maar het land lachte zich een breuk met de ampersand. Het was al paars-paars-paars wat de klok sloeg.

En hij kende iets van koers

Toch koos op 11 januari 2003 de CD&V-fractie... Yves Leterme als hun leider, hun gezicht, hun alternatief. Want dat was hij natuurlijk wel.

Leterme zag er niet paars uit, hij was het wel. Toen deze krant even later dat nieuwe CD&V-duo interviewde, was De Crem zijn verwachte zelve: de ene witz na het andere bon mot. En Leterme verraste. Op het eerste zicht was hij zoals hij zich toonde: een jongen in een dikke, gebreide trui, met zowel links als rechts een kabelmotief. Op het tweede zicht bleek hij een verademing: geen clichés over paars, geen dom gebash op de regering, maar lucide, zinnige en intelligente commentaren, verstandig en kritisch over de eigen partij, humoristisch in het typeren, haast imiteren van vriend en vijand. Hij was... paars, quoi. En: hij kende iets van koers.

Bij de verkiezingen van 2003 is CD&V uitgeteld. De bloemen zijn voor VLD en sp.a-spirit. 'Steve is God', kopt deze krant. Stefaan De Clerck begint op zijn beurt aan een tocht door de woestijn. De CVP kiest als nieuwe partijvoorzitter... zijn gouwgenoot Yves Leterme. In 1994 was hij schepen in Ieper. In 1997 kamerlid. In 2001 fractieleider. In 2003 partijvoorzitter. Yves Leterme accelereert.

Zo begint het meest onwaarschijnlijke succesverhaal uit de Belgische politiek. CD&V was nog nooit kleiner, absoluut en relatief. CD&V dook in de peilingen zelfs onder de grens van de 20 procent. CD&V was een beleidspartij die veroordeeld leek tot de oppositie. Stevaert was niet alleen God, in 'Tertio' verstond hij zich ook wonderwel met Gods plaatsvervanger in Vlaanderen, kardinaal Godfried Danneels. Zelfs de deken van Hasselt bleek zijn vriend. Karel De Gucht liet verstaan aan wie het horen wilde dat er inmiddels 'een nieuwe Vlaamse volkspartij' opgestaan was. De VLD als politieke emanatie van de 'buik' van Vlaanderen. Dat was de toon van de zomer 2003 tot de prille winter 2004.

Halfweg 2004 stonden er Vlaamse verkiezingen geprogrammeerd. Het leek een walk-over voor het victorieuze paars. De enige vraag was: zou Stevaert écht sterker zijn dan Verhofstadt, of zou de liberale premier de natuurlijke orde herstellen?

In maart hield de politieke redactie van De Morgen een brainstorming over hoe die verkiezingen te coveren. In navolging van Vrij Nederland mikten we op een reeks 'Eerste stoel rechts': van één politicus elke meeting volgen, en onze man moest telkens op dezelfde plaats zitten: de eerste stoel rechts. Het debat was geanimeerd: Verhofstadt volgen, Stevaert nalopen of toch Leterme achterna huppelen? Een kleine meerderheid neeg om Stevaert te kiezen. Een paar weken later, toen beslist moest worden, was er amper één Stevaertfan, en de rest was unaniem. Niet voor Verhofstadt, maar Leterme. Het Fenomeen.

Wat was er veranderd? Had hij zijn haar met gel in piekjes gezet? In badpak geposeerd? Ach neen. Paars was ruziënd ten onder gegaan. Yves Leterme voelde dat zijn moment gekomen was, en gebruikte dat momentum ook. In de peilingen was hij de rijzende ster. In de verkiezingen werd hij de politieke nummer één. In de Vlaamse regering nam CD&V'er Yves Leterme weer de plaats in van VLD'er Bart Somers als minister-president, en zo herstelde hij de pikorde. De onopvallende man had voor zijn partij de meest onwaarschijnlijke politieke comeback gerealiseerd.

Toen al schreef deze krant, niet zonder enige verwondering: "Yves Leterme is op en top, nu ja, een CVP'er. Daarmee bedoelen we niets negatief, geen tjeverijen. Wel: Leterme heeft een breed bereik. Hij is ACW'er, maar geen linkse vakbondsman. Hij weet hoe met de pers om te gaan, maar is gemeen voor journalisten die schrijven wat hem niet zint. Hij ziet eruit als een eerlijk man, maar liegt als het hem uitkomt."

Leterme was niks en alles, en door dat non-profiel draaide hij zijn tegenstanders als Stevaert en Verhofstadt tureluurs. 'Goed bestuur' werd zijn leitmotiv, 'Respect' zijn slogan, 'Wie gelooft deze mensen nog?' zijn sneer.

Yves de schappelijke, Yves de Vlaming, Yves de vriendelijke, Yves de Vlaming die niet met zich liet sollen, Yves de vakbondsvriend, Yves de bedrijfsbezoeker, Yves de regeringsleider, Yves de rustige zekerheid, Yves die succes haalt zoals Vlamingen dat graag zien: duidelijk, zonder kapsones. Iedereen hield van Leterme, en Leterme omarmde iedereen. Zelfs N-VA, met wie hij een succesvol kartel smeedde.

Maar toch. In die tijd publiceerde deze krant een badinerend stukje over een zekere Ilse Nackaerts, auteur van pikante boekjes vol sekstips die door de toen nog relatief onbekende Steven Vanackere was gepolst om de CD&V-rangen te vervoegen. Leterme was razend - via sms, jawel. Gevoel voor humor? Talent voor relativering? Ga weg. Hij was zuurder dan een glas Rodenbach. En ook: hij deed dat vanuit de volgwagen van Gent-Wevelgem.

Want zo was deze minister-president wel. Hij koketteerde met 'goed bestuur', maar niet één Vlaams politicus heeft zo veel tijd doorgebracht met sociale contacten, bedrijfsbezoeken, het afstappen bij voedings- en landbouwsalons dan de man uit Ieper. Intussen werkten Vlaamse ministers als Frank Vandenbroucke en Dirk Van Mechelen zich in Brussel uit de naad, wijl Leterme van Adinkerke tot Riemst het volk de hand drukte. En zo rijfde hij stemmen en sympathie met de riek binnen.

Hij modelleerde het minister-presidentschap naar zijn idee en inzicht: als het perfecte oppositiekanaal tegen de liberale premier. En tegen diens socialistische coalitiepartner. Johan Vande Lanotte had het pas op de federale verkiezingsdag van 2007 in de gaten. Dat hij, de zo degelijke begrotingsminister en sp.a-voorzitter, aan dat imago van 'expert' geen surplus overhield tegen de verschroeiende reputatie van Yves Leterme. De professor legde het af tegen de volksjongen. En de liberale premier verloor van de minister-president.

Die beelden zijn in het netvlies gebrand: het CD&V-N-VA feestje zondagavond, maandagochtend het trio Leterme-Vandeurzen-Vervotte feestend op de tafel in het CD&V-bureau. De manieren van een klassiek Vlaams trouwfeest, waar nonkels op de grond roeien ('An der Nordseeküste; klap-klap-klap-klap) en tantes over tafels lopen, een paar glaasjes op.

Niet één CD&V'er bevroedde toen dat dit feestje een net zo wrange bijsmaak zou krijgen als de overmoedige herinneringen van de Cultuurcaféfuif van sp.a-spirit in 2003. Telkens lag de wereld aan de voeten van de winnaar. Telkens was het olé-gevoel weg nog voor de verkiezingsroes was verdwenen. Telkens restte slechts verbijstering, hoe succes zo onbarmhartig snel door de vingers kan glijden.

Yves Leterme haalde in zijn eentje meer stemmen dan de hele MR-senaatslijst samen - een som die hij, vanzelfsprekend off the record - fijntjes overmaakte aan journalisten. Yves Leterme was misschien niet God, maar zijn Vlaamse volk had hem wel geplebisciteerd. Tot...

Plebisciet

Ja, tot wat? Tot eerste minister van België? Door de man die maar in zijn vingers hoefde te knippen om te doen wat hij had beloofd: BHV splitsen, België uitkleden, Vlaanderen in de vaart der volkeren of alleszins der regio's opstuwen?

Yves Leterme had de kiezer gecharmeerd, overtuigd, platgewalst, verleid, gebonden. Maar de Belgische burger stond erbij en keek ernaar. Naar de ruzies in Hertoginnedal. Naar de dreigementen. Hij ging kopje onder door de vloed aan lekken allerhande. Letermes formatienota's werden weggelachen, doodgediscussieerd. De parlementscommissie stemde de splitsing van BHV, en Vlaanderen jouwde zijn politici uit. Vandeurzen begreep er niets van, Leterme nog minder. En trok zich verder terug in zijn schulp. Blackberry'end naar vriend en tegenstander. Intussen bewaarde hij mails, deelde ze nadien uit aan bevriende journalisten, schaadde hij opponenten, verbrak hij vertrouwen, en kromp hij in zijn rol.

De grote overwinnaar moest geholpen worden. Door Dehaene (die hij zelf rap in de rug trapte). Door Van Rompuy. Door Albert II, bij herhaling (hij zou maar blijven sneren over de monarchie). Zelfs Guy Verhofstadt moest nog even het land redden, voor het aan Leterme te moeten geven.

In de hele Wetstraat was er geen venijniger, geen argwanender, geen mislukter, geen wanhopiger, geen rancuneuzer man dan Yves Leterme. En ook geen ambitieuzere. Het land kreeg geen leidend politicus als eerste minister, maar een cocon. Daarin een man, overtuigd van zijn eigen gelijk, ingetapet door zijn eigen verkiezingsbeloften, ingesnoerd door zijn onvermogen om van zijn al te bonte coalitie een beetje een ploeg te maken. Nooit leidden zoveel voorkeurstemmen tot zo weinig macht, zo veel frustratie, een zo gering gezag. Met een palmares om te huilen. Leterme was erger dan ex-minister Rik Daems, 'de man die goud in lood veranderde'. Leterme moest met lood aan de slag, en produceerde lucht. De begroting, de 'redding' van Fortis en Dexia, de cohesie in zijn team,... You name it, hij faalde. En hij schopte, beet en neep. Een stilaan mensenschuwe, ziekelijke premier, zo leek het. Hij hield zijn kartel niet samen, en terwijl Geert Bourgeois in Vlaanderen natrapte naar het team van Kris Peeters, sneert Leterme sindsdien naar Bart De Wever. Een vechtscheiding, zoals dat gebeurt in families die in de eerste plaats voor de buitenwereld de schijn hoog moeten houden.

En toch. En toch en toch en toch. Een paar weken terug kreeg deze krant - eindelijk - een interview met Leterme. Het werd afgenomen in zijn dienstwagen, tussen het Antwerpse en Amsterdam, waar hij in 'De Plantage' uitgenodigd was voor het programma Buitenhof.

Toen we instapten, dachten we een neuroot de hand te schudden. Hij keek amper op van zijn Blackberry, tikte door toen het interview begon. Maar dan werd hij losser. Bleek hij gewoon te zijn - écht zonder kapsones. Aan de Nederlandse grens stond een dame van de Rijksvoorlichtingsdienst, vergezeld door een escorte gemotoriseerde marechaussees. Ze nodigde de premier eerst uit om over te stappen in een gepantserde vipwagen. Vriendelijk wees hij het aanbod af. En nog voor de aankomst in Amsterdam had de De Morgen-man niet alleen een puik interview, maar had hij meermaals breed moeten grijnzen met zijn nonchalant-grappige gesprekspartner. De nieuwe premier was dus toch nog altijd de oude Leterme.

Eventjes toch. Want toen Humo deze week diezelfde Leterme interviewde, domineerde de argwaan, de misantropie. Sneren naar Knack ("sensatiezucht"), De Standaard, Nelie Kroes, Ivan De Vadder, Hugo De Ridder ("Niet de eerste keer dat ik hem op een leugen betrap"), Guy Verhofstadt, Kabila, De Wever ("beter als slimme mens dan als politicus"), Bert Anciaux, Jean-Marie Dedecker ("Wil zo snel mogelijk minister worden"), Mischaël Modrikamen ("als er één man rijk wordt aan de bankcrisis, is hij het"), Herman De Croo ("altijd en overal zijn ijdele zelf"), Noël Slangen ("spinnen: is dat niet gewoon kwaadspreken over je tegenstrevers"), zelfs naar Louis-Paul Boon en Barack Obama. De premier kijkt naar zijn land en schouwt de wereld, en is laatdunkend, pesterig, klein

Zo is de echte Yves Leterme, valt te vrezen. Een man met twee gezichten. Een mens met een vertrouwenwekkende façade en een kwade inborst. Een vriendelijke vriend die toch nijdig natrapt. Een Franstalige van huize uit, die Wallonië tegen Vlaanderen opzet, en Vlaanderen tegen België. Een toppoliticus die valt, en dan zijn vrienden meesleurt. In Humo roemde hij Jo Vandeurzen als "de politicus van het jaar", een "oprechte, fidele en loyale kerel". In zijn doodsstrijd als eerste minister deinsde hij er niet voor terug diezelfde Jo Vandeurzen te wurgen. Yves Leterme is een man die wellicht beter verdient, maar krijgt wat hem toekomt: klappen.

De echte Yves Leterme, zo valt te vrezen, is een man met twee gezichten. Een mens met een vertrouwenwekkende façade en

een kwade inborst. Een vriendelijke vriend die toch nijdig natrapt

Nooit leidden zoveel voorkeurstemmen tot zo weinig macht, zo veel frustratie, een zo gering gezag. Met een palmares om te huilen. Leterme was erger dan ex-minister Rik Daems

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden